Columns Vrij Nederland

 

(wel per jaar, verder niet chronologisch)

 

(2001)

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 19-05-2001
Pagina: 039

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hoe smoor je een discussie in de kiem

Circus Elleboog
door Michiel Zonneveld

Een van de eigenaardigheden van onze politieke cultuur is dat we liever niet praten over wat er is gezegd, maar of het eigenlijk wel gezegd mag wórden. Een goed voorbeeld was de discussie die vorige week losbarstte over het artikel van de diplomaat Pieter Marres in de Volkskrant. Tot voor kort was hij de Nederlandse ambassadeur 'in bijzondere dienst' bij het vredesproces in Ethiopië en Eritrea. Hij waagde het hardop de vraag te stellen wat het nut is van ontwikkelingssamenwerking. Als een topdiplomaat met veel Afrika-ervaring zoiets schrijft, zou dat aanleiding kunnen zijn voor een serieus debat in de Tweede Kamer.

Marres is bovendien niet de enige ambtenaar van Buitenlandse Zaken die denkt dat de goede bedoelingen van het Westen de derde wereld vooral afhankelijker van ons maken. Jaarlijks besteedt Nederland 0,8 procent van zijn nationaal inkomen aan hulp aan de derde wereld. Waarom zouden we niet kritisch kijken of dat geld wel goed is besteed? Die vraag leek wel taboe. De meest gehoorde reactie was dat Marres zijn artikel niet had mogen schrijven. Het CDA-kamerlid Gerda Verburg vroeg zich zelfs af of de ambassadeur nog wel goed kan functioneren. En het PvdA-kamerlid Bert Koenders noemde de uitspraken 'niet verstandig'. Vooral die term 'niet verstandig' wordt vaak gebruikt om een discussie in de kiem te smoren. Toen minister van Volksgezondheid Els Borst na afloop van het euthanasiedebat aan NRC Handelsblad een uiterst genuanceerd interview gaf over de net aangenomen wet en de vraag beantwoordde hoe we met dit onderwerp verder moeten gaan, viel bijna heel journalistiek Nederland over haar heen. Mocht je wel praten over mogelijke hiaten in een wet die de Tweede Kamer net had geaccepteerd? De kritiek ging vervolgens over de timing van haar uitspraken – aan de vooravond van Pasen. Christenen gedenken dan het verscheiden van de Here Jezus. Borst gebruikte voor het klaren van haar klus zijn bijbelse woorden: 'Het is volbracht.' En dat namen een aantal gelovigen, van wie sommigen het juist moeilijk hadden met het nieuwe euthanasiebesluit, haar zeer kwalijk. De zogenaamde kritische pers deed er in het geval van Borst nog eens een schepje bovenop. De minister moet voortaan leren 'met meel in de mond te praten', was bijvoorbeeld de conclusie van de Volkskrant. Alsof er al niet politici genoeg zijn die dat kunnen. Bovendien, wanneer komt een opmerking, die een deel van de Nederlanders niet bevalt, wel goed uit? Toen PvdA-partijvoorzitter Marijke van Hees de discussie over de opvolging van Wim Kok aan de orde stelde, riep de halve natie dat ze voor haar beurt sprak. Maar op de kwestie die ze ter sprake bracht, werd inhoudelijk niet ingegaan. Mocht Kok in de zomer beslissen dat de huidige fractievoorzitter Ad Melkert de nieuwe PvdA-leider wordt, dan zal iedereen zeggen dat het te laat is (nog geen jaar voor de volgende verkiezingen) om nog eens uitgebreid over de juistheid van die beslissing te discussiëren. Een andere variant om een debat te vermijden, is om een verwijt af te doen als een strategische fout. Melkert, toch een man die niet gespeend is van tactische gaven, overkwam dat vorige week. In een interview in de Volkskrant zei hij na een lange reeks slijmerige opmerkingen over Kok ook iets dat kennelijk als kritisch moest worden opgevat: als leider van de PvdA had Wim Kok zich volgens hem wat te veel in zijn schulp teruggetrokken en weinig blijk gegeven van een grote ideologische bevlogenheid. Er is geen mens in Nederland die dan zegt: dat is waar en de heer Melkert drukt zich eigenlijk nog wat zwakjes uit. Alle reacties in Haagse kringen en in de media waren in de trant van: 'Melkert graaft zijn graf', 'dezelfde fout die Brinkman maakte' en een 'beginnersfout'. Maar er zijn nog meer trucs om een echte discussie te ontlopen: een uitspraak wordt als 'niet passend' veroordeeld. De minister van Economische Zaken, Annemarie Jorritsma, liet zich in het Vara-radioprogramma Spijkers met Koppen ontvallen dat ze de Franse president Chirac 'een engerd' vond. Dat lijkt mij een goede kwalificatie voor een regeringsleider van een van de grootste westerse landen die zich met behulp van fraude een weg naar de politieke top heeft gebaand. Maar de Tweede Kamer eiste tijdens het wekelijkse vragenuur dat de bewindsvrouw verantwoording aflegde over haar uitspraak. Enkele jaren geleden, als Bolkestein iets zei over minderheden, zorgden verwijzingen naar de 'onderbuikgevoelens' er al snel voor dat een zinnige discussie over de allochtonen in Nederland uit de weg werd gegaan. Op het gevaar af dat het op dit moment niet gepast wordt gevonden, of te vroeg, of te laat, of dat me verweten wordt foute sentimenten te bespelen en ik me dit volgens velen in mijn functie niet kan veroorloven te zeggen, vraag ik me toch af of we blij moeten zijn met deze eigenaardigheden in de Nederlandse discussiecultuur. Er worden daardoor bijna altijd buitengewoon steriele debatten gevoerd. Want vrijwel alle gezagsdragers en parlementariërs hebben inmiddels geleerd om met meel in de mond te praten. In een poging de politiek toch nog spannend te maken, wordt in de media daarom vaak een flets vraaggesprek voorzien van een harde kop. Dit volgens het procédé 'naar boven afronden en vermenigvuldigen tot tien'. Het resultaat daarvan is dat een kamerlid, een minister of een staatssecretaris een volgende keer probeert zo mogelijk nóg voorzichtiger te worden. En burgers wenden zich daardoor verveeld af van de politiek of wachten tot er eindelijk iemand opstaat die weer onfatsoenlijk durft te zijn.

hollandse hoogte

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 26-05-2001
Pagina: 033

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Koppensnellersneurose

Circus Elleboog
door Michiel Zonneveld

Voorspellen is een moeilijk vak. Toch durf ik er veel onder te verwedden dat in de periode die zit tussen het moment dat ik deze woorden schrijf en u dit leest er ergens geëist wordt dat een bestuurder moet aftreden. Een goede kans is dat de naam valt van minister van Justitie Benk Korthals. Hij is steeds verder verstrikt geraakt in de volslagen mislukte rechtszaak tegen de topcrimineel Mink K. Of wellicht wordt minister van Defensie Frank de Grave genoemd. Of anders is het wel een wethouder, die ervoor verantwoordelijk wordt gehouden dat de gemeenteraad onjuist is ingelicht over de aanbesteding van een windwijzer.

Het voortdurende geroep om aftreden maakt een wat krachteloze indruk, vinden veel mensen, omdat maar weinig bestuurders consequenties verbinden aan het maken van fouten. Hoe vaak horen of lezen we niet de verzuchting dat onze politici 'te veel aan het pluche hechten'.Maar dat valt in de praktijk nogal mee. Naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede traden twee wethouders af. In Volendam, na de vreselijke brand, vertrokken een wethouder en de burgemeester. Ook landelijk gaven bewindslieden in de afgelopen vijftien jaar aanmerkelijk vaker hun positie op dan in de periode daarvoor. Het huidige kabinet-Kok zag al twee ministers (Apotheker van Landbouw en Peper van Binnenlandse Zaken) vertrekken. En in Kok I trad staatssecretaris Robin Linschoten af.

En daarvoor, in het laatste kabinet-Lubbers, gingen de ministers Ernst Hirsch Ballin (Justitie), Ed van Thijn (Binnenlandse Zaken) en Gerrit Braks (Landbouw) voortijdig weg. Ook de staatssecretarissen Elske ter Veld (Sociale Zaken) en – na zeven dagen al – Roel in 't Veld (Onderwijs) stapten op. Tijdens Lubbers II beleefden minister Wim van Eekelen (Defensie) en de staatssecretarissen René van der Linden (Buitenlandse Zaken), Guus Brokx (Volkshuisvesting) en Albert Jan Evenhuis (Economische Zaken) een voortijdig politiek einde.

Blijkbaar is het nooit genoeg. Volgens veel critici had in Enschede ook burgemeester Jan Mans moeten aftreden. Eveneens werd geëist dat minister De Grave hiervoor zou moeten aftreden. In Volendam had eigenlijk het héle college het voorbeeld van de burgemeester moeten volgen. Als bestuurders blijven zitten, krijgen ze het verwijt dat de hoge heren en dames elkaar de hand boven het hoofd houden. Maar er is ook sprake van een misvatting die leidt tot wat je onderhand wel de koppensnellersneurose kunt noemen. Gedacht wordt dat de ministeriële verantwoordelijkheid inhoudt dat een bewindspersoon áltijd moet aftreden als er een grote fout is gemaakt. Dat lijkt heel wat. In werkelijkheid houdt die verantwoordelijkheid niet meer in dan dat een bestuurder aan de volksvertegenwoordiging verantwoording moet afleggen over zijn handelen en dat van zijn ambtenaren. Pas daarna is de vraag aan de orde of de bestuurder voldoende vertrouwen van de volksvertegenwoordiging geniet. In het debat in de Tweede Kamer over de ramp in Enschede zag je hoe een deel van de oppositie deze twee verschillende zaken door elkaar husselde. Frank de Grave erkende dat er op zijn departement fouten waren gemaakt, maar iedereen weet donders goed dat een minister niet persoonlijk toezicht kan houden op het functioneren van elke afdeling en ambtenaar. Bovendien betekent het toegeven van het maken van fouten nog niet dat er voldoende vertrouwen aanwezig is dat de minister en zijn ambtenaren in de toekomst hun leven zullen beteren. Toch mocht De Grave na deze knieval meteen van iedereen – inclusief de oppositie – blijven zitten.Je hoort vaak dat het vertrek van een minister belangrijk is als 'signaal' voor zijn ambtenaren. Het moet een teken zijn dat de ambtelijke cultuur op zijn departement moet veranderen. Dat zou bijvoorbeeld voor Korthals een reden tot vertrek kunnen zijn. Hij is nu al enkele keren in de Kamer afgegaan omdat de informatie die hij van zijn ambtenaren had gekregen achteraf niet juist bleek te zijn. Maar moet de Tweede Kamer zijn vertrek eisen? Het lijkt me een extreme maatregel die je alleen neemt als Korthals vervolgens weinig voortgang boekt in het op orde brengen van zijn ministerie. Zo'n sanctie kan bovendien averechts werken, want ambtenaren wordt zo een mooi middel aan de hand gedaan om zich van een lastige minister te ontdoen: geef hem wat achterhaalde cijfers mee als hij naar de Kamer moet.Het grootste nadeel van een discussie over een mogelijk gedwongen vertrek is dat op de achtergrond raakt hoe nieuwe fouten kunnen worden voorkomen. Allang voordat de conclusies over het beleid worden getrokken, circuleren in de media de namen van de schuldigen op de 'dodenlijsten'. Het is dan ook niet vreemd dat de bestuurders en de verantwoordelijke ambtenaren vervolgens volkomen verkrampt gaan opereren in het debat.

Hollandse hoogte

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 02-06-2001
Pagina: 031

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Kennis is niets. Bekendheid is alles

Circus Elleboog
door Michiel Zonneveld

Ad Melkert merkte vorig jaar tijdens het EK-voetbal op tamelijk smadelijke wijze hoe geliefd Erica Terpstra is. Samen met de diva van de VVD was hij voor een live radio-uitzending in het Amsterdamse café Dante uitgenodigd. Het verzamelde voetbalpubliek juichte toen ze binnenkwam. Een aanwezige liep op de toekomstige PvdA-leider af en vroeg hem : wie bent u dan wel?

Erica Terpstra is het levende bewijs van de stelling dat arbeid dan misschien wel adelt, maar niet loont. Zelden zie je Terpstra in de Tweede Kamer en toch blijkt dat niets af te doen aan haar media-exposure. Ze weet haar momenten te kiezen. Als andere kamerleden met gebogen rug van de ene commissievergadering naar de volgende hoorzitting lopen, strekt Erica zich op een hotelbed ergens op de wereld nog eens uit. Na een welbesprenkelde lunch of diner begeeft ze zich dan naar een wedstrijd van Oranje. Het maakt haar niet uit om welke sport het gaat, als ze maar vlak na het fluitsignaal onze jongens of onze meisjes voor het oog van de camera om de hals kan vallen.

Het is de sleutel tot haar succes. Wie beroemd is, wordt door het volk bijna alles vergeven. Slechts weinigen kan het iets schelen dat Terpstra in het vorige kabinet vooral staatssecretaris van Sport was en daarom wat weinig toe kwam aan de andere delen van haar portefeuille, zoals het oplossen van zoiets weinig opwindends als de wachtlijsten in de ouderenzorg. Bij haar collega-politici bestaat natuurlijk afgunst. Dat wordt duidelijk als ze weer eens wordt afgewezen bij een sollicitatie naar de baan van commissaris van de Koningin of burgemeester. Maar zou Terpstra echt over dit soort nederlaagjes inzitten?

Zeker na vorige week lijkt me dat onwaarschijnlijk. Ze beleefde toen haar moment van absolute glorie. Uit een enquête van het opiniebureau Nipo bleek dat ze de bekendste parlementariër van ons land was. Van alle kiesgerechtigden kent 91 procent haar. De gemiddelde bekendheid van een kamerlid, 10 procent, steekt hier zeer schril bij af. Ze laat zelfs toppolitici als haar leider Hans Dijkstal (83 procent) D66-fractieleider Thom de Graaf (67 procent) en kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven ver achter zich.Het onderzoek kreeg maar weinig aandacht in de media. Dat is te begrijpen. Op de eerste plaats is er de wet van de zich versnellende irrelevantie. Als blijkt dat iets onbelangrijk wordt gevonden, bericht niemand erover omdat het onbelangrijk wordt gevonden, waardoor het nóg onbelangrijker wordt. Op de tweede plaats zijn de politieke redacties van kranten, tijdschriften en omroepen niet gek. Met dit nieuws in de hand zal hun personeelssterkte bij de volgende bezuinigingsronde tot minimale proportie worden teruggebracht. Het is jammer dat zo weinig mensen zich druk maakten over het verschijnsel van het anonieme kamerlid. Dat blijkt steeds vaker voor te komen (in 1993 was de gemiddelde bekendheid van kamerleden nog 6 procent hoger). Nadere studie naar de uitkomsten leert bovendien dat de werkelijkheid erachter nog veel schokkender is dan ze op het eerste gezicht lijkt.Daartoe moet ik enige duidelijkheid verschaffen over de onderzoekmethode. De enquêteurs hebben 908 kiesgerechtigde Nederlanders de namen van de kamerleden voorgelegd. Vervolgens is de vraag gesteld of die bij hen bekend waren. Als het antwoord ja luidde dan was dat voldoende. Het hoeft geen betoog dat als de vraag anders was gesteld (zoals: kent u de man op deze foto, of: is deze vrouw een kamerlid of presenteert ze Den Haag Vandaag?) de beroemdheidsscore van de parlementsleden nog veel lager was uitgepakt.Wie even doordenkt begint het te duizelen. Wat weet de Nederlander eigenlijk van de politiek? Regelmatig lezen we onderzoeken die aantonen hoe gebrekkig de kennis van de Nederlander van de eigen geschiedenis is. Met slechts een klein beetje suggestieve vraagstelling wordt volmondig beaamd dat Willem van Oranje bij Dokkum werd vermoord, De Telegraaf en het Algemeen Handelsblad verzetskranten waren en dat het stadion waarin Nederland de WK-finale van 1974 verloor, Die Grebbenberg heette.

Het zou een leuk idee zijn om eens een onderzoek te doen naar de politieke feitenkennis. Ik voorspel u dat een meerderheid van de Nederlanders dan vindt dat Van Mierlo leider van D66 moet blijven en er geen bezwaar tegen heeft dat Beatrix de meeste kabinetszittingen bijwoont.

Het onderzoek wordt natuurlijk nooit uitgevoerd. Net als de politieke redacties zijn ook de opinieonderzoeksbureaus niet gek. Ze willen niet het risico lopen hun eigen markt te verpesten. Want ze verdienen geld door met haast mathematische precisie bij te houden wat voor electorale effecten een uitspraak van een politicus heeft. Dagelijks lezen we in de krant dat onderzocht is wat het electoraat vindt van het beleid van Els Borst, de dieselaccijns en de kilometerheffing. Wie zal zich er nog voor interesseren als bekend is dat de meeste mensen niet weten wat een kilometerheffing is?Hoe begrijpelijk dergelijke overwegingen van zakelijke aard ook zijn, het is wel te betreuren dat ze de doorslag geven. Het onderzoek zou ons een ontnuchterend en dieper inzicht geven in het wezen van de democratie. Namelijk dat het ook het recht inhoudt van burgers een mening te hebben over dingen die ze niet weten.PS De vorige keer is een hinderlijke fout in mijn column geslopen. Er stond dat het belachelijk was dat zelfs de oppositie De Grave in het debat over Enschede niet naar huis wenste te sturen. Ik bedoelde juist dat het belachelijk was dat ze dit wél wilde. Het was u ontgaan? Schaam u niet. Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de lezers denkt dat deze column over een kindercircus gaat.


Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 09-06-2001
Pagina: 031

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Heette deze rubriek niet Circus Elleboog?

De Vlucht van de Politiek
door Michiel Zonneveld

Het is middernacht en ik kom maar niet op dreef. Dat is de schuld van Annelies Heesakkers. Zij is niet alleen een trouwe lezer van dit weekblad, maar ook de directeur van Circus Elleboog. Ze schreef een brief aan de hoofdredactie van Vrij Nederland. Ze betreurt het dat de positieve associatie die Circus Elleboog oproept wordt gebruikt in een rubriek die niets met variété te maken heeft. Sterker nog, ze vindt het een misbruik van de naam van dit instituut, dat inmiddels al tweeënvijftig jaar bestaat en dat bovendien prachtige doelstellingen heeft zoals 'gelijkwaardigheid, respect, creativiteit en samenwerking'.

Wat heb ik het kindercircus aangedaan? Het lukt me niet goed het allemaal te bevatten. Hoe komt mevrouw Heesakkers erbij dat al uit de eerste alinea van de eerste aflevering duidelijk wordt dat ik absoluut niet een 'positief verwachtingspatroon' zou willen oproepen?

Voor alle zekerheid las ik deze passage nog eens over. 'Eén van de eigenaardigheden van onze politieke cultuur is dat we liever niet praten over wat er is gezegd, maar of het eigenlijk wel gezegd mag worden,' begint het. Vervolgens illustreer ik dat met een tamelijk onschuldig voorbeeld. Is deze passage strijdig met een mensbeeld waarbij onder andere gelijkwaardigheid en respect de pijlers zijn?

Het is een uur na middernacht en ik kom nog steeds niet op dreef. Nu is er het zelfverwijt dat me uit mijn slaap en van mijn werk houdt. Mevrouw Heesakkers heeft wel een beetje gelijk, gaat het door mijn hoofd. Er wordt een verband gelegd tussen politiek bedrijven en ellebogenwerk. Maar is dat een reden om (op een overigens subtiele en charmante wijze) met juridische stappen te dreigen? Een lezer kan de titel ook positief opvatten. Weliswaar wordt er met ellebogen gewerkt, kan worden gedacht, maar uiteindelijk is het niet meer dan een circus waarover een mens zich vrolijk kan maken. Volgens de directeur van het kindercircus blijkbaar niet. Elke associatie met de politiek is in haar ogen schadelijk. Dat zou de politieke partijen te denken moeten geven, maalt het door mijn hoofd. Hoe vaak lazen we al niet dat het somber is gesteld met de reputatie van de politiek. Overigens is dat bepaald geen exclusief Nederlands verschijnsel. In de Verenigde Staten mochten burgers niet zo lang geleden een ranglijst opstellen van beroepsgroepen waarvan ze vertegenwoordigers vertrouwden. De politici stonden op de één na laatste plaats (lager dan advocaten, maar toch net iets hoger dan journalisten). Dan valt me op dat er iets merkwaardigs aan de hand is met de slechte naam van 'de' politiek. Iedereen weet dat er geen huwelijk is waarin de echtelieden niet regelmatig de waarheid verdraaien. Dat is geen reden om je zorgen te maken over de reputatie van dit instituut, omdat een wijs mens begrijpt dat zonder een regelmatige leugen geen echtverbintenis standhoudt.Moeten we ons dan wel zorgen maken als uit kiezersonderzoek blijkt dat een overgrote meerderheid van de burgers vindt dat politici de neiging hebben de dingen soms anders voor te stellen dan ze zijn? Stelling bij het krieken van de morgen: de politiek is als een spiegel en wat we zien bevalt niet altijd. Want wat we zien, is onze innerlijke tegenstrijdigheid. De grootste tegenstrijdigheid is natuurlijk die tussen bedoelingen en daden. Bijna ieder mens zal zeggen dat hij rekening houdt met anderen, gedreven wordt door een grote onbaatzuchtigheid, maar om eindeloos veel redenen gedwongen is voor zichzelf op te komen. Uiteindelijk is het niet het eerste, maar het laatste dat het functioneren van de samenleving bepaalt. Gans het raderwerk zou stilvallen zonder het najagen van het eigenbelang.

Van politieke partijen verlangen we dat ze zich opstellen als een soort Verenigingen Tot Nut Van Het Algemeen. Het probleem is alleen dat maar weinig mensen op zo'n partij (D66) willen stemmen. Wie terugkijkt ziet dan ook dat alle grote politieke partijen zijn opgericht met het oog op een deelbelang. De christelijke partijen streefden een herkerstening van de natie na en wilden een bijzondere positie voor het katholieke en protestantse onderwijs. De socialistische partijen zijn opgericht als middel in de strijd voor de rechten van arbeiders. De liberalen hadden meer oog voor het vrije ondernemerschap.

De politiek is tot de dag van vandaag een strijd tussen de grote en kleine belangen van werknemers, ondernemers, huizenbezitters en mensen met een uitkering et cetera gebleven. Ze zal daarom altijd geassocieerd worden met de kanten van het leven die we liever niet willen kennen: ruzie, een gevecht om de macht en het beschikbare geld. Een alternatief is er niet. Zodra een partij de strijd opgeeft zal deze verweten worden de eigen achterban te verwaarlozen. En als alle partijen zich echt alleen voor het nut van het algemeen zouden inzetten, dan was de politiek zo dood als een pier.PS. Vanaf heden heet deze rubriek 'De vlucht van de politiek'. Dat kan negatief worden uitgelegd: de politiek is op de vlucht. Het kan ook positief worden uitgelegd: de vlucht die de politiek neemt. We denken niet dat er een kindercircus bestaat dat 'De vlucht van de politiek' heet.

anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 16-06-2001
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Nederland is bang
door Michiel Zonneveld

Het is nog niet eens zo lang geleden dat veel progressieve politicologen een optimistische visie hadden over de toekomst van de politiek. Door de toename van de welvaart zouden de partijen zich veel minder gaan bezighouden met zaken die te maken hebben met de harde strijd om te bestaan. Het zou uit zijn met de eindeloze gevechten over de verdeling van de inkomens. De agenda van de eenentwintigste eeuw zou gevormd worden door kwesties als culturele openheid, de emancipatie van de vrouw, democratisering en de verbetering van het milieu. Aan de einder verscheen het libertaire sprookje van de homo ludens of, om in marxistiche termen te spreken: het visioen van de bevrijding van de arbeid.

Het waren niet de minsten die zich alvast verlustigden aan het vooruitzicht. De drie PvdA-ideologen Paul Kalma, Paul Scheffer en Jos de Beus zagen in deze verandering van, wat zij heel chic het 'politieke paradigma' noemden, de basis van een progressieve volkspartij. De PvdA, die vastzat in de geschiedenis van de klassieke klassestrijd, had zichzelf overleefd.Het is 2001 en de partijen schrijven nu aan hun verkiezingsprogramma. De kans is nihil dat er een heel nieuwe politieke oriëntatie uit zal blijken. De 'achterhaalde' PvdA is inmiddels, zowel in de opiniepeilingen als in de Tweede Kamer, de grootste partij. D66, dat de meeste door Kalma cum suis bewierookte postmateriële waarden vertegenwoordigt, steekt er wat troosteloos bij af.Wim Kok formuleerde afgelopen weekeinde op een PvdA-bijeenkomst nog eens de thema's waar het kabinet zich met elan op zal storten: de WAO en een nieuw stelsel in de volksgezondheid. Eerder die week maakte hij zich druk over de inkomensverdeling. Dit naar aanleiding van een onderzoek waaruit blijkt dat de top van het bedrijfsleven zichzelf verrijkt.Het zijn dezelfde onderwerpen die Kok ook al bezighielden toen hij begin jaren zeventig zijn opwachting maakte als voorzitter van het NVV. PvdA en VVD strijden nog steeds over de omvang van de overheidsbestedingen en de lasten van de burgers. De afgelopen weken heeft de VVD het weer als vanouds strijdvaardig opgenomen voor de autobezitter. Het rekeningrijden is gesneuveld, dus weg met de kilometerheffing! Met het geleidelijk verdwijnen van het christendom lijken de Nederlanders zich eerder meer, dan minder te laten leiden door materialistische thema's.Is dat erg? Want de vooronderstelling dat dan de weg vrij is voor de agenda van de idealisten, lijkt me op weinig gebaseerd. Ze vergeten dat angst altijd de tweede raadgever van de kiezer was. Vroeger was er de vrees dat de wereld vernietigd zou worden door atoombommen, dan weer dreigde het gevaar van het internationale terrorisme of de maffia. De Rus stond aan de grens en er zijn er nog altijd onheilsprofeten, die waarschuwen voor de hegemonie van de Chinezen.Van de kernraketten wisten we nog min of meer waar ze stonden en wie ze kon afschieten. De nieuwe gevaren loeren overal. Elke maand lijkt er weer een andere aanleiding tot paniek en bangmakerij. Afgelopen weken ging het over de toenemende jeugdcriminaliteit en het multicultidebat, waarin vooral aandacht is voor de gevaren van de fundamentalisten in ons land. De publiciteit over deze onderwerpen draagt bij tot een onbestemd onbehagen.Het probleem is dat de angst zich aan elke rationaliteit onttrekt. Het WODC, dat is het onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie, dat verantwoordelijk was voor het onderzoek naar criminaliteit onder jongeren, kwam juist met geruststellende uitkomsten. Het geweld was de afgelopen jaren niet toegenomen. Na alle opwinding over de recente uitspraken van politiecommissarissen over de verharding van de steeds jongere boefjes was dat groot nieuws.Maar toch haalde deze primeur de media niet. Sterker nog: de kranten die er wel over schreven trokken een tegenovergestelde conclusie. Slechts één journalist, van het Algemeen Dagblad, berichtte adequaat. Hij interviewde onderzoeker Maurits Kruisink van het WODC. De wetenschapper gaf een mogelijke verklaring voor het vertekende beeld dat is ontstaan over het gebruik van geweld door jeugdige criminelen: 'Door ernstige incidenten als met Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker, is de maatschappij veel meer gefocust op geweld. Slachtoffers doen dan eerder aangifte. En politie en justitie denken sneller: er is iets aan de hand, we moeten meer doen.' Typerend voor het huidige angstklimaat is de kop die boven het artikel stond : Jongerengeweld 'gewoon keihard omhoog'. Voor alle duidelijkheid: de woorden die worden aangehaald zijn niet afkomstig van Kruisink, vermoedelijk van een koppenmaker.Ook bij het multicultidebat is er een eenzijdige aandacht. Er is bijvoorbeeld nauwelijks opwinding over moskeeën (Assen en afgelopen vrijdagavond Apeldoorn) die in de as zijn gelegd. De verontwaardiging richt zich vooral tegen El-Moumni, een tamelijk obscure imam uit Rotterdam-Zuid met tamelijk middeleeuwse opvatting. Waarom toch? Niet omdat hij zoveel invloed heeft op de jeugd. Jongeren zijn in zijn moskee nog zeldzamer dan de door hem zo verachte homoseksuelen.

En vanwaar alle opwinding over het dragen van hoofddoekjes in de rechtszaal, bij de politie en op school? Het zou niet mogen omdat Vrouwe Justitia nu eenmaal blind is. Het zou niet mogen omdat een agente boven alle partijen moet staan. Het zou niet mogen omdat het dragen van een doek symbool is voor de onderdrukking van de vrouw.

Al die verontwaardiging is niet los te zien van een groeiende angst voor moslims. Dat het een slechts een kwestie van tijd is voordat zij de dienst uitmaken, dat het dan gedaan is met onze vrijheden. Natuurlijk, er komen steeds meer islamieten in Nederland, maar ze vormen in vergelijking met de chistenen die hier wonen een kleine groep. En slechts een kleine minderheid zijn fundamentalisten van het type El-Moumni. Maar deze feiten vermogen geen indruk te maken. De onfundeerde angst regeert. Daarom kan me de komende verkiezingsstrijd niet ouderwets genoeg zijn. Het mag dan belegen zijn om maar weer eens ruzie te maken over het groeiende aantal WAO'ers en de files. Maar het gaat tenminste over problemen waarvan iedereen weet dat ze echt bestaan.


Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 23-06-2001
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het dodelijke dilemma van D66
door Michiel Zonneveld

Politici van de meeste partijen doen vaak wat lacherig over het strategische onvermogen van de D66-collega's. Het zal in de komende weken waarschijnlijk niet anders zijn. De Democraten staan namelijk voor bijzonder lastige keuzen als de senatoren van de VVD werkelijk tegen het voorstel van het kabinet stemmen dat burgers de kans wil geven hun eigen burgemeester te kiezen.

Wie het afscheidsinterview met de voorzitter van de Eerste Kamer Frits Korthals Altes in het Algemeen Dagblad van afgelopen zaterdag leest is geneigd te denken dat de kans daarop groot is. 'Dit is voor mij en de VVD-fractie een moeilijk punt,' waarschuwt hij, en laat daarop retorisch volgen: 'Moet de ministerraad zomaar meneer Westbroek benoemen als de bevolking hem kiest?'Het zou niet de eerste keer zijn dat een senator dreigende woorden gebruikt om de naderende aftocht te dekken. Hans Wiegel was twee jaar geleden de grote uitzondering op de regel. Met een beslissende tegenstem torpedeerde hij toen de referendumwet. Maar met een beroep op hogere politieke belangen en wat gezwaai met een minimale toezegging is menige aanvankelijk 'onaanvaardbare' wet toch nog aangenomen.Wat moet D66 doen als het deze keer onverhoopt wel anders loopt? De kans dat de VVD volhardt mag ook weer niet helemaal worden uitgesloten. Het zou kunnen dat de senatoren hun vakbroeders in de Tweede kamer eens willen laten zien wat ze waard zijn. Dat ze revanche nemen na het vernederende portret dat enkele weken geleden in NRC Handelsblad verscheen. Ze werden voor heel het volk neergezet als een gezelschap jaknikkers. De opmerking van Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven in dat artikel, dat het college dat aan de overkant van het Binnenhof resideert 'overbodig' is, kan gemakkelijk als een aanmoediging worden opgevat om nu eens de poot stijf te houden.Het is zeer de vraag of er een uitweg zal zijn voor D66. Bert Bakker, vice-voorzitter van de Tweede-Kamerfractie, ontweek afgelopen zondag in het tv-programma Buitenhof alle vragen hierover. Geef hem eens ongelijk. Als zijn partij gewoon in het kabinet blijft zitten, zal D66 voor lange tijd de risee van politiek Den Haag zijn. Al vijfendertig jaar horen we tot vervelens toe over dit 'kroonjuweel': het akkoord over de gekozen burgemeester dat met PvdA en VVD werd gesloten is door D66 als een historische overwinning gepresenteerd. D66 heeft al de status van 'junior partner' in de coalitie. Moet het zich nu laten degraderen tot klein duimpje van Paars?Breken dus? Dan beginnen de problemen voor D66 pas echt. Twee jaar geleden had de partij ook al een akelige ervaring toen het er na de Nacht van Wiegel naar uitzag dat ze afscheid zou moeten nemen van de coalitie. Zeker, er was waardering voor haar standvastigheid. Dat bleek wel uit opiniepeilingen. Maar er was geen beloning. Want alle onderzoekers voorspelden ook dat D66 de grote verliezer zou zijn als het tot tussentijdse verkiezingen kwam.Het zwakke punt van D66 kwam toen ook duidelijk aan het licht. Aan de ene kant is de staatsrechtelijke vernieuwing voor de leden van de partij de reden van bestaan. Maar tegelijk zijn de voorstellen die D66 gedaan heeft op dat terrein voor de meeste van zijn kiezers nauwelijks een reden om op de partij te stemmen.Als dat al voor het correctief referendum gold, dan zeker voor het huidige burgemeestersplan. Want dat is, om het zacht uit te drukken, nogal slonzig. Van een vrije verkiezing is nauwelijks sprake. Het begint er al mee dat de gemeenteraad mag beslissen óf hij een keuze aan de burger voorlegt. Vervolgens ontbreekt het democratische recht van de vrije kandidaatstelling. Het is weer de gemeenteraad die uitmaakt tussen wie er gekozen kan worden. Tot slot mag de minister de wens van de burger negeren en een andere kandidaat benoemen. Over de interpretatie van dit laatste punt bestaat grote onenigheid. PvdA en VVD benadrukken dat de minister natuurlijk altijd de wil van de kiezer volgt. Voor de senatoren van de VVD is die interpretatie een belangrijke reden om tegen te stemmen.Kunt u het nog volgen? Op zijn best kan het wetsvoorstel uitgelegd worden als een klein stapje op weg naar het grote D66-doel. Maar het lijkt me niet het sexy thema waarmee de kiezer kan worden verleid.Als D66 uit het kabinet stapt lijkt de partij net op een pokerspeler die in de laatste ronde alles verliest. Wat zal er bijvoorbeeld met het correctief referendum gebeuren? Na de nederlaag van twee jaar geleden, besloot het kabinet het wetsontwerp opnieuw in te dienen. In de komende maanden zou de winst alsnog worden binnengehaald. Alleen niet als het kabinet valt natuurlijk.Bij de volgende verkiezingen zou Thom de Graaf voor een kansloze zaak staan. Met welke prestaties kan hij dan pronken? De successen in de volksgezondheid? Grapje.In het verleden boekte de partij succes als redelijk alternatief voor de kijvende grote partijen. Het is lastig die rol te spelen als je net zelf uit een kabinet bent gestapt. Bij de laatste verkiezingen kreeg D66 op de valreep de stemmen van mensen die een voortzetting van het paarse kabinet wilden. Daar hoeven ze dan natuurlijk ook niet op te rekenen.Ziehier het dodelijke dilemma. Het enige wat de Democraten kunnen doen is hopen dat de VVD inbindt. Daar heeft die partij overigens alle reden toe.Volgende week verder.

thom de graaf, foto:anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 30-06-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De jukeboxdemocratie
door Michiel Zonneveld

Enkele weken geleden deed zich een curieus verschijnsel voor. Hans Dijkstal verklaarde op een bijenkomst met wetenschappers en journalisten plechtig dat hij veel vaker nee zou zeggen als hem om een interview werd gevraagd. Politici moesten zich weer meer met de grote politieke lijnen bezighouden. Het paste niet bij hun status om altijd maar ja te zeggen tegen verslaggevers die om een onderwerp verlegen zaten. De politicus verzon er een prachtig woord bij: de jukeboxdemocratie. Eindelijk een VVD-leider die zich serieus zorgen maakt over de toekomst van de democratie, leek het even. Het mooie was dat er een politieke belofte werd gedaan die eenvoudig waar te maken is.

Het bleek in de praktijk een opmerking in de categorie: ik drink geen druppel meer (André Hazes) en dit is echt mijn laatste huwelijk (Elizabeth Taylor). In de dagen daarop stond de VVD-leider de ene na de andere verslaggever te woord. Vooral om uit te leggen waarom hij vaker 'nee' zou zeggen als zijn mening gevraagd werd. Het merkwaardigste was misschien nog wel dat Hans Dijkstal ermee wegkwam.

Blijkbaar zijn we erop geprogrammeerd de opmerkingen die de VVD'ers maken over de democratie maken niet al te serieus te nemen. Die houding steekt schril af tegen de bejegening van D66 op dit punt.

Dat de VVD weinig tegenspraak krijgt is des te merkwaardiger omdat veel politici van de partij zich graag plaatsen in de traditie van Goeman Borgesius, Thorbecke en Cort van der Linden. Dat zijn staatslieden die voor de vorming van de parlementaire democratie van beslissende betekenis zijn geweest. Het is ook beslist niet flauw om te zeggen dat de naam Volkspartij voor Vrijheid en Democratie wél tot iets verplicht.

De houding van de VVD wordt op dit moment simpelweg gekenmerkt door gemakzucht en conservatisme. Een combinatie die in de politieke praktijk tot nu toe heel bruikbaar was. Er bestaat bij de zich liberaal noemende politici dan ook weinig aandrang zich echt druk te maken over de staatkundige vernieuwing.

Van de opgewonden verhalen over oplopende onvrede onder burgers wil de VVD natuurlijk niet horen. Dijkstal verklaarde enkele weken terug in Vrij Nederland blijmoedig dat de gemiddelde burger heel tevreden is en dat er van een kloof tussen burger en politiek geen sprake is. Zijn voorganger, Frits Bolkestein, maakte het enkele jaren geleden nog bonter. Hij stelde dat de steeds lagere opkomst bij de verkiezingen erop duidde dat burgers zo tevreden zijn dat ze het niet eens meer de moeite waard vinden om de gang naar de stembus te maken. Een raadselachtige analyse die om onverklaarbare redenen toch nog serieus werd genomen. De opkomst in de Amsterdamse Bijlmer en de Rotterdamse wijk Crooswijk is laag bij verkiezingen. Die in Wassenaar en Rosmalen juist heel hoog. Wilde de heer Bolkestein zeggen dat de politieke tevredenheid in de door werkloosheid en criminaliteit getroffen volkswijken groter is?

Nog een geval van een VVD'er die gemakkelijk wegkomt: Frits Korthals Altes over de gekozen burgemeester. Daar is de scheidende voorzitter van de Eerste Kamer natuurlijk tegen. Er moet gezegd worden dat hij niet de enige is die weinig ziet in de plannen van het kabinet. Er zijn in dit land geen staatsrechtgeleerden die zelfs maar kunnen uitleggen wat het wetsvoorstel van het kabinet precies inhoudt. De compromissen die de drie partijen hebben gesloten hebben tot een paarse potpourri geleid. Onder het mom van de staatkundige vernieuwing en het dichten van de kloof tussen burgers en politiek zullen de kiezers hoorndol gemaakt worden. In het ene geval wordt hun wel een keuze tussen de kandidaten voorgelegd. In het andere geval kan de gemeenteraad iemand naar voren schuiven. In weer andere steden blijft alles bij het oude. Maar in alle gevallen geldt dat niet de burger maar het kabinet het laatste woord heeft. Het wetsvoorstel is een recept voor grote politieke teleurstellingen. Vooral ook omdat de burgemeester nauwelijks politieke macht krijgt. Eventuele beloften aan de kiezer kunnen dus nooit worden waargemaakt.

Korthals Altes bewees in een interview met het Algemeen Dagblad dat het mogelijk is het verkeerde gelijk te hebben. Als senator had hij zich beter kunnen beperken tot de kritiek dat de wet in de praktijk onwerkbaar is. De gangbare visie over de rol van de Eerste Kamer is dat het haar belangrijkste taak is om te toetsen of wetsontwerpen wel goed in elkaar zitten. Korthals Altes koos daarentegen voor een inhoudelijke kritiek die in de eenentwintigste eeuw wat merkwaardig klinkt. 'Moet de ministerraad zomaar meneer Westbroek benoemen als de bevolking hem kiest?'

De VVD'er keerde zich met deze uitspraak niet alleen tegen het voorstel van het kabinet, hij verwierp hiermee het principe van de democratie. Het doet een beetje denken aan het dilemma waarmee het constitutionele hof in Joegoslavië vorig jaar worstelde: moeten we zomaar ene meneer Kostunica benoemen als de bevolking hem kiest?

Moeten we ons nu druk maken over de woorden van Korthals Altes? Ik denk niet dat de opstelling van de VVD'ers in de Eerste Kamer tot een crisis in de coalitie leidt. Met een enkele toezegging zullen de VVD-senator en zijn vrienden worden gelijmd. Het onderwerp wordt nu ook niet belangrijk genoeg gevonden om een kabinetscrisis te riskeren. Zijn partij is op dit moment al de grootste partij in de peilingen. Als Wim Kok afscheid neemt als premier en leider van de PvdA lijkt niets een overwinning in de weg te staan. Waarom zouden de liberalen dan risico's nemen?

Ik denk evenmin dat we het bewijs zien van een anti-democratische tendens in de VVD. Het is niet meer dan een aberratie uit een partij die te lui is om te denken als het gaat om politieke vernieuwing.

anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 07-07-2001
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Een nieuwe premier kies je achteraf
door Michiel Zonneveld

Wie de verlekkerde voorbeschouwingen leest en hoort van de verkiezingen van volgend jaar waant zich in een ander land. We worden voorbereid op een welhaast Amerikaans gevecht om het premierschap tussen Ad Melkert (als Wim Kok tenminste echt opstapt) en Hans Dijkstal. De lijsttrekker van de grootste partij krijgt de hoofdprijs. Dit is volgens veel politici en journalisten de vanzelfsprekende gang van zaken.

Dat is niet vreemd. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar in de meeste grote democratieën gaat een wisseling van het leiderschap doorgaans als volgt in zijn werk: iemand wordt eerst de leider van een partij; daarna wint hij de verkiezingen, waarna hij tot premier of president wordt benoemd.

Als het ook in Nederland volgens deze procedure zou gaan ziet het er slecht uit voor Ad Melkert. Uit bijna elk kiezersonderzoek blijkt dat hij weinig kans maakt in een rechtstreekse confrontatie met Dijkstal te winnen. Vorige week bracht RTL-nieuws weer cijfers die voor de beoogde opvolger van Wim Kok uiterst ontmoedigend moeten zijn. Hij komt niet eens in de top-tien voor van de meest populaire politici, zo bleek uit de enquête die het bureau Intomart voor de zender had uitgevoerd. Zijn partijgenoten Wim Kok (nummer 1 op de lijst), Klaas de Vries, Willem Vermeend en Evelien Herfkens bleken geliefder. Op de hitlijst van de minst populaire politici kwam Melkert wel voor, als nummer 7.

Toch is er een beetje hoop voor Melkert. Want Nederland heeft een unieke traditie bij het aanwijzen van een regeringsleider. Een premier maakt na een gewonnen verkiezing nog veel kans op een prolongatie van zijn functie. Wie deze positie voor het eerst wil bemachtigen zou ik haast willen aanraden om de verkiezingen vooral niet te winnen. De geschiedenis leert ons op dit vlak meer dan vergelijkingen met het buitenland.

De belangrijkste staatsman in het decennium voor de Tweede Wereldoorlog was Colijn. Maar zijn Anti-revolutionaire Partij kwam bij verkiezingen niet in de buurt van de score die de katholieken haalden. Na de oorlog veranderde er in dit opzicht niet veel.

De eerste die na de bevrijding tot het hoogste politieke ambt werd uitverkoren was Schermerhorn – zonder dat er verkiezingen waren gehouden. Een jaar later volgde de KVP'er Beel hem op. Diens partij was als grootste uit de bus gekomen, maar haalde die overwinning met Romme als leider. 1948: de KVP won weer, de PvdA met Drees behoorde tot de verliezers. Toch werd de laatste de nieuwe eerste minister. Na de val van het laatste kabinet-Drees in 1958, keerde Beel, zonder tussentijdse verkiezingen, even terug op zijn oude post. Toen de KVP, met opnieuw Romme als eerste man op de stembiljetten, in 1959 weer de overwinning kon opeisen, werd tot ieders verrassing de tamelijk onbekende De Quay (op dat moment commissaris van de Koningin in Noord-Brabant) de nieuwe premier. 1963: de KVP was zo verdeeld, dat de partij met vier verschillende lijsttrekkers aantrad. Weer een andere vertegenwoordiger van die partij, Marijnen, werd uitverkoren. Na de val van zijn kabinet werd hij, zonder dat er verkiezingen werden uitgeschreven, vervangen door partijgenoot Cals. Die moest op zijn beurt het veld ruimen voor de Anti-revolutionair Zijlstra. De ARP was toen in omvang de vierde partij van het land.

In 1967 waren er weer verkiezingen en werd Schmelzer lijsttrekker van de KVP. Die schoof bij de kabinetsformatie Piet de Jong naar voren. Vier jaar later loste AR-politicus Biesheuvel deze weer af. De ARP was op dat moment nog steeds de vierde partij van het land. De PvdA haalde in 1977 een eclatante zege. Toch werd verliezer Van Agt de eerste CDA-premier. Hij was in 1983 voor het laatst lijsttrekker. De verkiezingen waren geen succes voor het CDA en de PvdA werd weer de grootste partij. Maar dat deed er allemaal nauwelijks toe. Van Agt maakte bekend dat hij had besloten zich terug te trekken en Ruud Lubbers werd, tot verbijstering van de kiezer, uit de hoed getoverd. Wim Kok mocht in 1994 pas minister-president worden nadat de PvdA met hem als lijsttrekker zeventien kamerzetels had verloren.

Welke verslaggever van CNN kan dat allemaal uitleggen? De enige politicus van na de oorlog die eerst lijsttrekker werd, daarna de verkiezingen won en tot slot als de nieuwe premier aantrad was Joop den Uyl, in 1973.

Het interessante is dat in Nederland de illusie wordt gekoesterd dat de Nederlandse democratie 'eigenlijk' niet afwijkt van die van de andere landen. Hoe vaak zijn er niet 'bijzondere' omstandigheden aangevoerd om uit te leggen waarom het in Nederland deze keer anders ging dan verwacht mocht worden? De ene keer zijn het de verhoudingen tussen de coalitiepartijen die een rol spelen, dan weer heeft de winnaar zijn hand overspeeld of heeft de leider van de grootste partij besloten om zich, om wat voor reden dan ook, niet beschikbaar te stellen.

De kans dat de nieuwe premier straks 'geregeld wordt' is veel groter dan dat hij wordt gekozen. Het spel van schikken, plooien en marchanderen is zelfs al begonnen. Scenario's daarvoor liggen er al. Zoals: Wim Kok blijft nog even en draagt, als Europa roept, de macht over twee jaar over aan Melkert. Of: de VVD wint en er komt een PvdA-CDA-GroenLinks-kabinet onder Klaas de Vries. En: de VVD wint, maar Dijkstal blijft in de Tweede Kamer.

En de kiezers? Denk vooral niet dat die lang verontwaardigd zijn over zo'n gestolen overwinning. Alle premiers die in het verleden hun baan in de schoot geworpen kregen, boekten bij de volgende verkiezing een overwinning. Misschien moet de CNN-verslaggever het zo uitleggen: in Nederland kiezen de burgers de premier achteraf.

roel rozenburg

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 14-07-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De eerste keus
door Michiel Zonneveld

Zou Jaap de Hoop Scheffer de eerste keus zijn van de gemiddelde CDA-stemmer? Ik waag het te betwijfelen. De afgelopen verkiezingen was hij als lijsttrekker geen succes. Ook nu al staat De Hoop Scheffer hoog op de lijst van minst populaire politici, bleek kort geleden uit een opinieonderzoek. Hij voert een wanhopige strijd. Hoe hoger de toon van de verontwaardiging van de CDA-politicus is, hoe lager de kiezersgunst.

Zou Ad Melkert de eerste keus zijn voor de opvolging van Wim Kok? Deze vraag is retorisch. Een keur aan ministers wint het van hem als het om de vraag gaat wie de populairste PvdA-politicus is. De fractievoorzitter doet er alles aan om het tij te keren, merken de mensen in zijn omgeving. Tijdens de discussie over het preventief fouilleren was hij de man die zijn fractie opzweepte het uiterste te doen de bevoegdheden van de politie verder op te rekken. Het gaat straks om elke zetel in de strijd om het premierschap en de kiezer wil een harde aanpak van de criminaliteit. Een vrije veiling van etherfrequenties is volgens hem uit den boze. Hebben zijn partijgenoten dan niet gezien hoeveel jongeren zich voor het karretje hebben laten spannen van de bestaande commerciële zenders die hun plekje in de ether willen houden? Het laatste wat de PvdA kan gebruiken is een kinderkruistocht, zo vermaande Melkert zijn partijgenoten die bereid waren het standpunt van het kabinet te volgen.

Hij voert een wanhopige strijd. Hoe meer de fractievoorzitter de kiezer probeert te behagen, hoe minder hij wordt gerespecteerd,. Ad Melkert lijkt op het schoolkind dat probeert populariteit te kopen. De ene keer door geld te lenen en het nooit terug te vragen. De andere keer door snoepjes uit te delen. Het resultaat is altijd minachting bij de klasgenootjes.

Zou Thom de Graaf de eerste keus zijn als leider van D66? Zijn partijgenoot Boris Dittrich is niet de enige die het waagt te betwijfelen. Met Hans Wijers als nummer eerst zou de partij omhoog schieten in de peilingen. Voert De Graaf een wanhopige strijd? Menig D66'er zal zich soms stilletjes afvragen of bijvoorbeeld de minister van Grote Steden, Roger van Boxtel, geen betere kans maken zou maken bij de verkiezingen van volgend jaar.

Zou Hans Dijkstal de eerste keus zijn van de liberale kiezer? Zelfs dat waag ik te betwijfelen. Het beeld wordt wat verdoezeld omdat de fractievoorzitter van de VVD een goede kans lijkt te maken in een rechtstreekse confrontatie met Ad Melkert. Maar Hans Dijkstal doet de harten nauwelijks harder kloppen. Bijna iedereen vindt hem aardig, maar heeft hij ook overtuigingen, vragen ze zich af. Als minister van Binnenlandse Zaken was hij de grote sfeermaker. Uit alle populariteitsmetingen blijkt dat Gerrit Zalm de favoriete VVD-politicus is.

Ik weet het: bij de democratie gaat het niet om de beste keus, maar om de minst slechte. Toch is het de vraag of we ons moeten neerleggen bij de manier waarop in Nederland de lijsttrekkers worden gekozen/aangewezen. In Groot-Brittannië woedt op dit moment in de conservatieve partij een boeiende strijd over de vraag wie de aangewezen man is om over vier jaar het gevecht met Tony Blair aan te gaan. Het debat is van een verfrissende openhartigheid. De kwaliteiten en opvattingen van de verschillende kandidaten worden voor het oog van de natie tegen het licht gehouden. Het laatste oordeel is aan de leden van de partij.

In Nederland bestaan officieel democratische procedures binnen de politieke partijen, maar het is nog nooit voorgekomen dat de leden de keus uit meer dan één kandidaat hadden. De echte beslissing wordt meestal door de oude leider, soms na samenspraak met een enkele vertrouweling, genomen. Van Agt bewilligde in de komst van Lubbers. Lubbers in die van Brinkman. Bolkestein in die van Dijkstal. Van Mierlo besliste in zijn eentje dat Els Borst lijsttrekker moest worden van de partij die alle macht aan de kiezer wil geven. Wim Kok zal straks Melkert aanwijzen als hij het in augustus inderdaad voor gezien houdt. Ons partijstelsel draagt sterke monarchale trekken. Niet voor niets wordt een potentiële opvolger aangeduid als 'kroonprins'.

Bij het monarchale stelsel hoort een cultuur van besmuiktheid. Politici moeten wachten tot ze worden aangewezen. Te koop lopen met je ambities wordt als ongepast beschouwd. Openlijke kritiek op de leider als deloyaal.

Enkele jaren geleden pleitte voormalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg voor het houden van voorverkiezingen naar Amerikaans model. Het garandeert niet dat de lijsttrekkers van de toekomst meer tot de verbeelding zullen spreken. De conservatieve partij in Engeland presteerde het bij de afgelopen verkiezingen de totaal onverkiesbare William Hague naar voren te schuiven en laten we over de democratische kandidaat voor het Witte Huis, Al Gore, liever helemaal zwijgen.

Toch mag ik er graag over fantaseren. Stel dat de jonge staatssecretaris van Financiën Wouter Bos zich naast Melkert kandidaat stelde. Waarom niet? Hij is nu nog onbekend, maar uit een enquête van RTL Nieuws bleek dat hij het onder de kiezers die wel van zijn bestaan weten, bijzonder goed doet (hij moest alleen Kok en Zalm voor laten gaan). In de VVD zou ik wel eens willen zien wat er gebeurt als de jonge staatssecretaris Hans Hoogervorst van Sociale Zekerheid of minister Frank de Grave van Defensie het opneemt tegen Dijkstal.

De politiek zou er in elk geval een stuk levendiger door worden als de cultuur van de besmuiktheid wordt afgeworpen.

roel rozenburg

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 21-07-2001
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Terug naar 1994
door Michiel Zonneveld

Het lezen van de verkiezingsprogramma's van 1994 is een surrealistische ervaring. Het blijkt dat de voorspellende gaven van de schrijvers nul was. Vrijwel zonder uitzondering voorzagen ze nieuwe zware tijden voor de economie. De partijen boden tegen elkaar op met bezuinigingen om de staatsschuld en het financieringstekort niet te veel te laten oplopen. Bij de formatie van het paarse kabinet in 1994 was soberheid het devies. De VVD liet de onderhandelingen zelfs een keer stuklopen omdat er volgens haar te weinig bezuinigd werd. De bevolking zou bereid zijn harde maatregelen te aanvaarden, want er was nauwelijks extra geld voor zaken als onderwijs en volksgezondheid.

Bijna acht jaar later kijken we terug op een periode van ongekende voorspoed. De regering zal niet snel verweten worden dat ze te kwistig omging met haar geld. Integendeel. Er gaat geen dag voorbij zonder een klaagzang over leerlingen die naar huis worden gestuurd omdat er niet genoeg leerkrachten zijn. Er wordt gemopperd over het tekort aan agenten en de volksgezondheid. Ongetwijfeld zijn alle partijen bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma deze zomer bezig op hun manier de beschaving te redden. De vraag die we ons kunnen stellen is of deze toekomstplannen ons over enkele jaren even surrealistisch zullen voorkomen als die uit 1994.

Het lijkt een beetje op het schouwspel van een familie die een barbecue klaarzet terwijl er onweer op komst is. Waarom zouden we ons zorgen maken, zeggen ze tegen hun verontruste buren. Het is toch lekker warm en we voelen nog geen spatje regen.

Nog maar enkele maanden geleden stelden PvdA en D66 voor aan de minister van Financiën om bij het maken van de nieuwe begroting uit te gaan van een hogere economische groei dan het in hun ogen veel te behoedzame scenario van het Centraal Planbureau (CPB). Dan zou er eindelijk genoeg geld beschikbaar komen om de problemen echt aan te pakken. En ach waarom niet? Vorig jaar groeide de economie nog met vier procent. Veel meer dan de 2,5 waarvan het kabinet uitging.

Maar de tijd van de meevallers lijkt echt voorbij. In de afgelopen periode was het Centraal Planbureau steevast erg voorzichtig in zijn voorspellingen. Dat bleek vooral op het moment dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met terugwerkende kracht de echte groeicijfers had berekend.

Vorige week verscheen voor het eerst een rapportage van het CBS waaruit duidelijk werd dat in het eerste kwartaal van dit jaar de economische groei met nog maar 1,6 procent was toegenomen. En een ander onderzoek, van Arbeidsbureau Nederland, dat tegelijkertijd uitkwam, gaf aan dat de krapte op de arbeidsmarkt minder werd. Ook de aan de Rabobank verbonden econoom, H. Versluis, had geen vrolijk bericht. 'We zitten dicht tegen de technische definitie van een recessie aan,' zei hij in NRC Handelsblad, 'en de signalen voor het tweede kwartaal zijn behoorlijk slecht.'

In Den Haag hopen ze dat het, als straks de wereldeconomie wat aantrekt, allemaal zal meevallen. Het is ook wijs om je niet meteen in alle somberheid te laten meeslepen. In 1998 wist ook menigeen zeker dat de gouden jaren voorbij waren, maar het ging Nederland daarna meer voor de wind dan ooit. Het CPB voorziet dan ook dat Nederland aan het eind van dit jaar, of begin volgend jaar als de Amerikaanse economie weer aantrekt, daarvan mee zal profiteren. Maar niets is zeker.

