Wie niet weet dat Bibob staat voor ‘Bevordering Integriteitbeoordeling door het Openbaar Bestuur’ zou wellicht de illusie hebben dat er een jazzy boottocht op het programma stond. In werkelijkheid is het een werkbezoek aan een aantal projecten waarmee in Amsterdam naam is gemaakt: het westelijk havengebied waar eerder dit jaar een spectaculaire inval werd gedaan, en het zogeheten ‘Van Traa-team’ van de gemeente dat zich bezighoudt met een ‘bestuurlijke aanpak’ van de criminaliteit, gevolgd door een wandeling op de Wallen en een bezoek aan de Zeedijk en vertegenwoordigers van de NV-Zeedijk die een belangrijke rol hebben gehad in de rigoureuze aanpak van de drugsoverlast in de straat.
 |
De onderdelen van ‘Bibob by boat’ waren interessant, maar nog interessanter was het te weten met welke conclusies de deelnemende politieleiders naar huis gingen. “Laat ik vooropstellen”, zegt Dick van Rossum, hoofd van de stafafdeling bedrijfsvoering in Limburg-Zuid, “dat het sowieso leuk is om tijdens zo’n activiteit een aantal oude bekenden tegen te komen.” |
“In Amsterdam wordt de politie vaak met problemen geconfronteerd die zich daarna ook elders in het land manifesteren”, stelt Van Rossum vervolgens vast. “Dat betekent dat ze daar ook vaak moeten experimenteren met een nieuwe aanpak en wij kunnen daar van leren. Maar”, zegt hij met nadruk, “laten we ook weer niet denken dat de hoofdstad een eiland is. In Heerlen zijn we in de binnenstad met drugsoverlast geconfronteerd die je kunt vergelijken met de problemen op de Zeedijk. De toenmalige burgemeester Sakkers heeft in die tijd hard staan trekken aan wat de ‘Operatie Hartslag’ heet. De aanpak van het woonwagenkamp De Vinkenslag kun je wel vergelijken met die in het westelijk havengebied. Veel van wat ik hoorde was me natuurlijk bekend. Wat ik wel wilde weten, was hoe ze er in Amsterdam in zijn geslaagd tot een gezamenlijke aanpak te komen. Als je criminaliteit en overlast wilt aanpakken moet je samenwerken, anders sta je machteloos.”
Overgaan tot onorthodoxe maatregelen
 |
Peter Klerks speelde een beetje een thuiswedstrijd. Hij is niet alleen senior onderzoeker en lector aan de Politieacademie, maar ook gemeenteraadslid in Amsterdam. Het kost moeite hem te spreken te krijgen. De afspraak staat toevallig op dinsdag 2 november, de dag dat Theo van Gogh is vermoord. |
Als ik hem een dag later uiteindelijk spreek, heeft hij tot diep in de nacht vergaderd. “Waar het om gaat is dat de aanpak integraal is”, zegt hij als ons gesprek uiteindelijk toch op het onderwerp komt waar ik voor gekomen ben. “Maar ik denk dat de nieuwe Bibobwetgeving heel belangrijk is. Het stelt ons nog beter in staat om ondernemers waarvan we denken dat er iets mee aan de hand is, aan te pakken. Onlangs konden we als gemeente eindelijk iets doen tegen horecaondernemer Kooistra, over wie al heel lang geklaagd werd.” “De gemeente Amsterdam zit al veel langer op dit spoor. Bij de NV-Zeedijk is vanaf het begin van de jaren tachtig geprobeerd de drugshandelaars die panden hadden gekocht, aan te pakken. Dat kon door op te treden als de panden overlast veroorzaken. Maar ze zijn ook uitgekocht. Dat klinkt bizar, maar je moet bereid zijn over te gaan tot onorthodoxe maatregelen. Het zogeheten ‘Van Traa-team’ is nog een stap verder gegaan. De aanleiding voor het opzetten van het team was de conclusie van de parlementaire onderzoekscommissie-Van Traa, dat criminelen zich steeds meer in de bovenwereld manifesteerden. Er werd onder andere gewaarschuwd voor de situatie op de Amsterdamse Wallen. Wat het ‘Van Traa-team’ doet, is bekijken hoe je de criminaliteit met bestuurlijke middelen kunt aanpakken. Permanent zijn daar acht mensen mee bezig. Ik denk dat deze werkwijze ook voor andere gemeenten toepasbaar is, zeker met de mogelijkheden die de Bibob-wetgeving biedt om bijvoorbeeld informatie uit te wisselen tussen gemeente en belastingdienst. Vaak was die informatie er dus wel, maar waren er allerlei privacyoverwegingen die verhinderden om er iets mee te doen. Of er werd gewoon langs elkaar heen gewerkt.”