Overal in de wereld klinken onheilsberichten over de economie. Een echte recessie is niet te verwachten, maar zelfs met een lage economische vooruitgang stapelen de problemen zich op. In 1993, toen de groei maar 1 procent was, nam de werkloosheid tot 9 procent toe en steeg ook het financieringstekort. Als de economie werkelijk stagneert, zal het politieke debat straks drastisch van inhoud veranderen. De discussie over extra uitgaven is vrij snel beslist. Want wie durft er dan nog te praten over noodzakelijke investeringen in veiligheid, zorg en onderwijs als het geld ontbreekt? We hoeven er ook niet aan te twijfelen dat we in de nieuwe verkiezingsprogramma's nog weinig zullen lezen over de plannen om in vijfentwintig jaar de staatsschuld af te lossen.

De paarse plannen van dit moment om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden, zullen opnieuw voor een surrealistische ervaring zorgen. Bij een toenemende werkloosheid is het een illusie om, zoals het plan-Donner voorstelt, WAO'ers weer de arbeidsmarkt op te jagen. Bijstand lijkt dan een beter alternatief. Van de voornemens over om ouderen langer te laten werken, zal ook weinig overblijven: de vut zal worden herontdekt. Hoezo moet er een actieve immigratiepolitiek worden gevoerd om een einde te maken aan de krapte op de arbeidsmarkt? Het wachten is op een politicus, die met plannen komt om de stroom werknemers uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie tegen te gaan.

Een suggestie: waarom zouden de politieke partijen eigenlijk een nieuw verkiezingsprogramma moeten schrijven? In de kelders liggen vast nog de rapporten uit 1994. Wellicht blijken grote delen daaruit alsnog zeer bruikbaar.

eduard de kam/hh

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 28-07-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De liegverslaving
door Michiel Zonneveld

Nog een halfuur, zo schat ik, en de eindredacteur belt met de vraag waar mijn column blijft. 'Die is bijna klaar,' zal ik liegen. 'En eigenlijk was die gisteren al klaar,' gooi ik er een schepje bovenop. 'Maar ja, na het laatste nieuws over Tara Singh Varma heb ik besloten het over een heel andere boeg te gooien.'

Het zijn allemaal heel nuttige leugentjes. Voor mij. De eindredacteuren zullen mij loven om mijn ijver. Hoeveel van mijn collega's zullen op het laatste moment een heel weekeinde werk weggooien vanwege de actualiteit, zullen ze zich afvragen. Ik weet wel zeker dat ze heel wat minder onder de indruk zullen zijn van de waarheid; dat ik gisteren lekker in de zon fietste en later veel te lang in het café bleef hangen.

Iedereen bedient zich in het dagelijks leven van dat soort kleine onwaarheden. Het is een misdaad die loont. Een goede chef weet dat een ongemeend compliment wonderen kan doen. Zelfs bij een ontslaggesprek wordt de harde boodschap verpakt in woorden waaruit respect en waardering spreken.

Mensen die regelmatig liegen, zo bleek onlangs uit wetenschappelijk onderzoek, worden over het algemeen aardiger gevonden dan mensen die vrijwel altijd de waarheid spreken. De meeste leugenaars zijn dan ook empathisch. Voor hen is de waarheid gewoon datgene wat de ander wil horen. Maar het gevaar van de leugen is dat ze nog verslavender is dan nicotine of alcohol. Zoals de drugverslaafde zijn of haar toevlucht neemt tot een steeds grotere dosis, zo zal de liegverslaafde het contact met de werkelijkheid verliezen. De dreigende ontmaskering wordt bezworen met maar weer een nieuwe onwaarheid. Tot de constructie instort. Of tot het moment dat schijn en werkelijkheid ook voor de leugenaar niet meer te ontwarren zijn. Dat laatste moet gebeurd zijn met Tara Singh Varma toen ze vorig jaar aan haar fractieleider meldde dat ze kanker had, zonder uitzicht op genezing.

Het is een treurig einde van het politieke leven van Tara Singh Varma: ontmaskerd in het Tros-programma Opgelicht. Veel mensen kennen Varma als een hartelijke, bewogen vrouw, die altijd zal zeggen dat ze haar uiterste best voor je zal doen. Je zag haar genieten toen ze, kort na haar dramatische aankondiging, tijdens een reis in India de rol speelde van rijke weldoenster. Na haar dood zou de bijdrage in de miljoenen lopen. Maar het geld dat het kamerlid toezegde, blijkt ze niet te hebben. Ze raakte vervolgens verstrikt in een web van leugens en slordigheden. Ze probeerde zich eruit te redden met weer nieuwe onwaarheden. Het voormalig GroenLinks-kamerlid ging in 1985 al eens langs de rand afgrond toen ze als penningmeester van het Grenada-comité verantwoordelijk was voor een kastekort van twaalfduizend gulden. Uit een onafhankelijk onderzoek bleek dat ze geen geld in eigen zak had gestoken. Maar wel had ze medebestuurders voorgelogen, in een poging de zaak recht te breien had ze kwitanties vervalst en de vorige penningmeester vals beschuldigd. Toen vertoonde haar handelen nog enige ratio. Maar wat heeft haar ertoe gebracht een dodelijke ziekte te verzinnen? En om daarna geld te gaan beloven en niet over de brug te komen? Het lijkt allemaal onvoorstelbaar. Toch is het niet vreemder dan het gedrag van de acteur Jules Croiset in de tijd dat het vermeend anti-semitische toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Rainer Werner Fassbinder werd opgevoerd. Eerst stuurde hij zijn vrienden dreigbrieven, zogenaamd van neonazisten. Even later ensceneerde hij zijn eigen ontvoering.

Het gedrag van Jules Croiset is wel in verband gebracht met zijn beroep. Een acteur wil nu eenmaal in de aandacht staan. De vraag die zich na de kwestie-Singh Varma opdringt, is of ook mensen die in de politiek gaan extravatbaar zijn voor een liegverslaving. Toevallig deed zich vorige week eveneens de ontknoping voor van de affaire rondom de voormalige vice-voorzitter van de Britse conservatieven, Jeffrey Archer. Uiteindelijk werd hij veroordeeld vanwege meineed in een zaak tegen een krant die hem van het bezoek aan een prostituee beschuldigde (hij streek toen anderhalf miljoen schadevergoeding op). Maar hij had al een staat van dienst die slechts te vergelijken is met die van Baron von Münchhausen. Hij sjoemelde met zijn eindexamenresultaten om toegelaten te worden tot Oxford. In het begin van zijn carrière toverde hij uit pr-overwegingen zijn vader, een fraudeur die Engeland moest ontvluchten, om tot een oorlogsheld. In zijn huwelijksakte loog hij over zijn baan en als hardloper maakte hij anderen wijs dat hij bij de Olympische Spelen een medaille had gewonnen. Als politicus bewoog hij zich van het ene naar het andere financiële schandaal. Hij bleef ontkennen.

Hoe succesvol pathologische leugenaars kunnen zijn, bewezen presidenten als Bill Clinton, Carlos Menem en François Mitterrand. De laatste had nog het geluk dat de waarheid (zoals zijn dubieuze rol tijdens het pro-Duitse Vichy-bewind gedurende de Tweede Wereldoorlog) pas werd achterhaald toen hij dood was. De verklaring voor het succes van de presidenten is dat politiek de kunst van het verleiden is. U weet ongetwijfeld dat er geen betere verleidingstechniek bestaat dan dat te zeggen wat de ander wil horen. En geen slechtere dan het spreken van de waarheid. De meeste mensen hebben behoefte aan politici die aanvoelen wat ze willen, die hen betoveren. De waarheid komt later wel.

Blijkbaar is de betovering even verslavend als het liegen. Clinton pleegde niet alleen meineed in de zaak-Lewinsky, hij kwam ook vrijwel geen enkele verkiezingsbelofte na. Hetzelfde gold voor Mitterrand. Toch werden ze met een ruime meerderheid herkozen. Jeffrey Archer leek een goede kans te hebben tot burgemeester van London gekozen te worden, tot de laatste affaire hem fataal werd. Ondanks alle kleine affaires in het verleden werd Tara Singh Varma vorig jaar met veel voorkeurstemmen voor de tweede keer in het parlement gekozen.

roel rozenburg

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 04-08-2001
Pagina: 039

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Overtuigen of sterven
door Michiel Zonneveld

Je moet een affaire een beetje zien als een ontgroening voor een politicus. Wie daar niet tegen kan is ongeschikt voor de politiek. In de recente geschiedenis zijn er legio voorbeelden van. Herinnert u zich de Arscop-affaire nog? Geeft niks, het had niks om het lijf. Belangrijk is dat CDA-lijsttrekker Elco Brinkman er in 1994 zo door in paniek raakte dat hij zijn kansen op het premierschap verspeelde.

Daarom volg ik met meer dan gemiddelde belangstelling hoe de onthullingen over fraude met gelden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF), tot een affaire-Melkert uitgroeien. De naam van de PvdA-politicus werd al wat langer in verband met de ESF-zaak genoemd. Dat is vanzelfsprekend, want hij was tot niet zo lang geleden minister van Sociale Zaken. Maar nu klinkt zelfs het verwijt dat hij bij het oneigenlijk gebruik een cruciale rol speelde. Zal hij de zaak overleven?

Het antwoord is nog niet te geven, ook omdat het niet duidelijk is of er echt een affaire-Melkert is, of dat die wordt gemaakt. De berichtgeving over deze nogal gecompliceerde zaak roept een aantal twijfels op over de vraag of de PvdA'er terecht wordt voorgesteld als een ladenlichter van Zuid-Europese allure:

1. Er lopen twee dingen door elkaar. In het ene geval gaat het om echte fraude, zoals het innen van geld door malafide bedrijfjes voor cursussen aan werklozen die niet gegeven zijn. Je moet dan natuurlijk de vraag stellen of het toezicht goed genoeg was. Maar dat is iets anders dan dat een minister of een andere toezichthouder zelf strafbare handelingen heeft gepleegd. In het tweede geval gaat het om de beschuldiging dat subsidies van het ESF gebruikt zijn om bezuinigingen op de arbeidsbureaus op te vangen. Is er sprake van oneigenlijk gebruik?

2. Het is terecht dat er vragen worden gesteld. Maar door het gebruik van termen als 'Italiaanse toestanden' (NRC Handelsblad) en passages als 'Melkert gidste partners door duistere wereld van ESF-geld' (de Volkskrant) wordt de voormalig minister in een bijna crimineel daglicht geplaatst. De vraag is of dit gerechtvaardigd is. In dezelfde krantenstukken is te lezen dat hij de bestaande praktijk van zijn voorganger CDA'er Bert de Vries (en met betrokkenheid van Kok, toen minister van Financiën) voortzette. Blijkbaar werd het binnen de Europese Unie geaccepteerd. En in hoeverre was men in Brussel op de hoogte? Het definitieve antwoord wordt mogelijk gegeven in het rapport dat de voormalige voorzitter van de Rekenkamer Henk Koning aan het einde van de maand presenteert.

3. Het is onduidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de Tweede Kamer? Het lijkt erop dat het parlement steeds geïnformeerd is. De afspraken die Melkert met de vakbonden en de werkgevers maakte, onder andere over het gebruik van de ESF-gelden, zijn op 5 april 1995 in de Kamer besproken. Er werden geen kritische vragen gesteld. Margo Vliegenthart van de PvdA en GroenLinkser Paul Rosenmöller informeerden terloops hoe het zat. En CDA-kamerlid Nancy Dankers wilde alleen maar weten hoeveel geld het ESF nou eigenlijk opleverde. Melkert verzekerde de Kamer dat het geld 'geconditioneerd was', wat wilde zeggen dat er geen gaten mee gestopt werden die door de bezuinigingen gevallen waren. D66-kamerlid Bert Bakker zat erbij en vroeg niets over het ESF. Ik was dan ook nogal verbaasd toen ik in NRC Handelsblad las dat het doorgaans rustig formulerende kamerlid de zaak nu als 'erger dan fraude' bestempelde. En hoe zit het met de verdeling van de verantwoordelijkheid bij het besteden van geld? Het ingewikkelde is dat de arbeidsbureaus de status van zelfstandig bestuursorgaan (zbo) hebben, waarop de greep van een minister beperkt is. In de besturen van de arbeidsbureaus zitten bovendien niet alleen vertegenwoordigers van de overheid, maar ook van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Om het nog ingewikkelder te maken: de regionale arbeidsbureaus hebben een grote mate van autonomie ten opzichte van het landelijk bestuur. Een van de verwijten is dat het geld niet voor projecten is gebruikt waarmee mensen aan het werk geholpen worden, zoals dat moet volgens de Europese regels, maar aan bureaukosten. Wie is daar dan verantwoordelijk voor? Melkert zal aanvoeren dat hij weinig mogelijkheden had om controle uit te oefenen. Toen hij in 1995 voorstelde hem die wel te geven, was de Tweede Kamer alles behalve enthousiast. Verder moeten meer bewindslieden ervan hebben geweten. Het ging immers om een niet misselijke subsidie van meer dan vierhonderd miljoen gulden.

4. Het is moeilijk een getuige te vinden die niet zelf een belang in de zaak heeft. Op wie kun je vertrouwen? Op de kamerleden?

Helaas wordt de discussie nogal vertroebeld doordat Melkert ook de kandidaat-lijsttrekker van de PvdA is. Proberen de kamerleden niet hun eigen laksheid te verdoezelen door op de voormalige minister te wijzen? En was de politieke stemming niet lange tijd juist dat Nederland veel te veel bijdroeg aan Europa en te weinig gewiekst opkwam voor het nationale belang? Andere getuigen komen weer uit de kring van vakbeweging en werkgeversorganisaties. Maar ook zij zijn medeverantwoordelijk voor het beleid van de arbeidsbureaus geweest.

Of Melkert overleeft ligt voor een deel in handen van Henk Koning. Met een enkele harde formulering kan zijn lot bezegeld zijn. Maar minstens zo belangrijk is de vraag hoe Melkert zijn verdediging kan organiseren. Op wie kan hij straks rekenen in de PvdA als er toch twijfels blijven (sommige oudgedienden vrezen voor hun positie bij een wisseling van de wacht)? Van cruciale betekenis is verder hoe hij reageert. Dat is een lastig karwei omdat hij toch al met het imago van een beetje slinks politicus kampt. Aan de andere kant is het een kans om duidelijk te maken dat het hem in de eerste plaats om de werkgelegenheid ging. Wie zal hem kwalijk nemen dat hij daarvoor Brussels geld gebruikte?

Het wordt voor Melkert een kwestie van overtuigen of sterven.

anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 18-08-2001
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

GroenLinks uit de mode
door Michiel Zonneveld

Het gebeurt niet vaak dat ik medelijden krijg met een politieke partij. Maar mijn gevoel van mededogen met GroenLinks groeit met de dag. Ze kan na de affaire-Tara Singh Varma werkelijk geen goed meer doen. De partij heeft daarbij om te beginnen natuurlijk de domme pech gehad dat het zomer is. De meeste kamerleden en ministers zijn op vakantie. Elk politiek nieuws wordt dus uitvergroot. Toch is het drama rond Singh Varma niet een gewone zomeraffaire. Wat opvalt is de ongekende felheid waarmee met GroenLinks wordt afgerekend. Het meest heb ik me verbaasd over de advocaat en oud-politicus (na de coup van Bouterse was hij korte tijd minister in zijn geboorteland Suriname) André Haakmat. Hij nam het de partij kwalijk dat ze te veel van Tara Singh Varma door de vingers heeft gezien omdat ze een Surinaamse is. 'Goedbedoelde apartheid die politiek niet aanvaardbaar is,' luidde zijn vernietigende oordeel in De Groene Amsterdammer van vorige week. Je zou bijna vergeten dat André Haakmat de eerste was die, toen Singh Varma in de jaren tachtig beschuldigd werd van wanbeheer en malversaties als bestuurslid van het Grenada Comité, voor haar op de bres sprong. Hij richtte toen zelfs het Komitee Eerherstel voor Varma op.

Nog scherper was Elsbeth Etty in NRC Handelsblad. De columniste is al een jaar of dertig bezig om publiekelijk haar eigen CPN-verleden af te schudden en deze prachtkans liet ze zich niet ontglippen. Haar artikel kwam erop neer dat ze altijd al had geweten dat haar voormalige kameraad Singh Varma onbetrouwbaar was. Dat GroenLinks dat ook van haar wist en dat die partij zich dus hoorde te schamen dat ze niet eerder had ingegrepen. Ze voorzag de omzichtigheid waarmee de politica lange tijd is aangepakt door haar partij van een spijkerharde verklaring: 'Tara is in de politiek een specimen geweest van wat men in de Verenigde Staten aanduidt als token niggerism. GroenLinks wilde goede sier maken met een excuustruus die als uithangbord werd gekandideerd en niet op grond van capaciteit en verdienste. Token niggerism is een vorm van racisme. Het is een uiting van neerbuigendheid.'

En: 'Hoeveel dedain steekt er niet achter de door GroenLinks aangenomen houding: van een zwarte vrouw mag je kennelijk niet verwachten dat zij integer te werk gaat en het cliëntelisme dat Singh Varma kennelijk bedreef, hoort nu eenmaal bij de Surinaamse cultuur.'

Je vraagt je na deze tirade af waarom de columniste zelf al die jaren haar mond heeft gehouden over haar verwijten aan Tara en haar wederwaardigheden met de Hindoestaanse pas naar buiten bracht na haar definitieve ontmaskering.

Is GroenLinks nu racistisch?

Die beschuldiging wordt tegenwoordig wel erg snel gebruikt. In het verleden werd al vaker gewaarschuwd voor de inflatie van dit woord. Want niet iedereen die klaagt over zijn Turkse of Surinaamse buurvrouw hoort meteen thuis bij extreem rechts.

Ook de vraag of Rosenmöller en de zijnen omwille van de goede multiculturele zaak of het partijbelang te vaak een oogje hebben toegeknepen, valt moeilijk met een enkelvoudig ja te beantwoorden. Het zou zelfs regelrecht onrechtvaardig zijn. Want de partij heeft er juist alles aan gedaan om allochtone kandidaten op de lijst te krijgen. GroenLinks voldeed daarmee juist aan een streven dat breed in de maatschappij werd onderschreven: het parlement moest een afspiegeling zijn van de samenleving.

Ten aanzien van Singh Varma waren er binnen GroenLinks juist allang reserves. Ze was, om het zacht uit te drukken, niet een van de best functionerende kamerleden. Maar het was niet zo dat ze haar maar een beetje lieten 'aanmodderen', zoals commentator Willem Breedveld in het dagblad Trouw beweerde. Het enige dat de top verweten kan worden, is dat men het probleem-Singh Varma zo elegant mogelijk wilde oplossen. Eerst door haar zo min mogelijk zware klussen op te dragen. Daarna door haar bij de kandidaatstelling in 1998 op een (negende) plaats te zetten, die eervol, maar onverkiesbaar zou zijn. De commissie die verantwoordelijk was voor de kandidaatstelling verpakte de vernietigende boodschap zo goed mogelijk. Ze zou 'beter tot haar recht komen in een grotere fractie'. De opzet slaagde bijna, ware het niet dat GroenLinks veel meer zetels haalde dan voorzien. Achteraf kun je zeggen dat het beter was haar helemaal niet op de lijst te zetten, of in elk geval nog veel lager. Wedden dat er dan kritiek was gekomen op het racisme van het 'blanke' partij-establishment en dat de leden actie hadden gevoerd voor een hogere plaats voor haar op de lijst? Even onheus is het verwijt van cliëntelisme . Bij alle kandidaatstellingen bij elke verkiezing horen we het verwijt dat de partijen te weinig parlementsleden hebben met een goed contact met 'mensen uit de samenleving'. Telkens klinkt de verzuchting dat politici niet onder de 'Haagse kaasstolp' moeten blijven zitten. En nu heet dat 'contact met de burger' dus opeens cliëntelisme.

Nog wat onrechtvaardigheden: Rosenmöller wordt verweten dat hij niet reageerde op eerdere waarschuwingen over Singh Varma. Dat klopt, maar het is niet vreemd dat hij zulke aantijgingen als laster afdeed. Wie is er bedacht op een zo groteske leugen als dat de dood aanstaande is? Het omgekeerde verwijt is dat de partij Singh Varma heeft laten vallen ( Breedveld: 'GroenLinks beschikt over de empathie van een ijskonijn.') Wat had Rosenmöller dan meer moeten doen? Hij en zijn fractiegenote Femke Halsema hadden bijna dagelijks contact met hun collega vanaf het moment dat ze zei dat ze ziek was.

Je vraagt je af waarom de verwijten zo ongemeen hard zijn. Voor GroenLinks valt te vrezen dat het heeft te maken met een omslag in de publieke opinie.Lang kon de partij weinig fout doen bij alles wat modern en intellectueel is, of het denkt te zijn. Maar die steun was oppervlakkig en de zwevende kiezer verveelt zich snel. Dat is voor de partij, een jaar voor de verkiezingen, slecht nieuws.


Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 25-08-2001
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De tien voordelen van een recessie
door Michiel Zonneveld

Laat een econoom aan het woord en hij begint en eindigt met een waarschuwing. Angst is blijkbaar de motor van de wetenschap van vraag en aanbod. Als de prijzen maar een beetje stijgen, word je bijvoorbeeld al bang gemaakt met het 'spook van de inflatie'. Je hoort de meeste vertegenwoordigers van de economische wetenschap niet graag over de voordelen van de geldontwaarding. Toch zijn die er echt. De schuld die de staat heeft, neemt door de inflatie dus af. Bovendien wordt het veel minder aantrekkelijk om geld op te potten. En als mensen weer geld uitgeven, groeit de verkoop en daarmee de economie.

Na jaren waarin we werden gewezen op de gevaren van een te hoge groei, keert het tij. Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt dat de economie dit jaar en het komend jaar met twee procent groeit en dat is veel minder dan in de afgelopen tijden het geval was. En het kan nog erger worden. De Japanse economie krimpt nu al bijvoorbeeld, en dat zal ook in Europa merkbaar zijn. Uit Duitsland, Nederlands belangrijkste handelspartner, komt eveneens veel slecht nieuws. En dit is nog maar het begin van de vele waarschuwingen die ons nog te wachten staan over een oplopende werkloosheid en een toenemende staatsschuld.

Geen econoom durft zijn reputatie te verspelen met de stelling dat een recessie ook voordelen kan hebben. Omdat ik in deze wetenschap geen naam te verliezen heb, zal ik er tien opsommen.

1. Het is goed voor het milieu. Vrijwel vergeten wordt dat in de jaren zeventig de Club van Rome nog pleitte voor de 'nulgroei'. Alleen zó kon de wereld volgens dit internationale en gezaghebbende gezelschap zuinig omgaan met de beschikbare grondstoffen en de groeiende luchtvervuiling een halt toeroepen. Na de massawerkloosheid van de jaren tachtig durfden nog weinigen zulke dingen hardop te zeggen. Daarom werd het jezuïtische begrip 'selectieve economische groei' uitgevonden. In de praktijk betekende dit dat hierdoor de ambities om te komen tot een beter en schoner milieu op een erg laag pitje werden gezet. Nederland slaagde er zelfs niet in de zeer bescheiden afspraken die enkele jaren geleden op de grote internationale milieuconferentie in Kioto werden gemaakt na te komen.

2. Er komen minder files. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is goed in het maken van statistieken waaruit blijkt hoeveel de files per procent economische groei toenemen. Economische stagnatie werkt beter dan welke accijnsverhoging of kilometerheffing dan ook om het verkeer weer op gang te krijgen.

3. Het wordt voor werkgevers weer makkelijker personeel te vinden. De huidige krappe arbeidsmarkt is niet alleen een probleem voor het bedrijfsleven. Het is ook een van de belemmeringen bij het oplossen van de problemen in de zorg en het onderwijs. De extra miljarden die het kabinet beschikbaar heeft gesteld, bieden weinig soelaas zolang de meeste werknemers voor het bedrijfsleven (kunnen) kiezen. Een probleem: als de recessie te lang duurt, wordt natuurlijk ook bezuinigd op de budgetten van de overheid en blijven de problemen toch bestaan.

4. De grote vraag naar arbeid in perioden van hoge economische groei heeft voor werknemers niet louter voordelen. In de jaren tachtig werd nog weleens gesproken over een meer ontspannen manier van met werk omgaan. Nu hoor je niemand meer over verkorting van arbeidstijd. Het motto van het paarse kabinet werd Werk, Werk, Werk. Steeds vaker oppert politicus of vakbondsman dat de werkweek juist langer moet worden. De aanval op de vervroegde uittreding (vut) werd al ingezet. Dat was extra zuur omdat werknemers nog wel steeds geacht worden een vut-premie te betalen. Daar tegenover werd hun het perspectief van een hogere pensioengerechtigde leeftijd voorgehouden. Alsof de meeste mensen ervan dromen om tot hun dood te werken.

5. Een recessie maakt een einde aan de waanzin op de huizenmarkt. Het verband tussen de huizenmarkt en de conjunctuur is duidelijk. Omdat mensen meer te besteden hebben, stijgt de vraag naar huizen. Als het aanbod van nieuwe woningen de vraag niet bijhoudt, schieten de prijzen omhoog. Omgekeerd wordt de hogere huizenprijs meegerekend bij de groei van de rijkdom. In Nederland zorgt ons eigenaardige belastingsysteem er bovendien voor dat een hogere prijs voor een woning de bestedingen extra opjaagt (ik zal u de details over de hypotheekrenteaftrek en de overwaarde besparen). Toen de Japanse economie in het slop raakte en vervolgens de woningmarkt was niet iedereen er ongelukkig mee. Veel werknemers konden zich eindelijk een redelijke woning veroorloven.

6. We worden verlost van het gekwek over de Nieuwe Economie, die een einde zou maken aan de inflatie, recessies en ons rechtstreeks naar het Koninkrijk Gods zou leiden.

7. We worden verlost van al die Personal Finance-pagina's in de toch al veel te dikke dagbladen en van de onzinprogramma's op radio en televisie waar zogenaamde analisten eindeloos de gelegenheid krijgen zichzelf tegen te spreken.

8. We hoeven ons niet meer opgejaagd te voelen door het idee dat je nu een huis moet kopen, of geen moment kan wachten om in de aandelenmarkt te stappen.

9. We hoeven ons niet meer te ergeren aan patsers die uitleggen dat je gek bent om te denken dat je door arbeid geld overhoudt. Die pochen dat ze op de optiemarkt meer verdienen dan met hun baan.

10.Nu al merk ik hoe leuk een bezoek aan mijn schoonvader kan zijn. Nog niet zo lang geleden wilde hij alleen maar over aandelen praten. Het blad Beleggersbelangen lag geopend op tafel. Op de televisie volgde hij de beurskoersen. Ik werd overstelpt met adviezen. 'Wat, heb je geen aandelen telecom? Maar je hebt toch veel biotechnologie gekocht?' Tijdens het laatste bezoek hadden we een mooi gesprek over de tuin.

truus van gog/hh

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 01-09-2001
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hoe streng zijn de media voor zichzelf
door Michiel Zonneveld

Gebrek aan toezicht! Slordig! Slecht voor de reputatie van Nederland in Europa! De krantencommentaren deden in strengheid nauwelijks voor elkaar onder. Na lezing van het rapport van de voormalig president van de Algemene Rekenkamer Henk Koning is er ook wel reden tot harde kritiek. Want de conclusie van de onderzoekscommissie luidde dat het toezicht op het gebruik van Europese subsidies voor werkgelegenheidsprojecten (ESF-gelden) ver beneden de maat was. Maar na een lange hete zomer vol verwijten aan het adres van de vermeende hoofdschuldige Ad Melkert zou het niet slecht zijn als de journalistiek net zo kritisch naar zichzelf keek. Want op enkele columnisten – buitenstaanders dus – na is op het moment dat ik dit schrijf Trouw de enige krant die in haar hoofdcommentaar enkele woorden wijdt aan de rol van de media. Dat is vreemd, want het rapport stelt óók vast dat een deel van de beschuldigingen die door journalisten zijn geuit niet waar is. Volgens Koning was er geen sprake van een grootscheepse fraude, zoals in de media werd gesuggereerd. De meeste subsidies werden gebruikt om mensen aan het werk te helpen. Evenmin bleek dat Melkert had aangezet tot het oneigenlijk gebruik van de Europese gelden. Nederland moet straks dan wel een fors bedrag terugbetalen aan Europa (minimaal zeventig miljoen gulden), maar altijd nog veel minder dan de honderden miljoenen waarvan door sommige verslaggevers eerder melding werd gemaakt.

Een verantwoording achteraf van journalistiek Nederland zou daarom geen kwaad kunnen, want de berichtgeving had bij tijd en wijle veel weg van een poging tot karaktermoord op de nieuwe leider van de sociaal-democratie. Met koppen als 'Hoe Melkert "Italiaanse toestanden" importeerde' (NRC Handelsblad) en een formulering als 'Melkert gidste partners door duistere wereld van ESF-gelden' (Volkskrant) werd de toon gezet. Al denk ik niet dat het een gezamenlijke moedwillige aanval is geweest op Melkert. Het probleem is dat politieke kwesties verengd worden tot persoonlijke kwesties. En als je een kwestie aan een persoon ophangt, groeit iets al snel uit tot een affaire. NRC Handelsblad deed bijvoorbeeld veel belangrijk spitwerk naar de gang van zaken bij de subsidies. Maar het artikel hierover kreeg zijn explosieve lading doordat de feiten werden gekoppeld aan een specifieke persoon, de kroonprins van Wim Kok. Daarna deed zich het bekende mechanisme voor dat hoogleraar bestuurskunde Uri Rosenthal eens omschreef als de 'nieuwscascade'. Als iemand eenmaal in de beklaagdenbank zit, worden de volgende verhalen nu eenmaal vanuit dezelfde context geschreven. Het beeld waarin Melkert gevangenzat, was dat van de overambitieuze, niet helemaal te vertrouwen politicus die er als minister een rommeltje van heeft gemaakt. Het ene weekblad schreef hoe Melkerts opvolger Vermeend zou worden gechanteerd alle 'schuld' op zich te nemen, terwijl andere media meldden dat de miljarden die in de zogeheten Melkertbanen waren gestopt, geen enkel effect hadden gehad (het bleek even later genuanceerder te liggen).

Doordat het verhaal over mogelijk misbruik met de ESF-gelden verwerd tot de 'affaire-Melkert' verdween veel relevante informatie ver achter de horizon. In de eerste plaats werd er niet ingegaan op de ingewikkelde verdeling van de verantwoordelijkheden. De weinig spectaculaire conclusie die nu na het rapport-Koning achteraf overblijft, is dat Ad Melkert niet alléén hiervoor aansprakelijk was.

Op de tweede plaats werd de kwestie in de media ahistorisch benaderd. Er was in de opgeklopte artikelen weinig aandacht voor de ideeën en opvattingen die nog maar enkele jaren geleden in Nederland gangbaar waren. Haagse politici werd in die tijd verweten dat ze niet hun uiterste best deden om 'ons' deel uit Brussel weg te halen (verlicht eigenbelang heette dat toen). De 'heldendaad' van toen werd nu omgetoverd tot misbruik. Even gemakkelijk werd vergeten dat een politicus die medio jaren negentig bevoegdheden naar zich toe wilde trekken met het grootste wantrouwen werd benaderd. De overheid moest op afstand geplaatst worden. Melkert wilde wel meer greep op de besteding van de ESF-gelden, maar kreeg daarvoor geen steun van de Tweede Kamer. Hij had op dat moment natuurlijk kunnen dreigen met aftreden omdat hij onvoldoende kon toezien op de uitgaven, maar daarmee had hij als minister wel erg veel op het spel gezet. Zoals bijvoorbeeld zijn goede verhouding met het parlement, de vakbonden en werkgevers die in het bestuur van de arbeidsbureaus zaten. Melkerts pragmatisme van toen werd nu afgeschilderd als een gebrek aan kordaatheid.

Het grootste verwijt dat na het rapport-Koning blijft staan, is dat de uitgaven van de Europese gelden onrechtmatig waren. Maar met dat criterium wordt in de accountantswereld iets anders bedoeld dan fraude, zoals de meeste mensen denken. Het houdt alleen in dat niet aan alle controleverplichtingen is voldaan, zoals een deugdelijke verantwoording en administratie van de uitgaven. Ik wil het belang van die verplichtingen niet onderschatten, want een gebrek aan controle leidt al snel tot misbruik. Maar door de zaak van de ESF-subsidies louter aan de persoon van Melkert te verbinden, werd alles automatisch aan elkaar gekoppeld: onrechtmatig=gesjoemel=Melkert=schandaal.

De journalistiek zou zich daarbij ook moeten afvragen welke eisen aan een goed politicus gesteld moeten worden. In deze zaak lijkt het erop dat 'rechtmatigheid' de maat der dingen is. Maar we stellen soms meer tegenstrijdige eisen aan onze bestuurders. Als er geld nodig is voor werkgelegenheidsprojecten verwachten we van de regering bijvoorbeeld dat alles wordt gedaan om het te vinden. Als een bedrijf in moeilijkheden is, gaan we uit van een maximale creativiteit bij het opstellen van een reddingsplan. Een politicus moet dus zijn nek durven uitsteken. Ook al scheert hij hiermee langs de randen van de regelgeving. Van een accountant wordt niet geaccepteerd dat hij zich gedraagt als een politicus als hij de jaarrekening beoordeelt. Is het dan wijs om van een politicus wel te accepteren dat hij zich gedraagt als een boekhouder?

Onrechtmatig=gesjoemel=Melkert=schandaal
roel rozenburg

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-09-2001
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

1986-2001
door Michiel Zonneveld

Is het wanhoop of wijsheid als in de PvdA de verzekering wordt uitgesproken dat Ad Melkert zich vooralsnog geen al te grote zorgen hoeft te maken over de opiniepeilingen?

De waarderingscijfers voor Melkert zijn tot nu toe beroerd tot uiterst beroerd. Het Nipo berekende begin deze week voor het tv-programma 2Vandaag dat de PvdA ten opzichte van een meting in juni zelfs drie zetels heeft verloren. In de slag met VVD-lijsttrekker Dijkstal staat Melkert op grote achterstand. Gevraagd naar wie van de twee lijsttrekkers premier moet worden, zegt 31 procent een voorkeur voor de VVD-leider te hebben. Maar 19 procent kiest voor Melkert. Opmerkelijk is dat Dijkstal zelfs onder de aanhang van GroenLinks in populariteit niet veel onderdoet voor zijn progressieve tegenstrever (een verschilletje van 8 procent).

Twee weken eerder bleek uit een Nipo-enquête al dat niet meer dan 23 procent van de ondervraagden Melkert als een geschikte opvolger van Kok zag, 41 procent achtte hem ongeschikt. Het bureau Interview-NSS kwam met ongeveer dezelfde cijfers. Er was nog meer slecht nieuws voor de nieuwe PvdA-leider. Hij geniet weinig vertrouwen van de vrouwelijke kiezers, terwijl de PvdA het de afgelopen jaren juist van dat deel van het electoraat moest hebben.

Door kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven wordt nu ter geruststelling gezegd dat er bij het aantreden van Wim Kok ook grote twijfels waren. Als Ad Melkert maar bekender wordt bij de kiezer en ook zijn 'menselijke kant' laat zien, zal het in de komende maanden allemaal nog goed komen. Van Nieuwenhoven kan het, als een van de langst zittende kamerleden, weten. Maar weet ze het ook echt?

Het aardige is dat de stelling van Van Nieuwenhoven, die overigens door menig politiek commentator is onderschreven, eenvoudig kan worden onderzocht. Want vijftien jaar geleden waren omroepen en kranten even verzot op opiniepeilingen als nu. Wim Kok zette in dat jaar zijn eerste schreden in de partijpolitiek. De voormalige voorzitter van de FNV was dat jaar 'lijstduwer', achter Joop den Uyl. Op 30 januari 1986 vroeg het Nipo: 'Hier is een lijst van Nederlandse politici. Van wie vindt u dat hij echt begrip heeft voor de mensen?' Bijna een derde van de geënquêteerden vulde de naam van Kok in. Hij moest alleen Joop den Uyl en Marcel van Dam (de absolute favoriet onder de PvdA-aanhang) voor laten gaan, maar liet bijvoorbeeld premier Lubbers ruim achter zich. Toen een maand later werd gevraagd wie 'echte leidersfiguren' waren, eindigde Kok op de derde plaats, net achter Den Uyl. Overigens vonden de progressieve kiezers op de eerste plaats Den Uyl en daarna (weer) Marcel van Dam de beste kandidaat voor het premierschap.

Hoe populair Wim Kok was, bleek vervolgens bij de verkiezingen van 1986. Hij kreeg meer dan 460.000 voorkeurstemmen. De score van Ad Melkert bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer: 8907, steekt hier schril bij af.

Een tweede stelling die op dit moment veelvuldig wordt geuit, is dat Wim Kok jaren nodig had om in zijn rol te groeien. Ad Melkert zou dan ook de tijd moeten krijgen om langzaam het vertrouwen van de kiezers te winnen. Laat ik vooropstellen dat dit met het oog op de aanstaande verkiezingen een weinig opwekkende mededeling is, want die worden al het komend voorjaar gehouden. Maar belangrijker is dat ook dit niet waar is.

Wim Kok had veel meer tijd. Hij volgde Den Uyl vrijwel direct na de verkiezingen op en kon in de Tweede Kamer bij de algemene beschouwingen meteen in de slag met premier Lubbers. Uit een peiling in het najaar bleek dat meer dan de helft van zijn kiezers zijn optreden als 'goed' of zelfs 'zeer goed' beoordeelde. Zelfs Lubbers, toen op het hoogtepunt van zijn roem, kreeg een lagere waardering.

Ad Melkert heeft bovendien al veel tijd gehad om in zijn rol te groeien. Ook hij trad in 1986 toe tot de PvdA-fractie. Als fractielid slaagde hij erin wekelijks de krantenkolommen te halen. Daarna was hij vier jaar minister van Sociale Zaken en nu toch al weer drie jaar fractievoorzitter.

Kok had pas last van tegenwind na de omstreden bezuiniging op de WAO. Nog in juli 1991, een week voor de ingreep, stond hij nog nummer 2 op de lijst van 'meest bewonderde mannen'. Alleen Ruud Lubbers ging hem voor. Zelfs een Toon Hermans, Marco van Basten en Johan Cruijff hadden volgens het Nipo het nakijken.

Met Cruijff kom ik op de vraag of het nadeel niet zijn voordeel kan hebben. Dat kan inderdaad. Na de vliegende start van Wim Kok volgde een periode van teleurstellingen. Want de persoonlijke populariteit van de leider leidde niet tot verkiezingsoverwinningen waarop de partij zo gehoopt had. Binnen de PvdA groeide het ongeduld en de teleurstelling. Ad Melkert hoeft zich in elk geval niet druk te maken over al te hooggespannen verwachtingen. Hoe vaak is hem al niet het voorbeeld van Lubbers' kroonprins, voormalig CDA-leider Elco Brinkman, voorgehouden?

Het lijkt dus alleen maar te kunnen meevallen.

koen suyk/anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 15-09-2001
Pagina: 043

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De clichémannetjes
door Michiel Zonneveld

Net als in de wereld van de lichte muze wordt voorspelbaarheid in de politiek als een deugd gezien. En zoals je in de gemiddelde komedie de grap ziet aankomen, zo weet je lang van tevoren hoe de ene politieke partij op de andere reageert. Ook mij geeft dat een gevoel van vertrouwdheid. Al gaan de PTT en de Nederlandse Spoorwegen verloren, de oude tegenstellingen blijven altijd bestaan. Terwijl oma het ganzenbord opzet horen we de meneer van de VVD zeggen dat ze bij de PvdA met geld willen smijten. Of een sociaal-democraat die zegt dat de liberalen de verschillen tussen arm en rijk nog groter willen maken dan ze al zijn. Of een politicus van radicale signatuur die weer zegt dat wat de PvdA wil nog lang niet genoeg is.

Het hoeft daarom geen uitleg waarom Hans Dijkstal en Paul Rosenmöller tot de populairste politici van het land behoren. De afgelopen week voldeden ze met hun commentaar op het PvdA-verkiezingsprogramma weer precies aan het verwachtingspatroon. Soms vraag ik me af waarom hun nog om een reactie wordt gevraagd. De journalisten kunnen de antwoorden toch zelf bedenken? Of, als ze voor radio en televisie werken, net zo goed opnamen uit de afgelopen jaren gebruiken?

Hans Dijkstal deed ruim een week geleden een heel kleine, en ook nog halfslachtige poging, om origineel te zijn. Nee, hij wilde het woord 'potverteren' deze keer niet in de mond nemen, zei hij tegen de verslaggever van het Radio-1-journaal. Maar hij wilde wel zeggen dat hij het 'riskant' en 'niet-solide' vond dat de PvdA zeventien miljard gulden extra wenst uit te geven aan het bestrijden van de misdaad, de volksgezondheid en het onderwijs. Hetgeen, in iets andere woorden precies hetzelfde verwijt is als altijd, lijkt me.

Het enig verrassende van Rosenmöller is dat hij inmiddels geleerd heeft in een nog onbegrijpelijker jargon te spreken. 'Dat Zalmse kader werkt fnuikend voor de publieke sector,' zei hij bijvoorbeeld toen hij een week na Dijkstal, als tweede fractievoorzitter, door het Radio-1-journaal over het PvdA-programma werd ondervraagd. De luisteraars die door deze woorden nog niet waren weggejaagd, konden horen hoe Rosenmöller daarna als vanouds de PvdA verweet dat bij het schrijven van het programma te veel rekening was gehouden met het feit dat ze na de verkiezingen met de VVD verder zoud moeten regeren.

Intellectueel is het allemaal natuurlijk totaal onbevredigend. De ronduit luie reacties op het programma zorgden ervoor dat de PvdA hiervoor te weinig krediet kreeg als wel er te gemakkelijk mee wegkwam.

Om met het eerste te beginnen: de tijd dat er grote tegenstellingen tussen PvdA en VVD waren over het financiële beleid is voorbij. In de hele PvdA is niemand meer te vinden die er voor durft te pleiten het financieringstekort te laten oplopen. In het programma staat zelfs dat een tekort, ook al zou het maar een tiende procentje zijn, 'geen optie' is en de PvdA wil de staatsschuld in vijfentwintig jaar aflossen. Net als de VVD. Je kunt de PvdA verwijten dat ze zich te rijk rekent aangezien er tekenen zijn dat een recessie voor de deur staat. Maar dan geldt dat verwijt voor alle partijen. Iedereen formuleert zijn voorstellen aan de hand van de rekensommen van het Centraal Planbureau, dat er nog steeds van uitgaat dat de economie de komende jaren met gemiddeld twee en een kwart procent groeit.

Minstens even onheus is de kritiek van Rosenmöller dat de PvdA miljarden steekt in lastenverlichting en daarom te weinig overhoudt voor bijvoorbeeld meer verpleegsters. Wat hij er namelijk niet bij zei is dat de sociaal-democraten alleen de lasten voor de laagste inkomens willen verbeteren. Iets waar GroenLinks ook voor ijvert. En net als de oppositiepartij willen Kok, Melkert en de hunnen tegelijkertijd ook de lasten verzwaren om nieuwe plannen te kunnen betalen. De PvdA ziet alleen niets in het plan van GroenLinks voor een nieuw toptarief in de belastingen voor werknemers die meer dan een miljoen verdienen.

En laten we ook eerlijk zijn: dat voorstel heeft louter symbolische waarde. Aan de paar mensen die zo veel verdienen kun je het gerust overlaten om een constructie te bedenken waarmee de fiscus wordt ontweken.

De PvdA komt juist weer goed weg met haar programma omdat de andere partijen nauwelijks hebben dóórgevraagd naar de echte keuzen die de PvdA maakt. Er zijn reuzeveel 'ambities', maar niet duidelijk is waar de partij voorrang aan geeft als straks de economie echt stagneert. Sneuvelen dan de extra uitgaven voor de zorg als eerste? Nog interessanter wordt het bij de keuzen die de PvdA maakt bij wat ze zelf ziet als het kernpunt van het programma: de vernieuwing van de overheidssector. Daarbij gaat het om veel meer dan extra geld. In het onderwijs moet er bijvoorbeeld minder van bovenaf bepaald worden en meer ruimte komen voor de wensen van scholen, onderwijzers, ouders en leerlingen. Het klinkt allemaal mooi en modern. We willen toch allemaal af van de almacht van de centrale overheid? Maar het wordt pas spannend als blijkt dat de belangen van bijvoorbeeld docenten en schoolbesturen niet overeenkomen met die van de ouders. Zouden de onderwijsbonden het accepteren als de vaders en moeders invloed krijgen op het personeelsbeleid of op de manier waarop wordt lesgegeven? In de Verenigde Staten raakten de Democraten in een lastig parket toen de Republikeinen voorstelden meer macht aan de ouders te geven. Moesten ze dit plan overnemen omdat de kiezers het prachtig vonden? Maar als ze dat deden dreigde er een conflict met de onderwijzers en hun vakbonden.

Ik ben benieuwd hoe de PvdA met dat dilemma zou omgaan.

martijn beekman/hh

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 22-09-2001
Pagina: 035

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De schaduwen boven prinsjesdag
door Michiel Zonneveld

Op het moment dat ik dit schrijf moet dit hoogtepunt van het parlementaire jaar nog beginnen. Maar het ziet ernaar uit dat het nogal surrealistische bijeenkomsten gaan worden. Van de zekerheden waarop de plannen voor het komende begrotingsjaar werden gebaseerd, zijn er weinig meer over. Het kabinet zegt dat de Grondwet niet toestaat dat prinsjesdag op een andere dag dan de derde dinsdag van september wordt gehouden. Het gevolg is wel dat er deze week gepraat wordt over de begroting van voor 11 september.

Al maanden voor de terreuraanslagen was het duidelijk dat de periode van uitbundige economische groei voorbij is. Wat zal het effect van de aanslag uiteindelijk zijn? Het enige waar economen het echt over eens zijn is dat niemand er een flauw benul van kan hebben of er een recessie komt en hoe lang die dan duurt.

Het zijn beslist niet alleen de snel veranderde uitzichten op de economie die de troonrede, de miljoenennota, en veel regeringsvoorstellen een gedateerd karakter geven. Op dit moment is geheel onduidelijk wat de gevolgen van de aanval op New York zullen zijn voor het buitenland- of het defensiebeleid van Nederland. Er worden grote woorden gesproken over een nieuwe wereldorde en andere veiligheidsconcepten. De tijd van bezuinigingen op defensie (het 'vredesdividend') lijkt in elk geval voorlopig voorbij. Het kabinet vindt dat er veel extra geld moet naar de bestrijding van het terrorisme. Maar plannen liggen er natuurlijk nog niet.

Even onzeker is wat ons te wachten staat op het gebied van de binnenlandse politiek. Enkele vraagstukken dienen zich in hoog tempo aan. Er wordt druk uitgeoefend om in de wetgeving minder rekening te houden met privacy. De roep om meer mogelijkheden voor BVD en justitie neemt toe. Kan er niet meer informatie worden uitgewisseld met de veiligheidsdiensten van de bondgenoten? Zou de uitlevering van verdachten niet soepeler moeten worden geregeld? Het zijn vragen die al wel gesteld worden, maar nog lang niet beantwoord kunnen en dus mogen worden.

Minstens zo belangrijk is een vraagstuk van een andere orde, dat van culturele openheid en tolerantie. De aanslag is de aanleiding voor een nieuwe ronde in het al langer durende debat over de islam. Het is nog lang niet duidelijk welke kant het op zal gaan, maar voorlopig wordt het klimaat harder. Getuige de feestende Marokkaanse jongeren in Rotterdam en Ede en de woede daarover. Of de brandstichting in een islamitische school in Nijmegen. Het valt te betwijfelen of de herderlijke vermaningen aan het adres van de Marokkaanse jongens, of de waarschuwingen tegen islamofobie die tot nu toe uit de politiek kwamen, voldoende zijn om spanningen te beheersen. Het kabinet komt wellicht voor lastige dilemma's te staan. Moet het zich er bijvoorbeeld toe laten verleiden uit zorg voor de veiligheid bepaalde delenvan de islamitische gemeenschap veel nauwer te volgen? En leidt dat dan weer niet tot stigmatisering?

De Algemene Beschouwingen zijn natuurlijk niet zinloos geworden. Een belangrijke functie van het debat is dat de politieke partijen de gelegenheid krijgen hun visie te geven op wat er zou moeten gebeuren. Maar tijdens deze bijeenkomsten wordt het parlement ook geacht een oordeel te geven over de regeringsstandpunten. Een deel van het debat dat deze week gevoerd zou worden, moet daarom noodgedwongen worden uitgesteld.

Voor de Tweede Kamer zijn de Algemene Beschouwingen deze week wel een gelegenheid om een rol op te eisen bij een eventueel besluit over de inzet van militair geweld. Premier Wim Kok maakte afgelopen maandag toen hij een toelichting gaf op de miljoenennota nog eens duidelijk dat met de aanval op onze bondgenoot ook ons land in oorlog is. Hoe begrijpelijk een dergelijke uitspraak ook is, ze roept wel vragen op. Hoe zit het met de parlementaire controle bijvoorbeeld? Bij het begin van de eerste Golfoorlog eiste de fractie van GroenLinks nog een verenigde vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. De partij maakte zich er indertijd niet populair mee. Toch was het belangrijk dat op dat moment stil werd gestaan bij het belang van de beslissing. Naar aanleiding van de acties in Kosovo werd later nog eens vastgelegd wat de rol van het parlement had moeten zijn. Het viel in de afgelopen weken op dat de leden van het parlement wel erg volgzaam waren. De volksvertegenwoordigers vonden het niets eens nodig om een groot debat te houden zoals dat in het Britse Lagerhuis en het Amerikaanse Congres wel plaatsvond.

Het is natuurlijk hoogst ondankbaar om op dit moment vragen te stellen bij de te volgen procedure. Want de stemming in het land is daarvoor nog te vastberaden. Driekwart van de bevolking wil dat met militaire kracht wordt teruggeslagen. De Verenigde Staten steunden Europa toch ook in de Tweede Wereldoorlog? Maar de Nederlandse politici moeten zich realiseren dat de consensus die er nu in de westerse wereld is weleens broos kan blijken, en er lastige vragen zullen worden gesteld. Zodra de eerste slachtoffers vallen, zal ongetwijfeld de discussie oplaaien over welke middelen geoorloofd zijn. Nog groter is de kans dat er verschillen van mening zullen komen over wat op de kortere en langere termijn het meest effectieve antwoord is op de aanslag.

Het is belangrijk dat de Verenigde Staten nu gesteund worden, maar ook dat het parlement in Den Haag zich niet buitenspel laat zetten.

koen suyk/anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 29-09-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Socialisme zoals het niet bedoeld is
door Michiel Zonneveld

Enkele weken geleden sprak ik met een student die lid bleek te zijn van de Internationale Socialisten en vol vuur sprak over de toekomst. De massale demonstratie in Genua tijdens de G8-top van de rijke landen maakte duidelijk dat het perspectief van een socialistische maatschappij toch aan de horizon verscheen, meende hij. Een nieuwe generatie zag steeds duidelijker wat de keerzijde van de globalisering van de economie was: de verwoesting van het milieu en een nog ongelijkere verdeling van de rijkdom in de wereld. Er leek enige grond te zijn voor de opgewonden stemming van de jonge revolutionair. In Duitsland verscheen zo waar Karl Marx weer op de hitlijsten van de boekverkopers. Wie had dat gedacht na de val van de Muur in 1989?

Na de aanslag van 11 september lijkt er veel aanleiding tot tempering van dit soort optimisme. In het verleden waren het vooral politici van rechtse signatuur die bij de daarop volgende verkiezingen van dit soort gebeurtenissen profiteerden. De Britse premier Margareth Thatcher werd tijdens de oorlog om de Falklands pas echt populair. Ronald Reagan dankte zijn verkiezingsoverwinning aan het gevoel van vernedering door de gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel in Teheran. Een golf van Palestijnse terreuraanslagen bracht Likoed-leider Sjaron aan de macht. De eerste reactie van de meeste progressieve leiders is het uitspreken van onvoorwaardelijke steun aan het Vrije Westen en de Verenigde Staten van Amerika in het bijzonder.

Toch is het helemaal niet zeker dat het perspectief op een andere wereldorde, waarin het kapitalisme is getemd, nu meteen weer verdwijnt. De idealist kenmerkt zich door de misvatting dat de geschiedenis het gevolg is van weloverwogen stappen. De revolutionairen geloofden dat het een zaak was de massa te organiseren en op het juiste moment de macht te grijpen. De sociaal-democraten zagen meer in nijvere parlementaire arbeid en geleidelijke hervormingen. De van oorsprong Oostenrijkse econoom Joseph A. Schumpeter beschreef in zijn standaardwerk Capitalism, Socialism and Democracy (1942) dat een socialistische samenleving er niet door een beweging van hervormers of revolutionairen zou komen, maar dat de dynamiek van het kapitalisme zelf voor de socialistische omwenteling zou zorgen. Op meeslepende wijze beschrijft hij hoe het succes van de vrije markt zichzelf ondermijnt. De concurrentie leidt ertoe dat kleine ondernemingen worden opgeslokt. Het worden molochen die steeds bureaucratischer worden. De ware geest van de kapitalistische 'entrepreneur' verdwijnt uit de samenleving . Het is dan uiteindelijk een kleine stap om het bedrijfsleven onder staatscontrole te brengen, schrijft de econoom. (Ik weet dat ik het denken van Schumpeter te kort doe door het hierbij te laten.)

Na de aanslag maken velen zich zorgen over het inperken van zogenaamde 'burgerlijke vrijheden'. Daar is natuurlijk reden toe. In Nederland bijvoorbeeld willen steeds meer burgers dat er een algemene identificatieplicht wordt ingevoerd. Het kamerlid Ab Harrewijn van GroenLinks wilde de BVD zelfs meteen meer bevoegdheden geven. Wie had dat gedacht van een partij die veiligheidsdiensten doorgaans met de grootste argwaan volgt? Het aftappen van telefoon en internet, infiltratie in moskeeën en politieke verenigingen, alles lijkt nu te worden toegestaan in de oorlog tegen het terrorisme.

Maar wie aanslagen zoals op het WTC wil uitsluiten zou nog veel verder moeten gaan. De terroristen hebben duidelijk gemaakt dat ze in een moderne kapitalistische maatschappij verontrustend veel mogelijkheden hebben. De econoom Paul Krugman wees er vorige week al op dat gebruik is gemaakt van het privatiseren van de beveiliging van de luchthaven. De Amerikaanse luchthavens deden het op een koopje. Het veiligheidspersoneel verdient zes dollar per uur, nog minder dan het bedienend personeel bij McDonald's. De training die ze krijgen duurt nog geen halfuur. Maar als Krugman zijn zin krijgt en beveiliging weer een overheidstaak wordt, is de veiligheid nog allerminst gegarandeerd. Volgens alle deskundigen is in de nabije toekomst een aanslag met chemische, biologische, of nucleaire middelen zeker niet uitgesloten. Of er volgt een daad als die van Timothy McVeigh, met een bom die uit dezelfde grondstoffen bestaat als kunstmest. Het verontrustende was dat hij het in zijn eentje kon uitvoeren. Zonder al te veel overdrijving kan worden gezegd dat in een moderne markteconomie de grondstoffen en mogelijkheden voor het oprapen liggen. De noodzakelijke technologische kennis voor het maken van bommen is voor veel mensen toegankelijk. Veel van de grondstoffen die nodig zijn voor een massavernietigingswapen worden nu op 'de markt' verhandeld. Het vrije verkeer van het kapitaal maakt het mogelijk fondsen aan te leggen. Naar nu blijkt kan een terreurgroep zelfs geld verdienen door te speculeren op de economische gevolgen van hun aanslag.

Burgers eisen van hun overheid veiligheid. Daarom zal bij elke volgende terreurdaad de druk opgevoerd worden om de greep en het toezicht van de overheid te vergroten. Op de uitwisseling van informatie. De wapenindustrie. De banken. Op economische sectoren als de chemie en de biotechnologie. En de zorg voor de veiligheid houdt natuurlijk niet op bij de landsgrenzen.

Het is zeer de vraag hoe ver gegaan moet worden om de risico's tot een door de burgers aanvaard niveau te beheersen. Het is niet uit te sluiten dat er geleidelijk een nieuwe wereldorde ontstaat waarin het kapitalisme aan banden wordt gelegd. Maar het is dan wel een orde die tot stand wordt gebracht door angst en wordt bepaald door een grote mate van toezicht op en beperking van het maatschappelijke en economische leven. Waarschijnlijk zijn er weinig anti-globalisten die dromen van een dergelijke vorm van repressief socialisme.

dan loh/ap

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 06-10-2001
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hoe pleeg je een coup? Verkorte cursus
door Michiel Zonneveld

Als de treurige ontwikkelingen in het CDA ons iets leren is dat de kunst van het plegen van een machtsgreep een onderschat vak is. Iedereen is het erover eens dat het amateurisme dat door de christen-democraten ten toon is gespreid schadelijk is voor het aanzien van de Nederlandse politiek. Er zijn mensen die denken dat het niet bij de cultuur van ons land past. Niets is minder waar. Frits Bolkestein was twee keer het middelpunt van een samenzwering voor hij zelf de hoogste baas van de VVD werd. Wim Kok overleefde begin jaren negentig nog een poging van een gezelschap rond de oud-minister André van der Louw om hem op een zijspoor te zetten. De Hoop Scheffer bevond zich enkele jaren geleden in het gezelschap dat succesvol conspireerde tegen Enneüs Heerma. Een opstand in het CDA leidde mede tot de val van diens voorganger Brinkman. Als de voortekenen niet bedriegen staan ons in de komende jaren nog veel coups te wachten. In de PvdA zijn veel mensen die twijfelen aan Ad Melkert. Hoe zal het in die partij gaan als ze de komende kamerverkiezingen verliest? De positie van Hans Dijkstal is minder sterk dan die van Bolkestein. In de VVD twijfelt menigeen of hij, mocht de VVD de grootste worden, een geschikte premier zou zijn. Wat gebeurt er met GroenLinks als Rosenmöller vertrekt? Zelfs de ChristenUnie is niet immuun. Veel van de zittende kamerleden zijn niet blij dat ze gepasseerd zijn en dat de onbekende senator Veling door het bestuur naar voren is geschoven als lijsttrekker.

Politiek is een vak dat je moet leren. Voor welsprekendheid is er een cursus retorica. Voor nieuwe kamerleden is er altijd een cursus waarin ze vertrouwd worden gemaakt met de formele kant van zaken. Het is onbegrijpelijk dat er geen fatsoenlijke cursus bestaat voor het plegen van een coup. Daarom ben ik verheugd dat ik u nu een verkorte cursus kan aanbieden. Het CDA biedt vele praktijkvoorbeelden.

Voorbereiding

Bezinning gaat aan de voorbereiding vooraf

Het klinkt stichtelijk, maar het is maar weer eens gebleken hoe belangrijk deze les is. Jaap de Hoop Scheffer kan ongetwijfeld veel verweten worden, maar bijvoorbeeld niet dat de samenleving snel ontkerkelijkt. Evenmin kun je aan hem toeschrijven dat het CDA het als plattelandspartij moeilijk krijgt op het moment dat het land verstedelijkt. Sinds de jaren zestig kalft de christen-democratische aanhang geleidelijk af. Het proces lijkt door het CDA niet te stoppen. Moet de partij niet een meer algemene sociaal-conservatieve partij worden? Een partij waarin moslims en voormalig linkse spijtoptanten zich ook thuis kunnen voelen? De discussie daarover is natuurlijk vruchtbaarder dan een over de vraag wie op plaats één of drie van de kandidatenlijst moet staan.

Timing

Houd een geschikte tegenkandidaat achter de hand

Zeg dat het 'om de inhoud gaat'

De kandidaat-opvolger dient op de achtergrond te blijven

Daar heeft alles aan ontbroken bij het CDA. Het bestuur stelde eerst een kandidatenlijst op en stelt die even later weer ter discussie. Dat maakt een zeer vreemde indruk. U hoort al jaren van tevoren journalisten in vertrouwen te nemen en samenzweerderig dingen te zeggen als: 'We maken ons zorgen om Jaap.' Al twee jaar voor de verkiezingen dient er een vertrouwelijk partijrapport uit te lekken waaruit 'blijkt' dat de kiezers geen vertrouwen hebben in de leider. Procedures bij de kandidaatstelling moeten als valstrikken uitgezet worden. Zorg dat het vertrouwen van de leider bij voortduring ondermijnd wordt. En verwijt hem vervolgens dat hij geen zelfvertrouwen uitstraalt.
Timing is alles. Het meest geschikte moment voor een coup is na de verkiezingen (overigens ook om de kiezer anderszins te bedonderen). Dat was een les die iedereen wel begrepen had, dacht ik tot vorige week. Vier jaar later is alles al weer vergeten. Overigens is nog niet zeker dat de zaak nu hopeloos is voor de christen-democtraten. Zeven maanden is een lange tijd in de politiek. Politici en journalisten praten elkaar graag na. De een spreekt over zelfmoord. De ander over 'lemmingen die zich in zee storten'. Maar er kan veel gebeuren en het geheugen is kort. Recessies kunnen toeslaan. Oorlogen kunnen uitbreken, ook binnen andere partijen. Alleen dan is het wel weer belangrijk dat er een zeer overtuigende opvolger voorhanden is.
Dat is een aspect dat vaak iets te snel over het hoofd wordt gezien. Er waren allang twijfels over De Hoop Scheffer. Maar het blijkt dat er niet goed over is nagedacht wie hem moest opvolgen. Het CDA had kunnen leren uit het recente verleden.Toen Ed Nijpels werd afgezet, bleek er geen betere kandidaat beschikbaar te zijn dan Voorhoeve die veel kon, maar niet een partij leiden. Na Elco Brinkman zat Enneüs Heerma doodongelukkig te wezen als leider van het CDA.
Spreek in het openbaar met walging over al dat gepraat over 'de poppetjes': en ga achter de schermen door met uw werk. Hier verdienen de samenzweerders in het dagelijks bestuur van het CDA een klein compliment. Ze vinden De Hoop Scheffer natuurlijk te rechts en te burgerlijk, maar het komt niet over hun lippen. Een belangrijke tip is om in dit soort gevallen de kritiek algemeen te houden. Zeg bijvoorbeeld dat de partij 'offensiever' moet zijn en dat de geluiden uit de 'basis' beter verwoord dienen te worden. Daar kan niemand tegen zijn. U moet na de coup nog verder en het is dus onverstandig potentiële medestanders voor het hoofd te stoten.
Hoe hadden ze bij het CDA eigenlijk gedacht met Marnix van Rij de verkiezingen in te gaan? (Ideetje voor een campagneleus: 'Judas was toch ook een apostel?') Wie lijsttrekker wil worden dient uit het zicht te blijven als het vuile werk wordt verricht. Frits Bolkestein had het beter begrepen, toen hij de opstand tegen Nijpels leidde. Hij wist dat hij daardoor niet de geschikte man was om de leider op te volgen. Bij de christen-democraten ontbrak dit masterplan deze keer. Nu moet het CDA maar hopen op de hand van God.
erich lessing/abc

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 13-10-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Wat is er eigenlijk mis met Balkenende?
door Michiel Zonneveld

Voor wie daartoe de behoefte voelt, is het echt niet moeilijk uit te leggen dat Jan-Peter Balkenende ongeschikt is als lijsttrekker van welke partij dan ook. De eerste weken wordt een nieuwe politiek leider nog met een zekere welwillendheid benaderd. De CDA'er mocht bijvoorbeeld vertellen over zijn gezin, zijn verleden, zijn huisdieren en wapenfeiten. Oude vrienden en bekenden zeiden lovende dingen. Toch zijn al wat voorzichtige pogingen gedaan tot karaktermoord. Het is geen moeilijk karwei om af te maken.

De nieuwe voorman mist de uitstraling van een echte leider, hij zou te 'professoraal' zijn met zijn kleine dikke brilletje dat altijd een beetje scheef staat, zijn archaïsche kapsel en de soms nerveuze trek in zijn gezicht. Hoe kan deze gereformeerde student op leeftijd nu de zuidelijke kiezer overtuigen? Eigenlijk heeft hij alles tegen. Zelfs zijn naam. In het tijdperk van de soundbites heersen de mannen met de korte namen. Wim Kok. George Bush (twee keer!). Ad Melkert. Hans Dijkstal. Tony Blair. De naam Paul Rosenmöller telt al bijna te veel lettergrepen voor de gemiddelde televisie kijkende kiezer. Wat moeten we dan denken van Jan-Peter Balkenende? Zijn verdediging dat hij zich er in de campagne wel doorheen zal slaan omdat hij gelouterd is in het studentencabaret van de Vrije Universiteit maakt de zaak er alleen maar erger op. Jaap de Hoop Scheffer was ook zo goed in conferences en zie wat daarvan gekomen is. Het finale oordeel over Balkenende is dan ook niet mis: als politicus lijkt hij ongeschikt voor het televisietijdperk. Het enige waaruit het CDA nog hoop kan putten, is de inzet van een mediatrainer die over wonderbaarlijke gaven beschikt. Maar om te beginnen zou het geen kwaad kunnen om Jan-Peter Balkenende naar een moderne kapper te sturen.

Veel bedenkers van zogenaamde campagnestrategieën en journalisten doen vaak net of ze met dit soort analyses exacte wetenschap bedrijven. Ze spreken dan over de 'wetmatigheden' die nu eenmaal in de politiek gelden. Wie zich hier niet naar wil of kan voegen, zou reddeloos verloren zijn in de jungle van politiek en televisie. Balkenende kan een beste man zijn, hij past niet in de evolutie van de homo politicus, vinden de opiniemakers. Maar het zou niet voor de eerste keer zijn dat ze zich collectief vergissen.

Bij het aantreden van Frits Bolkestein gaf ook niemand veel voor zijn kansen. Toch boekte hij, door juist niet zijn best te doen om op de andere politici te lijken, succes. De VVD-leider trok zich niets aan van enkele van deze zogenaamde wetten van de politiek. Hij liet verstek gaan bij het populaire Sterrenslag, hij schreef liever voor de opiniepagina van het NRC Handelsblad. Ook stelde hij onderwerpen aan de orde die volgens alle andere politici juist niet aan de orde waren. Bolkestein deed niets aan zijn geaffecteerde praten en werd daarom nooit de held van de gewone man.

Het zou mooi zijn als we het met Balkenende ook collectief bij het verkeerde eind hebben. Iedereen lijkt ervan overtuigd dat de nieuwe CDA-leider kansloos is als hij in debat moet treden met Hans Dijkstal en Ad Melkert. Maar stel dat de kiezers Dijkstal in vergelijking met Balkenende wat al te oppervlakkig vinden. Of dat Melkert te veel vragen uit de weg gaat. Wellicht wordt het straks dan juist de kracht van de voorman van de christen-democraten dat hij, ondanks alles, de meeste overtuiging uitstraalt.

Ook als het CDA de te verwachten nederlaag lijdt, is er alle reden om kritisch na te denken over de manier waarop politici beoordeeld worden. Wat opvalt is een grote tegenstrijdigheid in de wijze waarop het oordeel wordt geveld. Door dezelfde mensen die vinden dat Balkenende niet glad genoeg is, wordt geklaagd dat politici te oppervlakkig zijn, het beeld voor de inhoud gaat en er te weinig echte debatten worden gevoerd. Zodra er een politicus naar voren treedt die wel duidelijke ideeën en overtuigingen heeft, wordt deze in de eerste plaats op zijn presentatie beoordeeld. Er zijn veel meer voorbeelden van dubbelzinnigheid. Aan de ene kant wordt politici verweten dat ze opportunistisch zijn. Ze zouden vooral willen scoren bij de media en de kiezer en daarvoor desnoods snel van mening veranderen. Met enige walging wordt gadegeslagen hoe de ene na de andere politicus na de aanslag in New York pleitte voor een algemene identificatieplicht. Maar wie dat niet doet, wordt ongeschikt geacht voor de Haagse politiek omdat het daar nu eenmaal een zaak is van profileren of sterven. Politici wordt al snel verweten dat ze over lijken gaan. Maar als Balkenende als aardig en integer wordt omschreven, volgt daarop al snel de implicatie dat hij niet hard genoeg is voor zijn vak. Er wordt al snel geroepen dat de oppervlakkigheid en middelmaat regeert. Toch is het de vraag of de nieuwe CDA'er bij voortduring een 'intelligent', 'intellectueel' of 'wetenschappelijk geschoold' wordt genoemd. Want al snel volgt de toevoeging dat hij 'te professoraal' is om de emoties van het grote politiek te bespelen. Politici kijken te veel naar de volgende verkiezingen en de persoonlijke waarderingscijfers, zeggen critici.

Maar vervolgens nemen ze zelden de moeite kamerleden op een andere manier te beoordelen. Op hun invloed op het maatschappelijke debat bijvoorbeeld. Het komt erop neer dat politici niet deugen, en als ze het wel doen dan zijn ze ongeschikt. Het CDA weet wat het te doen staat als het niet lukt met Balkenende. Het zoeken is dan naar een frisse jonge man of vrouw. Desnoods zonder visie, maar wel iemand die bij Triviant Annemarie Jorritsma wegspeelt. Die beter keyboard speelt dan Dijkstal saxofoon. Even populistisch is als Tony Blair. Een slecht mens wellicht, maar met een stralende lach.

roel rozenburg

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 27-10-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De dictatuur van de middenklasse
door Michiel Zonneveld

Ruim een decennium geleden woedde in de kolommen van NRC Handelsblad een vurig debat over de vraag of Nederland geen eenpartijstaat geworden was. Formeel bestonden er nog wel verschillende partijen, maar de politiek was volgens sommige deelnemers aan het debat morsdood. De discussies in de Tweede Kamer werden gesmoord door onderonsjes tussen de coalitiepartijen. In de praktijk hadden ambtenaren meer macht dan de volksvertegenwoordigers. De uitkomst van de formatie was altijd een variant met het CDA. Politiek bleek volgens de critici in NRC Handelsblad niet meer dan een schaakspel van de elites van de partijen. De kiezer stond buitenspel. De standpunten van de verschillende politieke partijen verschilden weinig van elkaar. Verkiezingen leken niet meer dan een rituele betekenis te hebben.

Er is sinds die tijd veel gebeurd. Met de veronderstelde eeuwige almacht van het CDA was het snel gedaan. De erfvijanden PvdA en VVD smeedden, door tussenkomst van D66, een onmogelijk geachte coalitie die nog een succes bleek ook. Je zou kunnen volhouden dat dit niets afdoet aan de stelling dat Nederland een eenpartijstaat is geworden. Is er een beter bewijs voor dan de vorming van het paarse kabinet?

Toch zou die conclusie overdreven zijn. De verschillen tussen de partijen zijn niet zo groot als ze in de jaren zeventig leken, maar ze bestaan. Wie de verkiezingsprogramma's leest merkt bijvoorbeeld dat de PvdA niet veel meer ziet in het verlagen van belastingen. Evenmin als GroenLinks. Voor zover ze verlaagd worden, moet het geld dat dit oplevert gebruikt worden voor de laagste inkomens. De VVD wil juist wel doorgaan met lastenverlichting (14 miljard gulden). Voor een deel moet dat gebeuren door een verlaging van het toptarief en het afschaffen van de OZB (een gemeentelijke belasting die vooral hoog is voor de bezitters van dure huizen). De PvdA benadrukt in haar programma dat de hoogte van de uitkeringen gelijk opgaat met de stijging van de lonen. De VVD wil juist veel minder mensen recht geven op een WAO-uitkering.

Even overdreven is de bewering dat het voor het beleid niet uitmaakte dat het CDA in de oppositie terecht kwam. De invoering van het homohuwelijk was in een kabinet met het CDA veel lastiger geweest. Hetzelfde geldt voor de euthanasiewetgeving en de verruiming van de winkelsluitingswet, waardoor nu ook op zondag boodschappen kunnen worden gedaan. Het betekende geen spectaculaire breuk met het verleden. Maar dat zegt niet dat er weinig verschillen tussen de standpunten van partijen zijn. Niet vergeten moet worden dat de confessionelen in de decennia daarvoor ook al gedwongen waren tot concessies. Daardoor had Nederland in de jaren dat het CDA wel meeregeerde een relatief liberale wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld drugs en euthanasie.

Maar er is een andere reden om serieus te vrezen dat politieke parijen te veel op elkaar gaan lijken. Dan moet je niet in de eerste plaats kijken naar de standpunten van de partijen, maar naar wie ze bedoelen als de vertegenwoordigers ervan over 'wij' spreken. Er is een tijd geweest dat die vraag niet gesteld hoefde te worden. De socialisten vertegenwoordigden de 'verworpenen der aarde'. De liberalen de ondernemende burgers. De confessionelen de christenen. Maar nu?

De PvdA geeft daar in haar laatste verkiezingsprogramma het duidelijkst antwoord op. 'Veel huishoudens, vooral de jongere generaties, hebben anderhalf tot twee inkomens. Mede dankzij de economische groei van de afgelopen jaren zijn velen tot de middenklasse toegetreden.' Dit is nog neutraal geformuleerd. Dan volgt: 'Wij zijn gewend aan kwaliteit en keuzevrijheid. Die verlangen wij ook van publieke voorzieningen…'

Wie het programma verder leest wordt gewaar wat het profiel is van de nieuwe burger die tot de middenklasse behoort. Deze heeft een goed inkomen. Hij of zij is goed geschoold, mondig en geëmancipeerd. Eventuele kinderen moeten gaan studeren. Het ideaal is een eigen huis. Men maakt deel uit van een 'netwerksamenleving' en leeft in een 'kenniseconomie'.

Uit de programma's van VVD en GroenLinks blijkt dat hun archetype van de burger eveneens tot dezelfde middenklasse behoort (en in het binnenkort te publiceren programma van het CDA zal het ongetwijfeld niet anders zijn). In elk programma, van PvdA tot VVD, wordt gesproken over 'de nieuwe overheid' die in staat is om het de geëmancipeerde burger naar de zin te maken. Allemaal vinden ze dat de burger moet kunnen kiezen. Bijna allemaal (met uitzondering van GroenLinks) lopen ze met een grote boog om verworvenheden als de hypotheekrenteaftrek heen.

Maar wat nu als je niet tot die middenklasse behoort? Er is een categorie mensen die de afgelopen jaren veel minder heeft geprofiteerd van de economische groei. Van de Marokkaanse schoonmaker tot de AOW'er zonder aanvullend pensioen. Er zijn burgers die geen opleiding hebben afgemaakt. Geen werkende partner hebben. Die niets voelen voor praatjes over 'flexibele pensionering' omdat ze al jaren naar hun vut verlangen.

Door welke politici zullen ze zich aangesproken voelen als die het over 'wij' hebben? De SP wellicht? Een andere protestpartij? Of gaan ze gewoon niet stemmen? Natuurlijk wordt ook dit deel van de samenleving niet vergeten in de programma's van de grote partijen. De PvdA zegt dat ze de langdurige werkloosheid wil bestrijden. GroenLinks heeft plannen om mensen met de laagste inkomens financieel tegemoet te komen. D66 wil de inkomens van mensen 'die blijvend geen kans maken op betaald werk structureel verbeteren'. Maar het is nooit 'hun'programma. Ze figureren als de verliezers van 'onze' moderne kenniseconomie.

Sake Rijpkema/hollandse hoogte

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 03-11-2001
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Vernieuwen met de cirkelzaag
door Michiel Zonneveld

Nooit eerder werd de presentatie van een kandidatenlijst zo'n merkwaardige vertoning als die van afgelopen zondag. Het begon al met de plaats die de afdeling Amsterdam ervoor had gehuurd. Het bovenzaaltje van het centrum De Waag bleek niet groter dan een halve studentenwoning. De op elkaar gepropte journalisten en gemeentepolitici werden toegesproken door de voorzitter van de kandidatencommissie Jos de Beus. Gewoonlijk heeft zo'n bijeenkomst iets feestelijks. De kandidaten worden uitvoerig geprezen. Ook aan de mensen wie geen verkiesbare plaats is toebedacht, worden warme woorden gewijd. Zo was het een dag eerder gegaan, toen de landelijke PvdA haar lijst voor de verkiezingen van de Tweede Kamer bekend maakte. Zelfs het grijste muisje werd de verzamelde pers daar nog voorgesteld als een exemplaar van een exotische diersoort, een kandidaat van wie de burger nog veel kan verwachten.

Jos de Beus liet zich weinig gelegen liggen aan dit soort vormelijkheden. Hij kon zich ook wel wat veroorloven. De hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam wordt, sinds hij meewerkte aan het schrijven van het landelijke verkiezingsprogramma van 1994, als een vernieuwer van de PvdA gezien. Hij leek dan ook de aangewezen man om een 'onafhankelijke' commissie te leiden die de kandidatenlijst zou opstellen. Maar op deze zondag had hij voor zijn innoverende arbeid een cirkelzaag meegenomen. Voor de eerste vier kandidaten op zijn lijst had hij mooie woorden over. Het spektakel begon met de man op de vijfde plaats, toebedeeld aan de zittende wethouder Duco Stadig. Hij nam wel een groot risico door nog eens wethouder te willen worden, vond De Beus. De commissie had hem gevraagd wat hij de komende jaren nog wilde doen voor de stad, 'maar hij had de commissie niet kunnen overtuigen'. Stadigs werk zat er wat De Beus betreft op.

Bea Irik was jarenlang fractievoorzitter en promoveerde een halfjaar geleden tot wethouder. 'Een wethouder moet niet non-descript zijn en voortdurend bezorgd over draagvlak in een dossier, maar moet tegen raad en bevolking een strategische lijn ontvouwen en die helder uitleggen,' zei de hoogleraar over haar. Daarna volgde een toelichting op kandidaat nummer 10, de huidige afdelingsvoorzitter Bouwe Olij, die meer weg had van een tirade. Het zint De Beus niet dat Olij voorzitter was gebleven, terwijl hij ook uit was op een hoge plaats op de lijst. Door deze dubbelfunctie was een open en eerlijke afweging niet mogelijk gebleken. Dat was een 'beoordelingsfout' waarmee Olij zich volgens hem (en twee andere leden van zijn commissie) had 'gediskwalificeerd'. 'Ik zal u de details besparen. Maar neemt u van mij aan dat het een voorbeeld was van vals spelen.' Even later liet hij Olij en de wethouders dreigend weten dat het 'onsportief' zou zijn een lobby te voeren voor een hogere plaats op de lijst. Tegelijkertijd riep hij de leden zelf impliciet op om Olij en de wethouders alsnog van de lijst te gooien. Hij waarschuwde dat de PvdA anders weldra alleen nog uit 'ijdele ego's' zou bestaan.

Het optreden van De Beus leek onbegrijpelijk. Als hij er dan zo over dacht, waarom nam hij dan wel de verantwoordelijkheid voor de lijst? Het is uitgesloten dat de wethouders het er nu bij laten zitten. Er is meteen al een lobby begonnen om ze op een plaats te krijgen die zo hoog is dat ze een logische kandidaat zijn voor een nieuwe plaats in het college. Een verbeten strijd tussen voor- en tegenstanders van Olij lijkt onvermijdelijk.

Als je reconstrueert wat er in de laatste week is gebeurd, is het optreden van de voorzitter iets beter te bevatten. De Beus ondervond hoe kwetsbaar je als onafhankelijke buitenstaander bent als de strijd om de macht in de cruciale fase komt. Zijn eerste nederlaag leed hij al bij zijn pogingen om Olij van de lijst te weren. In zijn commissie steunde een kleine meerderheid de Amsterdamse voorzitter. Een uiterste poging om Olij ertoe te bewegen zich terug te trekken mislukte. Maar De Beus leek wel gedaan te krijgen dat de wethoudersploeg radicaal zou worden 'vernieuwd'. Op donderdag lag er nog een lijst waarop Stadig en Irik ontbraken (de andere wethouder, Van der Aa, had zich al teruggetrokken). Daarna ondervond De Beus hoe de mechanismen van de macht werken. De partijprominenten bleken veel met elkaar te bellen. Vooral het passeren van de ervaren Stadig viel slecht (al langer was duidelijk dat burgemeester Cohen hem niet wenste te missen). Op vrijdag namen plotseling Ad Melkert en partijvoorzitter Ruud Koole contact op met De Beus ('hogere machten' zou hij ze een dag later noemen). Op zaterdagmorgen werd duidelijk dat ook het bestuur van de afdeling Amsterdam (zonder Olij overigens) niet van zins was de twee te laten vallen. Na lang vergaderen zwichtte de kandidatencommissie voor de druk.

De Beus moet zichzelf hebben gehaat. Iets dergelijks had hij in 1994 ook al laten gebeuren. Dat jaar greep de top van de PvdA op het laatste moment in toen hij een commissie leidde die het PvdA-programma moest schrijven. Het moest een programma worden waarin een visie vooral in grote lijnen werd geschetst. Het mocht niet langer een boodschappenlijst zijn van de fractiespecialisten. Maar in de laatste fase kwam de top van de PvdA toch tussenbeide. De boodschappenlijstjes werden alsnog toegevoegd. De financieel specialisten gingen nog verder aan de haal met het programma. Er mocht ook niet te veel afstand worden genomen van het kabinetsbeleid. Ook toen distantieerde De Beus zich pas achteraf halfslachtig van het eindproduct.

De wetenschapper heeft in elk geval weer een paar prachtige praktijklessen geleerd over het vak van partijvernieuwer. Wie zich te veel op afstand zet, zal te veel buitenstaander blijven en al snel als wereldvreemd worden gezien. Wie het te weinig doet zal zijn autonomie verliezen en zich uiteindelijk beperken tot veranderingen van cosmetische aard. Wie wil slagen moet dus een bijna duivelse vaardigheid in het manoeuvreren hebben. Laatste les: God heeft dat talent niet aan iedereen gegeven.

beneluxpress

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 10-11-2001
Pagina: 026

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De cursus bestrijding Leefbaar Nederland
door Michiel Zonneveld

Niemand kan meer om Leefbaar Nederland heen. De partij zou volgens het bureau Interview/NSS zes zetels halen als er nu verkiezingen werden gehouden. De andere politici beginnen zich zorgen te maken. De VVD hoopte de grootste partij te worden, maar LN-lijsttrekker Pim Fortuyn oefent met zijn scherpe uitlatingen over de islam en het asielzoekersprobleem een grote aantrekkingskracht uit op een deel van het liberale electoraat. D66 is niet langer de onbetwiste kampioen van de directe democratie. Ook Leefbaar Nederland is voor het referendum en de gekozen burgemeester en verwijt de partij van Thom de Graaf dat ze in de regering waterige compromissen heeft gesloten. GroenLinks en de Socialistische Partij verliezen misschien proteststemmers.

De PvdA komt in de nieuwe partij oudgedienden tegen: naast lijsttrekker Fortuyn ook LN-voorzitter Jan Nagel. Als geen ander weet Nagel waar de zwakke plekken zitten in de grootste regeringspartij. Iedereen in Den Haag vreest onzekerheid, want de kiezers raken makkelijk op drift. In Utrecht en Hilversum zorgden de lokale Leefbaar-partijen al voor verrassingen. Tijd voor de cursus: hoe bestrijd ik Leefbaar Nederland? Er zijn een paar mogelijkheden.

1. Ridiculiseren

Als Fortuyn en Leefbaar Nederland maar voldoende belachelijk worden gemaakt, zal ook de kiezer de nieuwe partij niet serieus nemen. Er kleeft een aantal gevaren aan deze werkwijze. De eerste is dat de politici van de andere partijen van de weeromstuit hun tegenstander gaan onderschatten. Ze roepen luchtigjes dat Leefbaar Nederland al snel met ruzie uiteen zal vallen, net als eerder de ouderenpartijen. Dat kan gebeuren, want LN heeft een grote aantrekkingskracht op querulanten en politieke amateurs. Maar er zitten ook mensen in die hebben bewezen dat ze doorhebben hoe de politiek werkt.

Een tweede gevaar dat de politici met deze strategie van belachelijk maken lopen, is dat Leefbaar Nederland de rol van underdog kan spelen. Bedenk verder dat je weinig bereikt door de vijand als populistisch af te schilderen. Het verwijt blijkt door de LN-voormannen eenvoudig te pareren met zinnen als: wanneer bedoeld wordt dat ik naar de kiezers luister, noem ik de kwalificatie populist een compliment.

2. Negeren of isoleren

Deze strategie werkt alleen als de media mee zouden doen. Het zal u zijn opgevallen dat dit niet zo is. Sterker nog: Leefbaar Nederland is opgericht door de (oud-)omroepcoryfeeën Nagel (Vara), Westbroek ('Denk aan Henk') en Van Kooten (Radio Veronica). Het isoleren van een partij, bijvoorbeeld door toekomstige regeringssamenwerking categorisch uit te sluiten, zal averechts werken. Een betere manier om de ontevreden kiezer ervan te overtuigen dat een partij zich afzet tegen de gevestigde orde is er niet. Opnieuw geef je Leefbaar Nederland zo een uitgelezen kans om zijn geliefde Calimero-rol te spelen. Want bij LN kennen ze de omroepgeschiedenis. Ze weten nog hoe de Tros zich de A-status wist te verwerven dankzij het feit dat ze werd verguisd door de zuilen en de politieke partijen. Het huzarenstukje werd later herhaald door Veronica. Nu pakt BNN het zo aan.

3. Dirty tricks

Het werkt heel simpel. Fluister rond dat de voorman van Leefbaar Nederland toch wel heel verdachte vrienden heeft. Noem de naam van Harry Mens en rakel op dat de VVD de makelaar uit Lisse niet op de lijst wilde zetten omdat er geruchten gingen dat hij mogelijk contacten zou hebben met het criminele milieu. En vergeet vooral te vermelden dat deze verdachtmakingen nooit door justitie konden worden bewezen. Er is altijd wel weer een journalist te vinden die het verhaal opschrijft. Zeker nu Fortuyn pocht met de miljoenen die hij krijgt van mensen uit de wereld van het onroerend goed. Maar het gevaar bestaat dat dergelijke verdachtmakingen als een boemerang kunnen werken. Dat merkte een kamerlid van D66 dat Fortuyn een 'kakelnicht' noemde. Hij had het niet eens zelf bedacht: dat was Youp van 't Hek in zijn column in NRC. Bij D66 dachten ze: Fortuyn ligt goed bij het behoudende deel van de natie, dat heeft vast niets op met zijn heldenverhalen over avonturen in darkrooms. De afzenders van een dergelijke boodschap zetten vooral zichzelf te kijk. Wie graag de hoeder van een tolerante samenleving wil zijn, kan bezwaarlijk inspelen op gevoelens van homofobie.

4. Accepteer Leefbaar Nederland

Bedenk dat alles dat benadrukt dat Leefbaar Nederland anders is, niet werkt. Het is immers een partij die haar kracht ontleent aan de onvrede met de bestaande politiek. Benadruk dus vooral hoe gewóón LN is. Fortuyn keert zich wel tegen de ons-kent-onscultuur, maar lijdt zijn partij er zelf ook niet aan? Leefbaar Nederland bestaat uit leden van het old-boy network binnen de omroep. Fortuyn is geen onbekende in het bobocircuit. Het programma van LN lijkt vooral radicaal omdat het nauwelijks is uitgewerkt. Pas dan ook op om Leefbaar Nederland onfatsoenlijk of gevaarlijk te noemen.

5. Politiek bedrijven

De verschillen tussen de grote partijen zijn klein geworden. Op lokaal niveau zie je bijna overal breed samengestelde colleges. Er wordt net gedaan of er geen alternatief denkbaar is. De verschillen tussen de partijprogramma's van de landelijke partijen zijn kleiner dan ooit. Uit de monden van hun voormannen klinken zielloze clichés. Na de verkiezingen is elke regeringscombinatie mogelijk. Is het vreemd dat de kiezers het gevoel hebben dat hun stem er weinig toe doet? Leefbaar Nederland doet het goed omdat andere partijen vergeten zich te profileren. Laten ze ermee beginnen.

anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-12-2001
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Kartelvorming in de politiek
door Michiel Zonneveld

Voor het eerst sinds de jaren zestig hebben bij de verkiezingen alle grote partijen een nieuwe lijsttrekker. Dat moet wel tot onzekerheid leiden. Het is in de verschillende partijen nog lang niet duidelijk wie nu echt de baas is. Hoeveel kamerzetels verlies kan bijvoorbeeld PvdA-lijsttrekker Ad Melkert zich veroorloven wil het hem niet net zo vergaan als Louis van Gaal en Co Adriaanse? Binnen de VVD zijn er twijfels over de leiderschapskwaliteiten van Hans Dijkstal. En ondanks het goede begin moet natuurlijk nog worden afgewacht hoe het met CDA-leider Jan Peter Balkenende afloopt. Een opvolger staat al klaar voor als het misloopt: de Brabantse gedeputeerde en nummer drie op de kandidatenlijst Pieter van Geel.

Ook voor campagnestrategen zijn het bange tijden. Meestal baseren ze zich op succesvolle campagnes in het buitenland. De verkiezingsoverwinningen van Bill Clinton en Tony Blair waren bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron (en bepaald niet alleen voor de PvdA). Eerst lieten ze zien hoe je de macht kunt veroveren op een zittende president en premier. Daarna hoe je een succesvolle herverkiezingscampagne kunt voeren. Maar wat te doen als er onder de kandidaten geen zittende premier ís? De komende verkiezingscampagne heeft nog het meeste weg van die tussen George Bush jr. en Al Gore. Er is niemand die de campagne van de huidige president van Amerika als bron van inspiratie ziet. Het was een keuze tussen twee zwakke kandidaten, van wie de eerste net iets meer mazzel had.

Onzekere leiders en partijen proberen meestal risico's te vermijden. Bij de PvdA en de VVD wordt gehoopt op voortzetting van Paars, eventueel zonder D66. De partijen presenteerden programma's die samenwerking niet al te moeilijk maken. Maar langzamerhand wordt duidelijk dat juist het vermijden van risico's gevaarlijk is.

Het zal voor de twee regeringspartijen moeilijk blijken de eigen kiezers naar de stembus te krijgen. Bij de landelijke verkiezingen van1998 wisten de PvdA en de VVD hun aanhang nog enthousiast te maken. Dat lukte al niet meer bij de verkiezingen voor Europa en de Provinciale Staten. Het CDA werd toen de winnaar omdat de doorgaans oudere christen-democratische aanhang uit plichtsbesef wel altijd zijn stem uitbrengt. De les is dat PvdA en VVD hun potentiële kiezers ervan moeten overtuigen dat het bij de verkiezingen écht om iets gaat. Dat vereist dat de partijen zich scherp tegen elkaar afzetten.

Op dit moment behandelen de grootste twee regeringspartijen elkaar met alle egards, en dat is juist gevaarlijk. Onder anderen SP-leider Jan Marijnissen heeft gesuggereerd dat er een deal is gesloten tussen de PvdA en de VVD. De eerste partij zou minister Korthals van Justitie hebben gespaard na de schikking van 'zijn' openbaar ministerie met drie bouwbedrijven die de overheid voor vijftig miljoen hebben getild. De VVD zou als wederdienst ervoor zorgen dat de voor Melkert zeer lastige ESF-affaire pijlsnel door de Kamer wordt afgehandeld. Of het nu waar is of niet, al snel ontstaat de indruk dat de grote partijen elkaar sauveren.

De PvdA en de VVD zijn minder dan ooit elkaars tegenpolen en het CDA is nog steeds meer een aspirant-coalitiegenoot dan een oppositiepartij. Daardoor is er sprake van kartelvorming in de politiek. Economen wijzen erop dat kartelvorming niet alleen slecht is voor de consumenten, maar ook voor ondernemingen. Als ondernemers denken dat ze de markt beheersen worden ze lui. Ze doen minder aan de vernieuwing van hun product en ze spannen zich niet meer in om het de klant tegen een zo aantrekkelijk mogelijke prijs te bieden. De captains of industry zijn meer bezig met beheersproblemen dan met het eigenlijke ondernemen. Tot nieuwe kleine ondernemingen de kansen grijpen die zijn blijven liggen. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein was zich bewust van dit gevaar. Hij zorgde ervoor dat hij het rechterdeel van zijn aanhang niet van zich vervreemdde. Met zijn gevloek in de linkse kerk hield hij de politieke verschillen levend. Met zijn controversiële optreden haalde hij niet alleen de VVD-aanhang over tot een gang naar de stembus, maar ook zijn politieke tegenstanders.

De opkomst bij de verkiezingen daalt de laatste jaren gestaag. De grote partijen zijn bedreven in het managen van de politiek en het oplossen van geschillen, maar de kiezers worden een beetje vergeten. Ondertussen dienen zich ter linker- en ter rechterzijde concurrenten aan voor het machtsconglomeraat van PvdA en VVD. De pijlsnelle opkomst van Leefbaar Nederland toont de behoefte aan 'iets anders'. Het maakt niet eens veel uit wat.

Maar de partijen worstelen met meer problemen. Waar de grote politieke kwesties achter de horizon verdwijnen, komen de kleinere ruzies en affaires op de voorgrond. Ad Melkert ziet nu de volle media-aandacht gericht op het geval-Van Gijzel. PvdA en VVD moeten zich verdedigen tegen het verwijt dat ze zich alleen met proceduretrucjes bezighouden. De nieuwe leiders lijken zo nog onzekerder dan ze zijn.

ANP

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 15-12-2001
Pagina: 035

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De mythe van de Galliërs
door Michiel Zonneveld

Wie aan het begin van de oorlog in Afghanistan een snelle en gemakkelijke overwinning had voorspeld, zou geen Hilversumse studio zijn binnengekomen. De situatie voor de Verenigde Staten leek tamelijk hopeloos. Op de televisie verschenen Russische veteranen om uit te leggen hoe slecht het hun in hun strijd tegen de Afghaanse helden was vergaan. De Amerikanen zouden in een grondoorlog op het onherbergzame terrein niets hebben aan hun technologische overmacht. Denk aan Vietnam, klonk het van alle kanten. Afghanistan zou de begraafplaats voor wereldmachten zijn: vóór Rusland leed het koloniale Groot-Brittannië hier al een bittere nederlaag. Een terugkerend thema was de mythe van de kracht van de Afghaanse strijder. Deze was gewend aan oorlog. Maanden konden die mannen voort, zonder iets noemenswaardigs te eten. Ze waren immuun voor het vergiftigde water. Zij waren als enigen bestand tegen de strenge winter die spoedig zou invallen. De Taliban beschikten dan wel over een klein staand leger, maar het was vastberaden. De steun voor hun regime zou alleen maar toenemen als de aanvallen zouden voortduren. We moesten namelijk niet vergeten dat bijna elke Afghaanse man over een wapen beschikt. In de analyses van de defensiespecialisten groeide hun militaire macht met de dag. Het heeft geen zin om naar een enkele deskundige te wijzen, die ernaast zat. Het opmerkelijke was dat er alleen grote verschillen van mening waren over de wenselijkheid van een westers militair ingrijpen, maar dat bijna iedereen het erover eens was dat het in elk geval een langdurige strijd zou worden.

De soepel verlopen militaire campagne van de Verenigde Staten en hun bondgenoten moet veel mensen te denken geven. Het is namelijk bepaald niet de eerste keer dat de kracht van de tegenstander collectief verkeerd wordt beoordeeld. In 1991, in de weken voor de Golfoorlog, werd het volk overstelpt met verhalen over de slagkracht van het Iraakse leger. Alleen al de 540.000 militairen die in en om Koeweit waren gemobiliseerd, boezemden natuurlijk ontzag in. Saddam Hoessein beschikte verder over een ontzagwekkende hoeveelheid wapens. Het leger was ervaren door de oorlog met Iran. In Jane's Defense Weekly werd hoog opgegeven over de kracht van de Iraakse artillerie. Maar toen de oorlog eenmaal begon, was het snel gedaan met de Irakezen.

Nog duidelijker zaten de meeste deskundigen ernaast in de oorlog rond Kosovo. De Servische kracht moest ook weer niet worden onderschat. Ook nu weer werd gewezen op het grote staande leger dat de Serviërs op de been hadden gebracht. De luchtmacht van Slobodan Milosevic bezat bovendien de modernste Russische jagers, de Mig-29 Fulcrum en het uitgebreide arsenaal aan luchtafweersysteem. De Serviërs zouden ook eensgezind blijken tegen de buitenlandse vijand en uitstekend zijn in het voeren van een guerrillaoorlog. De roemruchte geschiedenis van Tito's partizanen werd erbij gehaald. Die waren in de Tweede Wereldoorlog zonder hulp van buitenlandse machten in staat geweest het land te bevrijden. Voorwaar: een geduchte tegenstander! Enfin: u kent het vervolg.

Er blijkt een mechanisme te bestaan waardoor de kracht van de tegenstander wordt overschat. Een belangrijke factor is natuurlijk dat het moeilijk is aan de noodzakelijke informatie te komen. De meeste landen zijn nu eenmaal niet overmatig openhartig over militaire aangelegenheden. Maar dan blijft het de vraag waarom de militaire kracht wordt overschat en nooit onderschat. Is het een onderdeel van de militaire en politieke strategie? Wie steun wil hebben voor de massale militaire inzet doet er natuurlijk verstandig aan de vijand als formidabel af te schilderen. De strijd krijgt er vervolgens iets heldhaftigs door. En de deskundigen zijn op hun beurt zeer afhankelijk van bronnen binnen het leger van de Verenigde Staten of hun Navo-bondgenoten. Dat roept vragen op over de deskundigheid van de 'deskundigen' en over de kwaliteit van de informatie in dit 'informatietijdperk'.

Maar het gebrek aan informatie is geen excuus om een slechte historische analyse te geven. Bart Tromp was tijdens de oorlog in Kosovo de enige die erop wees dat de partizanen van Tito in de Tweede Wereldoorlog nooit enige rol van betekenis hebben gespeeld. De vermeende heldenrol was een product van de communistische propaganda.

Ook nu in de oorlog tegen Afghanistan was de westerse wereld weer goedgelovig. We twijfelden niet aan de verhalen over de islamitische solidariteit. Nu blijken de meeste Afghanen de Arabieren van Al-Qaeda te haten. We geloofden in de onverzettelijkheid na al die oorlogen. Maar nu wordt duidelijk dat de bevolking moe is van al die voortdurende gevechten. We vergaten dat het zogenaamde onoverwinnelijke Afghaanse verzet in de strijd tegen de Russen kansloos was totdat het steun kreeg vanuit het Westen. Nu weten we dat de Taliban machteloos waren op het moment dat de steun van bondgenoot Pakistan wegviel. De eenheid van de strijders was een fabeltje.

Blijkbaar bestaat er een sterke behoefte aan dergelijke romantische beelden. Er werd niet zonder bewondering over de partizanen en Pathaanse Talibanstrijders geschreven. Daar was nog echte heldenmoed. Mannen die nog niet verpest waren door welvaart, maar bereid waren te strijden en te sterven voor hun land.

Achteraf kwamen de meeste analyses niet verder dan het meesterlijke begin van elke Asterix-strip. Dat verhaalt over de Galliërs die verslagen werden. 'Alle Galliërs?' wordt gevraagd. 'Nee,' luidt het antwoord. Er blijkt één kleine stam, die moedig weerstand bood. Want zij bezaten een toverdrank waardoor ze bovenmenselijke krachten bezitten. Het probleem van de Serviërs en de Pathanen was dat ze niet over dat magische brouwsel kunnen beschikken. Ze zijn gelukkig net als wij. Bange mensen die het liefst naar huis willen als het gevaarlijk wordt.

anp

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 22-12-2001
Pagina: 038

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Ruilen als paarse succesformule
door Michiel Zonneveld

Wat is er toch aan de hand met de coalitie? Het raderwerk van Paars lijkt geheel tot stilstand gekomen. De afgelopen weken bleken PvdA en VVD het volstrekt oneens over de beperking van de groei van het aantal mensen in de WAO en de ziektewet. Over een nieuw stelsel voor de ziektekosten zijn de verschillen al even groot. Het paarse compromis over de verkiezing van de burgemeester blijkt onwerkbaar. Toch lijken PvdA, VVD en D66 niet van plan met nieuwe voorstellen te komen om aan de bestuurlijke chaos een einde te maken. De gemakkelijke verklaring voor de impasse is de nadering van de verkiezingsstrijd. Helemaal onzin is dat natuurlijk niet. De regeringspartijen willen ook nog iets hebben waar ze in de campagne van volgend jaar over van mening kunnen verschillen. Het heeft dan weinig zin alle heikele zaken op te lossen. Het is verder natuurlijk niet aantrekkelijk om aan de vooravond van de verkiezingen al te vergaande concessies te doen. Zeker niet over gevoelige onderwerpen als de WAO.

Het vreemde is dat over het algemeen verwacht wordt dat in elk geval PvdA en de VVD gewoon doorgaan met samen regeren. De burger kan volgend jaar mei dus kiezen tussen een kabinet Melkert-Dijkstal of een kabinet Dijkstal-Melkert. Er daarmee is de basis voor een gezonde samenwerking tussen sociaal-democraten en liberalen ondermijnd. Om duidelijk te maken wat daarmee mis is, is het verstandig nog eens na te gaan wat de succesfactoren waren van de kabinetten-Kok.

Van politiek strategisch belang was dat het CDA geen reëel alternatief leek als regeringspartner. De partij was te klein geworden en bovendien verdeeld. (Al zal dat straks nog wel eens kunnen veranderen. Sinds de komst van de nieuwe leider Jan Peter Balkenende komt het CDA weer in the picture voor een eventuele samenwerking. De partij is duidelijk minder verdeeld en in de opiniepeilingen is het verlies in korte tijd teruggelopen.)

De basis voor het paarse succes was dat PvdA, VVD en D66 het onderling over uiteenlopende onderwerpen makkelijk eens konden worden. Makkelijker in ieder geval dan als ze zouden hebben moeten onderhandelen met het CDA. Het gaat dan om zaken als een liberale euthanasiewetgeving en de invoering van het homohuwelijk. Na zeven jaar kan worden geconstateerd dat de meeste van deze kwesties zijn afgehandeld. Nog belangrijker voor de cohesie van Paars was natuurlijk de ongekende economische groei. Daardoor was het mogelijk de politieke verschillen af te kopen. De VVD kon pronken met een vermindering van de staatsschuld, een ongekende verlaging van de belastingen en het verstrekken van premies aan bedrijven. Voor de PvdA bleef genoeg geld over voor extra uitgaven, bijvoorbeeld voor het onderwijs en de zorg. Als het in de onderhandelingen over de begroting even spannend werd, was er altijd weer een onverwachte meevaller waarmee de problemen opgelost konden worden. Het is niet nodig uit te leggen dat de zaken er de komende jaren heel anders voor kunnen staan.

De laatste factor voor het welslagen van Paars was de manier waarop de grote partijen met verschillen omgingen. Ze hadden slechte ervaringen met de vroegere regeringspartner CDA toen over alles een compromis moest worden gesloten. Het nadeel daarvan was dat niemand echt tevreden was met de uitkomst. Bij de onderhandelingen werd vooral altijd met argusogen gekeken of de andere regeringspartij niet achteraf de overwinning voor het resultaat zou claimen.

Paars koos in plaats van het compromis voor de ruil. De PvdA kreeg bijvoorbeeld de toezegging dat de duur en hoogte van uitkeringen niet zouden worden aangetast. D66 kreeg het correctief referendum. De VVD onder andere de privatisering van de ziektewet. Zo werd elke partij zijn overwinning gegund. Maar ook deze succesfactor is niet meer. De regeringspartijen gunden elkaar gaandeweg steeds minder. In de sociale zekerheid werden weer zompige compromissen gesloten. De VVD dong zo veel af op het referendum en de plannen voor een gekozen burgemeester dat de burgers het spoor nu bijster dreigen te raken. Privatiseringen werden half stopgezet.

Maar nog is Paars niet verloren. De drie regeringspartijen kunnen niet verhelpen dat alle immateriële zaken zijn geregeld. Evenmin hebben ze de ontwikkeling van de wereldeconomie in de hand. Maar ze kunnen wel terugkeren naar hun oorspronkelijke voornemen op een andere, en meer vruchtbare manier met hun verschillen om te gaan. Als je naar de botsingen van de afgelopen weken kijkt, lijken ze over heel verschillende zaken te gaan. De WAO is toch iets heel anders dan de manier waarop de burgers hun ziektekosten verzekeren? En dat alles heeft toch niets te maken met de verkiezing van de burgemeester?

Toch is er een overeenkomst: het zijn keuzen tussen systemen. De PvdA wil de kern van de huidige regeling voor arbeidsongeschikten handhaven. De VVD en D66 de groep werknemers die recht hebben op de WAO zoveel mogelijk beperken. Psychisch arbeidsongeschikten moeten worden uitgesloten. Er moet worden aangetoond dat ze door hun werk arbeidsongeschikt zijn geworden. De VVD wil daarbij een grotere rol voor particuliere verzekeraars. Nog duidelijker is de keuze bij de discussie over de ziektekostenverzekering. De PvdA wil dat de premie inkomensafhankelijk wordt en een zo breed mogelijke volksverzekering. De VVD wil dat elke werknemer dezelfde premie betaalt en het verplicht verzekerde pakket zo klein mogelijk maken. Bij de burgemeester gaat het om een keuze van een direct gekozen burgemeester met veel bevoegdheden zoals D66 wil, of een door de Kroon benoemde met weinig bevoegdheden.

Het kabinet en de regeringspartijen zullen uitgedaagd worden om met nieuwe voorstellen te komen. Ze willen niet de indruk wekken dat ze niets doen als bijvoorbeeld straks de miljoenste WAO'er wordt ingeschreven. Laten we hopen dat niet opnieuw gekozen wordt voor het compromis. De samenwerking tussen de paarse partijen, met of zonder D66, kan alleen weer een succes worden als er opnieuw geruild wordt.

David trood/hh

Copyright © 2001 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

(Columns eerste deel 2002)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 05-01-2002
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De houdbaarheidsdatum verstreken
door Michiel Zonneveld

De populariteit van woorden kan in de politiek net zo vergankelijk zijn als die van mensen. Of, zoals u wilt: even stabiel als de beurskoersen. Kort geleden was het poldermodel het toverwoord waarmee alle successen verklaard konden worden en de problemen opgelost. Ik was niet eens meer verbaasd toen de internationaal secretaris van de PvdA Alvaro Pinto me enkele jaren geleden enthousiast vertelde dat hij naar (zijn geboorteland) Chili was geweest om daar namens zijn partij de wonderen van ons stelsel uit te leggen. Duitse politici reden naar Nederland om ter plekke het wonder te aanschouwen. Wim Kok werd door Bill Clinton op het Witte Huis uitgenodigd om tekst en uitleg te geven over dit 'Dutch Miracle'. Het inspireerde niet alleen de Amerikaanse president, maar ook de Britse premier Tony Blair in hun denken over hun 'derde weg'.

Inmiddels is alles wat geassocieerd wordt met polder tot een scheldwoord verworden. Een korte samenvatting van de afgelopen weken. FNV-voorzitter Lodewijk de Waal noemt het model 'te saai'.Op 4 december riep Michael Porter, hoogleraar economie aan Harvard, tijdens een lezing in de Haagse Ridderzaal op het poldermodel bij het 'oud vuil' neer te zetten. De directeur van De Nederlandsche Bank Nout Wellink waarschuwde even later dat de 'uiterste houdbaarheid' verstreken is. Gerrit Zalm noemt het wondermiddel opeens 'traag' en 'niet dynamisch'. Een krant maakte de kop dat het 'bureaucratisch poldermodel' op de Antillen niet werkt. Een Amsterdamse commissaris verklaart er de inertie bij politie en justitie mee. Is het een wonder dat Pim Fortuyn omhoog vliegt in de peilingen? Voor veel burgers moet hij de man zijn die de grauwsluier die boven het laagland hangt, optrekt.

De razendsnelle opkomst en val van het begrip poldermodel is voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt doordat niemand precies wist wat ermee bedoeld wordt. Aanvankelijk kon iedereen het begrip daardoor naar zich toe trekken. Vroeg je het aan een politicus van de VVD, dan legde deze de nadruk op de lastenverlichting en de bezuinigingen. Een collega van het CDA vond juist de loonmatiging, een politiek die onder Ruud Lubbers was ingezet, het belangrijkste ingrediënt van het succesverhaal. CDA en PvdA vonden samen de traditie van overleg het belangrijkste ingrediënt van dit model. Politici van de laatste partij wezen daarbij vooral op de verantwoordelijke rol van de vakbeweging en vooral van superpolderman Wim Kok.

Nu de periode van uitbundige economische groei voorbij is, dient het begrip even gemakkelijk als de verklaring voor alles wat er mis aan het gaan is in Nederland. De een noemt het als argument voor de verstikkende invloed van de organisatie van werkgevers en werknemers op de economie. Voor de ander is het reden tot een klaagzang op de Haagse gewoonte alle tegenstellingen weg te moffelen (de kritiek is daarmee eigenlijk gericht tegen de paarse coalitie). Voor weer anderen zit er in het poldermodel een pleidooi verstopt voor een verdere privatisering van de wetenschappen.

Toch moet worden vastgesteld dat er een gemeenschappelijk thema is in de kritiek: het Nederlandse overlegmodel maakt het onmogelijk om besluiten te nemen.

Voor de critici is de grote steen des aanstoots de WAO. Al tientallen jaren wordt erover gepraat, maar de groei van het aantal arbeidsongeschikten zet gestaag door. Opnieuw klinkt de roep ferme maatregelen te nemen en vooral niet te veel te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers te vertellen hebben. Veel politici ergeren zich dat ze moeten wachten tot de Sociaal-Economische Raad (SER), waarin de sociale partners zijn vertegenwoordigd, advies uitbrengt. Is een miljoen arbeidsongeschikten geen bewijs van alles wat er mis is en naar polder en overlegmodel ruikt?

Er is reden om dit soort taal van politici te wantrouwen. Op deze manier wordt de aandacht tamelijk bekwaam afgeleid van hun eigen rol. Dat is bij de WAO al eerder gebeurd. De werkgeversorganisaties en de vakbonden kregen in de jaren negentig de schuld in de schoenen geschoven van de onstuimige groei van het aantal arbeidsongeschikten. In die jaren werden vooral ouderen massaal in deze ziekteregeling 'gedumpt'. Deze organisaties hadden ook zeker een verantwoordelijkheid, omdat ze rechtstreeks betrokken waren bij de uitvoering van de regeling. Maar wat snel vergeten werd, is dat de politici die zich met het onderwerp bezighielden dondersgoed wisten wat er gebeurde. Voor het kabinet was het bijvoorbeeld aantrekkelijk om hiervoor de ogen te sluiten omdat zo de werkloosheidscijfers binnen de perken bleven (toenmalig premier Lubbers had beloofd terug te treden als er een miljoen werklozen zouden zijn). Linkse partijen zagen er electoraal lang weinig been in aan de regeling te morrelen.

Onder de paarse coalities zijn het nu in de eerste plaats de regeringspartijen die het niet eens kunnen worden. Daarom werd er eerst maar weer eens advies gevraagd (commissie-Donner) en vervolgens vroeg de SER weer een advies over dat advies. De huidige kritiek op het poldermodel zou dus weleens meer te maken kunnen hebben met de ontwikkeling van de daadkrachtcyclus van een kabinet.

Het is in dat verband interessant om te zien hoe de geschiedenis zich herhaalt. In 1982 verklaarde Lubbers de oorlog aan de besluiteloosheid. Het eindeloze praten en onderhandelen moest voorbij zijn. De nood was te hoog gestegen: Nederland zat in een recessie, had een hoge staatsschuld en een massale werkloosheid. Lubbers werd een manager in de politiek genoemd. Maar tijdens zijn tweede kabinet verdween het elan alweer. De samenwerking in zijn kabinetten werd almaar stroever. Steeds vaker werd er geklaagd over de stroperigheid.

Toen het eerste kabinet-Kok aantrad, werd meteen de belofte gedaan dat de Politiek het primaat moest nemen, daadkracht tonen.

Nu het elan opnieuw verdwijnt, moet – vrij naar Nout Wellink – de vraag gesteld worden of het niet de houdbaarheidsdatum van Paars is die verlopen blijkt.

Nout Wellink
anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 12-01-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het spoor terug
door Michiel Zonneveld

De terugtredende overheid heeft haar langste tijd gehad, de slinger gaat nu de andere kant op.' Deze uitspraak deed de Amsterdamse burgemeester Job Cohen tijdens zijn nieuwjaarsrede. Maar hij had heel goed van minister van Verkeer en Waterstaat, Tineke Netelenbos, kunnen zijn. Cohen zei dat bij de burgers in zijn stad het gevoel bestaat 'dat het zo niet langer gaat'. Hij noemde niet alleen het gevoel van onveiligheid. De Amsterdammers maken zich ook grote zorgen over de kwaliteit van het onderwijs, het gebrek aan voorzieningen voor de jeugd en het tekort aan betaalbare woningen. De logische vraag aan bestuur en politiek is dan natuurlijk: waarom wordt daar niets aan gedaan?