Klerks vindt het westelijk havengebied een uitstekend voorbeeld van hoe je met een integrale aanpak resultaten kunt boeken. “De opdracht waar de partijen voor stonden was de greep weer terug te krijgen. Dat kon alleen door alle betrokken instanties te laten meewerken. Te lang was het zo dat iedereen op zijn eigen manier verantwoordelijk was. En dus niemand. Vooral op bedrijventerrein De Heining was een onoverzichtelijke situatie ontstaan. Om een voorbeeld te geven: op een gebied ter grootte van een voetbalveld waren 44 bedrijven gevestigd. Een plek waar veel mogelijk was. Dat heeft een positieve kant. Je kunt zeggen dat het om de rafelranden van de stad gaat. Het is een uitstekende plek voor beginnende ondernemingen. Het kan een broedplaats zijn voor culturele initiatieven. Aan de andere kant ligt er helaas ook een uitstekende infrastructuur voor criminele activiteiten. Van alles gebeurde er: er zaten veel autosloperijen en er was sprake van XTC-handel en -smokkel.”
Aanpak criminele infrastructuur
 |
Ida Haisma, directeur van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, was ook aanwezig bij de werkbezoek in Amsterdam. “Het goede vind ik dat de aanpak gericht is op een gebied. Normaal gesproken richt de politie zich op het subject. In gewonemensentaal: de boeven. |
Het probleem is dat na zo’n strafrechtelijke aanpak anderen de plek van aangehouden en vervolgde verdachten overnemen. In de bezochte projecten gaat het om de aanpak van de criminele infrastructuur. Dat past in de filosofie van de Amsterdamse politie waarin ‘tegenhouden’ centraal staat, een aanpak waarin veel nadruk ligt op het voorkomen dat een misdrijf gepleegd kan worden.”
“Ik denk ook”, gaat ze verder, “dat het Rijk en gemeenten die nu bezig zijn met de 56 herstructureringswijken (de wijken die door het ministerie tot probleemgebied zijn benoemd en waar nu veel geld wordt besteed aan vernieuwing en verbetering, red.), hier veel van kunnen leren. Ook bij hen zou veel aandacht moeten zijn voor de vraag hoe je buurten zo kunt inrichten dat het moeilijk is om er criminele activiteiten te ontplooien.”
“Wat ik verder sterk vind is de focus op de lange termijn”, zegt Haisma. Maar daarmee komt ze ook meteen bij een eerste kanttekening. “Ik heb wel wat twijfels over de aanpak van het ‘Westpoort-gebied’. Zo’n inval oogt spectaculair natuurlijk. Politiek en politie scoren ermee. Maar is het niet alleen voor de korte termijn? Zijn ze er werkelijk in geslaagd om de voor criminelen gunstige infrastructuur aan te pakken? Of zitten we over een jaar of twee met dezelfde problemen?”
Schaalgrootte bepaalt mede
Dick van Rossum plaatst een andere kanttekening. “In Amsterdam speelt alles zich ongeveer af in één gemeente, met één burgemeester. Wij hebben te maken met meerdere gemeenten. Gelukkig verloopt de samenwerking en de afstemming tussen ‘mijn’ vier burgemeesters erg goed, wat enorm scheelt, maar ik kan me ook voorstellen dat het lastig is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. En dat niet alleen: je krijgt ook sneller de klacht dat de criminaliteit alleen maar verplaatst is, of dat andere gemeenten door calamiteiten tijdelijk hun agenten moeten missen. Om maar niet te spreken over wie de kosten draagt van een gemeenteoverschrijdend project. De schaalgrootte van Amsterdam komt de Bibob-aanpak wel ten goede.”
Voor het programma ‘Bibob by boat’ werd een groot aantal zogeheten ‘strategisch denkers’ van de politie uitgenodigd. |