Netelenbos deed wel wat, zelfs méér dan ingrijpen in de bedrijfsvoering van de Nederlandse Spoorwegen: want de chaos bij de NS werd het symbool van het onvermogen van de politiek om problemen te kunnen oplossen. Ze eiste het vertrek van de NS-directie. Met deze 'daadkracht' lijkt ze tegemoet te komen aan het algemene gevoel van onbehagen over het functioneren van de overheid.

Maar het is nog de vraag of het veel zal helpen om de ene top door een andere te vervangen.

Netelenbos, en met haar de kamerleden die aandrongen op harde maatregelen, hebben een prestigestrijd gevoerd. Ze hebben daarin een succesje geboekt. Maar van alle kanten horen we dat de oude top ook niet uit de eersten de besten bestond. Het is nog maar de vraag of het onder de nieuwe directeur Karel Noordzij beter gaat dan onder zijn voorganger Hans Huisinga.

Bij voetbalclubs die het slecht doen, worden soms trainers ontslagen omdat gehoopt wordt op een 'schokeffect'. Je hoort dergelijke redeneringen op dit moment ook over de spoorwegen. Het personeel zou nu volledig doordrongen zijn van de ernst van de problemen (alsof ze dat al niet waren). De 'neuzen' waren weer eens dezelfde kant op gezet. Ter tempering van dit optimisme is het nuttig te weten dat uit de statistieken blijkt dat voetbalclubs zelden beter zijn gaan functioneren nadat een bestuur in paniek een trainer ontsloeg. Meestal blijken de problemen fundamenteler. De goede spelers zijn te duur voor de kleine club, of de tegenstanders te sterk. Over de NS horen we nu van de kant van politici en journalisten dezelfde gezwollen taal als de radeloze voetbalbestuurders uitkramen. 'Er wordt schoon schip gemaakt,' zegt de een. Noordzij moet 'puinruimen', zegt de ander. Die taal moet verhullen dat er nauwelijks een idee bestaat wat er moet gebeuren om aan de problemen een einde te maken. Dat geldt in de eerste plaats voor de minister van Verkeer en Waterstaat. Je kunt cynisch zeggen dat haar operatie niet meer is dan een uitsteloperatie. Een beproefd recept. Afgelopen zomer eiste de Tweede Kamer al dat ze ingreep. Toen koos ze voor een ultimatum aan de NS-top. Als niet tachtig procent van de treinen op tijd zou rijden dan moest de top verdwijnen. De nieuwe topman Noordzij krijgt nu een halfjaar de tijd om orde op zaken te stellen. Het voordeel daarvan is dat Netelenbos in elk geval tot na de kamerverkiezingen van mei van een hoop lastige vragen over vertraagde en uitgevallen treinen is verlost.

De kern van het probleem is echter de organisatie van de overheid. De huidige moeilijkheden zijn het gevolg van bewuste keuzen van de politiek. Maar dat punt blijft onaangeroerd. Eind vorig jaar werd dit op een intelligente manier uitgelegd door journalist Pieter Hilhorst in De wraak van de publieke zaak (Uitgeverij De Balie), een onder auspiciën van het ministerie van Binnenlandse Zaken geschreven boek. De politici kozen in de jaren tachtig zelf voor een politiek waarbij ze de verantwoordelijkheid voor de uitvoering uit handen gaven. In een aantal gevallen werd er voor gekozen bepaalde diensten aan de markt over te laten. In andere gevallen werd besloten diensten meer zelfstandigheid te geven om bedrijfsmatiger te kunnen werken. Om het hardst riepen de politici dat de overheid de pretentie moest opgeven dat de samenleving maakbaar was en ze haar al maar groter wordende ambtenarenapparaat van bovenaf kon sturen. De klachten van toen waren onder andere: ambtelijke inefficiëntie en inertie, onbeheersbare kosten, en misbruik door burgers (bijvoorbeeld uitkeringsfraude).

Nu wordt de keerzijde van deze verzelfstandigingen duidelijk. Het scherpst blijkt het dilemma bij de NS. Het was de bedoeling dat het een beursgenoteerd bedrijf zou worden. Als eerste stap werd het bedrijf verzelfstandigd. Het probleem bij marktwerking is echter dat die alleen werkt als de overheid haar bemoeienis ook werkelijk staakt, betoogt Hilhorst. Dat betekent dat de politici niet meer verantwoordelijk moeten willen zijn voor het beleid van het bedrijf. De Tweede Kamer zou stoïcijns moeten blijven als de tarieven worden verdubbeld en 'onrendabele spoorlijnen' worden opgeheven. 'Daar zit 'm de kneep,' schrijft Hilhorst. Als de verzelfstandiging (gedeeltelijk) wordt teruggedraaid, moeten een zeker gebrek aan efficiëntie en hogere kosten weer op de koop toe worden genomen. En of dan aan de vertragingen een einde komt?

Tot slot zal ik de klaagzang van Cohen nog eens langsgaan. Hij klaagt over de kwaliteit van het onderwijs. Maar als hij wil dat de overheid optreedt, dreigt een conflict met de autonome onderwijsinstellingen. Er is een gevoel van onveiligheid, maar als bestuurder heeft hij te maken met een complex van politiekorpsen, een openbaar ministerie en een rechterlijke macht die een grote mate van autonomie hebben bevochten of gekregen. Dat er te weinig betaalbare woningen worden gebouwd, heeft ook te maken met de onafhankelijkheid die de woningbouworganisaties hebben gekregen en de ideologie die ertoe leidt dat er meer aan 'de markt wordt overgelaten'. Wie Cohen hoort spreken, realiseert zich dat er in de toekomst nog veel crises als bij de NS zullen volgen.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 19-01-2002
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het karakterprobleem van Dijkstal
door Michiel Zonneveld

Hans Dijkstal moet in de afgelopen weken zijn doorgaans buitengewoon goede humeur zijn verloren. Tot begin december vorig jaar wees alles er nog op dat hij de verkiezingen van mei zou winnen. De tijd voor een historische doorbraak was gekomen: de VVD kon voor het eerst in haar bestaan de grootste partij worden en Dijkstal de eerste liberale premier sinds Cort van der Linden (1913-1918). Maar volgens de laatste peiling van het bureau Interview-NSS verliest de VVD vijf kamerzetels. De belangrijkste oorzaak is de opkomst van Leefbaar Nederland.

Kritiek op de koers van de VVD – en dus van haar leider – kon niet uitblijven. De VVD is te veel een middenpartij geworden, vinden veel leden. De partijtop voelt zich tegenwoordig wat al te veel thuis bij het Hollandse overlegmodel, waar lastige zaken als de aanpak van de WAO op de lange baan worden geschoven. Dijkstal doet weinig om die indruk weg te nemen. 'Wat is het alternatief voor de polder?' vroeg hij zich bijvoorbeeld af in een vraaggesprek met de Volkskrant. 'Het conflictmodel? Dat hebben we in de jaren zeventig gehad en dat is rampzalig geweest.'

Het wachten was op een antwoord van Frits Bolkestein. Dijkstals voorganger heeft een levenslange afkeer van alles wat ruikt naar overlegeconomie en consensus. Een rechtstreekse aanval op je opvolger is tegen de etiquette, maar wie adresseerde Bolkestein anders toen hij kort daarop in het tv-programma Buitenhof waarschuwde dat in Nederland beleid vaak niet wordt uitgevoerd omdat goede verhoudingen belangrijker gevonden worden? 'Met zijn allen rond de tafel luchtkastelen bouwen is makkelijker. Maar regeren gaat van au.'

Ook een andere oud-leider van de VVD, Hans Wiegel, volgde vorige week in Vrij Nederland de strategie van wel het paard, maar niet de man noemen. Dijkstal had kort daarvoor in het weekblad Elsevier gezegd dat zijn partij naar het politieke midden was opgeschoven. 'Onze kansen liggen eerder aan de linker- dan aan de rechterkant.' Volgens Wiegel moet zijn partij juist 'ontzettend uitkijken de rechterflank goed afgedekt te houden'. Hij had in 1972 meegemaakt hoe DS70 er met een deel van de rechtse kiezers vandoor ging. Wellicht heeft de VVD gedacht dat ze geen concurrentie ter rechterzijde te duchten had. Nu speelt Leefbaar Nederland de rol van rechtse uitdager.

Tekenend voor de verwarring en onenigheid in de VVD is verder de oproep van partijvoorzitter Bas Eenhoorn in het Algemeen Dagblad van afgelopen zaterdag. Hij wil zijn lijsttrekker naar voren schuiven als kandidaat-premier. Maar afgelopen zomer legde Dijkstal zelf nog uit waarom hij daar tegen is. De functie wordt door zoiets te doen belangrijker gemaakt dan ze hoort te zijn, zei hij. De premier moet niet meer dan de eerste onder gelijken zijn. Bovendien dienen in de verkiezingscampagne de politieke verschillen tussen partijen benadrukt te worden, niet tussen personen, betoogde de politicus met verve.

De suggestie van Eenhoorn is overigens om verschillende tactische redenen verstandig. Uit allerlei onderzoek blijkt dat het persoonlijk vertrouwen in de VVD-leider groter is dan in Ad Melkert. Zelfs een niet onaanzienlijk deel van de aanhang van GroenLinks geeft de voorkeur aan Dijkstal als ze moet zeggen wie van de twee premier moet worden. Bij de potentiële aanhang van de VVD is de afkeer van Melkert het sterkst.

Degenen die overwegen op Pim Fortuyn te stemmen, kunnen bang worden gemaakt met het vooruitzicht dat de PvdA dan de grootste partij wordt en Melkert de premier. Wiegel verzon al de leus: een stem op Pim is een stem op Ad. Die opzet werkt alleen als de vraag wie de premier moet worden tot inzet van de verkiezingen wordt gemaakt.

De suggestie dat Dijkstal zich op een aantal terreinen scherper moet opstellen, is niet zo eenvoudig uit te voeren. Als de gemiddelde VVD'er de vraag krijgt bij welke onderwerpen dit nodig is, zijn meestal de volgende drie te horen.

Eén: de WAO. Helaas heeft de partij de afgelopen zeven jaar ingestemd met het WAO-beleid. Al die jaren was een VVD'er als staatssecretaris van Sociale Zaken de eerstverantwoordelijke. De huidige, Hans Hoogervorst, heeft toegestaan dat er nog steeds geen besluiten zijn genomen. Eerst heeft het kabinet een advies gevraagd aan een breed samengestelde commissie onder leiding van Donner. Op dit moment is het afwachten wat de Sociaal-Economische Raad op haar beurt over dit advies adviseert. Wat moet de VVD doen? Het kabinet laten vallen als er geen besluit valt? Dat oogt vlak voor de verkiezingen en na jaren van inertie wel erg opportunistisch.

Het tweede onderwerp waarop de partij zich volgens liberalen als Wiegel kan profileren, is het asielbeleid. Maar de ruimte daarvoor is beperkt. De VVD heeft net ingestemd met een nieuwe asielwet.

Het derde thema is de bestrijding van de criminaliteit en de veiligheid op straat. Ook hier heeft de VVD een probleem. De VVD-aanhang is niet trots op minister Benk Korthals van Justitie, nu weer in de problemen vanwege het vrijlaten van cokesmokkelaars die op Schiphol zijn betrapt. En Dijkstal zelf slaagde er als minister van Binnenlandse Zaken niet in de belofte waar te maken dat er meer agenten op straat zouden komen.

Het is verder nauwelijks voor te stellen dat Dijkstal een wiegeliaanse of bolkesteiniaanse campagne voert. Dat is een karakterkwestie. Zijn leven lang is hij bekwaam gebleken in het bezweren van ruzies. Hij werd daarom tijdens het eerste paarse kabinet het oliemannetje genoemd. Het is dit bindende karakter waardoor hij in de ogen van veel kiezers een geschikte kandidaat voor het premierschap is, maar dat het wellicht onmogelijk maakt premier te worden.

bert nienhuis

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 26-01-2002
Pagina: 035

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Was Carrington maar nooit afgetreden
door Michiel Zonneveld

De minister van Justitie moet de eer aan zichzelf houden.' Dat zei het VVD-kamerlid Benk Korthals in juni 1993. Hij had zijn geduld met CDA'er Hirsch Ballin verloren. In het land was grote beroering ontstaan over het bericht dat justitie een negentienjarige Marokkaan had vrijgelaten die had bekend dat hij een zeventienjarige landgenoot had doodgestoken. De man kwam vrij vanwege het cellentekort.

Toen de man enkele maanden later werd aangehouden, bleek dat hij in de tussentijd een aantal gewapende overvallen had gepleegd. Voor oppositiewoordvoerder Korthals lag de zaak simpel. 'Dit is het werk van justitie en daar draagt de minister verantwoordelijkheid voor.' En een minister die 'moordenaars vrijlaat' dient te vertrekken, vond hij.

De VVD trad toe tot de regering en Korthals bleef het justitiebeleid vanuit de Tweede Kamer scherp volgen. Het waren drukke jaren voor de parlementariër. D66-minister Sorgdrager beleefde moeilijke tijden. Dieptepunt was de geëscaleerde ruzie met de top van het openbaar ministerie en de, door Sorgdrager zelf aangestelde, superprocureur-generaal Doctors van Leeuwen.

De zoveelste pijnlijke confrontatie met het parlement volgde. In de pauze van het debat over deze kwestie zorgde Korthals voor een rel: hij liet zich voor de NOS-camera ontvallen dat de minister het debat alleen maar zou overleven omdat de verkiezingen naderden. Een kabinetscrisis kon de coalitie nu niet gebruiken, zei hij.

Het hoeft geen betoog dat het kamerlid Benk Korthals weinig heel zou hebben gelaten van het beleid van de minister Benk Korthals. Was hij de woordvoerder van de VVD-fractie geweest, dan had hij in het spoeddebat van deze week de reeks incidenten die onder de verantwoordelijkheid van de minister hadden plaatsgevonden nog eens opgesomd. Hij was zeker begonnen met de Dover-zaak, waarbij 58 Chinese vluchtelingen de dood vonden en justitie de hoofdverdachte liet lopen. Daarna was hij ingegaan op de bouwfraude. In dit geval was de minister door de top van 'zijn' OM onwetend gehouden van het schikkingsvoorstel aan de bedrijven die met een dubbele boekhouding werkten. En hij had zijn bijdrage zonder enige twijfel geëindigd met de naar huis gestuurde bolletjesslikkers. Had de minister van hem mogen blijven zitten? Wellicht alleen omdat een kabinetscrisis slecht uit was gekomen, zo vlak voor de verkiezingen.

Maar Benk Korthals werd na jaren in het parlement beloond met een ministerschap. In die rol is hij een groot probleem voor zijn partij geworden. Partijvoorzitter Bas Eenhoorn was de eerste die uiting gaf aan de gêne in eigen kring. De VVD speelt in de komende verkiezingscampagne graag de kampioen van de misdaadbestrijding. Benk Korthals is dan niet bepaald een troef.

Voor de liberalen is het minstens zo onaangenaam dat de partij in botsing komt met de staatkundige opvattingen die in het recente verleden de basis vormden voor de harde opstellingen van het kamerlid Korthals. Voormalig VVD-leider Bolkestein werkte die uit in de jaren dat zijn partij nog oppositie voerde tegen het kabinet-Lubbers 3. Hij had er veel kritiek op dat in de Nederlandse politiek verantwoordelijkheden werden ontlopen. Politici konden alleen respect verdienen als ze leiderschap toonden. Daarbij hoorde ook dat je als bestuurder je consequenties moest trekken als het misging, betoogde hij. Bolkestein introduceerde bij die gelegenheid de zogeheten Carrington-doctrine in het Nederlandse politieke debat. Carrington was ten tijde van de Falklandoorlog de Britse minister van Defensie. Hij werd volkomen verrast door de Argentijnse aanval op de eilandengroep. Zijn staf had hem daarover moeten informeren, maar had dat niet gedaan. Omdat Carrington zich verantwoordelijk achtte voor wat er op zijn ministerie gebeurde, trad hij af.

Praktijk en leer bleken eigenlijk al vanaf het moment dat de VVD regeerde van elkaar te verschillen. Voorhoeve raakte als minister van Defensie verstrikt in de nasleep van het Srebrenica-drama. Toch bleef hij zitten. Dijkstal kon als minister van Binnenlandse Zaken zijn beloften over extra agenten niet waarmaken. Hij trad niet af. Maar van alle VVD-bewindslieden is Korthals het ernstigst in moeilijkheden geraakt.

Is opstappen dan de enige juiste oplossing? De rechtsfilosoof en VVD-ideoloog Paul Cliteur vindt van wel. Afgelopen zondag verdedigde hij de Carrington-doctrine in het tv-programma Buitenhof met verve. Het aanzien van de politiek werd erdoor verbeterd en de ambtenaren zouden, vond Cliteur, door zo'n dramatische stap beter hun best gaan doen. Het is een consequente redenering. Als die zou worden gevolgd, zou dat een einde maken aan alle laffe uitvluchten en pogingen om de schuld bij anderen te leggen. (Dieptepunt op dat gebied: op het ministerie van Justitie was te horen dat vooral PvdA-staatssecretaris van Financiën Wouter Bos veel had uit te leggen, omdat hij over het douanepersoneel gaat!) Maar in de praktijk is de doctrine nauwelijks werkbaar. Als een minister na elke grote ambtelijke blunder zou aftreden, dan wordt het kabinet een doorgangshuis. Dat geldt zeker bij Justitie, waar de minister formeel verantwoordelijk is voor de onafzienbare rij besluiten van het openbaar ministerie.

Het ministerie zou in deze kabinetsperiode ongeveer aan de vierde minister toe zijn geweest. De kans dat er dan een goed beleid was uitgestippeld lijkt me nihil. De stelling dat ambtenaren na het aftreden van hun minister beter hun best gaan doen is niet bewezen. Het is minstens zo waarschijnlijk dat velen van hen door de politieke chaos gedemotiveerd raken. Uiteindelijk is maar één kwestie van belang: heeft de minister het politieke vertrouwen? Daarbij gaat het om vragen als: heeft de minister de Kamer niet voorgelogen. En: bezit hij het vermogen om zijn ministerie te leiden?

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 02-02-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Nieuw: Kliklijn politiek opportunisme
door Michiel Zonneveld

Het is met enige aarzeling dat ik dit initiatief neem. Klikken wordt in dit land nog steeds een taboe geacht. We beweren dat het niet past bij onze aard. De Nederlander hecht toch aan openheid, vertrouwen en tolerantie? Wie zijn buurman aangeeft, maakt zich dus in zekere zin schuldig aan een vorm van landverraad. In het Ideologisch zakwoordenboekje, dat het weekblad De Groene Amsterdammer in 1996 publiceerde, staat onder het lemma 'Kliklijn' dan ook: 'Staatsgesponsord aangeefcentrum, heette vroeger NSB.' Twee jaar daarvoor schreven Pieter Ippel en Bart Crouwers van de Registratiekamer (een onafhankelijk staatsorgaan voor privacybescherming) over de nationale consensus in Trouw: 'Klikken is familie van verraad en gedijt in een atmosfeer van vertrouwen en heimelijkheid.' Maar dit taboe wordt wel erg vaak doorbroken. Het is nog een hele klus om het aantal 'meldpunten' te turven, waar de brave burger het gedrag van de kwaadwillende medemens aan de autoriteiten kan rapporteren.

We hebben of hadden al kliklijnen voor (of eigenlijk tegen): steunfraude, bouwfraude, het te vroeg verkopen van nieuwe haring, het te vroeg verkopen van vuurwerk, het illegaal verspreiden van software, vrachtwagenchauffeurs die de maximale arbeidstijd overschrijden, voetbalvandalisme ('Bellen tegen rellen'), wantoestanden op het werk, werkgevers die toelaten dat er gerookt wordt op de werkplek, projectontwikkelaars die al voor de openbare verkoop nieuwbouwwoningen aan bevriende relaties van de hand doen, sportkantines die de gewone kroeg oneerlijk beconcurreren door alcohol te verkopen, overheden en bedrijven die de Europese aanbestedingsregels ontduiken, illegale onderhuur, sjoemelende vuilnismannen, buren die op de verkeerde dag de vuilnis buiten zetten, fraude met EU-uitkeringen, Turkse afpersers, diplomaten die zich niet aan de wetten en regels houden, kindermishandeling – ja, waarvoor niet eigenlijk?

De oud-minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper pleit voor een kliklijn om terroristische activiteiten te kunnen voorkomen. En toen Peper zelf ter discussie stond vanwege zijn declaratiegedrag als burgemeester van Rotterdam konden zijn oud-ambtenaren anoniem belastende feiten aandragen. Het is dan ook ronduit verbazingwekkend dat sommige media deze week net deden alsof het iets heel bijzonders was dat er een 0800-tiplijn werd geopend waarop anoniem zware criminele activiteiten kunnen worden gemeld.

Ik ken de bezwaren die tegen mijn initiatief zijn in te brengen. Het brengt inderdaad niet het beste in de mens boven. Het wordt wel erg makkelijk om mensen anoniem zwart te maken. Het zou ook veel mooier zijn als we allemaal eerlijk zouden zeggen wat ons dwarszit. En ja: we creëren een klimaat van wantrouwen. Maar al dat soort overwegingen zijn niet meer van deze tijd. 'Burgerzin met één telefoontje anoniem en veilig bevredigd', zette de Volkskrant vorige week treffend als kop boven een artikel over de 0800-tiplijn. Weinig burgers kunnen een dergelijk aanbod weerstaan, zo bleek uit de enthousiaste respons op eerdere initiatieven. Als klikken landverraad is, dan bestaat ons volk uit vijftien miljoen NSB'ers.

Daarom presenteer ik vandaag met gepaste trots de kliklijn politiek opportunisme. Het was een rede van een van de brandweercommandanten (zijn naam is bij de redactie bekend) uit het noorden van het land die me op het idee bracht. Hij pleitte, volgens een van de lokale radio-omroepen, voor meer geld voor zijn korps nu er 'na de aanslagen van 11 september bij de bevolking veel sympathie was voor het werk van de brandweer'. Zo zie je hoe de een zijn dood de ander zijn extra fte kan worden. Overigens gaat het mij om opportunisme van echte politici. Om de waakzame lezer op weg te helpen enkele voorbeelden van de afgelopen week.

Het debat in de Tweede Kamer over de bolletjesslikkers was het beste voorbeeld. Allereerst de zaak zelf. Dat drugssmokkelaars worden vrijgelaten, is een ernstige zaak. Maar enige relativering was op zijn plaats geweest. Het ging om een fractie van de invoer van cocaïne, 0,3 procent. Het was te begrijpen dat justitie meer aandacht had voor de andere 99,7 procent. En de smokkelaars, die hun leven riskeren, zijn meer slachtoffer dan crimineel. Het probleem was alleen dat het een rel in de media werd. En dus riepen de meeste kamerleden die het woord voerden 'onaanvaardbaar' en eisten de inzet van het leger. Minister Korthals van Justitie is al zijn hele leven tegen symboolwetgeving, maar moest nu het vege lijf redden door een 'noodwet' aan te kondigen. Een keur van strafrechtgeleerden liet niets heel van het plan. Maar geen politicus trok zich er wat van aan. Noodwet. Inzet leger. Is het oorlog dan? Nee, de verkiezingen komen er aan.

CDA-leider Jan Peter Balkenende keert zich tegen de multiculturele samenleving. Allochtonen moeten zich aanpassen aan wezenlijke onderdelen van de Nederlandse cultuur, zegt hij. En dan wordt het spannend. Want als de overheid iets wil doen aan het overdragen van waarden, dan is het onderwijs de beste methode. Wat vindt hij dan van islamitische scholen? Durfde de christen-democraat de vrijheid van onderwijs, dus ook van de christelijke scholen, ter discussie te stellen? Ging hij zich ook uitspreken tegen christelijke scholen die geen homoseksuele leraren voor de klas willen? Balkenende liep er met een boog omheen. Is de CDA-leider nu bezorgd over de samenleving, of bang voor Fortuyn? En waar is de VVD, die dit weekeinde nog hardere taal over asielzoekers uitsloeg, het bangst voor? Retorische vragen.

De VVD liet Erika Terpstra niet terugkeren in het kabinet. In de Tweede Kamer werd haar geen rol van betekenis toegekend. Veel partijgenoten geneerden zich een beetje voor haar. Maar bij de kiezers blijft ze populair. Dus werd haar afgelopen week op de VVD-kandidatenlijst de vierde plaats toebedeeld. Enig!

leo van der noort/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 09-02-2002
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

En we buigen zeker niet voor de kiezer!
door Michiel Zonneveld

We buigen niet naar links. We buigen niet naar rechts,' placht Andries van Agt te antwoorden als iemand hem vroeg met welke partij hij na de verkiezingen wilde regeren. De CDA-leider zei vervolgens vroom dat eerst 'de kiezer' aan het woord was. Een mooie bijkomstigheid was dat hij op die manier de handen vrijhield om na de verkiezingen te doen wat hij wilde.

Het was niet zo vreemd dat de andere partijen zich behoorlijk ergerden aan deze strategie. Het CDA (en daarvóór de KVP) maakte zo duidelijk dat de kiezers en de andere partijen konden wikken wat ze wilden, maar dat de christendemocraten uiteindelijk beschikten.

Vooral de progressieve partijen hebben in de jaren zeventig geprobeerd de status-quo te doorbreken. Door het formuleren van 'minimumprogramma's', 'ononderhandelbare strijdpunten' en – één keer – een 'schaduwkabinet', moest de kiezer ook wat te kiezen krijgen. Maar de gewenste duidelijkheid kwam er nooit. De christen-democraten hielden het laatste woord. Totdat in 1994 Paars kwam.

Kreeg de burger door de komst van Paars wél meer te kiezen?

Het valt op dat de leiders van alle grotere partijen in de aanloop naar deze verkiezingen varianten geven op het antwoord van Van Agt. PvdA en CDA sluiten vrijwel geen enkele coalitie uit. De VVD hikt aan tegen samenwerking met GroenLinks, maar verder is ook voor haar alles mogelijk. Hetzelfde geldt voor Leefbaar Nederland, de partij die toch is opgericht om de kiezer aan de macht te brengen en die in de peilingen op meer dan twintig zetels staat. Pim Fortuyn zegt weliswaar dat hij een voorkeur heeft voor een regering met CDA en VVD, maar voorzitter Jan Nagel laat daarover heel andere geluiden horen. Dus wat is eigenlijk de betekenis van Paars? Dat we nu maar liefst vijf partijen hebben die alle mogelijkheden openhouden.

De kiezers worden daarmee gereduceerd tot toeschouwers. Ze mogen nog wel kiezen op 15 mei. Maar hoeveel macht hebben ze daarmee? De partijprogramma's verschillen minder dan ooit. Bovendien blijkt dat de partijen in formatietijd bijzonder flexibel omgaan met hun standpunten. Alleen de samenstelling van de coalitie maakt het echte politieke verschil uit.

Het meest gehoorde alternatief voor Paars is een regering van PvdA en CDA. Zo'n coalitie zou afstand nemen van een beleid dat veel heil verwacht van marktwerking. In hun regeringsverklaring zal die veel aandacht wijden aan de rol van maatschappelijke organisaties. Het beeld ziet er alweer anders uit als GroenLinks meedoet. Die deelname moet gevolgen hebben voor het milieu- en asielbeleid. Een regering met GroenLinks zal zoeken naar een balans tussen christelijk-sociale ethiek en libertarisme.

Een andere variant die rondzoemt, is links-Staphorst: PvdA-CDA en ChristenUnie. Zo'n regering zal op de rem trappen bij ethische onderwerpen en een sterke overheid voorstaan, met nadruk op herstel van gezag en een hard asielbeleid. Als Leefbaar Nederland gaat regeren met CDA en VVD zal er waarschijnlijk weinig terechtkomen van de staatkundige vernieuwing in het programma van die partij. CDA en VVD zijn daar altijd mordicus tegen geweest. En, tenslotte, als PvdA, CDA en VVD na een grote winst van Leefbaar Nederland samen gaan regeren, worden de politieke verschillen nog meer gesmoord dan nu al het geval is.

De politieke partijen moeten zich afvragen wat ze winnen met de huidige vrijblijvendheid. De christen-democratische strategie is niet zomaar te kopiëren. KVP en later CDA waren er succesvol mee in een periode dat de politieke verschillen tussen de partijen toch wel duidelijk waren. Dat is nu niet meer zo. Bovendien opereerden ze in een tijd dat partijen nog op de trouw van hun achterban konden rekenen. Ook dat is nu niet meer zo. Tenslotte hadden de christen-democraten er vooral succes mee als ze een populaire, min of meer charismatische, lijsttrekker en kandidaat-premier hadden. Die ontbreekt deze verkiezingen ook. Ik zou persoonlijk niet op het charisma van Melkert, Dijkstal of Balkenende gokken.

De meeste politieke partijen maken nu vooral de indruk dat ze elk gevoel voor richting kwijt zijn. Als bijvoorbeeld PvdA en VVD een ander beleid willen, zullen ze alleen overtuigen als ze zeggen met welke coalitie ze dat bij voorkeur willen bereiken. De vorige verkiezingen maakten PvdA, VVD en D66 wél een duidelijke keuze: voor voortzetting van Paars. Dat leverde de twee grote partijen winst op en beperkte het verlies van D66 (op het laatste moment vreesden veel kiezers dat zonder D66 voortzetting van de coalitie niet mogelijk was).

Paars was toen niet alleen populair omdat het op tal van terreinen succes boekte, maar ook omdat paarse politici het beleid en de coalitie verdedigden. Nu alle regeringspartijen afstand hebben genomen van Paars, is er niemand meer die het voor de daden van het kabinet opneemt. De verkiezingen zijn een potje vrij schieten voor de oppositie geworden. Het is daarom niet zo vreemd dat de regeringspartijen lijken te gaan verliezen.

Heeft u tips? Mail naar: kliklijnpolitiek@ weekbladpers.nl

Binnenkort meer nieuws over de kliklijn politiek opportunisme.

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 16-02-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hypergevoelig Holland
door Michiel Zonneveld

De afgelopen week bleek pas goed hoe hypergevoelig Nederland is geworden voor elke prikkel. Op vrijdag stevende volgens een peiling Leefbaar Nederland met Pim Fortuyn af op een historische verkiezingsoverwinning. Zaterdag had de lijsttrekker zichzelf, zo vond bijna heel spraakmakend Nederland, in een interview met de Volkskrant ontmaskerd als een extreem-rechtse racist. Zondag, toen bekend werd dat het bestuur van zijn partij hem had laten vallen, zou het land definitief verlost zijn van Fortuyn. Schade voor Leefbaar Nederland valt mee, meldde de Volkskrant de volgende ochtend, op grond van de ontwikkelingen op de eigen politieke aandelenmarkt. Dezelfde avond maakte Fortuyn bekend dat hij met een eigen lijst kwam. En daar verschenen alweer de nieuwste peilingen. Bijna op hetzelfde moment zou zich al een nieuwe electorale revolutie hebben voltrokken. De lijst-Fortuyn zou minstens tien kamerzetels halen, meldde bureau Interview-NSS. Zelfs vijfentwintig zetels moest niet worden uitgesloten, zo analyseerde Intomart nadat het honderdvijftig burgers had gebeld.

We praten elkaar na dat Leefbaar Nederland iets heel nieuws is. Dat er met Fortuyn eindelijk een man is opgestaan die 'de dingen bij de naam noemt'. Dat Leefbaar Nederland een einde gaat maken aan de 'achterkamertjespolitiek'. Dat het politieke systeem vermolmd is en dat het tijd wordt voor iets nieuws en fris.

Het kan om te beginnen geen kwaad om de waarde van de peilingen te relativeren. Het enige wat ze meten, is wat de geënquêteerde op dat moment denkt dat hij zal kiezen. In sommige gevallen wordt alleen gevraagd op wie hij of zij mogelijk zal stemmen. Dat levert geen betrouwbare informatie op over wat de kiezers doen als ze in het stemhokje staan. In het verleden heeft opiniepeiler Maurice de Hond voorgerekend dat de Centrumpartij van Hans Janmaat de vierde partij kon worden. De nieuw opgerichte vrouwenpartij zou volgens hem met een groot aantal zetels in de Kamer komen (het werden er nul). Let wel: Fortuyn en Leefbaar Nederland zijn hun verkiezingscampagne allang begonnen. De andere partijen niet.

Maar interessanter dan de plaats in de opiniepeilingen is de vraag hoe het toch komt dat Fortuyn en Leefbaar Nederland zoveel krediet krijgen. Nieuw? Fris? Voor mensen zonder geheugen is alles nieuw en fris. Laten we even teruggaan in de geschiedenis. Er is namelijk weinig wat Fortuyn over het minderhedenbeleid, de islam en het asielbeleid heeft gezegd en geschreven dat niet eerder door Frits Bolkestein te berde is gebracht. Hij kreeg toen heel links Nederland over zich heen. Maar het is klinkklare nonsens dat het onderwerp daarna onbespreekbaar is geworden. In progressieve kring was het Paul Scheffer die het debat opende. Het enige verschil is dat Fortuyn zijn opvattingen platter en radicaler verwoordt. Met een aplomb alsof hij het allemaal zelf heeft bedacht. Waar Bolkestein zei dat de islam 'een probleem heeft met modernisering' noemt hij de islam 'achterlijk'. Bolkestein verkondigde dat er een strenger asielbeleid moet komen, Fortuyn zegt dat er niemand meer binnen mag komen.

Hebben Fortuyn en politici van Leefbaar Nederland dan voor het eerst de waarheid gezegd over de wachtlijsten in de zorg, de veiligheid op straat, de problemen in het onderwijs of het groeiende aantal WAO'ers? Het loont de moeite na te lezen wat er de afgelopen jaren in de Tweede Kamer is gezegd. Niet alleen door de voltallige oppositie, maar ook door de regeringspartijen. Over staatkundige vernieuwing heeft Leefbaar Nederland niets anders te melden dan wat D66 in 1966 al voorstond. Na de gebeurtenissen van afgelopen week is er weinig reden om te vermoeden dat Fortuyn en Leefbaar Nederland het vernuft hebben om te slagen waar de 'gevestigde partijen' hebben gefaald.

Ik geloof verder niet dat de opkomst van Fortuyn in belangrijke mate het gevolg is van het evidente falen van Paars. De afgelopen zomer waren de kiezers tevreden over het kabinet. Dat had toch maar een einde gemaakt aan het financieringstekort en maakte een enorme groei van het aantal banen en de particuliere rijkdom mogelijk. De verwachting was dat in elk geval de PvdA en de VVD verder zouden regeren. Het enige dat sindsdien veranderde, is dat niemand meer het beleid verdedigt. En dat een aantal politici, in de paniek over het succes van Fortuyn, voor de verleiding valt om ook maar harde taal over minderheden en asielzoekers uit te slaan.

Onderscheiden Fortuyn en de voormannen van Leefbaar Nederland zich door een open en eerlijke manier van politiek bedrijven? Dat kleine bovenzaaltje in Hilversum waar het bestuur van Leefbaar Nederland besloot met Fortuyn te breken, leek verdacht veel op een achterkamertje. Wat was er verder zo 'anders' aan de manier waarop Jan Nagel vorig jaar Fortuyn parachuteerde als de enige logische keus voor het lijsttrekkerschap? En vooral: hoezo een aanval op het 'regentendom'? Laten we niet vergeten dat zowel Nagel als Fortuyn er, zo blijkt uit hun boeken, trots op is dat ze in de buurt van het establishment mogen verkeren. Tot ongeveer 1986 was er in de PvdA bijna geen complot te bedenken, of Jan Nagel was erbij betrokken. Fortuyn had het aan zijn voormalige partijgenoot In 't Veld (toen de hoogste ambtenaar op Onderwijs, later even PvdA-staatssecretaris van dat departement) te danken dat hij de lucratieve opdracht kreeg de OV-studentenkaart op te zetten. En zijn leerstoel in Rotterdam kreeg hij dankzij de voormalige minister van Sociale Zaken Albeda. Het probleem van Fortuyn is alleen dat hij lijdt aan egomanie, de overtreffende trap van narcisme. Doordat hij zich altijd te kort gedaan voelde, vervreemdde hij zich van al zijn vroegere vrienden. Het probleem van Jan Nagel was dat steeds meer mensen in de PvdA en de Vara genoeg kregen van zijn machinaties. De komende verkiezingen hopen ze hun plaatsje tussen de OSM'ertjes terug te winnen.

Binnenkort: waarom Jan Nagel een slechte schaker is
anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 23-02-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het voorbeeld van Jan Nagel
door Michiel Zonneveld

Hoe Jan Nagel de verhouding tussen politiek en journalistiek ziet, leerde ik al bij onze eerste ontmoeting in 1985, in het Amsterdamse café Oosterling. Ik was toen voorzitter van de Jonge Socialisten (laat ik deze 'zonde' maar meteen bekennen) en in het gezelschap van PvdA-voorlichter Peter Kramer. Een jaar daarna zouden er verkiezingen zijn, en de televisiemaker vond zijn vriend Marcel van Dam de ideale lijsttrekker voor de PvdA.

Het kamerlid Van Dam was populair bij de progressieve kiezer, niet in de laatste plaats vanwege zijn wekelijkse televisiecolumn die hij van Nagel in diens actualiteitenrubriek Achter het nieuws mocht voorlezen. De complicatie was dat een deel van het hogere PvdA-kader Van Dam een 'populist' vond, die bovendien niet goed in de hand was te houden (elke gelijkenis...). We zouden, geloof ik, in Oosterling praten over de manier waarop de PvdA en de Vara elkaar in het daaropvolgende jaar van dienst konden zijn. Maar Nagel probeerde ons er vooral van te overtuigen dat Den Uyl moest wijken voor zijn vriend.

Denk nu niet dat dit het begin is van een lang requisitoir tegen Jan Nagel die enkele journalisten, onder wie ik, ervan beschuldigde in een geheime PvdA-werkgroep samen te spannen tegen Leefbaar Nederland. Ik ga ook niet zeggen dat hij in het geheim samenspande. De Vara-medewerker deed namelijk helemaal niet geheimzinnig over zijn voorkeur voor Van Dam. Zijn betrokkenheid bij de PvdA kon ook niemand ontgaan.

Jan Nagel was de uitgesproken aanvoerder van de linkervleugel van zijn partij, bestuurslid en lid van de senaat. Op zijn revers zat dikwijls een PvdA-button, in die jaren nog van onbescheiden formaat. Het grappige was dat CDA- en VVD-politici graag optraden in de programma's die hij onder zijn hoede had. Dat was eerst het veelbeluisterde radioprogramma In de rooie haan, en later het nog meer bekeken televisieprogramma Achter het nieuws.

Ik heb het voorbeeld van Jan Nagel nooit gevolgd. Sinds ik als journalist bij Het Parool begon, heb ik me nooit meer met het bestuur van de PvdA willen bemoeien. Die krant had me dat trouwens ook niet toegestaan. Ik zou ook niet kunnen wat Nagel heeft gedaan; ik mis Nagels organisatietalent om bijvoorbeeld, zoals hij nu bij Leefbaar Nederland doet, een basisdemocratie op te zetten en er toch voor te zorgen dat de leden doen wat ik zeg. Maar ik vind wel, net zoals hij, dat je als journalist lid mag zijn van een politieke partij. Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn politieke achtergrond.

Ik weet liever waar journalisten voor staan, dan dat ze zich verschuilen achter het onhaalbare ideaal van objectiviteit. Ik heb mijn lidmaatschap van de PvdA inmiddels opgezegd, maar houd me het recht voor om opnieuw lid te worden van een partij, of van een werkgroep van een partijgebonden wetenschappelijk bureau.

Zolang zulke dingen maar in het openbaar gebeuren, is er niets mis mee. Het zit me daarom wel dwars dat de voorzitter van Leefbaar Nederland vorige week zondag suggereerde dat er in de PvdA een soort geheim genootschap aan het werk is. Het was enigszins kwaadaardig dat hij in het zondagochtendprogramma Buitenhof met notulen zwaaide waaruit zou moeten blijken dat het echt om een sinister complot ging. Het ging namelijk om een vergadering waar hij zelf spreker was. De 'geheime notulen' zijn na afloop gewoon naar zijn huisadres gestuurd.

Verder stoort me de suggestie dat ik met een aantal andere journalisten de PvdA zou adviseren over de aanpak van de verkiezingen. Ik heb namelijk geen enkele behoefte de PvdA van dienst te zijn. Daarvoor is het discussiegezelschap trouwens ook niet bedoeld. Bovendien zou me dat in de ogen van de andere partijen ongeloofwaardig maken.

De huidige discussie over de verhouding tussen journalistiek en politiek dreigt te leiden tot rigiditeit en hypocrisie. Rigiditeit, omdat het gevaar ontstaat dat er een verbod komt om zich te engageren. Jan Nagel gaf er zelf een goed voorbeeld van: de belachelijke actie van de NOS om Hans Kraay te ontslaan als voetbalcommentator, en zelfs aan dat ontslag vast te houden nadat hij zich als kandidaat voor Leefbaar Nederland had teruggetrokken. Krijgt Job Frieszo ontslag als hij lid zou worden van de ledenraad van Ajax?

De hypocrisie wordt duidelijk als je de lijst bekijkt van dingen die blijkbaar wél voor journalistiek-correct doorgaat. Laat ik u de verhalen over journalisten als bijklussende mediatrainer, rapportenschrijver et cetera besparen.

Ik werd lid van de werkgroep waar Nagel in Buitenhof over sprak, omdat ik nieuwsgierig ben naar wat mannen als hij daar komen vertellen, en geïnteresseerd in de discussie daarna. Daarom ook heb ik een paar jaar geleden op uitnodiging van VVD'er Dijkstal met enkele journalisten gediscussieerd over de ontwikkeling van de media. Om dezelfde reden drink je weleens een glas met de een, en eet je wat met de ander. Het onderhouden van een netwerk hoort erbij. Je komt meer te weten, waardoor je zaken beter kunt begrijpen.

Sommige mensen zullen zeggen dat je daarmee de schijn wekt niet onafhankelijk te zijn. Dat is dan maar zo. Er is maar één manier om dat helemaal te vermijden: het voorbeeld volgen van voormalig NRC-verslaggever Waanders. Hij nam dagelijks plaats op de tribune van de Tweede Kamer, en registreerde slechts wat hij waarnam. Het zou leuk zijn als iemand weer eens op deze manier te werk ging, maar voor de journalistiek als geheel levert het onvoldoende op. Je hoort wel van alles, maar weet niet waarom iets wordt gezegd. Alle onderlinge kongsi's die vooraf zijn gesloten, gaan aan je voorbij.

De journalist wordt de smetteloze boodschapper die geen nieuws brengt.

Paul levitton/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 02-03-2002
Pagina: 026

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Lekker ouderwets CDA
door Michiel Zonneveld

Wat is het toch een vreemde neiging van politici om tijdens deze campagne juist te schermen met de eigenschap die ze beslist níét hebben. Ik zal het hier niet te lang over Ad Melkert hebben (dat laat ik graag aan Gerard van Westerloo over). Het valt op hoe vaak hij het woord 'samen' gebruikt. De ministers uit het eerste kabinet-Kok hebben een heel andere ervaring dan hun collega. Melkert kon, nadat er urenlang vergaderd was, het bloed onder Zalms nagels vandaan halen door toch weer een procentje meer voor zijn begroting te eisen. De leden van de PvdA-fractie zien Melkert vooral als iemand die de baas is. In debatten met andere politici wil hij altijd de slimste zijn, scoren. Zou er dan niemand in de buurt van Melkert zijn die durft te zeggen dat het woord 'samen' uit zíjn mond voos klinkt?

Nog verwonderlijker is de pretentieuze leuze waarmee Thom de Graaf campagne voert: 'D66 maakt het verschil.' De kwestie is nu juist dat D66 zelden het verschil uitmaakte in deze coalitie. De partij nam op veel terreinen standpunten in die precies tussen PvdA en VVD in lagen. De D66-leider probeert nu de campagnekreet waar te maken door op hoge toon kritiek te leveren op de paarse coalitie. Maar telkens als hij 'schande' roept, of op een andere manier uiting geeft aan opportunistische paarse zelfhaat, wordt hij ongeloofwaardiger. Niet alleen omdat iedereen weet dat D66 zelf meeregeerde, maar vooral omdat het opgewonden toontje helemaal niet past bij Thom de Graaf. Wat zullen we tijdens deze campagne nog meer beleven? Een poster waarop Hans Dijkstal als de denker van Rodin wordt afgebeeld? Een door Theo van Gogh gemaakte reclamespot waarop Pim Fortuyn als 'bruggenbouwer' wordt voorgesteld?

De eerste die het gevaar loopt dat hij door dit nieuwe Haagse virus wordt aangestoken, is CDA-leider Jan Peter Balkenende. De lijsttrekker krijgt van iedereen nog veel krediet. Hij wordt 'aardig' genoemd, en 'bindend', 'consistent', 'intelligent'. En ondanks deze hulde blijkt hij toch nog 'bescheiden'. Maar er is een ander woord dat steeds vaker valt. Onlangs voerden mijn collega Max van Weezel en ik gesprekken met mensen uit de top van het CDA, zoals de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Herman Wijffels en Jan Peter Balkenende zelf. Het was opvallend hoe vaak ze het woord 'modern' in de mond namen als het over hun partij ging. Ze noemden de PvdA en de VVD 'ouderwets', omdat die partijen bijvoorbeeld nog uitgingen van de 'achterhaalde tegenstelling' tussen markt en overheid. Op het CDA-congres viel op dat de partij enorm haar best doet om 'hip' over te komen. Een fris ogende popgroep presenteerde het CDA-lied. Aan het einde van de toespraak van Balkenende viel er een zilveren regen naar beneden, alsof het zaterdagavond was, aan het slot van een beatmis in de lokale discotheek Nighttown. Tijdens de receptie na afloop werden absurdistische performances gegeven door een gezelschap dat was geschminkt en gekleed als surrealistische ruimtenimfen.

Je vroeg je af: wat heeft Jan Peter Balkenende hier te zoeken? Want als de lijsttrekker één ding niet is, dan is het modern. Het stomste wat hij kan doen is zich, net als Melkert en De Graaf, te laten wijsmaken dat de kunst van het campagnevoeren eruit bestaat om te proberen het tegendeel te bewijzen. We zagen al een treurig voorbeeld tijdens het congres van het CDA toen de kamerkandidaten geacht werden te 'swingen' op het nieuwe campagnelied. Te midden van hen bewoog de lijsttrekker ongemakkelijk mee. Een voorbeeld dat laat zien hoe een vals beeld alles kan verpesten. Zojuist had hij met zijn toespraak de harten van de aanwezige leden gestolen. Maar de meeste televisiekijkers kregen niet meer te zien dan een meeklappende Balkenende. Uit de maat natuurlijk.

Politici worden veel geloofwaardiger als ze zich juist laten voorstaan op hun vermeende slechte eigenschappen. Ad Melkert is een politicus die wil scoren. Een man die voorop wenst te lopen, soms weleens verder dan zijn partijgenoten willen. Maar zouden kiezers geen behoefte hebben aan een minister-president die wat vaker initiatief neemt? De eeuwige klacht over Wim Kok was dat hij altijd maar afwacht. Thom de Graaf zou al het campagnemateriaal van zijn partij moeten verscheuren en volhouden dat hij zich juist onderscheidt van de anderen omdat hij níét zo nodig het verschil hoeft uit te maken. Het gaat D66 om de beste oplossingen, zou hij dan kunnen zeggen. In plaats van te jammeren dat er acht jaar 'niets' aan de WAO is gedaan zou hij moeten benadrukken dat de partij nu een plan heeft dat de andere partijen kan binden.

Jan Peter Balkenende moet een voorbeeld nemen aan de jonge Hans Wiegel. Die werd, nog geen dertig jaar oud, leider van de VVD. Het waren de jaren zestig. Moest hij zijn haar laten groeien? Hij deed het tegendeel. Hij hees zich in een driedelig pak met horlogeketting. De kracht van het CDA is altijd al geweest dat het een ouderwetse partij is. Geen ethisch onderwerp, of de partij stond (een beetje) op de rem. Toen heel het land over houseparty's sprak, presteerde de toenmalige CDA-minister Koos Andriessen het om consequent het woord 'schuurfeesten' te gebruiken. Ik zie deze keer grote kansen voor de christen-democraten. Want niet alleen bij de verstokte kerkganger bestaat een verlangen naar de goede oude tijd. In stad en op het platteland hoor je geweeklaag over het verval van normen en waarden. Het weekblad HP/De Tijd signaleerde de opkomst van de 'retro-generatie'. Leefbaar Nederland pleit voor de terugkeer naar de goede, oude, kleine dorpsscholen. De PvdA maakt zich sterk voor de terugkeer van het kleine postkantoor en Ad Melkert doet een poging de ouderwetse burgerman te spelen. Maar er is niemand die zo geloofwaardig op de tijdgeest kan inspelen als Jan Peter Balkenende. Hij hoeft er niets voor te doen.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 09-03-2002
Pagina: 032

Rubriek:

Auteur: WEEZEL, M. VAN

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 09-03-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Paul Scheffer en de paarse zelfhaat
door Michiel Zonneveld

Paul Scheffer lijkt soms net een rebel. Met zijn immer jongensachtige gezicht en zijn grijze wilde krullen doet hij denken aan de veteranen van de studentenrevolte van weleer, een Hollandse versie van Daniel Cohn-Bendit. De publicist schuwt het grote gebaar niet. Hij krijgt en neemt de ruimte om in het NRC Handelsblad hard uit te halen naar 'De Verloren Jaren van Kok'. Zijn taalgebruik refereert aan de manifesten van wijlen de marxisten en anarchisten. Scheffer keert zich rechtstreeks tegen 'de politieke klasse' en woorden als 'onmacht', 'zelfgenoegzaamheid' en 'aaneenschakeling van affaires' en 'malaise' vloeien makkelijk uit zijn pen. Zijn bijdrage eindigt met het zinnetje waarmee hij meteen al een optreden in het televisieprogramma Het Buitenhof versierde: 'Voorlopig blijf ik op 15 mei thuis.' Zie hier de ware revolutionair: hij wendt zich van de parlementaire democratie af.

Maar er schort iets aan de manier waarop hij de rebel speelt. Ik moest het afgelopen weekeinde vaak denken aan het artikel dat hij twee jaar geleden schreef over het 'multiculturele drama'. Hij nam het toen op tegen wat hij de 'voorstanders van een ruimhartig asielbeleid' en 'de apologeten van de diversiteit' noemde, mensen die zich bezondigen aan een 'gemakzuchtig multiculturalisme'. Kabinet en parlement weigerden volgens hem de voor 'iedereen zichtbare en vaak gesignaleerde problemen rondom etnische minderheden onder ogen te zien'.

Maar richtte hij zich wel echt tegen 'de politiek'? Op hetzelfde moment discussieerde de Tweede Kamer over de zoveelste verscherping van het asielbeleid. VVD-leider Frits Bolkestein bestreed binnen en buiten het parlement al langer het 'multiculturalisme'. PvdA-fractievoorzitter Jacques Wallage heette het toonbeeld van politieke correctheid te zijn, maar pleitte tegen een 'specifiek minderhedenbeleid'.

Het was het GroenLinks-kamerlid Femke Halsema dat met een giftig zinnetje de kern raakte: 'Scheffer is geen eenzame strijder tegen de gevestigde machten, maar de vox populi van een heersende beleidsideologie.' Het is geen wonder dat Scheffer veel complimenten kreeg, ook van de politici die hij zei te bestrijden. Het volk en zijn leiders prijzen de profeten die de weg wijzen die ze toch al zijn opgegaan.

Scheffer doet dit keer alsof hij zich tegen Wim Kok, het kabinet en de hele politieke klasse keert, maar het is nog meer een schijnmanoeuvre dan twee jaar geleden. Hij herhaalt in iets heftiger bewoordingen de kritiek die Paars ook op zichzelf uit. De progressieve regeringspartijen PvdA en D66 tamboereren al jaren op de 'verwaarlozing van de publieke sector' die heeft plaatsgevonden. Ze klagen over de tekorten in de zorg en het onderwijs en die kritiek wordt ook door het kabinet onderschreven. 'In de gezondheidszorg liepen de wachttijden tot onaanvaardbare hoogten op en in het onderwijs werd op veel fronten verlies aan kwaliteit gevoeld,' staat bijvoorbeeld te lezen in de 'Verkenningen' die het kabinet vorige zomer naar het parlement stuurde. Scheffer schrijft over de 'jarenlange onderschatting van de geweldscriminaliteit'. Is het hem ontgaan dat in deze verkiezingscampagne over weinig anders wordt gesproken? Begin jaren negentig was het Scheffers eigen partij (PvdA) die al bijeenkomsten organiseerde met titels als: 'Geef oma de straat terug.' De WAO is een ander onderwerp dat hij aanvoert. Maar de eerste partij die deze kabinetsperiode begon over de groei van het aantal arbeidsongeschikten was de VVD, daarin al snel bijgevallen door D66.

Scheffers grootste nummer is het gedoogbeleid. 'Men kan zich tijdelijk in een schemerzone van de wet bewegen, maar het langdurig ontlopen van de regels, ondermijnt het vertrouwen in de rechtsbeginselen.' Precies wat in vrijwel elk partijprogramma staat. Boeiende vraag welke kant de publicist zelf uit wil. Als voorbeeld van het uit de hand gelopen gedogen noemt hij het drugsbeleid. Wil hij dan net als het CDA alle softdrugs verbieden? Waardoor de positieve effecten van het beleid (minder verslaafden en overlast) verloren gaan en politie en justitie nauwelijks meer toekomen aan het bestrijden van inbraken en geweldsmisdrijven? Wil hij alle internationale verdragen opzeggen en harddrugs legaliseren? Met als gevolg dat Nederland zich in de wereld volkomen isoleert.

Daarover laat Scheffer zich niet uit. Het valt mij op dat hij er telkens in slaagt met erg veel woorden erg weinig te zeggen over zijn eigen keuzen. Scheffer geeft hoog op van het bezuinigingsbeleid van de afgelopen jaren, maar dát veroorzaakte voor een groot deel de publieke armoede die hij nu veroordeelt.

De groei van de WAO is een groot probleem, maar moet je het recht op een uitkering dan beperken tot mensen die alleen als gevolg van ongelukken op hun werk arbeidsongeschikt worden, zoals Pim Fortuyn wil? Vorige week legde de redder van Rotterdam in een televisie-interview uit wat dat inhield: mensen met kanker, MS, chronische reuma en manisch-depressieve klachten moesten maar de bijstand in of zichzelf tegen hun ziektekosten verzekeren. Wie privatisering afwijst, moet hogere kosten en minder efficiency op de koop toe nemen. Wie dat niet doet, moet bereid zijn te verdedigen dat bepaalde diensten duurder worden of verdwijnen.

Door zich te beperken tot de grote lijnen, omzeilt Scheffer de echte dilemma's. Net als Paars dat zich door de oude en nieuwe oppositie laat verleiden tot een wedstrijd 'schande roepen'. De voortzetting van de coalitie werd al door niemand bepleit, maar de zelfhaat bereikt nu een hoogtepunt. Scheffer doet daar volop aan mee. De man die ruim tien jaar geleden meeschreef aan de speeches van Kok en die werkte voor het wetenschappelijk bureau van de PvdA, rest nog maar één manier zich te onderscheiden: hij dreigt niet te stemmen. Als een dreinend kind dat weigert zijn schoenen aan te trekken als het naar buiten moet.

marco bakker/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 16-03-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het Bal der Geweigerden
door Michiel Zonneveld

Deze week werd in de Amsterdamse poptempel Paradiso het Bal der Geweigerden georganiseerd. Daar werd de draak gestoken met de culturele en bestuurlijke elite die honderd meter verder in de Stadsschouwburg op het traditionele boekenbal aanwezig mocht zijn. Blijkbaar is er behoefte aan dit soort feestjes. De gemeenteraadsverkiezingen van een week eerder waren ook al een bal, namelijk dat van de kiezers die zich niet uitgenodigd voelden door de 'gevestigde' politieke partijen.

Uit kiezersonderzoek blijkt dat een relatief groot aandeel van de aanhang van Pim Fortuyn bestaat uit mensen die de vorige keer niet hebben gestemd. In Amerika bestaat daar een mooie uitdrukking voor: the angry white male. Maar het zijn beslist niet alleen de laag opgeleide blanke mannen die zich tot Fortuyn aangetrokken voelen. Zelfs mensen die nooit op hem zullen stemmen, voelen (een heimelijke) sympathie voor de man die anders is.

Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in 1998 mocht ik ook al eens de getuige zijn van een Bal der Geweigerden. In de staat Minnesota nam de 'onafhankelijke' Jesse 'The body' Ventura het bij de gouverneursverkiezingen op tegen de gevestigde macht van de Democraten en de Republikeinen. De andere kandidaten zagen er wat bleekjes uit tegenover de kaalgeschoren en imposant gebouwde sportheld. Maar hij was volgens alle insiders kansloos. Hij ontbeerde immers een geloofwaardig programma. In een artikel in een lokale krant werd verder gehakt gemaakt van zijn prestaties als burgemeester van een voorstadje van Minneapolis. Ventura choqueerde het puriteinse Amerika bovendien met een reclamespotje waarin hij naakt als 'de denker poseerde' en met zijn rauwe uitspraken. Volgens alle deskundologen maakte Ventura zijn grootste 'fout' een paar dagen voor de verkiezingen. Hij pleitte voor een liberaler drugsbeleid en een opheffing van het prostitutieverbod. Het harde beleid leidde alleen maar tot meer misdaad en onveiligheid. Hij vertelde dat hij met zijn vrouw in Amsterdam was geweest en daar konden bejaarden 's nachts tenminste veilig door de rosse buurt lopen. Het establishment in de keurig geregeerde staat huiverde na deze uitspraken, maar was tegelijkertijd ook opgelucht. De kiezers wisten nu wat voor gek ze hadden binnengehaald, verzekerde een van mijn gastheren (lid van de Democraten) mij vlak voor mijn vertrek uit de staat. Drugs en prostitutie zijn in de Verenigde Staten minstens even taboe als in Nederland een aanval op artikel 1 van de grondwet.

Twee dagen later werd Ventura de nieuwe gouverneur. Hij haalde zevenendertig procent van de stemmen. Zijn aanhang bestond voor een groot deel uit mannen tussen de twintig en vijfendertig jaar met een lage opleiding. Mannen die anders waarschijnlijk nooit gestemd hadden.

De les van Ventura en Fortuyn is dat politiek leeft bij de gratie van verschillen. Politici die dat vergeten, kunnen voor vreemde verrassingen komen te staan als zich een buitenstaander aandient. Veel mensen verklaren de opkomst van Fortuyn door te wijzen op Paars, of de 'verambtelijking van de politiek'. Toch denk ik dat de belangrijkste oorzaak de breed levende misvatting is dat verkiezingen alleen gewonnen kunnen worden door het politieke midden te veroveren. Het profiel van deze groep stembusgangers is in de ogen van de meeste partijen een burger die goed is opgeleid, mondig, geëmancipeerd, tweeverdiener, een eigen huis heeft, of hoopt er een te kopen en wars is van radicaliteit. In het programma van de PvdA, een voormalige arbeiderspartij, staat letterlijk 'wij' als het over deze 'nieuwe middenklasse' gaat. Maar wat nu als er kiezers blijken te zijn die niet aan dit profiel voldoen?

Bij de verkiezingen van 1998 profiteerden GroenLinks en SP al van de politieke ruimte die aan het ontstaan was aan de linkerzijde. Laten we vooral alle verwensingen aan het adres van SP-leider Jan Marijnissen uit die tijd niet vergeten. Hij werd uitgemaakt voor een 'populist', die zich alleen maar onderscheidde door altijd 'nee' te roepen.

Bijna alle partijen zeggen dat ze door de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen gewaarschuwd zijn. Maar is dat ook zo?

De enige les die geleerd zou moeten worden, is: onderscheid u van elkaar en geef de kiezers een keuze. Dus imiteer Fortuyn vooral niet, want daar is er al een van. Roep niet allemaal strijdlustig dat er een 'harde' campagne gevoerd gaat worden. Bedenk dat Fortuyn door zijn agressieve stijl niet alleen kiezers wint, maar ook afschrikt. Het zou onderhand een verademing zijn als wat vaker zou worden gezegd dat er ook andere manieren zijn om de misdaad aan te pakken dan met de vaste riedel: méér verbieden, méér en langere straffen. Praat in de discussie over de WAO niet alleen klinisch over 'effectieve ingrepen', het zou mooi zijn als een enkeling met wat mededogen spreekt over de mensen die echt op een uitkering zijn aangewezen.

Anders wordt het bij de kamerverkiezingen van 15 mei weer druk op het Bal der Geweigerden.

Jesse Ventura
jim mone/ap

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 23-03-2002
Pagina: 032

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De vergissing van de winnaars
door Michiel Zonneveld

Een succesvol politicus loopt een groot gevaar. Overtuigd van de prestaties die hij heeft geleverd en vaak verblind door de lange tijd gunstige opiniepeilingen denkt hij (of zij) op enig moment de verkiezingen vanzelf te winnen. De misvatting is dat de meerderheid van de kiezers stemt uit dankbaarheid. Hiervan zijn voorbeelden genoeg in het verleden. De Amerikaanse president Woodrow Wilson won de Eerste Wereldoorlog, maar verloor de strijd om zijn herverkiezing. De succesvolle staatsman Winston Churchill, leider van de conservatieve partij, had samen met de geallieerden Hitler verslagen. Hij wachtte in 1945 tijdens de conferentie van Jalta vol vertrouwen op de uitslag van de verkiezingen. Maar de Engelsen kozen niet voor zijn partij, maar voor Labour.

En recenter: de populariteit van president Bush senior bereikte na de Iraakse nederlaag in de Golfoorlog een hoogtepunt. Toch koos het Amerikaanse volk na vier jaar niet voor hem maar voor Bill Clinton.

Ook economische groei is geen garantie voor succes voor de zittende kandidaten. De vorige Ierse regering dacht dat ze kon pronken met een periode van ongekende hoogconjunctuur. Maar de oppositie ging met de overwinning aan de haal. Al Gore, die als vice-president onder Bill Clinton medeverantwoordelijk was voor het geprezen economisch beleid, kreeg ook geen steun van dankbare burgers. Niet hij, maar zijn uitdager George Bush werd (zij het met de hakken over de sloot) verkozen.

De vergissing die politici maken, is dat ze denken dat het volk geen verandering wil. Met de verkiezingsslogan 'het karwei afmaken' kun je ver komen. Maar als het werk af lijkt, kan het gevaarlijk worden. Dan kan, bij wijze van spreken, elke gek met de buit weglopen. Het mooiste voorbeeld hiervan is de overwinning die Anthony Godett van de Frente Obrero bij de laatste verkiezingen op de Antillen haalde (vijftien van de tweeëntwintig zetels in het parlement). Hij leek alles tegen te hebben. De partij had een slechte reputatie, er werd gesproken over corruptie. De leider zelf was vooral een ruziemaker die zijn emoties niet in bedwang kon houden. Het was onduidelijk wie zijn campagne betaalde. 'Enkele zakenlieden' klonk het broeierig. Zijn beloften waren volgens elke deskundige onbetaalbaar. Zijn tegenstander Miguel Pourrier is een man die in degelijkheid niet onder doet voor Wim Kok. Hij was erin geslaagd de financiën op orde te brengen en er was, voor zover mogelijk op de Antillen, best behoorlijk bestuurd.

Het werd de merkwaardigste verkiezingsstrijd ooit gehouden. De Frente Obrero had maar een leus: Sim miedo (Zonder angst). En vreemd genoeg raakten die twee woorden blijkbaar een gevoelige snaar. Ze refereerden aan datgene wat niet hardop werd gezegd: onbehagen over het grote aantal immigranten of de angst voor de toekomst. Godett volhardde in die ene boodschap. Hij deed verder aan geen debat mee (zijn partij was bang dat deze straatvechter zijn emoties niet in bedwang kon houden) en won toch glansrijk.

De fout die alle winnaars van gisteren maken is dat ze vergeten dat het om een boodschap, een verhaal gaat. Labour won van Churchills conservatieven omdat er een plan voor de toekomst werd gepresenteerd: de opbouw van de verzorgingsstaat. Maar zoals op de Antillen blijkt, kan een simpele boodschap genoeg zijn als de tegenstander geen overtuigend weerwoord heeft.

De Nederlandse regeringspartijen hebben nu de tegenaanval ingezet tegen Pim Fortuyn. Maar waar blijft hun nieuwe verhaal? Ze gaan de boer op met hun successen uit het verleden. Gerrit Zalm legt uit hoe hij het financieringstekort heeft teruggebracht en de burgers nu minder belasting betalen. Hoe meer mensen aan het werk zijn gekomen. Op de beschuldigingen dat onderwijs en zorg zijn verwaarloosd, wordt verbeten gereageerd met statistieken waaruit het tegendeel blijkt. De doemscenario's van Fortuyn over het aantal immigranten en asielzoekers wordt op dezelfde manier bestreden. Kijk, zeggen Hans Dijkstal, Thom de Graaf en Ad Melkert, hoe 'de instroom' is beperkt. Op alle mogelijke manieren wordt duidelijk gemaakt dat de plannen en de analyses van de uitdager niet deugen.

Misschien dat er door deze verhalen wat kiezers zijn die nu maar niet op Fortuyn stemmen. Maar op mij maken de politici van Paars (en ook die van de oppositie) hiermee nauwelijks indruk. Het lijkt er meer op dat ze machteloos op een vuurtje staan te stampen, zonder dat ze het kunnen doven.

Want wat je ook over Fortuyn kunt zeggen: hij weet wel emoties los te maken. Op de eerste plaats: angst. Veel kiezers zijn bang voor de islam en hebben het gevoel dat de samenleving uit haar voegen raakt door het grote aantal immigranten. En dat gevoel neem je niet weg door op statistieken te wijzen en te zeggen dat er geen probleem is. De oude partijen moeten die angst serieus nemen en met voorstellen komen die iedereen begrijpt. Leg uit wat u wilt gaan doen in de grote steden. Hoe u de segregatie in het onderwijs zult tegengaan. Hoe u buurten wilt verbeteren en bevorderen dat de bewoners gemakkelijk met elkaar zullen omgaan?

Uw boodschap mag ook over een ander onderwerp gaan. Zolang u maar iets te bieden heeft. Een van de charmes van PvdA-politicus Jan Schaefer was dat hij altijd dezelfde oplossing had voor uiteenlopende problemen. Als zijn partij weer eens in een crisis zat, dan riep hij: 'We moeten met een plan komen.' Als iemand hem dan vroeg wat voor plan, antwoordde hij in de trant van: 'Nou, gewoon een plan. Net als het Plan van de Arbeid in de jaren dertig.' Schaefer werd er vaak om uitgelachen. Maar hij had wel altijd gelijk.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 30-03-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Adviezen aan Hans Dijkstal
door Michiel Zonneveld

De laatste tijd krijgen de parlementaire journalisten merkwaardige post van de PvdA. De vorige week begon het met een brief van lijsttrekker Ad Melkert die volgens de aanhef was bedoeld voor de kamerleden en kandidaat-kamerleden van de PvdA. Waarom wordt zo'n brief dan de hele wereld rondgestuurd, vraag je je af. De brief blijkt vol gladde campagneteksten te staan. Van het slag: het signaal van de kiezer is begrepen, we gaan er hard tegenaan, en het is zaak de onmisbaarheid van de PvdA te tonen, blabla, et cetera. Nog maar net bekomen van de verbazing kwam bij Vrij Nederland per e-mail alweer een 'interne notitie' binnen, gestuurd door iemand die zich quasi-geheimzinnig 'PvdA-prominent' noemt. Al snel herkennen we hetzelfde campagneproza. 'Met Pim Fortuyn wordt Nederland minder sterk en sociaal,' luidt de eerste zin. Op pseudo-vertrouwelijke toon wordt de lezer uitgelegd dat het heel slecht is voor het land als Fortuyn wint en heel goed als de PvdA toch de zege binnenhaalt. Wat is toch de filosofie hierachter? Is het de bedoeling de kiezers te overtuigen met deze via de pers verspreide monologue intérieure?

Het lijkt me een onzinnige manier van campagne voeren, maar nu we toch zo bezig zijn, wil ik op mijn beurt de VVD wat 'geheime' adviezen geven. Die partij kan wel wat steun gebruiken. Hans Dijkstal wordt sympathiek gevonden, ook door de mensen die nooit op zijn partij zullen stemmen. Maar tijdens deze campagne komt het er voor de VVD-lijsttrekker op aan vooral dingen te zeggen tegen mensen die wel overwegen op zijn partij te stemmen. Het gaat daarbij niet om de vorm maar om de inhoud: het gezeur over Jip- en Janneketaal moet ophouden.

Het echte probleem van de VVD is dat de partij in de campagne te weinig vertelt wat ze van plan is te gaan doen als ze steun van de kiezer krijgt. De partij straalt te veel uit dat zij innig tevreden is. Het begon al mis te gaan tijdens Paars 1 toen Frits Bolkestein triomfantelijk zei dat 'het liberalisme' gewonnen heeft. In deze campagne horen we vooral hoe goed de liberalen het hebben gedaan en hoe dom de plannen van anderen zijn. Het VVD-verkiezingsspotje is typerend. We zien alleen maar lachende VVD'ers – dat komt met al die dramatische peilingen ronduit idioot over.

De kiezer is als een ezel die alleen loopt als hem een wortel wordt voorgehouden (in verkiezingstijd komt het aan op dit soort simpele metaforen). Zonder wortel komt het beest tot stilstand. Gebruik dus elk optreden om duidelijk te maken wat de VVD haar kiezers heeft te bieden. De onderwerpen liggen werkelijk voor het oprapen. Om de VVD op de weg te helpen, presenteer ik Hans Dijkstal een vijfpuntenplan waarmee hij de kiezer kan overtuigen en de tegenstander overbluffen:

1. Er ligt een wereld voor u open als u veel hardere vragen stelt bij de uitbreiding van de Europese Unie. Er bestaat bij de kiezers veel onzekerheid over dit onderwerp. Worden we niet overstroomd door immigranten uit het voormalige Oost-Europa? Moeten er geen bakken subsidie naar die nieuwe landen? U belooft de kiezer dat u op de centen blijft letten en verwijt de PvdA en D66 onachtzaamheid. Ze zullen woedend zijn, maar uw doel is bereikt.

2. Het is echt flauwekul dat het onderwerp asiel en immigratie nu het terrein van Fortuyn is. U moet alleen niet in de val trappen door óók te zeggen dat er niets of veel te weinig is gebeurd op dit gebied. Het aantal asielzoekers is drastisch afgenomen. Gebruik dit als bewijs dat u in staat bent anderen te overtuigen en met praktische oplossingen te komen. Leg dan uit hoe u verder wilt gaan. Bijvoorbeeld door (nog) strengere eisen te stellen bij gezinshereniging of als een bruid of bruidegom overkomt (een verplichte taalcursus voor toelating?).

3. Kom met een voorstel waarbij privéklinieken ruim baan krijgen. Maak u sterk voor de mogelijkheid dat ziektekostenverzekeraars werknemers met voorrang, en in het weekend, laten behandelen. Als u te horen krijgt dat dit asociaal is, vraag dan of het socialer is de wachtlijsten te laten bestaan.

4. Laat nog eens zien dat u vóór de auto bent. Laat zien welke wegen u wilt aanleggen, kom met een plan de accijnzen te verlagen (ga nog verder dan het schrappen van het kwartje van Kok), en zeg dat u niets ziet in kilometerheffingen of vergelijkbare voorstellen.

5. Waarom zo bedeesd over lastenverlichting? Pleit er krachtig voor! Als de andere partijen beweren dat de economie die niet toelaat, heeft u een krachtige troef in handen. Verkoop lastenverlichting juist als een middel om banen te scheppen en de economische groei te garanderen. In 1994 zeiden veel mensen ook dat lastenverlichting er niet in zat.

Verder zijn er nog ideetjes zat: variërend van harde maatregelen om het aantal WAO'ers te beperken, het verlagen van het minimumloon tot het bouwen van nieuwe kerncentrales. Dijkstal zal veel vrienden verliezen en veel stemmen winnen.

michiel wijnbergh/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 06-04-2002
Pagina: 032

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Altijd hetzelfde liedje
door Michiel Zonneveld

Wie durft in deze dagen nog te ontkennen dat de Nederlandse politiek geen grote veranderingen te wachten staan? De enkeling die dat doet, wordt meteen om zijn oren geslagen met de uitslag van de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Of met de jongste opiniepeilingen. Als de revolutie tijdens de verkiezingen van 15 mei voltrokken is, sluit ik niet uit dat de sceptici naar het Binnenhof gesleept worden en aan de schandpaal genageld, waar ze door het zojuist bevrijde volk met rotte eieren worden bekogeld. Toch lijkt het me een interessant gedachte-experiment om eens na te gaan wat er nu juist helemaal níét verandert. Hier volgt een korte encyclopedie van de continuïteiten in de Nederlandse politiek:

Anonieme Vijand In verkiezingstijd is het nuttig de vijand als zo anoniem mogelijk af te schilderen. Het is namelijk niet de bedoeling dat de potentiële kiezer zichzelf daarin herkent. 'De Rus' of 'de communisten' waren tot 1989 in het Westen een ideale tegenstander. 'De ambtenaar' is in het verleden ook als boeman gebruikt, maar die is toch minder geschikt. De leraar en de verpleegster voelen zich dan meteen aangesproken. Daarom is de definitie veralgemeniseerd: alle partijen hebben nu de oorlog verklaard aan 'het management' en 'de bureaucratie'. Bij deze verkiezingen vormt verder 'de islam' (staat gelijk aan 'het' fundamentalisme) de vijand die een bedreiging is voor 'de moderniteit' (lees De puinhopen van Paars, door P. Fortuyn). Een andere anonieme vijand is 'de' criminaliteit.

Criminaliteit en Vreemdelingen Deze twee staan onder één lemma omdat ze in verkiezingstijd door elkaar worden gebruikt. De bestrijding van de criminaliteit staat in de hele wereld hoog op de agenda van elke politicus. Een rechtstreeks verband tussen de wel of niet stijgende criminaliteit en de aandacht voor het onderwerp is er niet. In de verkiezingsstrijd streeft iedereen ernaar kampioen crimefighter te worden. Het vreemdelingendebat krijgt al sinds de jaren zeventig veel aandacht. Het onbehagen blijkt niet verminderd nu het kabinet erin is geslaagd het aantal asielaanvragen te doen dalen en de regels voor immigratie strenger zijn dan in veel van de ons omringende landen. Het blijft een mooi thema in verkiezingstijd. Opvallend is dat enkele voorstellen terugkeren in het asieldebat. Ruud Lubbers waarschuwt de politici tegenwoordig voor populisme in het vreemdelingendebat. Maar toen de huidige topman van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in 1994 nog een nationáál politicus was, pleitte hij voor het opnieuw invoeren van grenscontroles. Het verplicht spreiden van allochtonen is in het verleden bepleit door André van der Louw, de voormalige burgemeester van Rotterdam, de SP, PvdA-minister Jan Pronk en natuurlijk door Frits Bolkestein.

Kloof en Onbehagen Het woord 'kloof' is tegenwoordig herontdekt. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met het begrip 'onbehagen', dat de burger heeft over 'de politiek'. Tot kort geleden waren het vooral politici van progressieve signatuur die het te berde brachten. In 1967 voorspelde de PvdA-politicus Ed van Thijn bijvoorbeeld een 'explosie van onbehagen'. In de jaren dertig schreef A.A. de Jonge al in zijn standaardwerk Crisis en critiek der democratie over 'het toenemend gevoel van afstand tussen staat en burger'. Een overweging: wordt die kloof misschien juist minder diep? Benaderen burgers de politiek misschien daarom minder respectvol? In een modern gezin klagen kinderen openlijker over hun ouders dan in een autoritair gezin waar de kloof tussen ouders en kinderen veel groter is. Een terugkerend thema is een pleidooi voor staatkundige vernieuwing. Opmerkelijk is dat niet altijd de vraag wordt gesteld of de voorgestelde oplossing het probleem ook oplost. In Groot-Brittannië bepleiten de progressief-liberalen bijvoorbeeld het afschaffen van het districtenstelsel en de invoering van een evenredig stelsel. In Nederland willen ze de kloof dichten door een districtenstelsel in te voeren.

Opiniepeilers spreken elkaar tegen Ze gebruiken verschillende meetmethoden en spreken elkaar tegen. Een interessant dilemma is dat ze de peilingen pas echt interessant vinden als de uitslagen spectaculair zijn. Maar als de uitslagen spectaculair zijn, dan blijken de peilingen onbetrouwbaar. Ze baseren hun werkwijze namelijk op wat in het verleden 'normaal' was. Maar wat te doen als het heden abnormaal is?

Het is de schuld van de pers In november 1993 hield premier Ruud Lubbers een tirade tegen 'de pers': 'Er is spelverruwing, niet zozeer in het spel, maar in de belichting van het spel.' Sindsdien hoor je die klacht voortdurend: journalisten geven een te negatief beeld van de politiek. Of: ze geven een te positief beeld van de gevestigde politiek of regering. CDA'er Hans Hillen, bijvoorbeeld, verweet de journalistiek in 1998 dat die 'te paars' was. Nu klinkt zowel het verwijt dat de media Pim Fortuyn te groot maken en dat ze te negatief zijn over Paars, als dat Fortuyn 'te negatief' wordt benaderd. (AD-columniste Pamela Hemelrijk suggereerde zelfs dat er een links mediacomplot bestaat om de politicus van de buis te houden. Zou ze televisie hebben?)

Verwende burgers Hans Dijkstal noemde de kiezer 'verwende diva's'. Hij is beslist niet de eerste. In de jaren tachtig dook in de kring van CDA en PvdA al het spook op van 'de calculerende burger'. Die wilde wel alle voordelen van de overheid (subsidie, uitkering, veiligheid), maar voelde weinig voor de lasten (belastigen, je zelf aan de regels houden). In 1993 bleek uit een enquête dat parlementariërs de burgers zien als zeurpieten die uitsluitend oog hebben voor het eigenbelang. Denk verder aan de tirade in het verkiezingsprogramma van de PvdA tegen de 'hufterigheid'. Nieuw en riskant is dat Dijkstal rechtstreeks de eigen achterban aansprak. Het is beter 'de burger' te kritiseren. Zie het lemma: anonieme vijand.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 13-04-2002
Pagina: 026

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Wees wijs, stem niet Grijs
door Michiel Zonneveld

Lang geleden, toen de literatuur nog niet was verstikt door staatssubsidies, kon er nog vrijmoedig over bejaarden worden geschreven. 'Ja waarachtig,' sprak de held Frits van Egters in Gerard Reves meesterwerk De avonden (1947), 'geen misplaatste zachtmoedigheid. Oude mensen zijn een plaag. Zodra ze moeilijk lopen, zich bevuilen, beginnen te klagen of aan tafel morsen – weg! Een slag achter de oren met een zware staaf en dan in een kalkput.' Tegenwoordig zijn de Nederlandse letteren, de journalisten en de politiek bevangen door een walgelijke politieke correctheid. Het voormalige verzetsblad Vrij Nederland vormt hierop helaas geen uitzondering. De redactie heeft zich zonder enige reserves achter de Lijst Grijs geschaard en de leiding van het blad heeft mij opgedragen 'positieve aandacht' te geven aan 'dit nieuwe fenomeen'. Maar ik heb besloten u te waarschuwen tegen de nieuwe partij die de zoveelste uitdrukking is van de Vergrijzing van onze cultuur. Het zal me duur komen te staan. De ouderenlobby is sterk in dit land en zal niet nalaten me te demoniseren. Toch zie ik het als mijn taak.

De reden dat ik me tot u richt is dat het twee voor twaalf is. Ik zal u daarom een genadeloze analyse geven van de toestand waarin onze samenleving terecht is gekomen. De lijst-Grijs kan niet los gezien worden van een verontrustende demografische ontwikkeling. De prognose is dat in 2020 de meerderheid van de Nederlandse bevolking vijfenvijftig jaar of ouder is. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft al voorgerekend dat slechts een kleine minderheid van deze groep zal werken. De kosten voor de volksgezondheid zullen verdubbelen, die voor de AOW verdrievoudigen, de prijs die de samenleving moet betalen voor de aanpassing van woningen gaat exploderen. De economie zal verpletterd worden door dit dode gewicht. Het vermogen (denk aan het bezit van huizen, spaartegoeden, aandelen en het geld in de kassen van de pensioenfondsen) is in handen van de ouderen. Wat ligt er meer voor de hand dan aan hen een bijdrage te vragen om het land draaiende te houden? Dit nu, is totaal taboe. In het onlangs 'gemoderniseerde' (sic!) belastingstelsel is het vermogen vrijwel onbelast, terwijl de jonge mensen die nog werken het grootse deel van hun inkomen naar de fiscus zien verdwijnen. Wie durft te suggereren dat een miljonair wellicht geen, of een beetje minder, AOW moet krijgen (toch bedoeld als een 'minimumvoorziening'), wordt meteen asociaal genoemd.

Het hoeft niet te verbazen dat de zesenzestigjarige Piet Grijs met een grote boog om dit probleem heen loopt. Hij wil de subsidiekraan (AOW, WAO) nog eens extra openzetten. Grijs suggereert links te zijn door de aftrek van de hypotheekrente af te schaffen. Het 'toeval' wil dat ouderen veel minder van deze regeling profiteren (en de kandidaat-politicus, die als belastingvluchteling in Frankrijk woont al helemaal niet).

Het zijn niet alleen de financiële lasten waardoor de samenleving ontwricht wordt. Ouderen blijken nauwelijks moeite te doen zich aan te passen aan de normen die gelden in een moderne samenleving. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vijfenvijftigplussers in meerderheid homoseksualiteit afwijzen (er zijn verhalen bekend van Hindoestaanse verplegers die niet meer naar hun werk durven!). Onder hen is de aanhang van orthodoxe religieuze stromingen groot. In hun leven zijn ze gemiddeld vaker met justitie in aanraking geweest. Afkeer van vreemdelingen is eerder regel dan uitzondering. Ze wonen bij elkaar in peperdure, door de gemeenschap gefinancierde, tehuizen. Of ze concentreren zich in de, toch al sociaal-economisch zwakke, oude wijken. Ondertussen heeft zich door de dominantie van de bejaarden in Nederland een klaagcultuur ontwikkeld. Enfin, leest u ter illustratie hiervan het manifest van Piet Grijs.

Het zal niet makkelijk worden het tij te keren. Mensen die de waarheid zeggen worden maar al te makkelijk voor seniorenhater of gerontofoob uitgemaakt. Elke rationele discussie wordt door het politieke en journalistieke establishment onmogelijk gemaakt door de Tweede Wereldoorlog erbij te halen. De meest onwaarschijnlijke verzetsverhalen worden opgedist (terwijl uit de beschikbare statistieken blijkt dat er veel meer Nederlanders collaboreerden). Of we horen het verhaal over de 'wederopbouw' van onze economie (terwijl de mensen die in de jaren na 1945 echt de handen uit de mouwen hebben gestoken zich allang dood hebben gewerkt). Verder heeft zich in Nederland natuurlijk een heuse seniorenindustrie ontwikkeld. Voor de managers in de zorgsector betekent veel grijs, veel geld. Politieke partijen richten zich op de wensen van het steeds ouder wordende electoraat. Op de afdelingsvergaderingen durft geen jongere zich meer te laten zien. Kranten en tijdschriften weten dat ze het niet moeten hebben van de jongere lezer en doen mee aan het spel van goedpraten, wegmoffelen en gladstrijken.

Ik roep het volk van Nederland op om in verzet te komen. Zo ver als Frits van Egters moeten we niet gaan, natuurlijk. Maar we moeten van onze ouders en grootouders eisen dat ze meedoen en meebetalen. De AOW zou alleen nog uitgekeerd moeten worden aan mensen voor wie het noodzaak is. Alle belastingvoordelen worden afgeschaft. Er dient desnoods gedwongen gespreid te worden en er moeten verplichte integratiecursussen komen met veel aandacht voor moderne normen en waarden. Er zullen bejaarden zijn die niet mee willen doen. In het manifest van Piet Grijs staat een idee dat voor deze groep bruikbaar is. Hij wil ten westen van de Canarische Eilanden een nieuw Atlantis aanleggen. In plaats van er jongeren heen te deporteren (zoals Grijs wil), stel ik voor het tot een nieuw Florida te maken. Het is voor die mensen toch veel prettiger in de zon te zitten dan hier te klagen over de regen? U merkt het: ik heb het beste met de oude mensen voor.

bert nienhuis

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 20-04-2002
Pagina: 048

Rubriek: ESSAY

Auteur: WEEZEL, M. VAN

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 27-04-2002
Pagina: 019

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Groot alarm voor de PvdA
door Michiel Zonneveld

Het was een onheilspellend weekeinde voor de sociaal-democratie. De Franse socialisten werden bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen verpletterd. De extreem-rechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen streefde volkomen onverwacht premier Jospin voorbij. De SPD leed diezelfde dag in de Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt een historische nederlaag en haalde nog minder stemmen dan de postcommunistische PDS. In Nederland zakte de PvdA na de val van het kabinet-Kok nog verder weg in de peilingen. Het was afgelopen zaterdag bij het begin van de PvdA-verkiezingscampagne in Den Bosch al niet erg gemakkelijk om de stemming erin te krijgen. Voor de toespraak van PvdA-lijsttrekker Ad Melkert werd geklapt, maar van echte geestdrift was geen sprake. Het viel op dat er nauwelijks 'gewone' leden waren. De kerk was gevuld met beroepspolitici, kandidaten, campagnemedewerkers en journalisten.

Vooral de uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk is voor de PvdA reden om groot alarm te slaan. De conditie van de Parti Socialiste en de PvdA vertoont namelijk veel overeenkomsten. De opvallendste is dat beide partijen inmiddels volkomen worden geïdentificeerd met het politieke establishment. Jospin was als premier voor vele kiezers het symbool van de 'oude politiek' (net als zijn concurrent Chirac, die wel de tweede ronde haalde, maar als zittende president met nog geen twintig procent van de stemmen niet tevreden mag zijn). Voor een deel heeft dat te maken met de gewone mechanismen in de politiek. Grof gesteld staat een campagne óf in het teken van een 'herverkiezing' óf klinkt de roep om 'iets nieuws'.

De kamerverkiezingen in 1998 draaiden om de vraag of Kok en Paars door mochten gaan. Nu zie je in Nederland en vrijwel overal elders in Europa dat de kiezers behoefte hebben aan 'een buitenstaander'. Jospin kon die rol als zittende premier niet spelen. Ad Melkert kan dat als voormalig minister van Sociale Zaken en als fractievoorzitter van de grootste regeringspartij evenmin. Hij is net als Jospin het type 'insider', dat volgens veel mensen een 'afstraffing' verdient. Het gedraai van Melkert in de discussie over de Joint Strike Fighter maakt hem ongeloofwaardig. Tot de val van het kabinet was hij voor, in Den Bosch was hij plotseling tegen. (Althans tot 15 mei.)

Je zou verwachten dat gezien Melkerts geringe persoonlijke populariteit alles op alles wordt gezet om er vooral een inhoudelijke campagne van te maken. Maar nee. De sociaal-democraten gaven juist vierhonderdduizend euro uit voor posters met daarop alleen een enorme afbeelding van hun lijsttrekker. Toen Wim Kok de PvdA aanvoerde, zat er nog enige ratio achter een dergelijke op de persoon gerichte campagnevoering. De premier zelf was aanzienlijk populairder dan zijn partij. Maar met Melkert lijkt het me een vorm van politieke zelfmoord.

Een andere overeenkomst tussen de Franse en de Nederlandse socialisten is het onvermogen om zich van 'rechts' te onderscheiden. In beide landen wordt de stemming bepaald door een gevoel van onvrede over de politiek als geheel. Jospin heeft net als zijn collega's hier veiligheid (gekoppeld aan het minderhedenvraagstuk) uitgeroepen tot het allesoverheersende thema. Achteraf moet worden geconstateerd dat dit alles Le Pen in de kaart heeft gespeeld. Voor de PvdA is het daarom van belang dat het in de campagne ook over andere zaken gaat: zoals de toekomst van de zorg, het onderwijs en de sociale zekerheid.

Het is ook duidelijk dat de progressieven tekortschieten in het formuleren van een aansprekend politiek programma waarmee ze mensen kunnen motiveren naar de stembus te gaan. In Frankrijk bleven veel potentiële linkse kiezers thuis, bovendien verdeelden ze hun stemmen over communisten, groenen, afgesplitste socialisten, en drie trotskistische kandidaten. In het Franse kiesstelsel gaan alleen de twee kandidaten met de meeste stemmen door naar de volgende ronde. Zo kon het gebeuren dat Le Pen met 'slechts' iets meer dan zeventien procent van de stemmen het mag opnemen tegen Chirac. De linkse regering wordt verweten dat het regeringsbeleid zich in maar weinig onderscheidde van wat een rechtse regering gedaan zou hebben. Zo zou Jospin te ver zijn gegaan in het privatiseren van de publieke sector. Het klinkt de Nederlander bekend in de oren.

Toch is Ad Melkert nog niet (helemaal) verloren. Veel zal afhangen van de vraag of de PvdA de grootste partij wordt. Uiteindelijk werd Wim Kok in 1994 nadat hij weliswaar een historische nederlaag leed, toch premier omdat zijn partij net iets meer stemmen haalde dan het CDA. Zo'n zelfde geluk kan Melkert beschoren zijn wanneer Pim Fortuyn erin slaagt meer stemmen van de VVD te winnen dan van de PvdA. Hans Wiegel is zich dat terdege bewust. Hij waarschuwt de kiezers dan ook niet voor niets met de slogan: 'Een stem voor Pim is een stem voor Ad.' De opkomst van Fortuyn kan de PvdA-lijsttrekker ook nog op een andere manier in de kaart spelen. De angst voor een verkiezingszege van de voormalige Elsevier-columnist zou de potentiële linkse kiezers weleens kunnen mobiliseren. Ook een aantal allochtonen zou hierdoor overwegen om voor het eerst te gaan stemmen. En veel mensen, die nu nog een voorkeur hebben voor D66, GroenLinks en SP, zouden op het laatste moment weleens om 'tactische' redenen op de partij van Melkert kunnen kiezen. Omdat ze het belangrijk vinden dat de PvdA de grootste wordt.

In dat geval mag Melkert best eens een bloemetje naar Rotterdam sturen.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 04-05-2002
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De plaag van de democratische vernieuwers
door Michiel Zonneveld

Wie de illusie had dat als we de Nederlandse democratie tijdig hadden gemoderniseerd, we het verschijnsel Fortuyn hadden kunnen voorkomen, kreeg na de Franse verkiezingen een harde klap te verwerken. In Frankrijk bestaat alles waar een partij als D66 al meer dan vijfendertig jaar voor pleit: een referendum, een direct gekozen regeringsleider en burgemeester en een districtenstelsel. Toch haalde Jean-Marie Le Pen van het extreem-rechtse Front National zeventien procent van de stemmen bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. De opkomst gold als een historisch dieptepunt en de kiezer moet in de volgende ronde kiezen tussen een onverholen racist en een president die zijn carrière mede te danken heeft aan stembusfraude. Ik weet dat je met dit soort relativeringen het gevaar loopt voor een anti-democraat uitgemaakt te worden. Voor alle duidelijkheid daarom: ik ben een verklaard voorstander van het referendum en de gekozen burgemeester. Maar ik denk dat veel kiezers na de invoering van deze staatkundige vernieuwingen nog even hard zullen klagen. De enige manier om daaraan een einde te maken is de hele democratie afschaffen. Niet dat de burgers dan tevredener zijn, maar ze zijn dan geen kiezers meer.

Wat het meest opvalt in het debat over de zogenaamde democratische vernieuwing is dat slechts zelden duidelijk wordt gemaakt wat nu precies het probleem is. Zodra kiezers in beweging komen (en massaal hun stemvoorkeur wijzigen), of juist niet meer (en dus thuis blijven), lijkt het wel of alle deelnemers aan het debat over hun eigen hobby's beginnen. Een treffend voorbeeld daarvan is Parool-journalist Kees Tamboer die in enkele columns betoogde dat Paars de opkomst van Fortuyn aan zichzelf te wijten heeft omdat het geen oplossing heeft voor de WAO. Zou het echt? De gemiddelde aanhanger van de 'redder van Rotterdam' hoor je daar zelden over (en Fortuyn zelf heeft over hetzelfde onderwerp de afgelopen tijd al minstens drie verschillende standpunten ingenomen). Zijn aanhang moppert daarentegen des te vaker over buitenlanders en veiligheid op straat. De analyse van Tamboer lijkt me vooral ingegeven door zijn eigen (overigens terechte) ergernis over het gebrek aan daadkracht bij de aanpak van de arbeidsongeschiktheid.

Op zichzelf is er geen enkel bezwaar tegen als de foute diagnose leidt tot een goede remedie en we door alle revolutionaire electorale ontwikkelingen snel een volwaardig referendum krijgen. Maar er zijn ook plannen die ervoor zorgen dat de democratie pas echt in de problemen komt. De ergste fout die wat dat betreft gemaakt wordt is het doodverklaren van de partijdemocratie. Daarvoor ontbreekt elke grond. Deze stelling is gebaseerd op de opwinding die ontstaat nu de partij van Fortuyn en Leefbaar Nederland hun entree maken in het parlement (en ook de Verenigde Seniorenpartij maakt een kans). De opkomst van deze nieuwelingen wijst juist op de vitaliteit van het partijenstelsel. Als er twee automerken bij komen, wordt toch ook niet gezegd dat deze tak van industrie achterhaald is? De conclusie die sommigen trekken dat het nu tijd wordt om te streven naar het einde van de politieke partijen is ronduit gevaarlijk. De politicoloog Bart Tromp merkte in zijn recente bundel Haagse tegenstrijdigheden op dat er nergens in de wereld een democratie bestaat zonder verschillende partijen.

De voormalig PvdA-staatssecretaris Roel in 't Veld verbindt een nog verdergaande stelling aan de komst van LPF en LN. In een opiniestuk in NRC Handelsblad dat hij samen met Albert Jan Kruiter schreef, pleitte hij voor de afschaffing van de volksvertegenwoordiging. Als er ooit een top-1000 van overschatte intellectuelen zou worden gemaakt, dan belandde In 't Veld met stip op nummer 1. Als een volleerde kwakzalver probeert hij de lezer te betoveren met bestuurlijk potjeslatijn, als 'Het belang van een eendimensionaal territoir is echter vervallen. Wij zijn allen immers vagant.' De voorstellen van Kruiter en In 't Veld zijn verder nogal warrig. Ze pleiten ter vervanging van de Eerste en Tweede Kamer voor een direct gekozen Rekenkamer, Opta of NMa. Maar op basis waarvan die gekozen zouden moeten worden, laten ze in het midden. Er wordt wat modieus gezwetst over 'interactieve beleidsvorming', dit alles natuurlijk met behulp van het internet. Maar wie bepaalt waarover de burgers zich mogen uitspreken? Ambtenaren? Wat opvalt is dat ze geen aandacht hebben voor het uitwisselen van opvattingen, een van de levensvoorwaarden van de democratie. Alles draait bij hen om uitvoering en controle op uitvoering. Wat de twee heren als democratisch manifest verkopen, heeft dan ook veel weg van een pleidooi voor een technocratische dictatuur. Dat is ook niet zo vreemd. De auteurs zijn verbonden aan de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur, een opleiding voor topambtenaren.

De kans dat het radicale betoog veel weerklank krijgt, lijkt me nihil.

Anders ligt het voor de plannen, die links en rechts worden geopperd, om het kiessysteem te veranderen. D66, Fortuyn en Leefbaar Nederland willen een districtenstelsel. De andere partijen kiezen voor een variant daarop (het Duitse systeem, waarbij je een stem op een landelijke partij en een andere op een lokale kandidaat kan uitbrengen). In de landen waar zo'n stelsel bestaat, is de onvrede groot. De meest fundamentele kritiek is dat op die manier veel burgers in het geheel niet worden vertegenwoordigd. In een kiesdistrict met in meerderheid Conservatieven heeft het geen enkele zin Labour te stemmen. De aanhangers van kleinere partijen zijn helemaal kansloos. In Nederland zou het aantal partijen tot drie worden gereduceerd. Willen we dat? Het mooie van het Nederlandse stelsel is dat ontevredenheid van de kiezer snel aan de oppervlakte komt. De onrust onder ouderen leidde in 1994 tot de opkomst van de ouderenpartijen. Nu zorgt Fortuyn voor opwinding. De belangstelling voor de politiek is groter dan in jaren. De opkomst bij de verkiezingen is hoog. De Fransen zullen jaloers op ons zijn.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 11-05-2002
Pagina: 021

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het einde van de onschuld
door Michiel Zonneveld

Bij veel mensen zal de eerste reactie op de moord op Pim Fortuyn er een zijn van ongeloof. Tot maandag 6 mei kenmerkte de Nederlandse politiek zich door een grote mate van onschuld. Er waren in het recente verleden natuurlijk wel wat gewelddadige incidenten. Radicale actievoerders bliezen begin jaren negentig een deel van de woning van staatssecretaris van justitie Aad Kosto op. In de jaren tachtig richtte veel agressie zich op Hans Janmaat en zijn Centrumdemocraten (de aanslag met een molotovcocktail op een hotel in Kedichem, waar de partij vergaderde). Maar verder had de Nederlandse politieke cultuur tot maandagavond iets zachtmoedigs. De politici bestreden elkaar soms heftig, maar na afloop sloegen ze elkaar op de schouders, of dronken een biertje. Nederland was het land van de minister-president op de fiets. Van de lijsttrekkers die debatteerden in de pauze van de Soundmixshow en van kamerleden die na een fel debat over een crisis in de wereld gezamenlijk meededen aan de opnamen van Sterrenslag. Boze actievoerders gingen doorgaans niet verder dan het gooien van een taart.

Fortuyn werd vaak een on-Nederlands politicus genoemd, maar in veel opzichten paste hij juist in de geldende politieke cultuur. Hij maakte soms rabiate opmerkingen, maar een gevoel voor humor kon hem beslist niet ontzegd worden. Zijn optreden was bewust carnavalesk. Iedereen, van links tot rechts, raakte daarom verslaafd aan het verschijnsel Pim.

Aan de ene kant was de politicus een vertegenwoordiger van nieuw-rechts. Maar anderzijds was hij ook een kind van de jaren zestig en zeventig, de homo ludens die het opneemt tegen de regenten. Hij was Haider, met een flinke scheut Cohn-Bendit en meer dan een vleugje Wim Sonneveld.

Deze verkiezingscampagne leek vooral door het optreden van Fortuyn vrolijker dan ooit. Totdat een gek met een baseballcap op daar een einde aan maakte. Een van de ooggetuigen van de moordaanslag verklaarde maandagavond dat hij eerst dacht dat het een grap was. Een begrijpelijke vergissing. De hele verkiezingscampagne had tot nu toch ook iets van een grap?

Vorige week ging het toneelstuk Hetze in première, waarin een aanslag wordt gepleegd op de lijsttrekker van de fictieve partij Weerbaar Nederland. Het was toen nog een geestige voorstelling, een parodie op de manier waarop onder Paars politiek werd bedreven. Met terugwerkende kracht is het een inktzwart stuk geworden.

Voorlopig valt er helemaal niets meer te lachen. De moord is niet alleen een drama voor Fortuyns directe omgeving, maar ook voor de hele Nederlandse samenleving. Het is niet vreemd dat de Nederlandse politici verslagen reageren. Het is nog te vroeg om de balans op te maken, maar wel is al duidelijk dat de aanslag een kentering in de Nederlandse politiek zou kunnen betekenen. De tijd van de fietsende premier is wellicht ten einde gekomen. De kans dat politici het de komende tijd wagen een 'bad in de menigte te nemen' is klein.

Maar het grootste gevaar is dat het tragische eind van Fortuyn het begin is van een heilloze polarisatie, die weinig te maken heeft met de manier waarop in de jaren zestig en zeventig nieuwe vormen van politiek werden bedreven. Toen was politiek onderdeel van een democratisch experiment: de bedoeling was de kiezers een duidelijke keuze te geven.

De opkomst van Fortuyn was voor iedereen opnieuw een oefening in het omgaan met verschillen in politieke cultuur. Alles wat eerst nog in besmuikte bewoordingen werd gezegd, werd nu opeens uitgeschreeuwd. Alle omgangsvormen die de Nederlandse politiek zo beheerst, maar ook zo saai maakten, werden terzijde geschoven. Ik was het meestal oneens met Fortuyn als het over het minderhedenbeleid ging. Maar dankzij hem werd er wel eindelijk heftig en vrijmoedig over gediscussieerd. En dat door zijn toedoen de belangstelling voor politiek weer toenam, kan niemand ontkennen. Bovendien dwong hij andere politici ook duidelijke taal te spreken.

In Den Haag was de stemming kort na de aanslag grimmig. Er braken relletjes uit. Het is moeilijk om op dit moment te overzien hoe emotioneel de aanhang uiteindelijk zal reageren. De kans dat de moord leidt tot groter ongenoegen bij een deel van het electoraat, moet niet worden uitgesloten. Veel kiezers zullen het gevoel hebben dat hun 'hun keuze' is ontstolen.

Dat roept de vraag op hoe het nu verder moet. De komende tijd vergt vooral veel zelfbeheersing. Net doen alsof er niets is gebeurd en de verkiezingen gewoon laten doorgaan, is onverstandig. Eerst moeten we van de schok bekomen. Er moet veel gedaan worden om het vertrouwen van de Fortuyn-aanhang te herstellen. Daar ligt een taak voor alle partijen.

Maar voor de iets langere termijn wordt de belangrijkste vraag: hoe zorgen we ervoor dat we in Nederland onze open politieke cultuur behouden? Dat Pim Fortuyn zijn provocaties met de dood moest bekopen, is voor iedereen een nederlaag.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 25-05-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Vernieuwing in formatietijd
door Michiel Zonneveld

De verkiezingen worden wel als het hoogtepunt van de democratie bestempeld. De formatie die erop volgt, zou je als het dieptepunt kunnen beschouwen. Niet alleen de kiezer staat volkomen buitenspel bij de vorming van het kabinet, maar ook de gemiddelde parlementariër. Een handjevol onderhandelaars bepaalt hoe en door wie het land de komende jaren wordt bestuurd. Meestal zijn dat oudgedienden in de politiek. De nieuwe kamerleden popelen om de handen uit de mouwen te steken, maar de kans is groot dat ze de komende maanden niet meer zijn dan toeschouwers. Sinds 1977 zitten de leden van de regeringsfractie vast aan een gedetailleerd regeerakkoord dat hun bewegingsruimte beknot. Nadat er soms maanden over dit akkoord is vergaderd, wordt er in allerijl ook nog een regeringsploeg samengesteld. Zowel CDA-leider Jan Peter Balkenende als de LPF hebben beloofd de politieke cultuur radicaal te veranderen. Maar tot nu toe komt daar weinig van terecht. De verschillende partijen komen met dezelfde schoten voor de boeg als in het verleden. De kleine onderhandelingsteams zijn al gevormd. De potentiële regeringspartijen hullen zich alweer in het traditionele stilzwijgen. Is het dan echt niet mogelijk de formatie anders te laten verlopen? Enkele suggesties.

In zijn boek Anders en beter, dat kort voor de verkiezingen verscheen, steekt Balkenende een tirade af tegen de uitvoerige regeerakkoorden die we de laatste decennia gewend zijn. 'Politieke vrijheid wordt op die manier ontnomen (aan het parlement) en het dualisme wordt uitgehold. Het CDA staat iets anders voor ogen: de politieke leiders spreken vertrouwen uit in een coalitie en leggen de hoofdoriëntaties in een A-viertje vast. Vervolgens ontwikkelt de ploeg van bewindslieden een regeringsprogramma. Op die manier ontstaat een veel volwassener verhouding tussen regering en parlement. ' Mooie woorden. Helaas maakt de CDA-politicus niet duidelijk hoe in zo'n korte tekst ook maar iets van betekenis kan staan. Typerend is dat hij in zijn boek vier volle bladzijden nodig heeft om uit te leggen wat er volgens zijn partij allemaal in dat A-viertje moet staan. Nu al zie je aankomen dat het beknotte regeerakkoord zal worden aangevuld met preambules en bijlagen met deelakkoorden.

Waarom zou je niet afzien van een regeerakkoord? Laat de nieuwe regering bijeenkomen en geef die de vrije hand een regeringsverklaring op te stellen waarin haar plannen staan. Dan is de Tweede Kamer helemaal vrij om te beoordelen wat ze ervan vindt.

Veel mensen zijn van mening dat er snel een kabinet moet komen dat steunt op een parlementaire meerderheid. Ze vinden het flauw van de VVD dat die partij liever niet wil meedoen. Maar zou het zo erg zijn als de liberalen voet bij stuk houden? Als we echt een volwassen verhouding willen tussen parlement en regering, wat is er dan op tegen dat een toekomstige regering bij elke gelegenheid gedwongen is het parlement van haar gelijk te overtuigen? Een gewoon coalitiekabinet brengt onherroepelijk met zich mee dat de verschillende regeringspartijen onderling deals gaan sluiten. Is het niet in het Torentje, dan gebeurt dat wel in het Catshuis (de officiële ambtswoning van de premier), in een spelonk van het Binnenhof of via een intensief belcircuit. Als het CDA afziet van het dogma dat een parlementair meerderheidskabinet noodzakelijk is, beschikt het over verschillende mogelijkheden. De partij kan bijvoorbeeld een minderheidskabinet van CDA en LPF formeren, of een zakenkabinet. Een andere variant is door formateur Jaap Burger in 1973 met succes toegepast. In dat jaar waren de christen-democraten onwillig om tot het kabinet toe te treden (net als de VVD nu). Burger kreeg toen enkele politici uit KVP en ARP (de partijen zijn opgegaan in het CDA) zo ver dat ze op individuele titel toch toetraden. KVP en ARP waren onthutst over deze inbraak, maar besloten de vorming van het kabinet niet in de weg te staan en de ministers op hun daden te beoordelen. Het kabinet-Den Uyl was dan ook extraparlementair (en er was geen regeerakkoord).

Het ongelukkigste onderdeel van de formatie is zonder twijfel de manier waarop bewindslieden worden geselecteerd. De onderhandelaars zijn meestal uitgeput. Op het laatste moment wordt een akkoord bereikt over de verdeling van de ministersposten. In een paar dagen tijd worden dan de mensen bij elkaar gezocht die de komende jaren het land moeten besturen. Een kort gesprekje met de formateur en de partijleider volstaat om bewindslieden in het diepe te gooien. Van een zorgvuldige beoordeling is geen sprake: wist u dat de laatste twee staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken bij hun aantreden het Engels nauwelijks meester waren? In de Verenigde Staten worden kandidaat-bewindslieden aan een openbaar kruisverhoor onderworpen. Je zou je kunnen voorstellen dat een kandidaat-minister eerst de tijd krijgt zich voor te bereiden en samen met zijn collega's plannen uit te werken. Pas als de Tweede Kamer voldoende vertrouwen in hem of haar heeft, wordt de kandidaat benoemd.

Het tweede paarse kabinet had zich veel problemen kunnen besparen als deze methode was toegepast. De ministers waren meteen gedwongen geweest uit te leggen wat hun plannen waren. Ongetwijfeld zou minister Peper van Binnenlandse Zaken toen al aan de tand zijn gevoeld over de wijze waarop hij Rotterdam had bestuurd. Want ook voordat de 'affaire' losbarstte die tot zijn aftreden leidde, was Peper niet onomstreden. Stel dat advocaat Gerard Spong kandidaat-minister is. Ik zou me kunnen voorstellen dat de Tweede Kamer het een en ander zou willen weten. Bijvoorbeeld hoe zijn pleidooien voor verregaande rechtsbescherming van verdachten zich verhouden tot de rigoureuze aanpak van de criminaliteit die de nieuwe coalitie wellicht voorstaat.

Waarom een regeerakkoord?
Geen parlementair meerderheidskabinet
Een 'Amerikaanse' selectie
robert vos/anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 01-06-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Nieuwe politiek en ouderwets opportunisme
door Michiel Zonneveld

Wie een beetje wil meetellen in de Nederlandse politiek, noemt zichzelf nu een 'vernieuwer'. De een beroept zich op 'de geest van Fortuyn' , de ander op 'de stem van de burger'. Weer een ander zegt dat de nederlaag van zijn of haar partij tot herbezinning dwingt. Ik zal niet ontkennen dat er veel is gebeurd. Maar of ons een tijdperk van grote veranderingen, laat staan vernieuwingen, te wachten staat valt nog te bezien.

Twee weken na de verkiezingen valt vooral op dat veel dingen helemaal niet veranderd zijn. Menigeen verwachtte dat de nieuwkomers van de LPF voor onrust en instabiliteit zouden zorgen. Het tegendeel is voorlopig waar. Deze partij kiest tot nu toe voor de overlevingsstrategie van stilzitten en slikken. De overweging om Herben tot eerste man uit te roepen, is in dit verband veelzeggend: als woordvoerder van het ministerie van Defensie is hij een van de weinigen in zijn fractie die een beetje weet hoe een mens zich in Den Haag dient te gedragen. De voorman wordt terzijde gestaan door twee geronten van de oude partijdemocratie: Ferry Hoogendijk (een leven lang VVD) en Jimmy Janssen van Raay (een leven lang CHU/CDA).

Alleen met het radicale (en voor de erfgenamen van Fortuyn opmerkelijke) standpunt dat alle illegalen (meer dan honderdduizend!) moeten worden gelegaliseerd, deed de partij echt van zich spreken. Al snel bleek dat de woordvoerders Mat Herben en Ferry Hoogendijk gewoon niet begrepen waar ze het over hadden.

Herben kreeg de afgelopen weken overigens ook veel complimenten. Maar vooral omdat hij zich zo makkelijk lijkt aan te passen aan de politieke mores. Hij doet eerder denken aan een KVP'er uit de jaren vijftig dan aan de leider van een volksopstand.

Van die opstand is ook weinig meer over. Het was opvallend hoe snel de nieuwe partij de plannen om de politiek te veranderen inleverde. De LPF wilde, net als het CDA, een meer volwassen rol voor het parlement. De tijd van lange regeerakkoorden zou voorbij zijn. In het parlement moest een open debat gevoerd worden en ook ruimte zijn om zaken te doen met de partijen in de oppositie. Er lagen kansen om deze wensen te realiseren: CDA-leider Balkenende beloofde zelfs dat het regeerakkoord niet langer zou worden dan een A-viertje. Maar de VVD liet weten alleen mee te willen regeren als er een aantal harde afspraken op schrift kwamen te staan Dat betekent dat er in de praktijk weinig zal veranderen. De LPF wist niet hoe snel ze moest instemmen.

Een tweede wens van de partij was dat het kabinet moest worden ingekrompen tot acht ministers van 'kerndepartementen'. Dat zou veel efficiënter zijn. Nog voor de onderhandelingen zijn begonnen, blijkt deze wens van tafel. De partij gaat in haar eerste voorstel voor de portefeuilleverdeling gewoon uit van vijftien ministersposten (gelijkelijk verdeeld over CDA, LPF en VVD).

Er zijn verschillende andere redenen om de verwachting te temperen dat we voor grote vernieuwingen in de politiek staan. Dat de werkelijkheid nu eenmaal weerbarstiger is dan ze in verkiezingstijd wordt voorgesteld, is zo evident dat ik het verder buiten beschouwing laat. Minstens zo belangrijk is de begrijpelijke psychologische reactie om vooral te kijken naar wat er mis is gegaan.

Wat dan al snel volgt is een conservatieve reflex, van beperkt nut in de toekomst. De PvdA wil bijvoorbeeld meer gaan samenwerken met de andere progressieve partijen. Er is niets tegen zo'n oppositieakkoord. Maar een dergelijke samenwerking was de afgelopen vier jaar veel interessanter geweest. Voor de verkiezingen hadden de progressieve partijen 75 van de 150 zetels. Nu is het totaal gereduceerd tot 49.

Bij de VVD is de vernieuwing voorlopig beperkt gebleven tot het aanwijzen van Gerrit Zalm als nieuwe leider. De minister van Financiën zou de afgelopen verkiezingen een uitstekende lijsttrekker geweest zijn. Zijn financiële beleid werd algemeen als buitengewoon succesvol beschouwd. Vele kiezers zagen in hem de beste minister-president. Als geen ander was hij op de hoogte van de feiten, Fortuyn zou een zware dobber aan hem hebben gehad. Maar is hij ook de fractievoorzitter en partijleider die de komende jaren het kabinet goed tegenspel biedt als het gaat om thema's als criminaliteit, of normen en waarden?

Verder zal al snel blijken dat de roep om verandering minder te maken heeft met een verlangen naar een 'nieuwe politiek' dan met het opportunisme dat de politiek nu eenmaal kenmerkt. De VVD was van 1989 tot 1994 voor het 'dualisme', tegen het 'Torentjesoverleg' en voor dunne regeerakkoorden. Als oppositiepartij stond ze immers buitenspel en ze wilde graag af en toe een deal met het CDA sluiten (bijvoorbeeld over de WAO). Maar toen ze regeringspartij werd eiste ze spijkerharde afspraken, vooral in 1998 toen er in de Tweede Kamer bijna een 'linkse meerderheid' was.

De komende jaren gaat de PvdA het 'dualisme' weer helemaal herontdekken. Dat het CDA daar op dit moment daar ook voor is, hoeft niet echt te verbazen. De partij zit weer helemaal in het politieke midden. Hoe korter het regeerakkoord, hoe meer gelegenheid ze heeft in de komende jaren af en toe haar sociale gezicht te tonen door zaken te doen met de linkse oppositie.

Mat Herben doet eerder denken aan een KVP'er uit de jaren vijftig dan aan de leider van een volksopstand
roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-06-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Nepotisme of goed bestuur?
door Michiel Zonneveld

Tineke Netelenbos wordt wel eens beschuldigd van nepotisme. Ze zou het ministerie van Verkeer en Waterstaat de afgelopen vier jaar tot een PvdA-bolwerk hebben omgebouwd. Het weekblad Elsevier schreef ongeveer een halfjaar geleden zelfs over de 'banenmachine van Tineke'. Het laatste Haagse relletje rond deze minister is dat ze vlak voor haar vertrek nog even een partijgenoot wil benoemen tot transportattaché in Washington (dat is een vertegenwoordiger van het ministerie bij de ambassade aldaar).

Netelenbos is niet de enige die zulke kritiek krijgt. Nederland zou een partidocratie zijn. De mare wil dat een partijlidmaatschap en goede politieke contacten noodzakelijk zijn voor een voorspoedige ambtelijke carrière. Maar is dat ook zo? Er is zelden gedegen onderzoek naar gedaan. Dat weerhield een aantal politicologen enkele weken geleden in NRC Handelsblad niet van grote stelligheid: we worden geregeerd door partidocraten. (Zou er een verband zijn tussen het onvermogen van wetenschappers hun stellingen met onderzoek te onderbouwen en hun drang zich in de media te manifesteren?).

Het is niet makkelijk het bestaan van een partidocratie te bewijzen. Om te beginnen moet worden vastgesteld of ambtenaren lid zijn van een politieke partij (en niet iedereen is daar even openhartig over). En als dat zo is, heeft hun lidmaatschap dan een rol gespeeld bij benoemingen of promoties? Dat veel hoge ambtenaren lid van een partij zijn, lijkt me niet vreemd en hoeft niet te wijzen op een old boy network van partijgenoten die elkaar de baantjes toeschuiven. Van hoge ambtenaren kan nu eenmaal een meer dan gemiddelde belangstelling voor politiek worden verwacht. Zo lang je niet weet wie precies welke rol heeft gespeeld bij een benoeming, zegt een lidmaatschap dan ook niets. Een minister kan bijvoorbeeld best dezelfde 'kleur' hebben als een benoemde functionaris, terwijl er toch geen sprake is van vriendjespolitiek. Het personeelsbeleid is namelijk in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de hoogste ambtenaar op een departement: de secretaris-generaal.

Op het ministerie van Verkeer en Waterstaat is die positie in handen van een PvdA-lid: oud-burgemeester van Almere R. Pans. Heeft Netelenbos hem als zetbaas benoemd? Dat blijkt niet het geval. Pans dankt zijn benoeming aan Netelenbos' voorgangster Annemarie Jorrits-ma. En die is toch echt lid van de VVD.

Net iets lager in de hiërarchie werken twee plaatsvervangend secretarissen-generaal. Tijdens Netelenbos' ministerschap werd haar partijgenoot P. Hey (voormalig ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken) op de ene post benoemd. Maar de andere ging naar B. van Delden, die zich partijloos noemt (hoewel zijn collega's fluisteren dat hij sympathie heeft voor het CDA).

Weer een klein stapje lager zitten de zogeheten directeuren-generaal (DG). In de periode-Netelenbos werden B. Keyts (DG water, lid D66), J. Tammenons-Bakker (DG goederenvervoer, komt van Shell, geen partijtijgerin), M. Eeghen (DG personenvervoer, ook partijloos) en M. Frequin (DG telecommunicatie en post, geen partijvoorkeur bekend) aangesteld. De DG Rijkswaterstaat H. Prins zat al op zijn plek voor Netelenbos aantrad. Zijn collega's omschrijven hem als 'politiek kleurloos'.

Nog wat benoemingen: F. Mertens (begin 2001 in dienst gekomen als inspecteur-generaal Verkeer en Waterstaat, politiek onuitgesproken, volgens sommige collega's PvdA-angehaucht) en E. Bussink (sinds 2000 DG Luchtvaartdienst, lid van de partij van Netelenbos). En tot slot de NS, officieel zelfstandig maar inmiddels geheel onder curatele van het ministerie. Netelenbos benoemde oud-staatssecretaris en oud-fractievoorzitter van de PvdA W. Meijer dit jaar tot voorzitter van de raad van commissarissen van de Spoorwegen. Maar de nieuwe directeur werd het CDA-lid K. Noordzij.

De stelling dat Netelenbos van haar ministerie een exclusief PvdA-bolwerk heeft gemaakt, klopt dus niet. Maar daarmee is natuurlijk evenmin bewezen dat politieke kleur helemaal geen rol speelt bij belangrijke benoemingen in de (semi-)overheidssector. Je kunt je de vraag stellen of Meijer echt de best denkbare voorzitter is van de raad van commissarissen van de NS. En was de benoeming van Noordzij niet ook een vriendelijk gebaar van de PvdA, die het indertijd nuttig achtte toenadering tot het CDA te zoeken? Of was het een gewiekste zet, bedoeld om het politieke risico bij een eventueel nieuw echec van de NS te delen?

Het treurige is dat de hele discussie over de zogenaamde 'politieke benoemingen' nu plaatsvindt in een sfeer van roddel en achterklap. Het zou nuttig zijn als het nieuwe kabinet duidelijk maakt wat de verhouding tussen politiek en ambtenarij zou moeten zijn. Want duidelijk is dat er ergens iets wringt.

In Nederland roept iedereen al snel 'schande' bij een benoeming van een 'politieke protégé' in de ambtelijke top. Het heeft daarom lang geduurd voor het verschijnsel van de 'politiek adviseur' werd geaccepteerd. Tegelijkertijd heeft een minister topambtenaren nodig die hij of zij kan vertrouwen. De minister moet immers krachtig leiding geven. Waarom mag een nieuwe bewindsman of –vrouw dan niet de vrije hand hebben bij het benoemen van naaste medewerkers? In de Verenigde Staten wordt een deel van de ambtenarij ook vervangen als de Democraten en de Republikeinen elkaar in het Witte Huis afwisselen. Hogere ambtenaren in Nederland zouden dan (wellicht in ruil voor een hoger salaris) een tijdelijk contract krijgen. Als er een nieuwe baas aantreedt, moeten ze weg.

En zo'n tijdelijke aanstelling scheelt meteen een hoop wachtgeld en gouden handdrukken als blijkt dat ze slecht functioneren.

Harry Meijer/HH

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 15-06-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Een zelftest
door Michiel Zonneveld

Zou je niet willen schrijven over de vraag of je zelf tot het establishment bent gaan behoren?' Met deze vraag wekte de hoofdredactrice van dit blad grote argwaan bij mij. Het deed me verdacht veel denken aan het tegenwoordig in Den Haag veel gebezigde jezuïtische zinnetje: 'Ik vind dat je zelf moet afwegen of het verstandig is om te blijven zitten.'

Een half leven lang ben ik (geboren 1962) afgeschilderd als een vertegenwoordiger van de beruchte 'verloren generatie'. U kent de praatjes daarover nog wel: gedemoraliseerd door de crisis in de jaren tachtig. De pas richting de macht afgesneden, omdat de touwtjes nog stevig in handen zijn van de babyboomers. En net op het moment dat met het establishment wordt afgerekend, moet ik meemaken dat ik ertoe ben gaan behoren?

Ik besloot tot een grondig zelfonderzoek. Had de hoofdredactrice, die overigens nog geen jaar jonger is dan ik, niet een beetje gelijk?

Het zou verstandig zijn als u zo'n zelfonderzoek ook zou doen. We leven immers in een tijd van afrekenen met alles wat als 'gevestigd' geldt. Dat lot treft niet alleen politici en journalisten die lang op het Binnenhof hebben vertoefd. Het héle establishment is verdacht. U dus ook, wellicht. Behoort u tot de machthebbers in de gezondheidszorg? Het kartel in het onderwijs? De vervoerslobby? De zaakwaarnemers van de zachte sector? Het circuit van de grijze jassen in onze polderdemocratie? De mediamaffia? De vierde (ambtenaren) of de vijfde (adviesbureaus) macht? Bent u 'regent' in de lokale politiek? Bent u niet een heel klein beetje een cultuurpaus? Bij dezen een regenten-zelftest, zodat u weet wat u te wachten kan staan, en een enkele tip hoe u zich in deze moeilijke tijden kunt handhaven.

Altijd al gevochten tegen de gevestigde orde? Als u ook nog eens ouder bent dan vijfenveertig jaar, dan is er een grote kans dat u een echte regent bent. Is het niet paradoxaal televisiejournalisten die dateren van voor de Fabeltjeskrant te horen klagen over politici die 'aan het pluche' zijn vastgekleefd?

Anno 2002 beleefden we een tweede-kansrevolutie van linkse fanaten van weleer als Jan Nagel, Henk Westbroek en Pim Fortuyn. Zij bezigden het jargon uit hun jeugdjaren. Zo werd elke politicus een 'regent'. En alles wat er vorige maand al was 'traditioneel'. U bent vastbesloten in hun geest voort te gaan. Opnieuw wenst u 'het volk' aan de macht te brengen en u denkt dat dit onder uw leiding moet gebeuren. Dan bent u establishment.

Bent u een oudere consultant die overal waar hij komt praat over een 'noodzakelijke cultuurbreuk'? Om vervolgens de 'noodzakelijke cultuurverandering' tegen een fors tarief te begeleiden? Regent.

Of bent u het type rebel dat er vroeger juist trots op was een regent te zijn? Mannen als Tjerk Westerterp of Hans Wiegel. Die pochten vroeger dat je bij de formatie niet meer nodig had dan een goed glas wijn, een mooie sigaar en een hermetisch gesloten deur. Nu duiken ze plots overal op om te klagen dat het afgelopen moet zijn met 'de ouderwetse achterkamertjespolitiek'. Een typisch kenmerk van regentendom.

Niemand vindt het leuk om bedreigd te worden. Maar het is wel een badge of honor voor echte regenten. Mat Herben trad officieel toe tot de Haagse binnenwereld toen ook hij van een teleurgestelde kiezer lege hulzen kreeg opgestuurd. Op de redactie van Vrij Nederland maken we ons dan ook een beetje zorgen: niemand hier heeft iets gemerkt van de sfeer van intimidatie. De radicaalste Fortuyn-aanhangers denken wellicht dat dit blad de spreekbuis is van Leefbaar Nederland.

Als u te vaak zegt dat het belang van ervaring wordt onderschat, moet u oppassen. U kunt het grootste gelijk van de wereld hebben. Maar de buitenwacht trekt razendsnel de conclusie: die moet weg. Een echte regent pleit altijd voor verjonging en vernieuwing. Maar wel op een moment dat de eigen positie veilig is gesteld. Neem een voorbeeld aan Rob Oudkerk. Zodra dit kamerlid Den Haag verlaten had en wethouder in Amsterdam werd, wilde hij radicaal de bezem door de PvdA-fractie halen.

De grootste kans om tot het establishment gerekend te worden loopt u tussen de veertig en de zestig jaar. Daarvoor bent u een jongere en dus al snel een toonbeeld van vernieuwing. Ook al woont u nog bij uw moeder thuis. Boven de zestig wordt u geprezen als éminence grise of als eigenzinnige oudere.

Het klinkt paradoxaal, maar als u echte macht hebt, bent u geen establishment. Niemand zal het althans hardop durven zeggen. Enkele jaren geleden opende Niet Nix, de toenmalige jongerenbeweging van de PvdA, de aanval op fractievoorzitter Jacques Wallage. Was hij de machtige patroon die vernieuwing in de weg stond? Welnee. Wallage was een man die in de PvdA toch al niet zo goed lag. Daarom was het veilig hem aan te vallen. De echte leider, Wim Kok, werd volledig ontzien. De Jonge Socialisten in de PvdA verklaarden twee dagen voor de verkiezingen dat Ad Melkert geen premier moest worden. Dat was een typisch geval van trappen tegen een lijk waarvan de autopsie reeds had plaatsgevonden. Dus wie geen regent wil heten, moet met alle middelen vasthouden aan de macht. Of zorgen dat hij die krijgt.

U voelt zich een rebel
Bedreigd
U hebt timing
Leeftijd
Macht
anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 22-06-2002
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De puinhopen van Paars
door Michiel Zonneveld

Een feest van herkenning is het. De formateurs willen het aantal rijksambtenaren met negen procent verminderen. En als het aan de drie formateurs ligt, moeten voortaan ook veel minder externe adviesbureaus worden ingeschakeld, schreef de Volkskrant vorige week. Dat alles moet een bezuiniging van 760 miljoen euro opleveren.

Afscheid van Paars? Een voorbeeld van nieuwe politiek? Minder bureaucratie? Allerminst. Het tweede kabinet-Kok wilde vijf procent minder ambtenaren. Er kwamen er vijf procent bij. Er had verder vijfenzeventig miljoen euro bezuinigd moeten worden op externe adviesbureaus. De consultants kregen alleen maar meer werk. Het ministerie van Justitie ging zelfs zo ver dat het het adviesbureau AEF een deel van de asielwetgeving liet schrijven. Daarna kreeg het bureau een lucratieve vervolgopdracht om de wet te helpen uitvoeren.

Zo ging het in het verdere verleden ook al. Het is buitengewoon leerzaam de rapporten van Herman Tjeenk Willink, de huidige vice-voorzitter van de Raad van State, uit de jaren tachtig nog eens te lezen. Hij was toen als regeringscommissaris belast met de reorganisatie van de rijksdienst. Lubbers regeerde en het Haagse jargon werd verrijkt met termen als 'efficiencykorting' en 'kaasschaafoperatie'. Door de ministeries minder geld te geven, zouden ze vanzelf beter gaan functioneren. De kosten bleken een beetje omlaag te kunnen. Dat wel. Maar de klachten over inefficiency en bureaucratie bleven.

Waarom zou deze coalitie slagen waar eerdere kabinetten faalden? Het nieuwe kabinet-Balkenende is in dit opzicht verplicht iets te laten zien. Zowel de toekomstige CDA-premier als Pim Fortuyn lieten in de campagne weinig heel van de manier waarop de zittende coalitie de overheidssector beheerde. In de Volkskrant stond: 'Het is niet nieuw dat coalities willen snoeien in het aantal ambtenaren. Het is wel uitzonderlijk dat dit voornemen ook werkelijkheid wordt.' Alsof alle voorgaande kabinetten niet ook van plan waren hun voornemens werkelijkheid te laten worden.

Na een kwarteeuw falend beleid zou je hopen dat de nieuwe generatie hemelbestormers heeft geleerd van de fouten uit het verleden. Is dat ook zo? Het is natuurlijk nog te vroeg om daar een antwoord op te geven. De plannen zijn nog niet uitgewerkt. Toch is er reden om niet gerust te zijn op het vervolg.

Dat bezuinigen en het bestrijden van bureaucratie niet automatisch samengaan, bleek de afgelopen decennia wel in de gezondheidszorg. Een deel van de bureaucratie in die sector is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de kosten niet uit de hand lopen. Door de straffe hand van Zalm zijn er nu massa's ambtenaren die moeten bijhouden of die kunstheup en die dure medicijnen wel echt nodig zijn.

De belangrijkste boodschap van Tjeenk Willink indertijd was dat de operaties mislukten doordat er geen duidelijke politieke keuzen werden gemaakt. Het eerste wat de politiek dan ook zou moeten doen, is duidelijk maken wat ze wel en niet als haar taak ziet. Dat betekent dat sommige taken rigoureus moeten worden afgestoten, schreef de regeringscommissaris. Het probleem van de politiek is echter, aldus Tjeenk Willink, dat ze de harde keuzen niet durft te maken. Zodra de overheid een taak wegbezuinigt, organiseren de ontevreden burgers zich. Dan is het makkelijker te vluchten in een aanval op de gehate bureaucratie.

Deze coalitie slaat harde taal uit over integratie en immigratie. Maar welke zaken ziet ze niet meer als een taak van de overheid? Ik heb er nog niets over gehoord. Integendeel: de ambities lijken alleen maar toegenomen. Het kabinet wil meer gaan toezien op de uitvoering van regels. Het wil harder en sneller gaan optreden tegen criminaliteit. Zijn het geen ambtenaren die daarvoor moeten zorgen? Wie gaan ervoor zorgen dat alle meer dan honderdduizend illegalen worden opgespoord en vervolgens opgesloten of weggestuurd?

Een tweede veel gemaakte fout is een fixatie op getallen. Het is een koud kunstje om het personeel van het departement van Justitie met twaalfduizend man te verminderen, legde Harry Borghouts uit, die deze week afscheid nam als hoogste ambtenaar van dat departement. Het enige wat je moet doen, is het gevangeniswezen 'verzelfstandigen' (het wordt dan officieel een zelfstandig bestuursorgaan). Dan heet het anders, maar in de praktijk is er natuurlijk niets veranderd. De verzelfstandiging van de NS heeft wel bewezen dat klanten niet per se gebaat zijn bij zulke operaties.

Een volgende misvatting is dat dit soort operaties vervolgens tot deregulering en meer transparantie leidt. De oude rapportages van Tjeenk Willink laten juist zien dat verzelfstandiging en privatisering eindeloze hoeveelheden nieuwe regels veroorzaken, doordat de politiek haar greep op de uitvoering van taken uiteindelijk niet kwijt wil. Een andere verleiding is het 'inhuren' van advies- of organisatiebureaus.

In het verleden zijn er nog twee stomme fouten gemaakt. De eerste is: het invoeren van een vacaturestop. Alle voornemens over een 'kwalitatief goede overheid' kunnen subiet de prullenbak in als de overheid niet probeert de beste mensen te krijgen. De overheid kampt nu nog met de gevolgen van de bezuinigingen uit de periode 1985 tot 1995, toen er geen ambtenaar werd aangenomen. Het personeelsbestand vergrijsde en het aanzien van een baan bij de overheid daalde. Er moesten externe adviseurs worden ingeschakeld om de gaten te dichten. En wat verzinnen de formateurs in 2002? Een personeelsstop.

Maar het allerslechtste is bezuinigingen door de departementen zelf laten uitvoeren. Dan mogen de managers aan de top zelf uitmaken wie er weg moeten. In de jaren tachtig en negentig werd duidelijk waar dat toe leidde. Geen topfunctionaris die zichzelf wegbezuinigde natuurlijk. Daarom werd er gesneden in de 'uitvoering' en nam de 'bureaucratisering' toe.

En raad u eens wat er door de formateurs is bedacht?


Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 29-06-2002
Pagina: 033

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De moraal van Bolkestein
door Michiel Zonneveld

Voor de politicus Frits Bolkestein is de moraal altijd iets geweest dat voor anderen gold. Wie herinnert zich niet hoe hij zich krachtig en principieel tegen de Nederlandse overlegeconomie keerde? In 1996 trok hij bij de Algemene Beschouwingen veel tijd uit om zijn visie nog eens uit de doeken te doen. Er was sprake van 'belangenverstrengeling' bij de vertegenwoordigers van de vakbonden en de werkgevers, hield hij de andere politici in de Tweede Kamer voor. Dan hadden ze een adviserende rol. Dan weer waren ze medeverantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale zekerheid. En vervolgens waren ze onderhandelaar.

Een week later bleek het dogma dat belangen altijd gescheiden moeten blijven niet voor de politicus zelf op te gaan. Als fractievoorzitter bleek hij jaarlijks dertigduizend gulden te incasseren voor zijn diensten aan het farmaceutische bedrijf MSD, onthulde het televisieprogramma Reporter. Het bedrijf was ook nog zo vriendelijk om voor het bedrag van vijftigduizend gulden een bijeenkomst van de Liberale Internationale te financieren. Als wederdienst zette de fractievoorzitter zich er bij minister Els Borst persoonlijk voor in Cozaar – een medicijn van MSD tegen hoge bloeddruk – op te laten nemen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem. Een alternatief van de VVD voor de zogenaamde 'prijzenwet' – waarmee de medicijnkosten in de volksgezondheid moesten worden beperkt – bleek verder door medewerkers van MSD te zijn geschreven.

Een ander voorbeeld van de brutaliteit van Bolkestein is de manier waarop hij in de praktijk omging met het begrip ministeriële verantwoordelijkheid. De Britse minister van Defensie Carrington was een lichtend voorbeeld voor hem. Hij nam de verantwoordelijkheid toen zijn land volkomen verrast bleek door de Argentijnse aanval op de Falkland-eilanden. Er was geen sprake van persoonlijk falen. Zijn ambtenaren verzuimden hem voldoende te waarschuwen. Toch trad hij na de aanval van Argentinië terug. Omdat hij van de dreiging had horen te weten. In Nederland bleven ministers veel te vaak zitten als op een ministerie fouten waren gemaakt, vond Bolkestein. Hij zou daar verandering in brengen, beloofde hij in 1994, toen het eerste paarse kabinet aantrad. Tot de enclave Srebrenica viel en VVD-minister Joris Voorhoeve de leer van zijn leider in praktijk wilde brengen. Toen was het uitgerekend Bolkestein, zo bleek later, die hem daarvan weerhield.

Dit weekeinde bereikte het gebrek aan gêne van de VVD'er een hoogtepunt met zijn aanval op eeuwige vijand Jan Pronk in een interview met de Volkskrant. Bolkestein vindt het een schande dat Pronk niet in de Tweede Kamer plaatsneemt om zo ruimte te maken voor jongeren. 'Eerst verliezen en dan weglopen? Niets daarvan! Uitzitten, je bent verkozen, ja!' roept hij hem in het interview toe. De voormalig VVD-leider eindigt zijn tirade over deze 'vaandelvlucht' met de zin: 'Het haalt het prestige van de Kamer omlaag en God weet, dat is al laag genoeg.'

Het verbaast niet eens meer dat hij geen woord zegt over de politici van zijn eigen partij (Hans Dijkstal, Annemarie Jorritsma en Benk Korthals) die binnenkort de Tweede Kamer gaan verlaten. Wat nog wel verbijstert is dat er geen spoortje zelfkritiek is over de manier waarop hij in 1998 zelf de nationale politiek verlaten heeft. Dat was namelijk zonder twijfel een van de grofste staaltjes van kiezersbedrog in de parlementaire geschiedenis (alleen te vergelijken met de manier waarop CDA-lijsttrekker premier Dries van Agt zich na de verkiezingen van 1982 terugtrok). Tijdens de verkiezingscampagne geen woord over een eventueel vertrek als leider van de VVD. Meteen na de formatie van het nieuwe kabinet trad hij af als fractievoorzitter van de VVD. Later bleek dat hij in een geheim overleg met de andere paarse topmannen een baan als Europees Commissaris had geregeld. Het behoeft geen betoog dat Bolkestein in alle andere gevallen een afschuw had van dit soort 'achterkamertjespolitiek'.

De VVD-leider zelf zegt dat je zijn vertrek en dat van Pronk niet op één lijn mag stellen. Dat klopt. Zijn gedrag is vele malen kwalijker. Het aanzien van de politiek wordt natuurlijk veel meer geschaad als de lijsttrekker van een winnende partij vertrekt dan als de nummer zoveel van de verliezer PvdA (ook al is deze minister) hetzelfde doet.

In de Volkskrant voert hij te zijner verdediging aan dat hij als commissaris (een politieke functie) in de politiek is gebleven. Maar niemand heeft op hem gestemd in de hoop dat hij in de Europese Commissie het mededingingsbeleid zou gaan doen. Een van de belangrijkste onderwerpen in de VVD-campagne van 1998 was het asiel- en vreemdelingenbeleid. Zijn kiezers mochten erop rekenen dat hij alles zou doen om de gewekte verwachtingen waar te maken. Waarschijnlijk was zijn vertrek nog wel geaccepteerd als gebleken was dat veel van zijn plannen niet uitvoerbaar waren. Of dat hij niet in staat was geweest de andere regeringspartijen te overtuigen. Als ze maar hadden gezien dat hij met volle overgave probeerde het vertrouwen waar te maken.

Nu geeft hij anderen de schuld van de onvrede die leidde tot de opkomst van Fortuyn. De PvdA en D66 bijvoorbeeld, die hem al die jaren onvoldoende gesteund hebben. En zijn opvolger Hans Dijkstal, die te slap zou zijn geweest in het asieldebat. Het zal niet bij Frits Bolkestein opkomen dat hij ook zelf een bijdrage heeft geleverd aan het ongenoegen, door zijn kiezers te verraden.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

(tweede deel 2002)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 31-08-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De politiek kan niet chic genoeg zijn
door Michiel Zonneveld

Schokkend nieuws in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. 'Dick niet ordinair genoeg voor de Tweede Kamer.' Het bericht gaat over het PvdA-kamerlid Dick Benschop en de kop is een parafrase van een uitspraak van zijn partijgenoot Adrie Duivesteijn. Tot enkele weken geleden was Benschop de staatssecretaris van Europese Zaken. Zijn naam werd jarenlang met ontzag uitgesproken in Den Haag. De politicus gold als de belangrijkste vertrouweling van premier Wim Kok. Als Ad Melkert premier was geworden, dan was hij volgens velen een uitstekende kandidaat voor het fractievoorzitterschap geweest. De Franse minister van Europese Zaken Pierre Moscovici (zijn regering is inmiddels ook al weggestemd) tipte de 'zeer getalenteerde' staatssecretaris zelfs als toekomstig premier. Toen zijn partij Benschop vorig jaar tot campagneleider benoemde, leek er geen betere keuze mogelijk.

De politicus schreef vorige week in zijn afscheidsbrief aan zijn fractievoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven: 'Oppositievoeren in het huidige politieke klimaat doet geen beroep op mijn sterke politieke kanten.' Zijn partijgenoot Adrie Duivesteijn legt in NRC uit wat Benschop bedoeld moet hebben: 'Het is een gegeven dat de politiek sinds de laatste verkiezingen platter, ordinairder is geworden, en de Kamer niet langer een vrijplaats is voor het intellectuele debat, dat Dicks terrein is.'

Bij het afscheid van Hans Dijkstal was in sommige commentaren ook al te lezen dat het slecht afloopt met politici die zich niet weten aan te passen aan de plat geworden omgangsvormen. Af en toe flink ruzie maken, grove taal niet schuwen, en je carrière is gemaakt. Hans Dijkstal was volgens de meesten van zijn critici 'te aardig' voor de huidige politiek. Ad Melkert, de andere drop-out, zou weer 'te inhoudelijk' zijn. De nieuwe LPF-voorman Wijnschenk werd daarentegen in enkele kranten geprezen omdat hij in de stijl van Fortuyn 'agressief' was.

De stelling dat in de naaste toekomst alleen de 'ordinaire' politici zich zullen handhaven, lijkt mij een magistrale vergissing. Te gemakkelijk wordt dan gedacht dat het vooral de agressieve stijl van Pim Fortuyn was die ervoor zorgde dat grote groepen kiezers op drift raakten. Was niet een belangrijker factor het feit dat de grote politieke partijen uit het oog hadden verloren dat de politiek draait om inhoudelijke verschillen? De kiezers kozen pas voor Fortuyn nadat alle partijen zo dicht naar het politieke midden waren geschoven dat de politiek leek te zijn verworden tot een gezelschapsspel tussen enkele heren, met de kiezer als toeschouwer. Maakten de regeringspartijen zich niet nog kwetsbaarder door in de campagne heel lang te verzuimen zich te verdedigen tegen de terechte en onterechte aanvallen op Paars?

Na de hardste en meest bewogen verkiezingscampagne die ooit is gevoerd werd Jan Peter Balkenende de grote winnaar. Dat is bepaald niet het prototype van de nieuwe ordinaire politicus. Er is wel gezegd dat Ad Melkert ervoor had moeten kiezen om meer in de stijl van Pim Fortuyn campagne te voeren. Was dat reëel? Fortuyn kon het zich veroorloven zich onhebbelijk te gedragen door mensen te beledigen, ze in de rede te vallen, te koop te lopen met zijn ambities en er soms ronduit blijk van te geven dat hij slecht tegen zijn verlies kon. Melkert probeerde de verkiezingen te winnen door de evenwichtige staatsman te spelen. Hoe vaker hij er blijk van gaf dat hij óók niet tegen zijn verlies kon, hoe meer zijn geloofwaardigheid afbrokkelde. Voor veel kiezers werd hij in het verkiezingsdebat in de nacht na de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart ontmaskerd omdat hij liet zien dat hij net zo onhebbelijk kon zijn als de door hem zo gehate tegenstander.

De paar kiezers die behoefte hadden aan wat rauwe klanten in het parlement zullen bij het volgen van de wederwaardigheden van de LPF onderhand hun bekomst hebben van de politiek van de opgeheven middenvinger. Kijk alleen maar naar wat de kranten van afgelopen maandag over die partij berichtten. De fractie beraadt zich over de vraag hoe ze zich van het van diefstal verdachte kamerlid en pornobaas Eberhard kan ontdoen; het bestuur van de partij dreigt een al te kritisch lid te royeren; minister Bomhoff heeft ruzie met alweer een topambtenaar (Bomhoff ontkent in alle toonaarden); minister Heinsbroek heeft een hoogoplopend conflict met zijn buren over zijn derde oprijlaan; minister Nawijn leidt de kiezers om de tuin door tegen beter weten te suggereren dat je criminele allochtonen met een Nederlands paspoort het land kunt uitzetten.

'De Kamer is geen beleefde herensociëteit', schrijft Duivestein met enig gevoel voor understatement in het artikel over Benschop. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat er veel kiezers zullen zijn die over een paar jaar vinden dat de politiek niet chic genoeg kan zijn.

stijn rademaker/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 14-09-2002
Pagina: 035

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Project hufter
door Michiel Zonneveld

Natuurlijk is het interessant wat er moet gebeuren om de natie weer normen en waarden bij te brengen. Maar nog belangwekkender is waarom zo veel mensen zich er plots zo druk over maken. Is het omdat het slecht gesteld is met de normen en waarden? Ik waag het te betwijfelen. Hoe vaak horen we dat het moreel verval van de natie al in de jaren zestig is begonnen? Je zou zelfs veel verder terug kunnen gaan. In de zeventiende eeuw werd overal in de wereld al geklaagd over de slechte omgangsvormen van Hollanders. Een zekere onbehouwenheid behoort tot de nationale identiteit.

Wellicht zijn de omgangsvormen de laatste jaren nog slechter geworden. Wordt er nog meer pulp uitgezonden op radio en televisie. Wordt er nog meer wild geplast. Maar meer dan een gradueel verschil kan het toch niet zijn.

Er is volgens mij een parallel met het fel opgelaaide debat over de islam in de westerse wereld. Historici kunnen zonder moeite aantonen dat islamofobie een eeuwenoude traditie heeft. Maar het idee dat er een aan kracht winnend fundamentalistisch islamisme zou bestaan, dat een rechtstreekse bedreiging vormt van het Westen, is van veel recenter datum: de jaren na 1989.

Tot die tijd werd het denken over internationale verhoudingen in de eerste plaats bepaald door de strijd tegen het communisme. Zelfs in de jaren na de Iraanse islamitische revolutie. Mensen als Bin Laden waren in de strijd tegen het communisme een welkome bondgenoot (de leider van Al Qaeda kreeg westerse steun toen hij in Afghanistan tegen de Sovjet-bezetting vocht). Het was niet Pim Fortuyn, maar voormalig secretaris-generaal Willy Claes van de Navo die begon over een nieuwe koude oorlog tegen het fundamentalisme. In Nederland was Frits Bolkestein de eerste die het thema oppakte.

Na 11 september zullen er nog weinig mensen zijn die durven te beweren dat er helemaal geen dreiging uitgaat van (terroristische) groepen die zich beroepen op de islam. Dat zou even grote onzin zijn als de bewering dat er werkelijk niets mis is met de manier waarop mensen in Nederland met elkaar omgaan. Maar de veronderstelling dat de islam het 'vrije' Westen werkelijk in zijn bestaan bedreigt is irreëel.

Blijkbaar is er in de internationale politiek behoefte aan een missie. En wat leent zich daar beter voor dan een gemeenschappelijke vijand? Oog in oog met de tegenstander is het opeens (weer) mogelijk een gemeenschappelijke identiteit te formuleren. De vijand is plots een spiegelbeeld van de normen en waarden waar wij voor staan.

Ook de aanval op de nationale verloedering heeft veel te maken met het zoeken naar een nieuwe missie. In dit geval voor de nationale politiek. Het grootste probleem van de vorige regering was dat het haar aan een gezamenlijk doel ontbrak. Nog steeds vraagt menig paars politicus zich thuis af: waarom heeft de kiezer ons verlaten, terwijl er zo veel is bereikt? Het antwoord is waarschijnlijk: daarom juist.

Sinds het aantreden van het kabinet-Lubbers was het gevoel van richting er lange tijd wel. De drie kabinetten onder zijn leiding voerden een verbeten strijd tegen de werkloosheid en de staatsschuld. Deregulering en marktwerking waren de sleutelwoorden, en financiële discipline.

Het eerste paarse kabinet volgde het spoor van Lubbers, met hier en daar wat sociaal-liberale versiering: de euthanasiewetgeving, de invoering van het homohuwelijk. In 1998, bij het aantreden van het tweede paarse kabinet, was dat project min of meer klaar. De staatsschuld bestond nog wel, maar ze werd niet meer gezien als het meest urgente probleem. De werkloosheid nam spectaculair af. Het zoeken was naar nieuwe uitdagingen, en die heeft het tweede paarse kabinet nooit kunnen vinden. Dat het er niet eens bij aanvang in slaagde een gemeenschappelijke visie of motto te formuleren, was tekenend.

Het is niet zo vreemd dat dit kabinet uitkomt op thema's als veiligheid en normen en waarden. Dat heeft niks te maken met het 'rechtse' karakter van de coalitie. In het laatste PvdA-verkiezingsprogramma stond ook een oproep om een eind te maken aan de 'hufterigheid' in de Nederlandse samenleving. En vlak voor de verkiezingen was er een manifest van zo ongeveer heel links Nederland, waarin onder andere werd gepleit voor een 'beschavingsoffensief' om ervoor te zorgen dat respectvol met minderheden en asielzoekers werd omgegaan.

Het probleem is echter dat in het debat alles op één hoop wordt gegooid. We voelen ons even veilig in de strijd tegen de gemeenschappelijke vijand: het onfatsoen. Iedereen klaagt over ieders ergernissen. Over hufterigheid in het verkeer, rommel op straat, te hard rijdende politici, dubbel boekhoudende ondernemers, zichzelf verrijkende topondernemers, hangjongeren, seks en geweld op tv en onwellevendheid. Het debat levert voorlopig niet veel meer op dan het voorstel tot een nationale commissie en een overheidscampagne. En het gebruikelijke gejijbak over splinters en balken in het oog. Dat is nu niet echt nieuwe politiek.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 16-11-2002
Pagina: 031

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Een slachtoffer in de politiek
door Michiel Zonneveld

Ik ben ten langen leste bevangen door lafheid. Daarom is dit al ongeveer de tiende poging iets te schrijven over Ayaan Hirsi Ali. Maar ik slaag er maar niet in de juiste omslachtige formuleringen te vinden. U denkt wellicht dat ik voorzichtig ben omdat Vrij Nederland in de voorbije weken veel kritiek heeft gekregen vanwege een verhaal over de (vermeende?) bedreigingen aan het adres van de Somalische. Dat is niet het geval. Of liever gezegd: het is veel meer dan dat.

Waar het om gaat is dat Hirsi Ali niet zomaar een deelnemer is aan het debat over de islam en integratie. Ze is ook nadrukkelijk aanwezig als slachtoffer. Dat was al zo voor de verhalen over bedreigingen naar buiten kwamen. Het was bekend dat ze gevlucht was, uitgehuwelijkt, dat haar familie met haar gebroken had. Met zo iemand moet je toch wel solidair zijn? Het is geen toeval dat veel mensen haar, ook al hebben ze haar nog nooit ontmoet, bij de voornaam noemen. Elsbeth Etty schreef een bewogen stukje in NRC Handelsblad. 'Arme Ayaan.' Daarmee was toch alles gezegd?

Wie ben ik om haar tegen te spreken als ze het heeft over het verband tussen de islam en het mishandelen van vrouwen? Ik zou me voelen als een VVD'er die op televisie met een verkeersslachtoffer moet discussiëren over de verhoging van de maximumsnelheid. Of als een kamerlid van GroenLinks dat een liberaal drugsbeleid verdedigt tegenover de ouders van een kind dat kort geleden aan een overdosis is overleden.

En anders zou me door anderen wel worden ingepeperd dat ik niet deug.

Veel mensen prijzen Hirsi Ali om haar rol als 'aanjager' van de discussie over de positie van de vrouw in de islam. 'Het debat moet doorgaan,' werd na de berichten over bedreigingen aan haar adres bij voortduring herhaald. De nogal agressieve toon waarmee dat werd uitgesproken zal niemand zijn ontgaan. Het was en is, zo blijkt, niet de bedoeling Hirsi Ali in dit open debat al te veel tegen te spreken. Wie dat wel doet, wordt onschadelijk gemaakt. Je bent dan 'politiek correct', 'fundamentalist' of een 'cultuurrelativist'.

Met de vermeende tegenstanders van de Somalische wordt ondertussen hard afgerekend. Niet in de laatste plaats door haarzelf. In Vrij Nederland zette ze zich een maand of twee geleden geleden scherp af tegen het 'Marokkaanse' kamerlid Khadija Arib. Ze vond dat die de discussie over integratie in de PvdA-fractie onmogelijk maakte. Arib moest daarom zo snel mogelijk uit de Tweede Kamer verdwijnen. Las ik dat goed? Was het niet een beetje vreemd dat een liefhebster van het open debat, zoals Hirsi Ali, de discussie begint met eisen dat een tegenstandster vertrekt?

Erg rechtvaardig zijn de verwijten aan het adres van allochtone PvdA-kamerleden ook al niet. Ze zouden zich te veel als zaakwaarnemers opstellen, en de discussie in eigen kring niet aangaan. Maar het was Arib die vorig jaar het kabinet aanviel omdat het te weinig zou doen tegen het besnijden van Somalische meisjes. Ze weerde zich ook fel toen in Nederlandse moskeeën handtekeningen werden verzameld tegen een voorstel van de Marokkaanse koning om vrouwen meer rechten te geven. Ook stelde ze voor internaten op te richten voor Marokkaanse boefjes.

Dan is er nog een ander allochtoon PvdA-kamerlid: de 'Turkse' Nebahat Albayrak. Is zij een zaakwaarnemer? Ze verdedigde jarenlang het harde asielbeleid van het kabinet. Ze werd zo ernstig bedreigd dat ze beveiligd moest worden.

Het 'open' debat draait om de vraag of wat wij de westerse cultuur noemen verenigbaar is met de islam. Zij die hameren op de superioriteit van de westerse cultuur zeggen natuurlijk van niet. Fundamentalistische moslims zijn het daar van harte mee eens. De argumenten verschillen natuurlijk, maar de onverenigbaarheid staat voor beide partijen vast. En daarmee ook de onmogelijkheid van een middenpositie.

Ayaan Hirsi Ali ziet dat ook zo, vroeger en nu. Er wordt over haar wel gezegd dat ze een lange weg is gegaan. Ooit islamiet. Nu agnost. Maar je kunt ook zeggen dat ze zichzelf volledig trouw is gebleven. Voor ze naar Nederland kwam, was ze lid van de Moslimbroederschap en behoorde ze tot de radicale vleugel van de islam, vertelde ze onlangs in het televisieprogramma Rondom 10. Dat behoort ze tegenwoordig niet meer, maar ze neemt de koran nog steeds letterlijk: nu om te bewijzen dat de islam niet deugt.

De fundamentalisten zijn wat haar betreft de vijand. Maar nog dieper is haar minachting voor degenen die een tussenpositie proberen in te innemen, lijkt het wel. We moeten vooral niet denken dat emancipatie, democratie en mensenrechten verenigbaar zijn met de islam. Alsof je geen loopje mag nemen met een letterlijke interpretatie van de koran.

Maar wat moeten dan de islamitische vrouwen die geen afstand willen nemen van het geloof, maar zich ook niet wensen te onderwerpen? Het antwoord had gegeven moeten worden in het onderzoek dat Hirsi Ali voor de Wiardi Beckman Stichting zou gaan doen. Nu ze kamerlid wordt voor de VVD, is ze in elk geval van die onmogelijke opdracht verlost.

guus dubbelman

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 26-10-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Underdog Balkenende
door Michiel Zonneveld

Voormalig fractievoorzitter Frits Bolkestein zei een paar jaar geleden dat de functie van de premier zwaar werd overschat. Je zou het niet zeggen na wat er de afgelopen tijd is gebeurd. Jan Peter Balkenende zal de dag dat hij de val van zijn kabinet bekend maakte heugen. De oppositie had er zichtbaar plezier in hem al zijn fouten in te wrijven. Kilo's zout werden er aangerukt. Had hij niet veel eerder moeten ingrijpen? Was het niet schrijnend dat uiteindelijk niet hij besloot het land uit zijn lijden te verlossen, maar de fractievoorzitters van de VVD en het CDA? Had hij er niet ontzettend veel spijt van dat hij op serieuze kamervragen reageerde met een grappig bedoelde ansichtkaart: alles pais en vree? Was het niet een blunder van jewelste om uitgerekend op de avond van de begrafenis van prins Claus te vergaderen over de ruzie tussen de LPF-bewindslieden? In het CDA hoor je hier en daar de verzuchting dat het een vergissing was van Balkenende om premier te worden. Daarbij vallen woorden als naïef, initiatiefloos en onervaren. Het begrip 'jeune premier' heeft alleen nog een smalende betekenis in het politieke spraakgebruik.

Is het ongelijk van Bolkestein hiermee bewezen en is de functie van premier toch zwaarder dan hij denkt? In elk geval te zwaar voor Balkenende? Deze vraag moet zowel met ja als met nee worden beantwoord. Van enige afstand bezien komt zijn optreden in de crisis nogal wankelmoedig over, al moet je toegeven dat hij voor een schier onmogelijke taak stond. Het geruzie in de LPF werd zo'n blamage voor de hele politiek dat de coalitie reddeloos was. Ook als hij eerder en harder had ingegrepen was de kans van slagen twijfelachtig geweest. Onder de zogenaamde erfgenamen van Pim zitten nu eenmaal weinig mensen die tot de orde te roepen zijn. Maar Balkenende heeft wel degelijk het zijne bijgedragen aan de politieke chaos van de afgelopen maanden. Meteen na de moord op Fortuyn gingen er stemmen op de verkiezingen uit te stellen. 'Normale' verkiezingen waren immers niet mogelijk. Dat de LPF, zonder haar voorman, snel verdeeld zou raken, kon iedereen voorspellen.

Niet alleen de LPF, maar ook het CDA was fel tegen uitstel. Los van alle staatsrechtelijke argumenten, speelde toen natuurlijk ook mee dat de partij van Balkenende wist dat ze zou profiteren van de politieke wanorde. Het CDA was voor teleurgestelde Fortuyn-fans een alternatief, omdat het CDA ook tegen Paars was. Anderen hoopten weer dat Balkenende voor rust zou zorgen en als premier de fortuynisten in toom zou houden. Het gevolg waren exceptionele verkiezingen met politieke verhoudingen in het parlement die wel tot problemen moesten leiden. Onbegrijpelijker was zijn optreden tijdens de formatie. Over het wel zeer hoge VVD-gehalte van het zogenaamde strategisch akkoord is al veel gezegd. De aanstaande premier maakte zijn grootste fout daarna: de volstrekt lichtzinnige manier waarop het kabinet is samengesteld. Ook in het verleden werden bewindslieden nogal slordig benoemd. De premier praat ongeveer twintig minuten met de kandidaten en het antwoord is altijd dat de benoeming 'akkoord' is. Juist met de LPF was er alle reden om nu eens lang de tijd te nemen voor de gesprekken. Een kind kon weten dat Balkenende een avontuur aanging met een politiek onervaren ploeg.

Toch kun je Bolkestein ook alsnog gelijk geven, omdat het allerminst zeker is dat Balkenende de prijs moet betalen voor zijn falen. Het valt op dat de smadelijke val van het kabinet de populariteit van het CDA en de premier nog niet heeft aangetast. Je hoort zeggen dat de harde kritiek onheus is. Hij deed toch zijn best? Hij durfde toch maar 'zijn verantwoordelijkheid' te nemen? De kritiek van de oppositie wordt gezien als een 'politiek spelletje'.

Maar er is meer aan de hand dan het gevoel van veel kiezers dat Balkenende de underdog is. In Nederland zijn premiers per definitie populair. De eerste minister profiteert natuurlijk van zijn dagelijkse aanwezigheid in de media. Maar belangrijker is dat ons kiesstelsel het vrijwel onmogelijk maakt dat een partij de meerderheid haalt. Daardoor bestaat er behoefte aan iemand die 'boven' de partijen staat, die de verdeeldheid in goede banen leidt. Er zijn verschillende oorzaken voor de spectaculaire uitslag van de laatste verkiezingen. Maar niet te onderschatten is dat er geen zittende premier kandidaat was. In die zin waren de verkiezingen ook weer niet zo heel bijzonder. Want ook in het verleden raakte de kiezer bij die gelegenheid op drift. In het tijdperk na Drees begon een lange periode van instabiliteit met nieuwe partijen die opkwamen en weer verdwenen (onder andere de Boerenpartij en DS'70). In 1994 leidde het vertrek van Lubbers al tot een gelijksoortige electorale revolutie als eerder dit jaar. En telkens werd er zwaarmoedig gesproken over explosies van onbehagen, ontzuiling, ontworteling en verzet tegen de politieke elite. En telkens keerde de rust terug als er een premier was die een 'herverkiezingscampagne voerde'. Voor succes hoef je dan niet eens echte prestaties geleverd te hebben. Dries van Agt leidde van 1977 tot 1981 een tamelijk rampzalig kabinet. Twee ministers moesten aftreden. Zijn CDA was tot op het bot verdeeld. De werkloosheid en het financieringstekort stegen tot historische hoogte. In 1981 werd Van Agt de winnaar van de verkiezingen.

Roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 12-10-2002
Pagina: 030

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hoe lang nog?
door Michiel Zonneveld

Op het moment dat ik dit schrijf, is Harry Wijnschenk nog fractievoorzitter van de LPF. Maar als u dit leest, is hij mogelijk al afgezet. Of er zijn nog meer LPF-leden uit de fractie gestapt. Of is de ruzie tussen aspirant- partijleider Herman Heinsbroek en vice-premier Bomhoff verder opgelopen. Het kan zijn dat de fractie en de ministers zich hebben losgemaakt van de partij. Of de partij van fractie en bestuurders.

Ik sluit niet uit dat er nieuwe scheldpartijen zijn geweest, hoewel de dood van prins Claus wellicht een tijdelijk dempend effect heeft op de explosieve sfeer. Zijn de regiobestuurders weer in opstand gekomen? Een handgemeen met leden of medewerkers van de inmiddels afgescheiden factie-De Jong-Eberhard? De vergelijking tussen de real-life soap in Den Haag en Big Brother is al gemaakt. Maar het is dan wel de variant waarin RTL de kijkcijfers probeert te verhogen door een aantal tbs-patiënten in het huis op te sluiten. Volgende week: eens kijken wat er gebeurt als we een kettingzaag in de fractiekamer leggen. Het kamerlid Van As heeft in Het Parool al gezegd dat als Wijnschenk nog een fout maakt, 'zijn kop eraf gaat'.

Er zijn nog maar weinig mensen die een goed woord voor de LPF overhebben. Wat me eigenlijk het meest verbaast, is dat de partij volgens opiniepeilingen nog tussen de zeven en negen zetels haalt. Wat voor kiezers zijn dat in vredesnaam? Maar inmiddels lijkt me ook een andere vraag aan de orde: hoelang moeten CDA en VVD nog blijven samenwerken met deze partij? Dat ze na de verkiezingen besloten met de volgelingen van Fortuyn in zee te gaan, was te begrijpen. Na alles wat er gebeurd was, kon de tweede partij van het land moeilijk genegeerd worden. Bovendien was het formeren van een meerderheidscoalitie zonder de LPF uiterst moeilijk. Maar of ze er nu nog mee door moeten gaan? Wat moet er gebeuren voor CDA en VVD besluiten dat samenwerken echt niet langer meer kan?

Er is sprake van een snelle verloedering van de politieke zeden en het imago van de politiek. En het tragische is dat we er snel aan wennen. Niemand maakte zich er druk over dat voormalig fractievoorzitter Mat Herben zijn halve curriculum bij elkaar had gejokt. Scheldende kamerleden zouden kort geleden nog subiet tot de orde zijn geroepen.

Wie hoopte dat de nieuwe politici zich geleidelijk wat beschaafder zouden gaan gedragen, kwam de vorige week bedrogen uit. LPF-kamerlid Tony 'The Fist' Alblas mishandelde een fotograaf en vernielde zijn apparatuur. Hij bood zijn excuses aan: hij wist namelijk dat de afdeling voorlichting van zijn partij de pers toestemming had gegeven de fractiekamer binnen te gaan, en hij had er toch op los geslagen. Alsof het anders wel gerechtvaardigd is. Hoe is het mogelijk dat het geaccepteerd wordt dat deze man gewoon blijft zitten?

In de Tweede Kamer proberen de andere coalitiepartijen zoveel mogelijk op afstand te blijven van het gekrakeel. Voor hen is het belangrijkste criterium of er te regeren valt. En over de loyaliteit van de LPF-fractie hebben CDA en VVD niet te klagen. Als er uit de rangen van die partij al een afwijkend geluid komt, dan is het niet meer dan een ideetje dat even zo gemakkelijk wordt vergeten. Of het is allemaal nooit zo gezegd.

Het is maar zeer de vraag of het kabinet er echt geen last van heeft. Gerrit Zalm maakte zich er de vorige week al terecht kwaad over dat Heinsbroek spoorslags uit een overleg in Brussel vertrok (waar hij Nederland bij de Europese Unie vertegenwoordigde) om de zoveelste ruzie in zijn partij proberen te sussen. Het is allang geen geheim meer dat de samenwerking tussen hem en Bomhoff niet goed is. Al het gedoe leidt op zijn minst af van het besturen van het land. En heeft de politiek geen voorbeeld te geven? 'Fatsoen moet je doen', is het motto van het kabinet. Maar met welk gezag kan deze coalitie volhouden dat je je beschaafd moet gedragen?

Je zou in een bui van uiterste welwillendheid nog kunnen stellen dat al het geruzie goed is voor de politieke belangstelling in het land. Maar wat voor belangstelling is dat eigenlijk? Het gaat in de politiek om meer dan aandacht: namelijk om het voeren van het debat, in het parlement en in de samenleving. Inmiddels gaat alle aandacht uit naar de LPF. De mogelijkheid voor een politicus het nieuws te halen met een serieus voorstel was de afgelopen weken nihil. De vorige week was er bijvoorbeeld een zeer belangrijke discussie in de Tweede Kamer over de toekomst van Europa. Dit debat verdween geheel naar de achtergrond. Het enige dat het nieuws haalde, was de maidenspeech van Winny de Jong, die immers zojuist uit de LPF-fractie was gezet.

Om het nog maar eens met Big Brother te vergelijken: de kijkcijfers zakten na de eerste reeks gestaag. Onder de verslaggevers die zich voor de deuren van de LPF verdringen, heerst een gevoel van schaamte. Het doet me denken aan een gesprek dat ik tijdens de affaire-Lewinsky met een politiek verslaggever van de New York Times had. 'Ik heb jarenlang gestudeerd en weet alles van de grondwet. Ik had nooit gedacht dat ik op een dag op de voorpagina over de definitie van orale seks zou schrijven,' zei hij. De verslaggever keek heel droevig. De politiek in Nederland dreigt te debiliseren. Het zal niet lang duren voor veel kiezers beschaamd het hoofd afwenden.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 28-09-2002
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De weg naar verlichting
door Michiel Zonneveld

Door volstrekt toevallige omstandigheden was ik ongeveer twintig jaar geleden bevriend met een aanhanger van Bhagwan. Zijn bekering leidde indertijd tot eindeloze onderlinge discussies. Eén keer dacht ik hem klem te hebben. Maandenlang had mijn vriend gezeurd over de noodzaak afstand te nemen van materiële zaken. De trouwste volgelingen namen die woorden zo letterlijk dat ze hun bezittingen afstonden. Hun geestelijk leider kon daardoor zijn werk nog beter doen. Op een dag verscheen wat voor mij de redding leek: een tijdschrift met een foto van de verzameling Rolls-Royces die de Indiase goeroe in zijn bezit had.

Opgetogen trok ik met de foto in mijn hand naar zijn huis. 'Was dit een man voor wie materiële welvaart geen betekenis had,' barstte ik los. Op zijn gezicht verscheen de superieure glimlach die ik kende van voorgaande discussies. 'De bedoeling is dat je er doorheen leert kijken,' zei hij. 'Pas als je dat kunt, weet je dat bezit van geen belang is en heb je een stap richting verlichting gezet.'

Met de komst van dit kabinet en sinds het begin van het debat over normen en waarden moet ik vaak aan deze discussie denken.

De afgelopen week was er nogal wat opwinding over het nieuwtje dat premier Jan Peter Balkenende zich maandelijks door het BNN-duo Katja Schuurmans en Bridget Maasland gaat laten interviewen. In de reacties herken ik de aanvankelijke triomf die ik twee decennia geleden voelde. Is dat nu de gereformeerde premier die altijd zijn mond vol heeft over familiewaarden? Weet hij wel dat Bridget binnenkort op televisie verschijnt met het programma Neuken doe je zo. Of dat Katja laatst in de Playboy te bewonderen was, en al enkele keren met een slok op achter het stuur is betrapt? De premier laat zich meeslepen op een weg die vanaf Katja en Bridget, via allerhande varianten op een programma als Seks voor de Buch rechtstreeks naar de hel leidt. Dat zijn ongeveer de geluiden die je hoort.

In de stijl van de goeroe uit India zou je er een heel andere redenering tegenover kunnen zetten. Juist door bij BNN te verschijnen, maakt de premier duidelijk dat die hele wereld van glitter en sensuele verleiding van geringe betekenis is. Ik snap de ergernis over het decolleté van de dames niet. Als Balkenende onverstoorbaar zal spreken over 'een sociaal contract', de overheid als rentmeester en de noodzaak van bezinning zullen de uiterlijkheden spoedig verschrompelen.

Maar voor de ware volgelingen van de Bhagwan moeten we bij de LPF zijn. De nieuwe fractievoorzitter Harry Wijnschenk mag graag wijzen op het belang van alledaags fatsoen. Bij de Algemene Beschouwingen van vorige week deed hij een poging zijn volgelingen te onderwijzen door ze in verwarring te brengen met een simpel stukje kauwgom. Urenlang gingen zijn kaken op en neer.

Over de spiritualiteit van LPF-minister Herman Heinsbroek is geen twijfel mogelijk. In zijn tijd als directeur van Arcade mocht hij zich volgens collega's vaak even terugtrekken voor een moment van 'bezinning'. Het is in de geest van Bhagwan dat hij de ene keer pleit voor meer respect voor politie en het handhaven van regels en het volgende moment een agent op zijn nummer zet omdat deze het waagt hem te bekeuren vanwege een snelheidsovertreding. Het is ook volstrekt te begrijpen dat hij zich zelden scheert en zelden een das draagt, maar zich beklaagt over mannen die met een oorbelletje in komen solliciteren. Dat hij graag grove taal spreekt, maar het 'niet representatief' vindt dat zijn ambtenaren in de middag voor de deur van zijn ministerie hun boterham eten.

Het is jammer dat er nog zo weinig mensen zijn die de diepere boodschap begrijpen. Bij elke zogenaamde 'uitglijer' moeten Heinsbroek en zijn volgelingen zich in het kabinet verantwoorden. Je hoort op straat ook mensen klagen dat ze zich door 'die proleten van de LPF' niet wensen te laten vertellen wat normen en waarden zijn.

Ik zou die mensen willen vragen: wat wilt u dan? De helaas gangbare visie is dat politici in alles een voorbeeld moeten zijn. Kandidaat PvdA-leider Wouter Bos legde eens uit dat hij sinds hij kamerlid is niet meer door rood licht loopt en zich nooit meer dronken vertoont.

Een politicus moet zich blijkbaar gedragen als lid van een kloosterorde. Een onhoudbaar standpunt. Om te beginnen druist het in tegen de gangbare opvatting over democratie: die eist dat de politiek representatief is. Feit is dat de meeste burgers zich niet aan de normen houden die ze aan anderen stellen. De logische consequentie daarvan is dat er in Den Haag proleten rondlopen die ons vertellen hoe je je netjes dient te gedragen.

Vervolgens moet ik er niet aan denken dat ons land echt geregeerd wordt door politici die als monniken of zusters leven. Wat weten die brave borsten van het echte leven? Moeten zij het volk voor onheil in de boze buitenwereld behoeden? Ik voorzie veel stiekem gedoe. Politici zijn nu eenmaal mensen. Als dat uitkomt zal het vertrouwen in 'de politiek' nog verder dalen.

De les van twintig jaar geleden denk ik nu wel begrepen te hebben. De verlichte mens gaat zijn eigen weg. Een volk dat bij het handhaven van normen en waarden afhankelijk is van de woorden of het voorbeeld van politici is verloren. Dan dooft de verlichting.

jack smith/ap

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 07-09-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

En nog is de LPF niet verloren
door Michiel Zonneveld

Wie de dagelijkse LPF-operette volgt, zal zich niet kunnen voorstellen dat de opvoering nog lang duurt. Volgens een recente opiniepeiling is de partij nog maar goed voor acht kamerzetels. De andere regeringspartijen beginnen zich steeds meer te ergeren aan wat ze noemen de 'losse flodders' van de LPF-bewindslieden Nawijn en Heinsbroek. VVD en CDA wachten op het meest geschikte moment om de coalitie op te blazen, zo lijkt het. De verkiezingen voor de Provinciale Staten van komend voorjaar, als de kiezer voor het eerst met de nieuwe partij kan afrekenen? En kan de LPF zich dan nog redden?

Toch is het rijkelijk vroeg om de partij nu al af te schrijven. Veel mensen, en zeker Haagse politici, doen de geestverwanten van Fortuyn af als een soort natuurverschijnsel. Alsof het gaat om tijdelijke wateroverlast, en het wachten is tot de rivier weer zakt. Daarna kunnen we weer overgaan tot de orde van de dag. Het zou weleens een schromelijke onderschatting kunnen zijn van de betekenis van de verkiezingsuitslag.

Dat de LPF het moeilijk zou krijgen, was vooraf al te voorspellen. Om te beginnen was de partij totaal ontheemd na de moord op Fortuyn. Maar ook als Fortuyn nog had geleefd zou de LPF in de problemen zijn gekomen. De achterban werd verenigd door een tamelijk hartgrondige hekel aan vrijwel alle aspecten van de politiek. Elke keer hoorden we tirades tegen 'achterkamertjespolitiek', 'baantjesjagers', het vooropstellen van 'partijbelang' en ontevredenheid over het uitblijven van snelle resultaten. Verder moesten Fortuyn en zijn volgelingen niets hebben van mensen die politiek als beroep zagen.

Nu de partij zelf in het centrum van de macht zit, blijkt dat ze zich onmogelijk kan onttrekken aan de minder fraai ogende kanten van de politiek . Bij de onderhandelingen over het regeerakkoord werd al duidelijk dat het niet altijd handig is in alle openbaarheid zaken te doen. Niemand laat zich graag in de kaarten kijken. Als er weer eens ruzie is, blijkt het makkelijker in besloten kring vrede te sluiten dan via de media. Politiek zonder achterkamers bestaat niet.

Zodra een partij eenmaal is opgericht, is bovendien een strijd om de machtsposities onvermijdelijk. Fractiediscipline is in de praktijk onontbeerlijk. De confrontatie met deze realiteit kon niet anders dan leiden tot teleurstelling en verbittering. Geregeld betichten de LPF-politici elkaar nu van verraad, en van alle andere lelijke dingen die ze vroeger de paarse politici verweten.

Inderdaad: alles wat mis kan gaan, gaat tot nu toe mis. Maar het zou best kunnen dat aan de leiderschapscrisis binnen de LPF snel een einde komt. Wellicht brengt de nieuwe fractievoorzitter rust. Wie weet kan minister Herman Heinsbroek uitgroeien tot een nieuwe Pim. In HP/De Tijd is hij al uitgeroepen tot een groot denker (overigens zonder dat er ook maar één opvatting van hem ter sprake kwam).

Hoe dan ook: de LPF kan beter nu een crisis hebben dan dat het drama zich over enkele jaren uitsmeert. In de politiek zijn het immers altijd de laatste maanden die tellen. Denk aan Paars. Meer dan zeven en een half jaar populair. In het laatste halfjaar werden alle successen vergeten. Bij de laatste verkiezingen bleek al dat het electoraat gemakkelijk op drift kan raken. De mensen die nu afhaken kunnen (voor een deel) weer even snel terugkomen.

Potentie heeft de partij in ieder geval nog wel. Wat je ook over de opvattingen van Fortuyn kon zeggen: hij wist de indruk te wekken dat de politiek ertoe doet. Dat Nederland veranderd kon worden, en wel meteen. Als we maar wilden. Je zou kunnen zeggen dat dit een zwakte is van de LPF. Kiezers raken snel teleurgesteld als blijkt dat alleen willen niet genoeg is om Nederland leefbaar, veilig et cetera te maken. Bij de uitvoering blijkt steeds opnieuw hoe moeilijk het is problemen op te lossen. Of dat veel oplossingen weer nieuwe problemen veroorzaken.

Maar je zou ook kunnen stellen dat het juist de zwakte van de andere partijen is dat ze veel te weinig uitstralen dat ze verandering willen. Dat ze altijd weer beginnen over onmogelijkheden bij de uitvoering. Er is geen geld, het mag niet van Europa of het past niet in de procedures.

Minister Nawijn krijgt nu een reprimande van premier Balkenende vanwege alle ideetjes die hij lanceert. Wat daarbij opvalt is dat de premier, of wie dan ook, niet inhoudelijk reageert op Nawijns plannen. Waarom durft Balkenende niet te zeggen dat bijvoorbeeld het voorstel om criminele jongeren het land uit te sturen omdat hun ouders in een land als Marokko zijn geboren, principieel niet deugt? De enige reactie is dat het volgens de internationale wetten niet kan en dat Nawijn voor zijn beurt spreekt. Ik denk echter dat LPF-stemmers het allemaal prachtig vinden wat hij zegt.

Heinsbroek krijgt nu de hele wereld over zich heen vanwege zijn inderdaad malle plannen voor een tv-spotje over normen en waarden. Maar hij domineert er wel het politieke debat mee. Al was het maar doordat de andere partijen zich doodstil houden, en zich verder vooral zo snel mogelijk aan de nieuwe ideologische wind proberen aan te passen. Dus zelfs als de LPF verdwijnt, is de kans groot dat we er een stuk of wat imitaties voor terug krijgen.

ANP

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 06-07-2002
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Werkloos, werkloos, werkloos
door Michiel Zonneveld

Het was nog wel te begrijpen dat de werkgelegenheid geen enkele rol speelde tijdens de laatste verkiezingscampagne. Iedereen was in de periode daarvoor gewend geraakt aan de succesverhalen over de Nederlandse banengroei. In acht paarse jaren zijn er 1,2 miljoen meer mensen aan het werk gekomen. Het grootste probleem was dat veel bedrijven en de overheid geen geschikte werknemers meer konden vinden. Maar het wekt verbazing dat de werkgelegenheid ook bij deze formatie nauwelijks een rol van betekenis speelde. Liever neuzelt men verder over de stijl en omvang van het regeerakkoord en de precieze formulering van het motto waarmee het kabinet zich aan het volk gaat presenteren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde vorige week nog dat in het eerste kwartaal van dit jaar de groei van het aantal banen zou afnemen. Daardoor wordt het voor de vele nieuwkomers op de arbeidsmarkt moeilijk een plaats te vinden. De afgelopen maanden klinken herhaaldelijk waarschuwingen dat de werkloosheid voor het eerst in een decennium weleens zou kunnen groeien.

Het nieuwe regeerakkoord is zelfs een recept om het probleem groter te maken. Lans Bovenberg, hoogleraar economie aan de Katholieke Universiteit Brabant en adviseur van het CDA, was de eerste die vaststelde dat de plannen van het nieuwe kabinet slecht zijn voor de economie. Afgelopen zaterdag noemde hij het in de Volkskrant 'gevaarlijk' dat er, juist op het moment dat de conjunctuur in een dip zit, fors wordt bezuinigd.

Hij volgt daarin de klassieke redenering van de Britse econoom Keynes. Als het slecht gaat met de economie heeft de overheid de taak de bezuinigingen op peil te houden. In tijden van grote voorspoed kan er juist beter zuinig aan worden gedaan. Omdat in zo'n periode de bedrijven de vraag van de consumenten niet aan kunnen, leidt dat in de keynesiaanse visie alleen maar tot inflatie. Het is dan verstandiger dat de regering geld spaart voor moeilijkere tijden. Maar het lijkt wel of de Nederlandse regeringen altijd precies het omgekeerde doen. In de afgelopen jaren van hoogconjunctuur besloot het kabinet de economie nog eens een extra injectie te geven met de grootste belastingverlaging in de parlementaire geschiedenis. Zalm liet als minister van Financiën toen de kans liggen om financieel orde op zaken te stellen. Nu het slecht gaat met de economie, zou er eerder meer dan minder moeten worden uitgegeven.

Volgens Bovenberg komt Nederland nog veel verder in moeilijkheden als de dollar verder wegzakt (en de Nederlandse producten voor de Amerikanen dus duurder worden). Het kabinet heeft zichzelf volkomen klemgezet met de belofte dat er in 2006 een begrotingsoverschot moet zijn van één procent, waardoor er in de tussenliggende jaren nooit meer een tekort mag zijn. Daarmee is Nederland niet alleen het braafste jongetje van de Europese klas (de eurolanden hebben afgesproken dat een tekort van drie procent is toegestaan), maar ook het domste.

Maar ook in ander opzicht bevatten de afspraken van de onderhandelaars een cumulatie van maatregelen die stuk voor stuk slecht uitpakken voor de werkgelegenheid. Aan de banengroei bij de overheid (volgens het CBS nu verantwoordelijk voor driekwart van de banen die er nog bijkomen) komt een einde. Er is maar weinig geld voor extra investeringen in bijvoorbeeld zorg en onderwijs. Alle ministeries moeten zuiniger aandoen en ze mogen zelf uitmaken hoe.

Het eerste wat ze zullen doen, is: het invoeren van een personeelsstop. Er komt een einde aan de Melkertbanen. Het CDA beloofde in de verkiezingscampagne dat deze groep werknemers in vaste dienst zou komen. Daar is dus nu geen geld voor. De gemeenten die Melketeers in dienst hebben, krijgen in de komende jaren een korting van een miljard gulden op het gemeentefonds te verwerken. Verder wordt er rigoureus een einde gemaakt aan allerlei regelingen die het voor werkgevers aantrekkelijker maken om bijvoorbeeld langdurig werklozen en mensen met een lage opleiding en dus een laag inkomen aan het werk te helpen. Die regelingen zouden alleen maar tot verdringing leiden. Dat klopte in een periode van hoogconjunctuur. Maar is nu nóg niet goed doorgedrongen dat die voorbij is?

Daarnaast valt op dat het kabinet wel bereid is geld te steken in zaken die nauwelijks extra banen zullen opleveren. Een verlaging van de benzineaccijns kost vijfhonderd miljoen euro, maar zal niemand aan het werk helpen. Dat zou wellicht wel gebeuren als een vergelijkbaar bedrag naar de verlaging van de werkgeverslasten ging. Het afschaffen van de ozb is het zoveelste leuke douceurtje voor de huizenbezitter. Maar zou het niet beter zijn om de benodigde twee miljard euro te gebruiken om echt meer verpleegsters, agenten en onderwijzers op te leiden en aan te nemen? Het kabinet reserveert twee en een half miljard euro voor de laagste inkomens. Die gaan er anders op achteruit, omdat de onderhandelaars hebben besloten dat in het nieuwe ziektekostenstelsel iedereen dezelfde premie moet gaan betalen. Maar zou dat geld niet beter gebruikt kunnen worden voor een belastingverlaging voor werkenden, zodat het voor mensen zonder werk aantrekkelijker wordt een baan te accepteren?

Paars 1 begon ooit met het motto 'werk, werk, werk'. Een suggestie voor dit kabinet: 'werkloos, werkloos, werkloos'.

spaarnestad fotoarchief

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 05-10-2002
Pagina: 043

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

In de rode navel
door Michiel Zonneveld

In het midden van de jaren tachtig schetste de tekenaar Jos Collignon in de Volkskrant het eeuwige probleem van de PvdA. Ik moet uit mijn herinnering putten, maar volgens mij waren het Joop den Uyl en toenmalig partijvoorzitter Max van den Berg die op de tekening bezorgd naar enkele reusachtige kruisraketten keken. 'Wat die dingen toch kunnen aanrichten,' zegt de een, waarop de andere vervolgt: '… in de partij.'

Een mooiere en tegelijkertijd vernietigender typering van de discussie bij de sociaal-democraten valt er niet te geven. Het debat over de kruisraketten ging aanvankelijk nog over internationale verhoudingen en de wapenbeheersing. De partij wilde aansluiten bij het groeiende verzet tegen de wapenwedloop. Maar al snel ging het interne debat vooral over de vraag of de PvdA wel mocht gaan regeren als de middellangeafstandswapens werden geplaatst. Het standpunt over plaatsing werd ook al snel de scheidslijn tussen de mensen in de PvdA die deugden en de mensen die niet deugden. Ik herinner me nog het dreunende applaus toen het PvdA-congres het absolute 'nee' nog eens in het programma vastlegde. De enkeling in de PvdA die pleitte voor de plaatsing werd voor verrader uitgemaakt. Dat was ook toen al Bart Tromp.

De PvdA is in veel opzichten het stereotype van een traditionele politieke partij. Dat hoeft niet alleen maar een nadeel te zijn. In veel gevallen zijn oude partijen in het voordeel. Ze hebben jaren kunnen doen over het ontwikkelen van hun gedachtegoed. De organisatie is min of meer op orde. Er is geld om campagne te voeren. In tijden van crisis is er ervaring om op terug te vallen. In het netwerk zit genoeg ervaring om bestuurders of volksvertegenwoordigers van enig niveau af te leveren. De LPF laat dagelijks zien hoe het een partij vergaat die met dat soort dingen geen ervaring heeft.

Maar het probleem van partijen met een lange traditie is dat ze zichzelf vroeg of laat, meestal vroeg, gaan zien als het middelpunt van het universum. Ze hebben te maken met belangen, politici die hun baan danken aan het politieke fortuin van de beweging, partijvriendschappen, netwerken en onderling openstaande rekeningen. Bovenal lijden ze aan de kwaal dat ze bij elk maatschappelijk verschijnsel en elke gebeurtenis een calculatie maken van mogelijke electorale effecten. Zo ongeveer als een directeur van een ijsfabriek, die elk mens als een potentiële ijsjeseter ziet en het weer vooral beoordeelt op de effecten die het heeft op de consumptie van de Magnum.

Als het misgaat met zo'n partij treedt al snel het effect op van een tanker die te hard richting kade koerst. Opeens lijkt iedereen stuurloos en reddeloos. Of in het geval van de PvdA: een sputterende machtsmachine zonder macht.

De vorige week werd duidelijk hoe lastig het voor de PvdA zal zijn om zich te herstellen. Aan de kiezer ligt het niet. Volgens een enquête zou de PvdA op een winst van zeven zetels staan. Althans, tot het bestuur van die partij als een soort zelfmoordcommando ging opereren. Want anders kan de reactie op het rapport De kaasstolp aan diggelen, dat door een commissie onder leiding van oud-minister De Boer werd geschreven, niet worden genoemd.

De enige gerechtvaardigde kritiek op dat rapport, over de recente verkiezingsnederlaag, is dat de conclusies nogal evident waren. Het gebrek aan uitstraling van Melkert, het geworstel met thema's als immigratie en integratie, de rommelige campagne, het nogal regenteske optreden, het was allemaal al ruimschoots beschreven en besproken.

Doordat de bestuurders en een deel van de fractie van de PvdA, als enigen in het land, weigerden de conclusies van het rapport te onderschrijven, maakten ze de indruk wel bijzonder hardleers te zijn. Van een partij die macht moet verdedigen, zijn afwerende reacties op kritiek te begrijpen. Wie verantwoordelijk is voor het bestuur, heeft zelfs de plicht zich te verdedigen. Maar nu maakt het gekrakeel binnen de in zeteltal vierde partij van het land een stupide indruk. (Het oud-kamerlid Jan van Zijl schijnt in het bestuur gezwaaid te hebben met zijn portefeuille. Nou, nou, nou!) Al even irrelevant lijkt met de roep om weer eens een partijvoorzitter (de hoeveelste alweer?) weg te sturen. Alsof het daarom gaat.

Maar wat vooral opvalt is de manier waarop de partij nu haar onderlinge debat aan het voeren is. In de discussie over de multiculturele samenleving gaat het niet om: immigratie, asiel en gebrekkige integratie. Nee, het draait in de eerste plaats om de problemen die de PvdA heeft met die onderwerpen. In het debat put de een zich uit in zelfbeklag, anderen proberen opzichtig hun gelijk te halen.

Er wordt gediscussieerd over de vraag hoe het komt dat veel mensen in oude wijken, of met een laag inkomen, zijn afgehaakt. Het kader luisterde afgelopen zaterdag op een bijeenkomst van het wetenschappelijk bureau naar een verhandeling van journalist Gerard van Westerloo over een groep tramchauffeurs die voor een groot deel naar de LPF zijn overgelopen. De belangrijkste kwestie voor de laatste sociaal-democraten lijkt hoe ze 'hun' kiezers terugkrijgen. Slechts zelden hebben ze het over: hoe kunnen we ook voor die groepen opkomen. Terwijl het bestaansrecht van de partij uiteindelijk van het antwoord daarop afhangt.

Vrij naar Jos Collignon blijft de PvdA steken in de verzuchting: 'Zie wat die multiculturele samenleving kan aanrichten… in de partij.'

ANP

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 21-09-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De bom van Bomhoff
door Michiel Zonneveld

Wie of wat is Eduard Bomhoff? Die vraag stelde ik me op deze plaats in de week dat de PvdA-econoom namens de LPF minister van Volksgezondheid werd (VN, 20-7-2002). Het land was op dat moment getuige van een van de verbijsterendste carrièrewendingen in de parlementaire geschiedenis. Eduard Bomhoff had namelijk niets met het gedachtegoed van Pim Fortuyn, die hij het afgelopen jaar in de column die hij voor NRC Handelsblad schreef nog kwalificeerde als een 'rechtse demagoog'. Waar Fortuyn bij elke gelegenheid riep dat Nederland vol was, pleitte Bomhoff voor immigratie. Nog minder had hij met de krappe budgetten voor de volksgezondheid. Zijn oordeel over zijn voorgangster Borst was vernietigend. Doordat er mensen te lang op wachtlijsten stonden, was er volgens hem sprake van 'dood door schuld'.

In het 'strategisch akkoord' van het kabinet werd nauwelijks meer geld voor de volksgezondheid uitgetrokken dan in de ramingen die door het, vorige, paarse, kabinet waren opgesteld. Toch tekende Bomhoff ervoor. Terwijl hij afgelopen zomer in een rapport van het door hem geleide onderzoeksinstituut Nyfer ervoor pleitte juist veel meer geld voor de volksgezondheid uit te trekken. Is Bomhoff, kortom, een enorme draaikont? Of heeft hij, vroeg ik me in een bijzin af, een geniale strategie als 'linkse' infiltrant?

In elk geval blijkt Bomhoff meer dan een opportunist. De minister is, na een strategische stilte, voortvarend begonnen. Nu zegt dat op zichzelf weinig. Ook zijn voorganger Els Borst zou het in 1994 'heel anders' gaan doen. Als ingewijde in de medische wereld zou ze in staat zijn de gezondheidszorg te hervormen.

Daarvoor, bij de komst van PvdA'er Hans Simons, waren de verwachtingen eveneens hooggespannen. De gedreven oud-wethouder van Rotterdam leek de invoering van een heel nieuw verzekeringsstelsel te gaan forceren. Telegraaf-columnist Kees Lunshof tipte hem zelfs als toekomstig PvdA-leider. Nog voor het einde van de kabinetsperiode keerde Simons terug naar de Rotterdamse politiek, teleurgesteld door het sneuvelen van 'zijn' plan.

Het is wel zeker dat Bomhoff voor spektakel gaat zorgen. De minister is vastbesloten in korte tijd de wachtlijsten weg te werken en wil een 'perestrojka' in de volksgezondheid. Hij gaat beginnen met het afschaffen van de 'uitgavenplafonds' die er voor de zorg gelden. Nu komt het voor dat ziekenhuizen bepaalde behandelingen de laatste maanden van het jaar niet kunnen uitvoeren omdat het geld op is. Daar wil de minister een eind aan maken.

Voor vrijwel iedereen is duidelijk dat het plan leidt tot extra uitgaven in de zorg. Bomhoff houdt nog vol dat meer efficiency en meer concurrentie genoeg geld opleveren. Maar er zijn weinig mensen die zijn optimistische vooronderstelling delen. De verzekeraars waarschuwen al dat de ziektekostenpremies volgend jaar met twintig procent zullen stijgen. En dat is in strijd met de afspraken in het zogeheten 'strategisch akkoord'.

Kortom: het was groot alarm bij het ministerie van Financiën. Minister Hoogervorst is daar immers door zijn partijleider en voorganger neergezet om de strakke financiële afspraken te handhaven. Vorige week leidden de uitspraken van Bomhoff tot de eerste schermutselingen. De ministers van Financiën en Volksgezondheid moesten in de Tweede Kamer uitleggen dat ze echt nog op één lijn zitten.

Maar wie goed naar Bomhoff luistert, begrijpt dat dit niet zo is. Bij elke gelegenheid legt de minister uit dat het logisch is dat we veel meer gaan uitgeven voor de volksgezondheid. Hij rekende bij de presentatie van zijn begroting voor dat de bevolking veel ouder is, en dat er steeds meer en luxere medische voorzieningen beschikbaar komen. Al vanaf dag een van het kabinet-Balkenende hamert hij erop dat het recht op medische zorg in het regeerakkoord is vastgelegd. Over de financiële kaders hoor je hem nauwelijks. En telkens zegt hij dat die zorg er van '1 januari tot 31 december' moet zijn. Vilein merkt hij dan op dat Gerrit Zalm akkoord is gegaan met deze afspraak in het regeerakkoord en 'als intelligent man' ook wel begrijpt wat het inhoudt. De andere regeringspartij, het CDA, houdt hij voor dat hij zich juist laat inspireren door de opvattingen van de christen-democraten. 'Ik heb het CDA in mijn columns geprezen.' Dat is overigens niet de hele waarheid, om het zacht uit te drukken. In april schreef hij dat 'alleen de Socialistische Partij' een budget voor de volksgezondheid had gereserveerd 'dat hoop biedt op enige verbetering'.

Als de kosten straks oplopen, zitten VVD en CDA klem. Een uitweg is om het pakket waar burgers recht op hebben te verkleinen. De econoom Flip de Kam schreef vorige week terecht dat daar waarschijnlijk geen politieke steun voor is. Welke partij durft te verdedigen dat patiënten geen recht hebben op een heupoperatie? Het CDA sloot een kleiner pakket de vorige week al uit.

Een andere manier is een hogere eigen bijdrage, zodat een patiënt zich wel twee keer bedenkt voor hij of zij naar de huisarts gaat. Al even weinig populair bij de kiezer, en het is de vraag of het voldoende soelaas biedt. Er rest dan geen andere weg dan hogere premies voor de verzekerden. Vervolgens volgt een heel circus aan maatregelen om ervoor te zorgen dat burgers gecompenseerd worden, vooral mensen met een laag inkomen. Alle financiële goede voornemens verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. Maar dat zal Bomhoff nauwelijks een zorg zijn. Hij was toch al nooit een voorstander van het strenge financiële beleid van Zalm.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 26-10-2002
Pagina: 017

Rubriek: BRANDENDE KWESTIES

Auteur: ZONNEVELD, M.

De PvdA moet niet zo verlegen doen

Liever rood dan bleu
door Michiel Zonneveld

Gelopen koers toch, die verkiezingscampagne? CDA en VVD hebben de buit nog niet binnen. Als de PvdA haar minderwaardigheidscomplex kwijtraakt, maakt ze een behoorlijke kans.

Na de val van het kabinet is de vraag: welke partij gaat daarvan het meest profiteren. Die van Zalm? Balkenende? De meeste analytici zijn het erover eens dat CDA en VVD volgend jaar een meerderheid halen en doorregeren. Wie durft nog op de PvdA te wedden? De partij maakt een verslagen indruk, heeft nog niet eens een leider, staat er weinig florissant voor in de peilingen en is verdeeld over de koers.

Toch zijn de sociaal-democraten niet kansloos. De sociaal-democraten staan er beslist niet slechter voor dan het CDA toen Jan Peter Balkenende, nog maar nauwelijks een jaar geleden, het leiderschap van zijn partij overnam. Ter herinnering: PvdA en VVD leken uit te gaan maken wie de premier mocht leveren. In het CDA speelden zich taferelen af die bijna net zo erg waren als wat de LPF de laatste maanden heeft laten zien. In vergelijking daarmee is de PvdA van nu een heel ordentelijke partij.

Natuurlijk gaat het ook weer niet geweldig. Het grootste probleem voor de sociaal-democraten is de mentale conditie van de leiding. Een succesvolle verkiezingscampagne is alleen mogelijk als de nieuwe voorlieden erin geloven. Maar de drie kandidaten zijn nogal bedeesd. Dat blijkt wel uit het feit dat geen van hen voluit durft te zeggen kandidaat te zijn voor het premierschap. Jeltje van Nieuwenhoven hoopt op dertig zetels. Dat is wel erg bescheiden voor de voorzitter van een fractie die vorig jaar nog vijfenveertig leden had. Wouter Bos wil de strijd om het premierschap niet eens aan.

De PvdA is te veel gaan geloven dat bij grote delen van 'het volk' een diepgewortelde haat tegen de partij is ontstaan. In dit mediatijdperk moet je oppassen met dat soort verregaande conclusies over het humeur van de kiezer. De voorkeuren blijken namelijk vluchtig. In februari van dit jaar was het paarse kabinet nog populair. In de maanden daarop daalden de waarderingscijfers tot een dramatisch dieptepunt. En nu overheerst weer de heimwee naar Paars.

Na de korte tumultueuze periode dat Balkenende regeerde, wordt de PvdA minder vanzelfsprekend geassocieerd met 'de macht' en alles wat er fout is in het land. Een deel van de LPF-kiezers zegt thuis te blijven, maar vele anderen keren op een holletje terug naar de voorheen zo gehate 'gevestigde partijen'. Ook naar de PvdA. Voor een flink deel van de kiezers blijft de PvdA een partij waarop ze weliswaar veel kankeren, maar waarvan ze toch ook veel verwachten. Na de verkiezingen meldden zich meer dan drieduizend leden. De zalen waar de partijbijeenkomsten worden gehouden, zitten stampvol.

Verder heeft het kabinet-Balkenende opzichtig gefaald, ook waar het gaat om beleid. De PvdA wordt verweten dat ze zich te weinig heeft uitgesproken over onderwerpen als vreemdelingen en criminaliteit. Het zijn inderdaad kwesties waar de partij mee worstelt. Maar het kabinet is op deze punten blijven steken in retoriek.

Tegenover alle harde uitspraken van Nawijn staan nul maatregelen. En zouden de kiezers zich niet herinneren hoe de partijen tegen elkaar opboden als het om extra agenten ging? Zesduizend, achtduizend, tienduizend in vier jaar erbij was in de laatste verkiezingscampagne nog niet genoeg. In het vorige week gepresenteerde veiligheidsplan van het kabinet bleken het er vierduizend te zijn geworden.

Bovendien is het zeer waarschijnlijk dat veiligheid en vreemdelingen door de economische crisis aan belang gaan verliezen. De PvdA is gezien haar traditie in het voordeel als 'ouderwetse' vraagstukken rond werk, inkomen en sociale zekerheid weer hoog op de agenda komen. Zulke thema's zijn volgens veel kiezers bij de PvdA in betere handen dan bij CDA en VVD – er is niet voor niets zoveel kritiek op de plannen voor het werkgelegenheidsbeleid en het spaarloon die het, nu demissionaire, kabinet heeft gepresenteerd.

Tot slot lijken CDA en VVD uit elkaar te groeien. De VVD wil nu gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Het CDA niet, de partij wil zelfs de minister terug. Het CDA wil af van de voorgenomen afschaffing van de onroerendzaakbelasting en meer geld reserveren voor openbaar vervoer. De verhouding tussen Balkenende en VVD-leider Zalm is moeizaam. Als de sociaal-democraten de verleiding weerstaan de premier te kleineren maar duidelijk maken dat ze graag met het CDA in zee willen, zullen ze daarvan profiteren. Want hoe duidelijker wordt dat de PvdA een kans maakt te regeren, hoe aantrekkelijker ze wordt voor de kiezer.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 24-08-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Afrekenen
door Michiel Zonneveld

Laat een politicus anno nu een kwartier praten, en gegarandeerd dat hij of zij het woord 'afrekenen' laat vallen. Politici zeggen voortaan beoordeeld te willen worden op de resultaten die ze behalen. Wat hen betreft zou dat ook voor ambtenaren en andere uitvoerders van overheidstaken moeten gelden. Pim Fortuyn sprak dreigend dat de Rotterdamse politiecommissaris diende te verdwijnen als zijn stad niet veiliger werd. Ook andere partijen lieten zich niet onbetuigd. Het 'afrekenen' was een belangrijk onderdeel van het actieplan dat de PvdA kort voor de verkiezingen presenteerde, in een poging het vertrouwen van de kiezer terug te winnen.

Op zich is het niet zo vreemd dat de politiek zich wil vastleggen op concrete resultaten. Tot frustratie van menig volksvertegenwoordiger leidt meer geld lang niet altijd tot de gewenste resultaten. Hoe kan het dat patiënten nog steeds moeten wachten op een behandeling als er zo veel geld is gegaan naar het verkorten van de wachtlijsten, was tijdens de laatste verkiezingscampagne een veel gehoorde vraag. Het al even vaak geuite vermoeden was dat het belastinggeld alleen maar gebruikt wordt voor nog meer bureaucratie.

Ook worstelt de politiek met de vraag waarvoor ze nu wel en niet verantwoordelijk gesteld moet worden, en hoe. Tijdens de laatste jaren van de paarse coalitie klonk aanhoudend geklaag dat bewindslieden nooit opstapten. Aan de andere kant eiste de oppositie tamelijk willekeurig het aftreden van een minister als er iets misging (het neerstorten van een El Al-toestel op een wijk in Amsterdam, het ontploffen van een vuurwerkfabriek et cetera). Onder anderen oud-minister Bram Peper kwam daarom met de gedachte een bewindspersoon te binden aan in cijfers vastgelegde doelstellingen. De minister van Binnenlandse Zaken moet dan bijvoorbeeld beloven het 'gevoel van onveiligheid' te verminderen.

Maar het is zeer de vraag of de cultuur van het afrekenen iets zal opleveren, of de problemen juist alleen maar vergroot. Politieke doelstellingen zijn niet altijd even gemakkelijk in cijfers te vangen. Bovendien zijn er voor iemand die ze niet haalt vele uitvluchten. Oud-premier Lubbers liet al in de jaren tachtig zien hoe dat werkt. Hij beloofde bij zijn aantreden in 1982 dat hij zou opstappen zodra er een miljoen werklozen waren. Toen dat in ras tempo werkelijkheid dreigde te worden veranderde het kabinet de technische definitie van het begrip werkloosheid, waardoor het officiële cijfer veel lager uitkwam.

Dat soort trucs zijn te verhinderen door vooraf precies af te spreken hoe er gemeten wordt. Maar dan doemt al snel een nieuw gevaar op: er is een heel apparaat aan controlerende ambtenaren nodig om te kunnen vaststellen of de doelen gehaald worden. Terwijl een van de redenen voor 'afrekenen' nu juist is dat er te veel geld naar de 'bureaucratie' gaat. In de volksgezondheid zijn vrij nauwkeurige systemen ontwikkeld om zeker te stellen dat het schaarse geld goed besteed wordt. De klacht over dat systeem is echter dat het zo veel geld en menskracht kost dat er weinig overblijft voor de volksgezondheid.

Bovendien is de kans groot dat alle energie gestoken wordt in kwantificeerbare doelstellingen. Dat zal de komende jaren bijvoorbeeld blijken in de discussie over de veiligheid. In de laatste verkiezingscampagne klaagden alle politieke partijen over het lage percentage opgeloste misdaden. Hoe kon het toch dat de politie in Duitsland drie keer zo veel misdrijven oplost?

Nu kan de Nederlandse politie haar scores vrij eenvoudig verbeteren. Ze kan bijvoorbeeld de statistieken flink opschroeven door een junk die wegens straatroof wordt aangehouden, ook nog een stuk of dertig fietsdiefstallen te laten bekennen. Maar heeft dat zin als het niet tot een hogere veroordeling leidt en de fiets reeds lang is omgezet in drugs? Zitten buurtbewoners te wachten op politie die probeert zaken af te handelen die nooit voor de rechter komen? En dan niet meer langskomt om een burenruzie te voorkomen, omdat die inzet zich wat minder makkelijk laat meten? Of geen tijd meer steekt in projecten om te voorkomen dat jongeren ontsporen? De cijfers kunnen best beter. Het is alleen zeer de vraag of het land er veel veiliger op wordt.

Een groot risico is verder dat het afrekenen zal leiden tot een cultuur van afschuiven. Om nog even bij de politie te blijven: voor een politiecommissaris die in zijn regio te maken heeft met enkele notoire recidivisten, is er een eenvoudige oplossing. Hij gaat met hen praten en dreigt ze bij elke gelegenheid op te pakken als ze in zijn regio blijven wonen. (Dat is overigens echt gebeurd.)

Ook de bazen van deze politiecommissaris zullen proberen hun verantwoordelijkheid af te schuiven. En wel op 'hun' uitvoerders'. Het afgelopen jaar voorkwam minister Tineke Netelenbos van Verkeer en Waterstaat dat zij en haar voorgangster Annemarie Jorritsma moesten aftreden vanwege de chaos op het spoor. Ze legde de verantwoordelijkheid bij de NS-top, die op een haar na het formele 'target' (tachtig procent van de treinen moesten op tijd rijden) niet haalde.

Binnenkort zijn er dus politiecommissarissen die moeten aftreden als de onhaalbare pretenties op het gebied van veiligheid niet worden waargemaakt. Of ziekenhuisdirecteuren, als de plannen voor de volksgezondheid niet haalbaar blijken te zijn. Na de sorry-democratie komen we terecht in het tijdperk van het grote zwartepieten.

anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 10-08-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De kunst van het oppositievoeren
door Michiel Zonneveld

Tegen paars was geen oppositie mogelijk. Het ging te goed met het land. Vooral het CDA had het er moeilijk mee, ook al omdat het voor de christen-democraten lastig was het gevecht aan te gaan met een kabinet dat tussen links en rechts laveerde. Je zag CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer ermee worstelen. De ene keer moest hij kleine incidenten opblazen tot majeure kwesties. De andere keer vertoonde zijn partij het baltsgedrag dat vooral hoort bij een aspirant-regeringspartij.

Er is erg veel veranderd. Dit kabinet lijkt voor de oppositie één grote uitdaging. Het gedraagt zich als een bokser die zijn dekking laat zakken en de kin uitnodigend vooruitsteekt. De FNV noemde de club van Balkenende al weken voor het definitieve aantreden 'het gruwelkabinet'. De vakbeweging maakt zich op voor acties tegen de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid.

De manier waarop de bewindsliedenploeg bij elkaar is gezocht, de constante ruzies in de LPF, het wekt allemaal weinig vertrouwen. En het regeerakkoord is een recept voor vier jaar problemen, als het kabinet het tenminste zo lang volhoudt. Wim Kok merkte de dag voor zijn vertrek als premier terecht op dat het zeer moeilijk wordt de hoge verwachtingen waar te maken. De omstandigheden zijn niet gunstig. Nederland balanceert op de rand van een recessie, en het kabinet wil per se het allerzuinigste van de wereld zijn. Voor zorg, veiligheid en onderwijs is weinig of geen extra geld. De werkloosheid stijgt al. En omdat er op de sociale zekerheid bezuinigd moet worden, ziet het er de komende jaren slecht uit voor mensen die zijn aangewezen op een uitkering.

Het was dan ook te verwachten dat de oppositie meteen na het aantreden van het kabinet zou gaan schieten op alles wat bewoog. Links, de huidige oppositie, viel met zijn neus in de boter. Op dag 1 moest staatssecretaris Philomena Bijlhout aftreden vanwege haar verleden als Bouterse-fan in uniform. Een jokkende LPF'er die na een carrière van nauwelijks meer dan een nanoseconde twee jaar wachtgeld dreigt op te strijken. Het kon niet mooier.

Nog dezelfde avond maakten PvdA-politicus Adri Duivesteijn, zijn GroenLinks-collega Femke Halsema en SP-leider Jan Marijnissen ouderwets gehakt van het kabinet. Het leek alsof ze zich bevrijd voelden, na maanden waarin alles wat links was de moord op Fortuyn in de schoenen geschoven kreeg. Het opportunisme van Eduard Bomhoff werd gehoond, Jan Marijnissen maakte een nummertje van de Bentley van de nieuwe LPF-minister Herman Heinsbroek. Aan die auto kon je volgens Marijnissen zien dat we een echt 'ondernemerskabinet' hadden.

Maar meteen werd duidelijk dat het voeren van oppositie toch niet zo makkelijk is. Eimert van Middelkoop, voormalig kamerlid van de ChristenUnie, waarschuwde kort na de verkiezingen al voor 'verzuring' van de oppositie. PvdA en D66 hebben politiek meer ervaren mensen dan twee van drie regeringspartijen. Zij moeten nu machteloos toezien hoe een onervaren ploeg fouten maakt. Daar worden ze niet vrolijk van. De harde aanvallen op het kabinet maken dan ook een beetje bittere indruk.

Maar moet je dan een mild oordeel geven over de eerste dagen van een kabinet, als je dat absoluut incompetent vindt? Het is een lastige vraag. Veel kiezers vinden waarschijnlijk dat de nieuwe ploeg, en vooral Balkenende, een kans moet krijgen. Het is voor de oppositie niet verstandig bewindslieden al te persoonlijk aan te vallen. Het is niet erg sterk om over de Bentley van een minister te beginnen.

De kritiek van de oppositie op Bijlhout is natuurlijk terecht. Maar na de zoveelste aanval krijgt de toeschouwer er genoeg van. Een enkel woord van mededogen voor de staatssecretaris had geen kwaad gekund. Nu trapte de oppositie met enig genoegen het kreupele slachtoffer het ziekenhuis in. Maar was ze niet ook het slachtoffer van de slordige manier waarop politieke partijen bewindslieden bij elkaar zoeken?

Een tweede probleem is dat de frontale aanval lang niet altijd effectief is. Het kabinet is geen hecht team, zoals Balkenende wanhopig probeert te doen voorkomen. Maar harde kritiek kan er snel toe leiden dat het kabinet alsnog iets van een groepsgevoel ontwikkelt. De oppositie boekt pas resultaten als ze de coalitie en het kabinet uit elkaar speelt.

Ze zou kunnen beginnen bij Eduard Bomhoff. Er is veel aan te merken op de geloofwaardigheid van de nieuwe minister van Volksgezondheid. Tot na de verkiezingen verkondigde hij als lid van de PvdA dat het bezuinigingsbeleid van minister Zalm te hard was. Er moest flink worden geïnvesteerd in de volksgezondheid. De oppositie moet hem nu zo ver krijgen dat hij opnieuw afstand neemt van het al even rigide financiële beleid van Balkenende I.

Dat moet lukken. Bomhoff begon al meteen na zijn beëdiging aan zijn budget te morrelen. 'Voor het eerst staat er in het regeerakkoord dat mensen recht hebben op zorg. Daar is het kabinet aan gebonden,' zei hij. Ook als dat meer geld kost? Bomhoff zou nog wel eens een bondgenoot van de oppositie kunnen worden. En hoe wil CDA-minister Aart Jan de Geus gaan bezuinigen op uitkeringen als de werkloosheid oploopt? Kan de oppositie niet proberen de voormalige CNV-bestuurder tot verzet te bewegen, al dan niet samen met de CDA-fractie?

Al snel zal blijken dat ook de kunst van het verleiden onderdeel uitmaakt van een effectieve oppositie. Welk kabinet er ook zit.

Roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 27-07-2002
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Heimwee naar Kok
door Michiel Zonneveld

Het was een afscheid in stijl van premier Wim Kok. Hij wilde geen feest en liet het bij een lang interview met Ferry Mingelen. De gebeurtenis had iets vooroorlogs: daarmee bedoel ik dat het deed denken aan het soort politiek dat we voor maart van dit jaar gewend waren. Ferry Mingelen was niet verkleed als clown. Het was allemaal gedegen. Saai zouden sommigen zeggen. Oude politiek. Maar overviel u niet ook een zekere weemoed?

Een dag later trad Jan Peter Balkenende aan. De man van 'de nieuwe politiek'. Het is te vroeg om hem op zijn kwaliteiten te beoordelen. Hij moet de kans krijgen om in zijn rol te groeien, hoor ik steeds. Maar mag je nog zeggen dat je zo je twijfels hebt? Voor een premier heeft hij wel erg weinig ervaring in de landelijke politiek. Toen Lubbers aantrad als premier was hij drie jaar jonger dan Balkenende (46), maar hij was vier jaar minister van Economische Zaken geweest. Daarna voerde hij jarenlang de CDA-fractie aan. Wim Kok was zijn logische opvolger. Hij leidde de vakbeweging in de roerige jaren zeventig en tachtig. Daarna beleefde hij als leider van de PvdA en minister van Financiën hoogte- en dieptepunten.

Balkenende heeft, afgezien van de driekwart jaar dat hij de CDA-fractie leidde, geen enkele bestuurlijke ervaring. Sinds hij in de politiek zit heeft het hem verder alleen maar meegezeten. Hoe zal het gaan als het straks tegenzit? Als de economie zich toch niet herstelt of de verwachte problemen in de coalitie zich voordoen? Zal hij dan in staat zijn oplossingen te vinden? Weet hij dan bij een groter publiek vertrouwen te wekken? Blijft hij straks ook zichzelf als de onvermijdelijke kritiek losbarst?

Wim Kok is vaak verweten dat hij te voorzichtig was. Kunnen we van Jan Peter Balkenende meer politieke moed verwachten? Ik twijfel opnieuw. Hij had na de moord op Pim Fortuyn de eerste kans om te tonen dat hij meer is dan een handige jongen met veel rugwind. Waar was hij tijdens de hetze tegen alles wat links was? Voor een man die in zijn laatste boek hoog opgeeft van een nieuwe en integere politiek, een uitgelezen kans. Een vertegenwoordiger van de zogenaamde oude regentenklasse, Hans Dijkstal, nam het wel meteen op voor Ad Melkert en Paul Rosenmöller. De CDA-lijsttrekker zweeg. Pas toen LPF-voorzitter Langendam vlak voor de verkiezingen in Het Parool zei dat 'de kogel van links' kwam, zei de aanstaande premier dat dit 'niet te tolereren was'. Om er overigens haastig aan toe te voegen dat hij regeringssamenwerking met de LPF niet uitsloot. Het CDA weigerde in de week daarvoor mee te doen aan een gezamenlijke oproep van de politieke partijen om de kalmte te bewaren. Tot de dag waarop ik dit schrijf heeft hij niet over zijn lippen gekregen dat Rosenmöller en Melkert en hun families (die nog steeds bedreigd worden door de aanhangers van de 'nieuwe politiek') onrecht is aangedaan.

Toen Kok in 1994 zei dat hij 'de premier van alle Nederlanders' was kreeg ik daarvan eerlijk gezegd de kriebels. Maar inmiddels ga je hopen dat Balkenende het voorbeeld van Kok gaat volgen.

De aanhangers van Jan Peter Balkenende prijzen vooral zijn humor. Dat is ook al iets waar ik me zorgen over maak. In de verkiezingscampagne moesten we tot vervelens toe horen over die ene heldendaad van de nieuwe premier in de zestien jaar dat hij in de Amstelveense gemeenteraad zat. Op een avond diende hij een motie in om kroketten te halen. Lachen! Enfin, humor is een kwestie van smaak. En de nieuwe premier hoeft zich er geen zorgen over te maken dat de Haagse journalisten en ambtenaren niet om zijn studentikoze grappen zullen lachen. Lakeien gieren het altijd uit bij de grollen van hun vorst. Maar ik vind de ernst van Kok en de enkele keer dat deze zich tot een droge grap liet verleiden, veel beter te verdragen.

Met het afscheid van Wim Kok krijg ik ook heimwee naar Paars. Het begint al met de manier waarop de bewindslieden werden gevonden. Dat was altijd al een haastklus. Maanden wordt er onderhandeld over een regeerakkoord, en daarna worden er in een paar dagen tijd mensen bij gezocht. De vraag of je de ploeg ook zou kunnen samenstellen wordt nooit gesteld. Dat kon je Wim Kok aanrekenen, omdat hij bij de vorming van de paarse kabinetten formateur was. Balkenende blijkt niets van deze fouten te hebben geleerd. Nog nooit was de selectie van ons landsbestuur zo chaotisch als deze keer. Half Nederland bedankte voor de eer. In de VVD-top had niemand er echt zin in, met als gevolg dat er nu een C-team is ingezet.

Maar het treurigste was natuurlijk het paniekmanagement bij de LPF. Tot de laatste dag wisselden de namen. Balkenende liet het allemaal gebeuren. De nieuwe held van het kabinet heet nu Herman Heinsbroek. Vice-fractievoorzitter Ferry Hoogendijk had de gewezen platenbaas ooit ontmoet op een buurtfeestje in Naarden. Dat maakte hem natuurlijk meteen geschikt als minister van Economische zaken. Voor zijn eerste interview nodigde hij De Telegraaf uit in zijn villa. Er zal heel wat gaan veranderen in Nederland, beloofde hij. Want het is toch een schande dat hij zich met zijn BMW-cabrio in een stad als Amsterdam vanwege al die fietspaden nauwelijks een weg kan banen.

Ik dacht terug aan 1994, toen Wim Kok per fiets naar de opening van de PvdA-campagne in de Amsterdamse binnenstad ging. Hij had een Agu-jasje bij zich voor als het zou gaan regenen. Die tijd komt nooit weer, dacht ik vol weemoed.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 13-07-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Soort artikel: Column

De zeloten van de zuiverheid
door Michiel Zonneveld

Wie durft nog te zeggen dat de LPF de verwachtingen niet waarmaakt? Zodra bekend werd dat Pim Fortuyn en zijn kompanen een kieslijst opstelden werd er ruzie voorzien. Inmiddels is de rij conflictjes niet meer bij te houden. De voorspelling dat de partij geen lang leven beschoren is, lijkt eveneens snel uit te komen. Bij de eerste de beste peiling staat de LPF al op acht zetels verlies. Daarmee vestigt de partij alweer een record. Eerst kon ze pochen dat er nog nooit een nieuwe partij zo veel zetels haalde. Er is ook nimmer een partij geweest die in een zo hoog tempo haar aanhang weer verspeelde.

De meest voor de hand liggende verklaring voor het tumult in de partij is natuurlijk onervarenheid. Dat komt vaker voor. Ook andere nieuwkomers als de Boerenpartij, de CD en de ouderenpartijen gingen aan interne twisten ten onder. Traditionele partijen hebben in lange jaren van schade en schande geleerd hoe ze met verschillen van mening moeten omgaan.

Maar bij de LPF blijkt er veel meer aan de hand dan een gebrek aan dienstjaren in Den Haag, of de min of meer toevallige aanwezigheid van een groepje dilettanten in de partij. De ruzies hebben alles te maken met wat de leden en aanhang van de partij in eerste instantie bond: een weerzin tegen 'de politiek' en 'de macht'. Pim Fortuyn ging zijn partij voor in wat met veel overdrijving een revolte tegen 'het establishment', 'de baantjesjagers', 'de achterkamertjespolitiek' en 'de gevestigde politieke partijen' werd genoemd.

Zo lang er een duidelijke vijand was, kon de illusie van eenheid enigszins gekoesterd worden. Hoewel er ook voor de verkiezingen al berichten naar buiten kwamen over vechtpartijen op het LPF-kantoor. Het is geen wonder dat de saamhorigheid in de dagen na de moord op Fortuyn een hoogtepunt bereikte. Maar nu de partij zelf onderdeel van de macht wordt, gaat het fout. Ze is er niet voor opgericht.

Over de aanhang van de LPF wordt vaak gezegd dat ze politiek cynisch is. Maar je zou ook kunnen zeggen dat ze juist een verlangen naar grote politieke zuiverheid koesteren. In de Haagse praktijk zijn de volgelingen van Pim dat verlangen echter snel kwijtgeraakt. De onderhandelingen over het nieuwe regeerakkoord vonden, geheel in de strijd met het gedachtegoed van de grote voorman, in de donkerste krochten van het Binnenhof plaats. De leden van de partij werden op het laatste congres vakkundig monddood gemaakt. Aan de vooravond werd flink gemanipuleerd om ervoor te zorgen dat het vorige bestuur zich terugtrok. Het regeerakkoord heet nu 'strategisch document', maar het is net zo gedetailleerd als vroeger. In de fractie vinden dezelfde soort ruzies plaats over woordvoerderschappen en functies als in andere partijen.

Dit 'verraad' van de leiding van de LPF is heel begrijpelijk. Zulke politieke processen spelen zich in alle partijen af. Ook de leden van CDA en VVD hebben niets te zeggen over het regeerakkoord, laat staan over de samenstelling van de bewindsliedenploeg. En ook in de jaren dat bijvoorbeeld D66 (kampioen van de politieke openheid) meeonderhandelde over een regeerakkoord, gebeurde dat in het diepste geheim.

De zogenaamde 'zuivere' politiek werkt in de praktijk gewoon niet. Het is beter tegenstellingen vooraf te bezweren, ook al gebeurt dat in een 'achterkamertje', dan ze te laten escaleren. Onderhandelen in volledige openbaarheid, als elke deelnemer weet dat hij constant op de vingers gekeken wordt, is ondoenlijk. Onafhankelijke kamerleden zijn een groot goed, maar zonder een zekere discipline kan geen partij functioneren. De donkere kanten van het politieke ambacht vallen niet te vermijden.

Het probleem van de LPF (en Leefbaar Nederland) is echter dat de 'andere' manier van politiek bedrijven de belangrijkste reden van haar bestaan is. Wat te doen nu blijkt dat de politieke leer zo zuiver is dat die menselijkerwijs nooit nageleefd kan worden? Volgens een deel van de achterban ligt het allemaal aan de kamerfractie. Op het congres uitten veel leden dezelfde kritiek als Fortuyn destijds op de andere partijen had. Een Zeeuws LPF-lid had het over 'de Haagse kliek', een ander over 'de regenten in de partij'. De kans dat veel leden afhaken, of zich wellicht zelfs afsplitsen, is groot. Een tweede reactie is om buitenstaanders verantwoordelijk te stellen van het wat minder mooie beeld van de LPF. Enigszins wanhopig (de domste uitspraken worden live op televisie gedaan) geeft de partij nu de pers de schuld.

Maar het meest populair is een derde reactie, die Pim Fortuyn – wederom – eerder anderen verweet. De ethische normen die islamieten en gereformeerden zichzelf en anderen willen opleggen zijn zo streng dat ze niet na te leven zijn, zei hij afgelopen februari in een interview met de Volkskrant. Het gevolg is dat ze veel liegen en hun zonden stiekem bedrijven.

Op het LPF-congres deden de zeloten van de zuivere politiek precies hetzelfde. Was het oude bestuur weggewerkt? Ruzie? Interimbestuurder Van Leeuwen zei dat Langendam en Dost 'zelf' besloten hadden op te stappen. De leden hebben niets te vertellen? Deze bijeenkomst kon om juridische redenen nu eenmaal geen echt congres zijn, helaas. Maar de leden zijn heus de baas in de partij, verzekerde hij. Het doet allemaal een beetje denken aan de zogenaamd 'openbare onderhandelingen' die enkele jaren geleden werden gehouden bij de vorming van een college in Amsterdam. Geen van de betrokken partijen zei erbij dat ze de echte zaken 's avond per telefoon of in de kroeg deden.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 23-11-2002
Pagina: 026

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het land van de kinderhaters
door Michiel Zonneveld

Eigenlijk zou ik moeten schrijven over de kansen van Wouter Bos en Femke Halsema. Het komt immers niet vaak voor dat zich in een week tijd twee nieuwe leiders aandienen. Dit is het moment om te speculeren over hun kansen bij de komende verkiezingen. Minstens even boeiend is de vraag welk stempel ze op hun partijen zullen drukken. Het zou ook de moeite waard zijn nog eens te onderzoeken hoeveel waarheid de stelling bevat dat ons land door regenten wordt geregeerd en dat er van democratie dus geen sprake is. Want als dat zo is: hoe valt dan te verklaren dat die zogenaamde maatschappelijke elite zo snel is weggeblazen? Maar afgelopen zaterdag stond er een artikel in de Volkskrant waardoor dergelijke vragen me even als irrelevant voorkomen. Het was het soort nieuws waarvan je hoopt dat het niet waar is. Dat het een misverstand is en dat de naam 'Birma' of 'Roemenië' per ongeluk is vervangen door 'Nederland'.

Volgens het bericht zitten er in ons land 538 kinderen in jeugdgevangenissen die nooit een strafbaar feit hebben gepleegd. Dat is achtendertig procent van de totale bevolking van de inrichtingen. Deze jongeren vallen onder hetzelfde regime als de 'echte' crimineeltjes. Ze worden maar af en toe gelucht. Een enkele keer mogen ze, onder begeleiding, over het terrein lopen. In de avonden en in een gedeelte van het weekeinde worden ze in de cel opgesloten. En als ze een driftbui krijgen (en dat zou heel terecht zijn door deze schandalige behandeling), worden ze in een isoleercel gestopt. Het jongste kind dat is opgesloten, is nog maar negen jaar. Dat lijkt vreemd: volgens de wet kan pas vanaf twaalf jaar een gevangenisstraf worden opgelegd.

De verklaring is dat deze groep nooit is veroordeeld, maar doorgestuurd door de 'jeugdhulpverlening'. Hun 'misdaad' is dat ze ADHD hebben, dat ze zich om wat voor reden dan ook (mishandeling, incest) niet meer aan een ouder kunnen hechten of dat ze lijden aan een 'oppositioneel opstandige gedragsstoornis'. In sommige instellingen worden ze intensief behandeld, in andere nauwelijks, zo zegt een woordvoerder van justitie. Ze zouden worden opgesloten omdat ze 'elders' te vaak zouden weglopen. Dat is maar een deel van het verhaal. De kern van de zaak is dat er al jaren te weinig geld wordt uitgetrokken voor de jeugdzorg. De provincies hebben daarom om miljoenen euro's extra gevraagd om in elk geval íéts te kunnen doen.

In de discussies over gezinspolitiek wijst de overheid alle kanten op als het erom gaat ouders de maat te nemen. Er moeten gezinscoaches komen, vindt het kabinet. Zo kan er snel worden ingegrepen als het misgaat met kinderen. Een nieuwe vondst in het politieke debat is de gedwongen opvoedcursus voor allochtonen. Maar met wat voor gezag kan de overheid over dit soort zaken spreken als onder háár verantwoordelijkheid kinderen op deze wijze verwaarloosd worden? Ik weet wel dat de overheid zuinig moet zijn en niet alle problemen kan oplossen. Maar het gaat ook om de keuzen die worden gemaakt. Het is bijvoorbeeld schrijnend dat de regeringspartijen deze zomer wel afspraken een half miljard euro uit te geven om een belasting van huizenbezitters af te schaffen (de ozb). Met slechts een deel van het bedrag dat nodig is om de benzineaccijnzen te verlagen, zijn alle problemen met de opvang waarschijnlijk op te lossen. Paars II deed ook krap aan met de jeugdzorg, maar trok wel geld uit voor een belastingverlaging die haar weerga niet kende.

Het is treurig dat na dit artikel massale protesten uitbleven. Als het kabinet besluit om het spaarloon af te schaffen, of als er maar wordt gewézen naar de hypotheekrenteaftrek, wordt er alom luid geprotesteerd. Waarom niet in dit geval? Het heeft er ongetwijfeld mee te maken dat deze groep jongeren geen belangenbehartigers heeft die het luidruchtig voor ze opnemen. Maar ik vrees dat het er ook mee te maken heeft dat het besef ontbreekt dat je te allen tijde op een fatsoenlijke wijze met kinderen moet omgaan.

Het bericht in de Volkskrant staat helaas niet op zichzelf. Afgelopen dinsdag was er een actie van de Vluchtelingen Organisaties Nederland en Defence for Children tegen de manier waarop we met jonge asielzoekers omgaan. Nederland zou de internationale afspraken schenden waarin de rechten van het kind zijn vastgelegd. Kinderen van asielzoekers komen op straat te staan als hun ouders zijn uitgeprocedeerd. Niet veel beter wordt er omgegaan met de zogeheten alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's). Ze moeten, zodra ze achttien jaar zijn, terugkeren naar een land waar ze bijna niemand meer kennen. Velen van hen verkiezen een leven als illegaal. Inmiddels is er in Vught een campus opgericht waar ama's van veertien jaar moeten worden 'voorbereid' op hun terugkeer. Het heeft verdacht veel weg van een strafkamp, zo valt uit de berichten op te maken. Jongens en meisjes worden strikt gescheiden. Roken en drinken zijn verboden. Ze mogen het terrein alleen na toestemming verlaten. Pas na goed gedrag krijgen ze iets meer vrijheid. Uniformen waren in de oorspronkelijke plannen verplicht. De jonge ama's moeten gedurende minstens anderhalf jaar een strak programma volgen. In het begin van halfzeven 's morgens tot elf uur 's avonds (Het Parool, 9-11-2002). De inmiddels beruchte overvaller van het AH-filiaal kreeg een halfjaar straf opgelegd. Deze jongeren zitten enkele jaren vast omdat ze asiel aanvroegen. Wat is er toch in vredesnaam met Nederland aan de hand?

PS. In mijn vorige column schreef ik dat Elsbeth Etty een stuk heeft geschreven met als titel 'Arme Ayaan'. Dat had moeten zijn 'In gevaar'.

Joost van den broek/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 19-10-2002
Pagina: 030

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Toch maar weer PvdA
door Michiel Zonneveld

Zal ik dan maar weer lid worden van de PvdA? Ik zit er waarachtig aan te denken. Precies een jaar geleden zei ik mijn lidmaatschap op. Dat was voor mij toen een logische keuze. Bij de kamerverkiezingen van 1998 had ik al niet op de partij gestemd, en ik zou dat in 2002 zeker ook niet doen. De behoefte 'erbij te horen' had ik allang niet meer. Het functioneren van wat toen nog de grootste en machtigste partij van Nederland was, vervulde me met gêne. Zoals zoveel Nederlanders voelde ik me nog wel zoiets als sociaal-democraat. Maar zoals zoveel anderen vond ik dat geen reden om op de PvdA te stemmen, laat staan me als partijlid aan te melden.

Er was natuurlijk nog de mogelijkheid dat ik als niet-meer-sympathisant lid bleef. Als een Bart Tromp die als geen ander kan uitleggen waarom zijn partij niet deugt. Maar daar heb ik toen niet voor gekozen. De laatste tijd is veel te doen geweest over het gebrek aan onafhankelijkheid van de journalistiek. De meest creatieve geesten dachten dat er sprake was van een journalistiek complot om 'links' aan de macht te houden. Ik was juist beducht voor een ander gevaar: dat je door verbonden te blijven aan zo'n partij juist extra kritisch bent. Een overzicht van de perspublicaties zal ongetwijfeld leren dat de sociaal-democraten het meest te duchten hebben van de journalisten die partijlid zijn.

Maar inmiddels begin ik een onbehaaglijk gevoel te krijgen bij al die mensen die zich nu distantiëren van de PvdA. Met enige verbazing las ik het blad Synthese, een blad voor de studenten politicologie. Daarin wordt verder gegaan op een onderwerp dat in de VN-studentenspecial van dit jaar (VN 21-9) door een enkele student al werd aangesneden: de vraag of je als docent en wetenschapper wel PvdA-lid mag zijn. Vooral hoogleraar Jos de Beus lijkt onder vuur te liggen. De Beus zelf zegt in het blad dat hij twijfelt of hij zijn partij niet vaarwel moet zeggen: 'Lidmaatschap van een partij was vroeger een van de vele identiteiten van een politicoloog. Het was een teken van goed burgerschap. Tegenwoordig is een partijetiket opvallender, het heeft de werking van een strafblad. Voor alle rollen van de docenten politicologie – bestuurder, docent-panellid, schrijver op een opiniepagina – heeft het partijembleem effecten op de geloofwaardigheid.'

Achter deze formulering schuilt een houding die ik nu niet echt een toonbeeld vind van politieke moed. Het komt blijkbaar niet bij De Beus op dat je je ook kunt verzetten tegen een sfeer waarin een partijlidmaatschap blijkbaar voor bepaalde groepen werkt als een 'strafblad'. Dat zou wel moeten. Zo'n stemming druist rechtstreeks in tegen het in de Grondwet vastgelegde recht op vereniging. Dat formele recht heeft alleen betekenis als er mensen zijn die het blijven verdedigen, tegen wat dan kennelijk nu even de tijdgeest wordt genoemd.

Het is kenmerkend voor de manier waarop het politieke debat zich ontwikkelt. Het begint als een klacht tegen het verschijnsel dat een partijlidmaatschap min of meer vereist is voor bijvoorbeeld hogere ambtelijke functies. Het eindigt ermee dat je verdomd goed op je tellen moet passen als je lid bent van een partij. Als politiek wetenschapper mag het niet. Als journalist niet. Als ambtenaar evenmin. Als lid van de rechterlijke macht al helemaal niet. En het wordt pas echt verdacht als je iets met de vastgoedsector te maken hebt.

In het geval van De Beus is ook nog eens sprake van een zekere mate van opportunisme. Hij is inderdaad een veelgevraagd schrijver van opinie-artikelen. En het is juist dat hij op veel plekken acte de présence geeft. Maar hij moet zich wel realiseren dat zijn rol in de PvdA hem die toegang heeft gegeven tot het publieke debat. Zijn grote doorbraak in de media volgde pas nadat hij in 1994 meeschreef aan het programma van de PvdA. In de tussenliggende jaren zegde hij zijn partij vaak de wacht aan, maar steeds dook hij op als de ideoloog van zijn partij.

Het is treurig om te zien hoe in het politieke wereldje een wedstrijd is ontstaan wie zich maar het meest van de PvdA kan distantiëren. Nooit lid geweest, zegt de een. Wij hebben de meeste LPF-aanhangers onder de studenten, pocht de ander. Typerend is ook de kop boven het persbericht dat met Synthese werd meegestuurd: 'PvdA-ideoloog Jos de Beus stemde bij kamerverkiezingen op SP'. Toettoet, wat zijn ze allemaal onafhankelijk. Maar van wat eigenlijk? De PvdA is inmiddels niet meer de machtigste en grootste, maar de in kamerzetels gerekend vierde partij van het land. Is het niet zo dat een aantal mensen zich gewoon aanpast aan de nieuwe machtsverhoudingen?

Daar komt nog bij dat ik toch al weinig vertrouwen heb in mensen die hard roepen dat ze 'onafhankelijk', 'neutraal' of 'objectief' zijn. Iedereen heeft nu eenmaal opvattingen die meewegen in zijn of haar oordeel. Of het nu om journalisten of wetenschappers gaat: iedereen is een mens en dus principieel subjectief.

De een vindt zichzelf links of rechts. Weer een ander heeft net een huis gekocht en moet verslag doen van de discussie over de hypotheekrenteaftrek. Wie ontziet niet af en toe vrienden, familie of collega's? Hoeveel wetenschappers en journalisten zitten niet in steuncomités, hebben commerciële belangen, wonen in een bepaalde plaats, zijn lid van een sportvereniging? Wie zich werkelijk aan alles weet te onttrekken, is zo zonderling dat opname in een inrichting me op zijn plaats lijkt. De journalisten of wetenschappers die zich beroepen op hun objectiviteit zijn dom, hypocriet en meestal allebei.

Dan liever een duidelijke stellingname. Dan rest natuurlijk nog één vraag: doe je dat door lid van de PvdA te worden?

Roy Tee/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 21-12-2002
Pagina: 049

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Land in de war
door Michiel Zonneveld

In een land van dominees, cabaretiers en columnisten staan aan het eind van het jaar veel mensen klaar om de balans op te maken. Hoe moeten we de gebeurtenissen van het afgelopen jaar begrijpen? Waar gaat het in het nieuwe jaar naar toe? Dat zijn de vragen die elk jaar weer gesteld worden.

U zult deze dagen merken dat de profeten van de moderne tijd niet in staat zijn om zinnige antwoorden te geven. Dat geldt met name voor de vragen over de politiek. Ook ik moet toegeven dat ik met lege handen voor u sta. Er zijn jaren geweest dat ik feilloos dacht te kunnen voorspellen of de politieke wind van rechts of van links zou komen en welke coalitie het land te wachten stond.

Je kunt natuurlijk schrijven dat het weinig verheffend was. Dat LPF en Leefbaar Nederland bij de komende verkiezingen wel zullen worden afgestraft. Of dat Jan Peter Balkenende de premier blijft. Maar dat zijn slechts kleine antwoorden op grote kwesties. Anderen proberen hun onzekerheid te overschreeuwen met schijnwijsheden. Over 'het volk' dat in opstand zou zijn gekomen tegen 'de regenten' die de 'echte problemen' van de 'straat' niet zouden hebben begrepen.

Dit was een verwarrend jaar, dat ons voor vele nieuwe raadsels plaatst. Het lijkt wel of a niet meer tot b leidt. Nog nooit bijvoorbeeld was het niveau van het onderwijs zo hoog als nu, zo blijkt uit recent onderzoek. De tijd dat een groot deel van de bevolking slechts de lagere school heeft afgerond, ligt ver achter ons.

Maar zijn al die mbo'ers, hbo'ers, en academici ook beter geïnformeerd? Het lijkt van niet. De afgelopen jaren verloren de kranten meer abonnees dan ze erbij kregen. We moeten maar hopen dat mensen na het opzeggen van de krant compensatie vinden bij televisie, radio, internet of de gratis krant die op het station ligt. Het valt te betwijfelen of dat zo is.

Waar a niet tot b leidt, is het onmogelijk voor een politicus om te weten wat hij moet doen om door de kiezer beloond te worden. De afspraak hoort toch te zijn dat de mensen tevreden zijn als het beter gaat met het land? Nog nooit was Nederland, gemeten naar het inkomen per hoofd van de bevolking en het gemiddelde vermogen per burger, zo rijk. Het jaar 2002 was het sluitstuk van een periode van ongekende economische groei.

Wie door een doorsneewoonwijk loopt, ziet dat meteen. De tuinen mooi aangeharkt, een of twee middenklasse-auto's voor de deur, het huis netjes verbouwd. Daarom is het zo verbazingwekkend dat de gemiddelde burger, ondanks al die welstand, nog nooit zo ontevreden was als nu.

Een mogelijke tegenwerping is dat de rijkdom oneerlijk is verdeeld. En dat het alleen de slecht bedeelden zijn die protesteren. Maar dat is niet waar: de ontevredenheid heeft zich over alle lagen van de bevolking verspreid. Een andere tegenwerping zou kunnen zijn dat de overheidsvoorzieningen voor de meeste burgers zichtbaar onder de maat blijven, met de spoorwegen als schrijnend voorbeeld. Mensen die thuis alle luxe gewend zijn, ergeren zich rot als ze in de trein op een vieze bank zitten.

Maar kijk naar andere delen van de publieke sector, en je ziet dat er wel degelijk veel meer geld is uitgegeven aan zaken als onderwijs en volksgezondheid. En heus niet alleen aan niet-functionerende managers. Dus het is nogal overdreven om te menen dat de vorige kabinetten een 'puinhoop' van het land hebben gemaakt. Toch geloven veel mensen dat.

Nog nooit is het zo goed gegaan met de integratie. Er zijn nog wel grote problemen, natuurlijk. Maar de successen zijn onmiskenbaar. Steeds meer mensen van buitenlandse afkomst hebben dezelfde dromen en aspiraties als de oorspronkelijke Nederlanders. Werkloosheid en criminaliteit onder allochtonen blijken in ras tempo terug te lopen. Het geboortecijfer wijkt steeds minder af van dat van de autochtonen. Toch is de paniek over het 'multiculturele drama' nimmer zo groot geweest.

Nog nooit is Nederland zo veilig geweest. Toegegeven: de kans om beroofd te worden is nu groter dan in de jaren vijftig (en kleiner dan in de jaren negentig). Maar het gaat bij 'veiligheid' om veel meer. Jonge dienstplichtige mannen worden niet meer bij vele duizenden naar 'ons Indië' gestuurd om een vuile oorlog te voeren. Daarbij vergeleken valt de huidige Nederlandse inzet bij vredesmissies in het niet. De kans om een ongeluk op het werk te krijgen, is dankzij stringente wetgeving veel kleiner.

We maken ons nu druk om dioxine in het eten. Nog niet zo lang geleden werd de kwaliteit van het voedsel nauwelijks gecontroleerd. Veel mensen werden het slachtoffer van voedselvergiftiging door slechte hygiëne. Er zijn meer verkeersslachtoffers door drukker verkeer. Maar de autorijder van tegenwoordig wordt beschermd door kooiconstructies, airbags en verplichte veiligheidsriemen.

Toch zijn mensen banger dan ooit.

Nimmer werden politici zo snel vervangen. Toch wordt er geklaagd dat politici te veel aan 'het pluche' vastzitten. Er wordt gesmeekt om een elite die leiding en sturing geeft. Maar wie dat probeert te realiseren, wordt voor autoritair uitgemaakt.

Wat moeten politici in vredesnaam doen? Als ze nog meer welvaart bieden, is de kans groot dat de kiezers straks toch nog minder tevreden zijn. Nog meer veiligheidsmaatregelen en extra agenten? Ik sluit niet uit dat de burgers over vier jaar nog banger zijn geworden. Moeten politici zich dan toeleggen op een beter milieubeleid? Niemand staat ervan te kijken als de Nederlanders hun land desondanks viezer zullen gaan vinden.

Politici wordt veel verweten. Dat ze geen visie hebben, geen plannen voor de toekomst. Maar zijn dat wel eerlijke verwijten? Het land is in de war en het is niet vreemd dat er politici zijn die het dan ook even niet weten.

Roger Dohmen

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 07-12-2002
Pagina: 037

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Nieuwsgierigheid als deugd
door Michiel Zonneveld

Is Ayaan Hirsi Ali de Emile Ratelband van de VVD? Een journalist van het programma Nova stelde deze vraag afgelopen zaterdag op het VVD-congres in Noordwijkerhout aan iedereen die hij aanklampte. Het leverde geen enkel interessant antwoord op. Vrijwel alle ondervraagde VVD'ers zeiden 'nee', en prezen de Somalische vervolgens als een vrouw met 'inhoud'. Zonder dat de kijker erachter kwam wat ze daarmee bedoelden. Een Turkse VVD'er zei 'ja', maar dat bleek vooral omdat hij boos was dat zijn voormalige landgenoot Örgu op een vrijwel onverkiesbare plaats was gezet. Hirsi Ali, de nummer zestien op de lijst, was het er ook niet mee eens.

Zo, dat onderwerp had het serieus bedoelde actualiteitenprogramma ook weer afgeraffeld. Ik vroeg me zaterdagavond af wat me nu het meest ergerde. Was het dat er in de reportage niets werd gemeld over wat er verder op het congres gebeurde, zodat de kijker bijvoorbeeld moest raden wat er in het VVD-verkiezingsprogramma staat? Dat speelde ongetwijfeld een rol. Maar ik wond me er ook flink over op dat de verslaggevers het soort vraag stelden waarbij het antwoord er niet toe doet. Het was een vorm van afzeiktelevisie. Het idee werd van tevoren ergens in Hilversum bedacht en ter plekke uitgevoerd.

Je zou kunnen zeggen dat mijn opwinding selectief was. Er zijn op de televisie zoveel flauwe onderwerpen te zien, en iedereen stelt weleens de verkeerde vragen. In dezelfde uitzending zaten bovendien ook onderdelen die wel de moeite waard waren. Mijn ergernis richt zich dan ook niet zozeer op dit televisieprogramma of op deze reportage in het bijzonder. Wat me het meest opwindt, is het gebrek aan nieuwsgierigheid waarvan blijk wordt gegeven.

Dat beperkt zich niet tot Nova of de journalistiek. Iedereen spreekt over de noodzaak van een 'open debat' over van alles en nog wat, en over het belang van het stellen van 'kritische' vragen, maar ik krijg steeds meer het gevoel in een land te leven waarin iedereen denkt dat hij alles al weet. Als politici weer eens verkondigen dat ze nu naar 'het volk' luisteren, is het duidelijk dat ze eigenlijk allang menen te weten wat dat wil. Heel toevallig is dat precies wat er in hun verkiezingsprogramma staat. Ik zie ook nooit een debat waarin een politicus echt belangstelling toont voor de mening van een ander. Iedereen doet alsof hij al precies weet wat de ander wil – en dat dat niet deugt. Ik word ook een beetje moe van al de boude beweringen van links en rechts over de islam. Het lijkt wel of zich in ons land zestien miljoen islamologen bevinden, die het bijna allemaal overbodig vinden om ook maar een blik in de koran te werpen. Er is wel sprake van een debat tussen en met islamieten. Nog een voorbeeld: de manier waarop Gerrit Zalm die avond door enkele journalisten werd ondervraagd over de uitspraak in zijn speech tot het congres dat hij best Balkenende wilde opvolgen. Mijnheer Zalm, u gelooft toch zelf niet dat u meedoet in de strijd om het premierschap? O, toch wel? Maar u kent toch ook de opiniepeilingen? Elke vraag was een variant op: kijk die mijnheer Zalm toch eens mal doen. En voor het antwoord gegeven is, hup terug naar de studio in Hilversum.

Er zijn nog maar weinig mensen die weten dat het begrip kritisch iets anders inhoudt dan iemand bij voortduring confronteren met je eigen opvattingen. Het begint ermee dat je geïnteresseerd bent in de ideeën, de motieven en de achtergronden van de ander. Ik zou bijvoorbeeld weleens willen weten waarom Gerrit Zalm zo graag premier wil worden. Wat gaat hij dan doen? En hoe denkt hij ervoor te zorgen dat zijn partij zo populair wordt dat ze in januari als grootste uit de bus komt?

Ik vraag me soms af waar we het aan te danken hebben dat er zo weinig nieuwsgierigheid bestaat. Het zou de moeite waard zijn om dat te onderzoeken. Heeft het iets te maken met de ontwikkeling van de media? De concurrentie is tegenwoordig moordend en geld voor onderzoek en tijd om door te vragen is er vaak niet. Bovendien bezuinigen overal in de westerse wereld kranten en televisiestations op hun buitenlandcorrespondenten. Ondertussen worden de oordelen over wat elders gebeurt steeds harder. Wat is er goedkoper en effectiever dan een paar harde uitspraken te verpakken als nieuws? Hoe gekker de mening, hoe beter.

Of zat het eigenlijk altijd al in onze cultuur? Nieuwsgierigheid wordt niet altijd als deugd herkend. Ik herinner me een vermaning van een juf op de lagere school toen ik eens meeluisterde met een gesprek dat ze met een collega voerde: 'Niet zo nieuwsgierig zijn.' Dat was een merkwaardige uitspraak voor een onderwijzeres, maar ook een veelzeggende. Blijkbaar vinden we het ongepast om te veel te weten van anderen. Misschien is het wel een overmaat aan discretie die velen ervan weerhoudt verder te kijken en door te vragen. Maar het is in dat geval wel vreemd dat iedereen zich tegelijkertijd een scherp oordeel over de ander aanmeet.

Een andere mogelijk oorzaak is dat we vooral in een assertieve cultuur leven. Het gaat er steeds meer om te laten zien dat je er bent. De politieke en journalistieke stijl is agressief geworden. Een mening poneren is voor een deelnemer aan het debat hetzelfde als het plasje waarmee een reu zijn terrein afbakent. Een vraag wordt hooguit gesteld om het eigen gelijk nog eens te toetsen. Ik vraag me daarom af waarom ik maar steeds hoor dat Emile Ratelband niet in de politiek zou thuishoren. Hij is geen slechte kopie van Pim Fortuyn, maar de vervolmaking ervan. Is het u opgevallen dat deze motivatiegoeroe vrijwel nooit een open vraag stelt? Hij weet het antwoord toch immers al. Door druk te praten voorkomt Ratelband dat er ook maar iemand tussenkomt.

Voorlopig heb ik geen antwoorden, maar slechts één vraag: waarom? Het zou goed zijn als die wat vaker werd gesteld.

michiel utrecht/wfa

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 09-11-2002
Pagina: 037

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De zenuwen van Gerrit Zalm
door Michiel Zonneveld

Eindelijk is Gerrit Zalm dan de lijsttrekker van de VVD. Maar het is de vraag of er nu een vreugdevolle periode voor hem ligt. Er gaat iets helemaal mis met de politicus. Nog niet zo lang geleden leek Gerrit Zalm mij voorbestemd om de eerste VVD-premier in de geschiedenis te worden. Na Wim Kok was hij al jaren de populairste bewindspersoon van Paars. Als minister van Financiën kreeg hij het ondenkbare voor elkaar: een overschot op de begroting. Hij toonde zich een uitstekend politiek debater met een ontzaglijke feitenkennis. Hij leek verder als een van de weinige VVD'ers in staat om een deel van wat vroeger de traditionele PvdA-aanhang was, voor zich te winnen. De minister straalde eenzelfde soort soberheid uit als Drees en Kok. Hij bleek bovendien op de hoogte van de zwakke plekken in de sociaal-democratische redeneringen. Niet zo vreemd: hij was zelf vele jaren lid van die partij. Met zijn humor was hij vaak een verademing naast de wat zurig overkomende voorlieden van de PvdA.

Ik durf de stelling nog wel aan dat de verkiezingen van dit voorjaar heel anders waren gelopen als hij vorig jaar de VVD-lijst had aangevoerd. Als geen ander was hij in staat geweest om Fortuyn van repliek te dienen als deze durfde te beweren dat Paars er een puinhoop van had gemaakt. Met zijn dossierkennis had hij duidelijk kunnen maken dat de redder van Rotterdam vaak nogal uit zijn nek kletste. Het is niet voor niets dat de minister een ongelooflijke hoeveelheid voorkeurstemmen vergaarde.

Sinds Zalms aanwijzing als leider van de liberalen gaat het in de peilingen nog maar ietsje beter met de VVD. Dat is bijzonder slecht nieuws voor de liberalen, omdat de kamerzetels door de ineenstorting van de LPF voor het oprapen zouden moeten liggen. Je zou verder denken dat de VVD met het regeerakkoord bij haar kiezers voor de dag kon komen. Vrijwel het gehele programma van de partij werd in het zogeheten 'strategisch akkoord' overgenomen. Geen geringe prestatie van de kleinste regeringspartij. Volgens vrijwel iedereen is Gerrit Zalm zijn collega's in Den Haag intellectueel de baas, de nieuwe premier incluis.

Het is mysterieus dat de VVD daar niet meer van profiteert. Komt dat doordat Zalm nog met Paars wordt geassocieerd? Dat lijkt me onlogisch nu de meeste kiezers het er wel over eens zijn dat de nieuwe coalitie geen verbetering was. Behoort hij nog te veel tot de 'oude politiek'? Dat argument snijdt ook weinig hout nu de helden van de 'nieuwe politiek' nogal tegenvallen. Ongetwijfeld zijn er kiezers ter rechterzijde die in het CDA inmiddels weer een goed alternatief zien, zeker nu die partij verder wil regeren met de VVD. Toch lijkt me dat niet de hele verklaring. Blijven de kiezers weg omdat er waarheid zit in het Haagse cliché dat wie een kabinet breekt, ook moet betalen? Dat zou toch niet zo hoeven te zijn. De chaos in en rond de LPF was zo groot, dat een grote meerderheid (zelfs veel LPF-kiezers) blij was dat er een einde aan het kabinet werd gemaakt.

Dat de breuk Zalm toch heeft beschadigd heeft met iets heel anders te maken. Succesvolle politieke leiders onderscheiden zich door een grote mate van ongenaakbaarheid. Zij moeten met een vanzelfsprekend zelfvertrouwen reageren als ze worden aangevallen. Zelfs als ze vinden dat de aanvallen onrechtvaardig zijn. De enige publieke woede die is toegestaan is de gespeelde. Het probleem van Zalm is dat hij een nerveus man is, die makkelijk de gordijnen in is te jagen. Dat kwam tijdens Paars minder aan het licht omdat hij als minister van Financiën vooral goed nieuws te melden had. Als lijsttrekker wordt nu plotseling het uiterste van zijn zenuwen gevraagd. Aanvallen van links en rechts, dolkstoten en stoten onder de gordel. Wie zijn of haar zwakke plekken te veel laat zien, is er geweest. In de politiek gaat het net als op het schoolplein: wee het kind dat laat merken dat het er niet tegen kan als het wordt gepest met wipneusje of sproeten.

Het is Zalms zwakke plek dat hij er niet tegen kan dat zijn integriteit in twijfel wordt getrokken. Dat is precies wat er nu gebeurt. Het begon al tijdens de formatie. Het Algemeen Dagblad schreef op de voorpagina dat de VVD-leider de kandidaat-bewindslieden het boekje Hoe word ik een rat, van Joop Schrijvers, cadeau had gedaan. Het werkje bevatte 'de regels van de slinksheid, de grammatica van de goorheid, de structuur van de achterbaksheid'. Handig werd er in het artikel een verband gelegd met de puike onderhandelingsresultaten van Zalm. Het eerste kwaad was geschied. Daar kon een piepkleine rectificatie, waarin stond dat het bericht niet klopte, weinig meer aan veranderen.

Een van de eersten die hem in de Tweede Kamer hard en openlijk op de ziel trapten was LPF-fractievoorzitter Herben. Hij beweerde dat duistere machinaties van Zalm tot de val van het kabinet hadden geleid. Dit verhaal werd door enkele van zijn LPF-collega's herhaald. Als Zalm toen rustig had gereageerd dan was er nog weinig aan de hand geweest. Wie geloofde de politici van de LPF nog? Maar Zalm werd boos en bloednerveus. CDA'ers beschuldigden Zalm van Melkert-achtige streken. PvdA-fractievoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven deelde een nieuwe steek uit met een open brief aan haar VVD-collega. 'Beste Gerrit,' begon het briefje vals. Daarna maakte ze hem uit voor alles wat mooi en lelijk is omdat de VVD tweehonderd miljoen euro wil bezuinigen op de publieke omroep. Ze schreef onder andere: 'Is voor jou dan alles een spel? Een spel van behagen, onruststoken en stemmingmaken, van uitruilen en uitspelen?'

De aanvallen troffen doel. Zalm zei afgelopen zaterdag vertoornd dat hij er 'absoluut' niet tegen kon als zijn integriteit in twijfel werd getrokken. Dat was een open uitnodiging aan zijn tegenstanders om dat vooral wel te blijven doen.

De lijsttrekker van de VVD is gemakkelijk in
de gordijnen te jagen
anp

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 02-11-2002
Pagina: 030

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Fricties tussen Zalm en Balkenende
door Michiel Zonneveld

Meteen na de val van het kabinet leek het een uitgemaakte zaak: het CDA en de VVD, eindelijk verlost van de LPF, zouden doorregeren. Volgens de peilingen kunnen ze op ongeveer tachtig zetels in de Tweede Kamer rekenen. VVD-leider Zalm heeft al laten weten dat wat hem betreft daarna gewoon het strategisch akkoord, op basis waarvan dit kabinet regeert, kan worden uitgevoerd. CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen leek het daar aanvankelijk van harte mee eens. Een coalitie-CDA-VVD onder leiding van Balkenende heeft ook de voorkeur van de kiezers. Maar zal het zo ook gaan? Het afgelopen jaar is wel duidelijk geworden dat zelfs in de Nederlandse politiek niets meer zeker is. Die tachtig zetels voor CDA en VVD zouden weleens even snel kunnen verdwijnen als de hoge populariteitscijfers van Paars.

Kunnen het CDA en de VVD het eigenlijk echt zo goed met elkaar vinden dat voortzetting van de regeringssamenwerking voor de hand ligt? De spanning tussen de twee partijen is de afgelopen maanden uit het zicht gebleven omdat de collectieve zelfmutilatie binnen de LPF alle aandacht van de media opeiste. Daardoor zou je haast vergeten dat veel christen-democraten niet zo blij waren met de inhoud van het strategisch akkoord. Ze morden over de grote invloed van Gerrit Zalm op het uiteindelijke resultaat.

Ook de relatie tussen de VVD-leider en premier Balkenende was niet optimaal. Dat was al zo in de jaren dat Zalm zijn beleid als minister van Financiën verdedigde. Hij wekte vaak de indruk dat hij Balkenende, toen nog financieel woordvoerder van het CDA, niet helemaal voor vol aanzag. Hij vond het bijvoorbeeld een zwaktebod van het CDA dat de partij wel veel kritiek uitte op zijn beleid, maar weigerde met een volledige tegenbegroting te komen. Tijdens elke begrotingsbehandeling sarde hij Balkenende door omstandig GroenLinks te prijzen, dat die moeite wel had genomen. Zalm kon het ook niet verkroppen dat het CDA er maar op bleef hameren dat het financiële beleid niet gedegen genoeg was. En dat, foeterde hij, terwijl de christen-democraten herhaaldelijk voor nóg meer extra uitgaven hadden gepleit. Het zat hem bovendien dwars dat de premier in de regeringsverklaring zette dat Nederland op 'te grote voet' had geleefd. Want dat hield de suggestie in dat Zalm als minister van Financiën Sinterklaas had gespeeld.

Ook tijdens het debat over de regeringsverklaring toonde Zalm zich narrig. Hij kon het niet nalaten de premier erop te wijzen dat híj uiteindelijk verantwoordelijk was voor de samenstelling van de regering – en dus ook voor het dramaatje rond staatssecretaris Philomena Bijlhout. Verder deed hij schamper over al dat gepraat over de 'Nieuwe Politiek' van de premier. In de week voor de val liet Zalm een paar keer blijken dat de premier volgens hem het gerommel in zijn kabinet op zijn beloop liet. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de kabinetscrisis schoot hij Balkenende niet echt royaal te hulp toen de oppositie hem aanviel.

Er waren meer fricties tussen Balkenende en Zalm. Over het Europa-beleid van het kabinet, bijvoorbeeld. Balkenende voelde zich ongemakkelijk bij de harde voorwaarden die hij van de VVD en de LPF moest stellen bij de uitbreiding van de Europese Unie. Hij voorzag dat hij op zijn gezicht zou gaan als hij daarin zou volharden. Maar Zalm vond de opstelling van het kabinet veel te slap. Al met al maakte Zalm vaak de indruk dat hij Balkenende wellicht een beetje te licht achtte voor het premierschap.

Binnen het CDA neemt de ergernis over Zalm toe. De christen-democraten vinden dat de VVD-leider te veel op zijn voormalige rivaal Melkert is gaan lijken: unfair, gelijkhebberig, te gretig bij de onderhandelingen. Daar komt bij dat de inhoudelijke verschillen tussen CDA en VVD groter lijken te worden. Verhagen heeft de wens om samen met de VVD door te regeren vorige week in een interview in Trouw al genuanceerd. Dat heeft natuurlijk te maken met de komende verkiezingscampagne. De partijen moeten dan duidelijk maken waarin ze van elkaar verschillen.

Toch is het niet alleen retoriek. In het debat over de uitbreiding van de unie stonden de twee regeringspartijen steeds feller tegenover elkaar. Verhagen beschuldigde de VVD in Trouw zelfs van 'bekrompen provincialisme' als het om Europa gaat. Het CDA is een warm voorstander van Europese integratie. Het was opvallend dat Balkenende en de CDA-minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer in de Tweede Kamer wel werden gesteund door de oppositie en niet door de VVD. En dan is er nog de kwestie van de publieke omroepen. Zalm wil het aantal publieke netten tot twee beperken en nog meer bezuinigen. Bij het CDA ligt dat moeilijk, onder andere vanwege de banden met de christelijke omroepen. Het is duidelijk dat de partij op dit punt beter zaken kan doen met de PvdA.

Zo zijn er meer kwesties waarover het CDA en de PvdA het zó eens kunnen worden. De twee partijen zouden in een ommezien een aantal hoofdstukken van een alternatief regeerakkoord kunnen schrijven: geen afschaffing van de ozb; een 'socialer inkomensbeleid'; iets meer geld voor openbaar vervoer en iets minder voor wegen; de terugkeer van de ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Milieu; geen ontslag voor mensen met een Melkertbaan; meer geld voor de levensloopregeling waarbij werknemers onder andere kunnen sparen voor verlof; meer aandacht voor goede verhoudingen met de werkgevers- en werknemersorganisaties. Et cetera. Waarom zou voor de christen-democraten een andere coalitie dan met de liberalen, bijvoorbeeld met links, niet voor de hand liggen? Als de PvdA niet alleen de confrontatie zou zoeken, maar zich meer zou interesseren voor de openingen die het CDA biedt, zou de VVD straks weleens alleen kunnen komen te staan.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 30-11-2002
Pagina: 028

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Het Albert Heijn-model
door Michiel Zonneveld

Eindelijk weer eens een ondernemer die een voorbeeld is voor politici: Cees van der Hoeven. 'Normaal' gesproken was de topman van Ahold vorige week afgetreden. De winst van het bedrijf kelderde en daarmee de waarde van de aandelen. In een mum van tijd waren alle successen uit het verleden vergeten. Maar Van der Hoeven, en de top van het bedrijf, tartte de bloeddorstige menigte van journalisten en beursanalisten. De topman ging niet weg, maar kondigde aan nog zeven jaar aan te blijven. Het was een breuk met een 'Angelsaksische' cultuur die we ook in de voetbalwereld kennen. Als de resultaten slecht zijn, dient de trainer te vertrekken. Slechts een enkeling durft zich nog aan de nieuwe wetten van de economie en het voetbal te onttrekken. Van der Hoeven is zo'n held. Althans voorlopig, voeg ik er veiligheidshalve aan toe.

Ook in de politiek zijn de aanhouders de uitzonderingen. Er is geen cliché dat zo weinig op waarheid berust als dat Nederlandse politici zo vastzitten aan het 'pluche'. Ons land wordt de laatste acht jaar juist bestuurd door fruitvliegjes. Het CDA versleet sinds 1994 Ruud Lubbers, Elco Brinkman, Enneüs Heerma en Jaap de Hoop Scheffer. De VVD sinds 1998 Frits Bolkestein en Hans Dijkstal en het gemopper over Gerrit Zalm begint al. De PvdA nam sinds 2001 afscheid van Wim Kok, Ad Melkert en Jeltje van Nieuwenhoven. Bij D66 maakte Hans van Mierlo kort voor de verkiezingen van 1998 plaats voor Els Borst en inmiddels lijkt haar opvolger Thom de Graaf rijp voor de slacht. Paul Rosenmöller van GroenLinks stapte op en Kars Veling van de ChristenUnie werd afgezet. De LPF offerde eerst Mat Herben voor Harry Wijnschenk en daarna Wijnschenk voor Herben op, om het nu even met Hilbrand Nawijn te proberen. Het bestuur van Leefbaar Nederland wil Fred Teeven ruilen voor Emile Ratelband. Zelfs de SGP deed mee aan dit politieke rad van fortuin. De jonge Daan van der Staaij is Bas van der Vlies opgevolgd.

Begrijp me goed: het kan geen kwaad als er af en toe een partijleider plaats maakt. Maar inmiddels loont het de moeite eens stil te staan bij het belang van continuïteit en ervaring. Zeker omdat niet alleen de politieke toppers met grote regelmaat vervangen worden, maar ook hun adjudanten. Parlementsleden verdwijnen voor ze goed en wel zijn ingewerkt. Daardoor is het voor het parlement haast ondoenlijk om zijn controlerende taak waar te maken. De kwaliteit van het tegenspel neemt af, met als gevolg dat de macht van de ambtenaren op de ministeries toeneemt.

Vaak hoor je dat wie aan de top leeft, bereid moet zijn de risico's daarvan te aanvaarden. Dat geldt in de politiek net zo goed als in het bedrijfsleven. Maar levert het permanente geroep om aftreden topmensen met lef op? Wordt risico nemen dan echt beloond? Het probleem van Van der Hoeven is juist dat zijn bedrijf die risico's nam. Ahold was niet tevreden met haar sterke positie in Europa, maar ging op zoek naar nieuwe markten. De investeringen in Zuid-Amerika bleken een te grote gok. Bij de overnamen in de Verenigde Staten had het bedrijf de pech dat net een recessie inzette.

Je kunt natuurlijk altijd twisten over de vraag of de risico's die genomen worden, niet te groot zijn. Maar aan de andere kant overleven bedrijven ook niet als de top zich laat leiden door angst. Zo zie je veel politici verkrampen omdat ze zich constant bewust zijn van de risico's van hun vak. Hoe werkt hun standpunt uit in de peilingen? Is hun positie nog wel houdbaar omdat de achterban ongeduldig wordt?

Het treurigste is dat politici steeds minder tijd wordt gegund om te leren, of te wachten tot hun tijd om te oogsten is gekomen. Dit terwijl veel belangrijke politici hun grootste overwinningen pas haalden na enkele louterende nederlagen. Als elke verliezende politicus meteen weg zou moeten, was Helmut Kohl nooit kanselier van Duitsland geworden. Mitterrand en Chirac leden een onafzienbare rij nederlagen voor ze uiteindelijk president van Frankrijk werden. Het is daarom de vraag of het CDA niet beter af was geweest als Elco Brinkman na zijn verlies in 1994 was aangebleven. Veel slechter dan in de ongeveer zeven jaar daarna zou het vast niet gegaan zijn. En wie gaan straks weer verdwijnen? Zalm zal nooit de kans krijgen te leren van een eventuele nederlaag. Voor Femke Halsema wordt het een hele klus om met GroenLinks niet te verliezen. Over vier jaar heeft ze veel meer kans. Maar is zij er dan nog bij? Ook Wouter Bos kan zo weer worden afgelost als de uitslag voor de PvdA tegenvalt.

Ondertussen stevent Jan Marijnissen met de SP op een overwinning af. In 1989, toen hij voor het eerste lijsttrekker was, haalde de SP nul zetels. Wie komt daar nog mee weg?

bert nienhhuis

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 14-12-2002
Pagina: 026

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Mijn God, wat wordt dit saai
door Michiel Zonneveld

Het begon er al mee dat ik helemaal geen zin had om naar het eerste grote verkiezingsdebat tussen Gerrit Zalm en Wouter Bos te kijken. Ik zat het hele weekend al een beetje verveeld voor me uit te kijken. Na een jaar kermis in de politiek is de lol er wel vanaf. Ik had als politiek verslaggever natuurlijk naar het congres van de LPF moeten gaan, maar ik had geen zin om de zoveelste ruzie van nabij mee te maken. In het begin van dit jaar wilde ik nog niets missen. Uitgeput was ik aan het einde van de verkiezingscampagne. Maar bij de verkiezing van Mat Herben tot plaatsvervanger van Pim op aarde dacht ik déjà, déjà, déjà vu. Wat miste ik eigenlijk? Zichzelf herhalend dilettantisme? Ook op het congres van Leefbaar Nederland had ik niet mogen ontbreken. Op de televisie zag ik good old Wibo van de Linde, van het ooit roemruchte actualiteitenprogramma Tros Aktua. Deze held van de jaren zeventig bleek nog niets van zijn branie te hebben verloren. Hij dreigde een partijgenoot op zijn bek te slaan omdat hij zijn dochter, die even later tot lijsttrekker werd gekozen, dom en dik had genoemd. Zelfs toen veerde ik niet op. Het is met de nieuwe politiek al net als met Big Brother: na de eerste serie begint het te vervelen. Even is er nog een poging gedaan de kijker te boeien door er nóg wat ranzige elementen aan toe te voegen. Inmiddels helpt zelfs dat niet meer. Ik doe u aan het eind van het jaar twee voorspellingen: het reality soap-programma verdwijnt van het scherm en de LPF en LN halen niet meer dan twee kamerzetels.

Inmiddels was Buitenhof begonnen en Gerrit Zalm en Wouter Bos hadden aan de tafel van Paul Witteman plaatsgenomen. Ik probeerde mijn aandacht erbij te houden. Een eerste debat zegt vaak veel over het verloop van de rest van de campagne. Ik herinner me bijvoorbeeld nog levendig het eerste debat dat helemaal aan het begin van de vorige campagne tussen Ad Melkert en Hans Dijkstal werd gevoerd in een zaaltje van het Golden Tulip-hotel in Amsterdam. Op die door de PvdA Amsterdam georganiseerde avond, in november 2001, werd duidelijk dat de verwachtingen niet al te hooggespannen mochten zijn. De twee heren spraken in een gruwelijk beleidsjargon. Blijkbaar waren ze er niet van doordrongen dat je in de verkiezingsperiode mensen moet overtuigen. Het debat was, geloof ik, bedoeld als het begin van een soort presidentiële campagne met als inzet: welke partij mag de premier leveren? Maar de strijd miste alle scherpte omdat de kandidaten duidelijk maakten dat het de bedoeling was dat hun partijen na de verkiezingen weer verder regeerden. Als toeschouwer voelde je je buitengesloten. Je smeekte om een 'redder' die de verkiezingen van hun voorspelbaarheid zou ontdoen.

Het was nu dus de vraag wat de PvdA en de VVD, de twee grootste verliezers, geleerd hadden van hun verpletterende nederlagen van vorig jaar. Niets, is het antwoord. Tijdens het debat werd duidelijk dat de PvdA en de VVD vooral de verkeerde les hebben geleerd. Maar eigenlijk wist ik dat al eerder. De grote partijen hebben hun verkiezingsprogramma natuurlijk wel aan de vermeende nieuwe tijdgeest aangepast. Er staan hardere teksten in over immigratie, criminaliteit en integratie. Het gevolg is dat er voor de gemiddelde kiezer opnieuw niet veel te kiezen valt. Het is een beetje 'erfenis van Fortuyn' in vijf verschillende smaken, zoals het bij de vorige verkiezingen ging tussen Paars in enkele varianten. Verder deden ze vooral hun best om het omgekeerde te doen van wat ze de vorige keer deden. Hans Dijkstal was toen geen kandidaat-premier. Zalm nu dus wel. Melkert was de duidelijke premierskandidaat. Bos nu dus niet. De vorige keer durfde de PvdA niet de hypotheekrenteaftrek ter discussie te stellen. Nu dus wel. De VVD sprak de vorige keer te weinig over criminaliteit. Dat is nu 'prioriteit nummer één'. De beide partijen leken aanvankelijk Paars te willen voortzetten. Daarom sluiten ze elkaar nu uit, zodat ze zich uitleveren aan het CDA.

De les die ze vergaten, was dat de kunst van het campagne voeren toch vooral is dat je probeert de kiezer te verleiden. Ik ben nooit een fan geweest van Fortuyn, maar die kunst verstond hij als geen ander. Kenmerkend was verder hoe Wouter Bos uitlegde waarom hij geen kandidaat-premier wilde worden. 'Omdat ik dat mijn partij beloofd heb.' Nog afgezien van de vraag of die belofte bij het kader is doorgedrongen, heeft de man of vrouw in de straat echt geen enkele boodschap aan wat hij in een achterafzaaltje heeft beloofd. In het debat van zondag was het vreselijke jargon weer helemaal terug. Soms was er zelfs geen touw vast te knopen aan de techneutentaal van de vorige minister van Financiën (Zalm) en zijn vroegere staatssecretaris. De kiezer was weer even vergeten.

Erger was dat het, ondanks de aansporingen van Witteman, nooit een debat van vlees en bloed werd. Een voorbeeld: uitgebreid werden de fiscale voor- en nadelen besproken van de VVD-wens om de ozb, een belasting voor huizenbezitters, af te schaffen. Voor de fiscalisten onder ons reuze interessant. Maar voor de rest van Nederland zijn andere vragen boeiender. De afschaffing van de belasting gaat de staat ongeveer vijfhonderd miljoen euro per jaar kosten. Zou dat geld niet beter te besteden zijn? Deze week moesten bijvoorbeeld in allerijl tenten worden opgezet omdat anders de duizenden daklozen in de steden door de kou in moeilijkheden komen. Het lijkt me een teken van beschaving, er eerst voor te zorgen dat niet zoveel mensen op straat moeten leven. Of kan, als veiligheid dan echt prioriteit nummer één is, het geld niet beter gebruikt worden voor het bouwen van politieposten, of het aantrekken van extra agenten? In plaats daarvan neuzelden de lijsttrekkers over de vraag of de maatregel de inkomens in Nederland wel of niet te veel zou 'nivelleren'.

Ik herinner me dat ik zondag na afloop precies hetzelfde dacht als na die keer dat ik Melkert en Dijkstal zag optreden: o God, wat wordt dit een saaie campagne.

roel rozenburg

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 20-07-2002
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Een likje voor Bomhoff
door Michiel Zonneveld

Wie of wat is Eduard Bomhoff? Hij wordt waarschijnlijk de nieuwe minister van Volksgezondheid. De LPF ziet hem zelfs als de gedroomde vice-premier. Hij gold als een typische dwarsligger. Tot voor heel kort was hij iemand die zich graag als de zoveelste 'luis in de pels' van de PvdA liet omschrijven. Een enfant terrible van de economische wetenschap. Een paar jaar geleden richtte hij een economisch onderzoeksbureau op, Nyfer, dat de concurrentie moest aangaan met het Centraal Planbureau. Namens het aan de Universiteit Nyenrode verbonden instituut schreef hij vele kritische beschouwingen over het paarse beleid. Elke twee weken publiceerde hij een column in NRC Handelsblad. Alles wat hij zegt of schrijft, wordt 'spraakmakend' genoemd. Toch heb ik geen idee wie of wat hij is. Evenmin heb ik het flauwste vermoeden wat zijn opvattingen zijn.

Enkele weken geleden leken die nog wel duidelijk. In februari van dit jaar schreef hij bijvoorbeeld samen met twee collega's van Nyfer een bijdrage voor het dagblad Trouw: 'Minister Zalm is nu nog populair als streng bewaker van de schatkist. Maar ooit komt een moment dat die zuinigheid zich tegen Zalm gaat keren: wanneer de kiezer nóg bozer wordt over de patiënten die lijden omdat de wachtlijsten te lang zijn, overbelaste snelwegen die elk jaar twee procent meer auto's moeten verwerken, of vacatures voor leraren, verpleegsters, militairen en conducteurs waar niemand op wil solliciteren.' Ongeveer een jaar eerder toonde hij zich al buitengewoon kritisch over zijn eigen partij, toen nog de PvdA. Onvoorstelbaar was het dat die instemde met het 'hardvochtige' financiële beleid van Paars. In een interview met de Volkskrant veegde hij, eind oktober 2000, de vloer aan met het voorstel van de sociaal-democraat Ad Melkert om de staatsschuld in veertig jaar af te lossen. 'Economisch is daar geen enkel argument voor.'

Wat hem vooral kenmerkte, was de keiharde manier waarop hij politici en wetenschappers bestreed die volhielden dat het niet nodig was om de komende jaren nog vele miljarden extra te investeren in de volksgezondheid. 'Dood door schuld' was de titel van een geruchtmakende column die hij nog geen twee jaar geleden voor NRC Handelsblad schreef. 'Is het sterven van patiënten op de wachtlijst niet een vermijdbare schande en een groot onrecht in een rijk land?' is de retorische vraag die hij aan het slot stelt aan onder anderen Gerrit Zalm en Wim Kok. In april van dit jaar stelde hij in een andere bijdrage nog vast: 'Van de acht partijen met een uitgewerkt programma, heeft uitsluitend de Socialistische Partij een budget dat hoop biedt op enige verbetering. Alle andere partijen lijken zich neer te leggen bij inferieure medicijnen (hartaanval), onvoldoende therapie (attaque) en levensbedreigend uitstel van behandeling (kinderen).' In mei rekende hij met zijn onderzoeksinstituut – in een door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Orde van Specialisten betaalde studie – uit hoeveel euro's extra er voor de zorg nodig zijn. In 2002 moest er twee miljard gulden meer worden uitgetrokken. In 2006 'acht à tien'. Maar om de problemen echt op te lossen, zou het totale budget met dertig procent (13,3 miljard) moeten groeien.

De Eduard Bomhoff van maar heel kort geleden zou dan ook weinig heel hebben gelaten van het regeerakkoord. Zijn grote vijand van weleer, Gerrit Zalm, is de winnaar van de onderhandelingen geworden. Alles zal gedaan moeten worden om in de komende jaren een financieringstekort te voorkomen. Er is nauwelijks extra geld voor zaken als onderwijs en zorg. Aan het eind van de kabinetsperiode wordt wel twee miljard euro uitgetrokken voor afschaffing van de ozb (Bomhoff omschreef dit in juni nog als 'een kolossaal cadeau aan alle huiseigenaren' zonder enig economisch nut) en bijvoorbeeld een half miljard aan accijnsverlaging.

Minister van Volksgezondheid worden? Dat zou volgens zijn eigen (dood door schuld-)redenering zoiets zijn als 'moord met voorbedachten rade'. En namens de LPF? Dat is nota bene de partij die helemaal geen extra geld voor de zorg wilde uitgeven. Bovendien verhouden de opvattingen van Fortuyn ('Nederland is vol') zich nogal moeizaam met het pleidooi dat de professor in maart hield voor een immigratiepolitiek. Bovendien schreef hij op 15 juni nog in een brief aan NRC-collega Anil Ramdas dat hij zo instemde met diens tirade tegen de Fortuynisering van Nederland in hun krant. Pas op 24 mei besloot hij volgens hardnekkige geruchten zijn PvdA-lidmaatschap op te zeggen (zelf spreekt hij over 'begin dit jaar').

Volgt Bomhoff een geniale strategie als 'linkse' infiltrant die straks op een geschikt moment het kabinet opblaast? Bijvoorbeeld als blijkt dat de wachtlijsten voorlopig toch blijven bestaan?

Ik zou het graag denken. Politici veranderen, net als andere mensen, wel vaker van mening en van partij. Maar zo razendsnel als Bomhoff is onthutsend. Je zou in elk geval verwachten dat deze zogenaamde liefhebber van het politieke debat er enige uitleg over geeft. In een column in juni had hij wel al de stelling verkondigd dat het 'nog te bezien' valt of er met het nieuwe kabinet een 'gure rechtse wind' ging waaien. Er volgde geen uitleg waarom zijn argumenten van enkele weken geleden daarvoor van nul en generlei waarde waren geworden. Afgelopen zaterdag schreef hij zijn laatste bijdrage voor NRC Handelsblad. Een zouteloos verhaaltje dat zogenaamd bedoeld was als eerbetoon aan de grote Pim, maar waar niets in stond. Als wetenschapper was hem al vaak opportunisme verweten. De wetenschapper rekende voor dat de Betuwelijn een goudmijn zou worden. Was het niet opvallend dat de havenwerkgevers in Rotterdam, de grootste belanghebbenden bij de goederenspoorlijn, veel geld in het onderzoek staken? Zette hij dit voorjaar de reputatie van de wetenschap niet op het spel met zijn rapport over de volksgezondheid, vroegen zijn critici. Dat hij pleitte voor meer geld kwam de opdrachtgevers (de ziekenhuizen en de specialisten) wel erg goed uit. Bomhoff heeft wel wat van een toverbal. Bij elk likje verandert hij van kleur. Als je er lang mee doorgaat, blijft er niets over.

Foto
tessa posthuma de boer/hh

Copyright © 2002 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

(2003)

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 18-01-2003
Pagina: 037

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Lof der traagheid
door Michiel Zonneveld

Eigenlijk had ik deze week willen schrijven over de vraag wie er nu toch premier moest worden. De afgelopen week heb ik gebruikt om eens diep na te denken over de vraag wat er moet gebeuren als de PvdA toch de grootste wordt. Zou de PvdA de kwestie kunnen blijven ontwijken? Kon Wouter Bos zelf nee blijven zeggen?

Ik had lang willen speculeren over de vraag wat er zou gebeuren als de PvdA-leider toch in zijn standpunt volhardt. Ik voorzag ruzie met de door hem aangewezen premier. Denk verder aan Ed Nijpels, die als nieuwe VVD-ster een grootse zege behaalde, had ik als beginnend senior politiek verslaggever willen adviseren. Die ging als VVD- partijleider in het parlement ook hopeloos de vernieling in. Ik had ook nog een lijstje namen willen bespreken met kandidaat-premiers. Ik had al wat echt enorm originele namen bedacht: Job Cohen, Johan Stekelenburg en Jeltje van Nieuwenhoven.

Te laat allemaal. Het meeste is al geschreven. Ik kan nog wel wat rare dingen verzinnen. Waarom Felix Rottenberg niet als kandidaat-premier? Hij heeft zijn aversie tegen Bos geheel opzijgezet. In zijn columns wordt hij steeds lovender. Of waarom niet Jacques Wallage, die dezer dagen als coach voor Bos optreedt? Maar het nieuws gaat sneller dan ooit, en zelfs dit soort speculaties zouden over enkele dagen hopeloos achterhaald kunnen zijn. Maurice de Hond peilt elke dag. Het is nu maandag, en het kan best zijn dat als u dit leest een deel van de kiezers al voor een andere partij heeft gekozen.

Even overwoog ik nogmaals te schrijven over Jan Peter Balkenende. Is het verstandig dat hij zich, zoals begin deze week in Trouw, zo sterk uitspreekt voor regeren met de VVD? Ik had een beetje kunnen speculeren over de toekomst van de premier. Dreigt niet een even snelle aftocht als opkomst? Maar ook daarvoor geldt: over enkele uren, laat staan dagen, kan de wereld er heel anders uitzien.

Ik merk dat ik steeds sneller ga schrijven. Straks ben ik te laat, spookt het maar steeds door mijn hoofd. Moet ik niet alvast schrijven over de wederopstanding van de VVD? Of dat de SP uiteindelijk nog zetels verliest? Over de mogelijk hachelijke situatie van GroenLinks? Of moet ik dan maar over een van de vele onderwerpen schrijven die in de verkiezingsdebatten aan de orde komen?

Maar ook hier gaat het nieuws sneller dan een mens kan bevatten. Jan Peter Balkenende merkt terecht op dat Wouter Bos nogal eens van positie wisselt. Wat dat betreft is hij een leerling van Pim Fortuyn. Opeens wil hij vreemdelingen het land uitzetten als ze niet snel genoeg inburgeren. Het plaatsen van twee gevangenen op een cel is ook geen probleem meer.

De snelheid waarmee de premier van standpunt verandert, is evenmin nog te volgen. Eerst lees ik dat hij naar de PvdA lonkt. Vervolgens kiest hij met volle overtuiging voor de VVD. Dan weer zegt hij dat het land behoefte heeft aan een stabiel kabinet. Om even later een coalitie met de LPF niet uit te sluiten. Of toch wel?

Over al het spektakel beklaag ik me niet. Ik hoor ouderen weleens mopperen over de politiek als circus, maar ik heb wel wat met de nieuwe generatie politici. Ze ogen fris, debatteren hard en goed en in duidelijke taal. En ze zijn alomtegenwoordig. Op bijna elk gewenst uur van de dag zijn wel ergens lijsttrekkers te horen of te zien.

Maar waar ik inmiddels naar snak is een beetje vertraging. Al die snelle antwoorden en duidelijk uitgesproken ja's en nee's zijn wel aardig. Maar ik zou net iets vaker willen horen waarom ze iets willen, hoe ze het willen bereiken en wat de nuances zijn. Ik vind al die vragen die steeds weer worden opgeroepen best interessant. Maar soms vraag ik me af: waren de oude dan al beantwoord?

Ik vind het goed dat de kiezer de keuze heeft uit verschillende kandidaten. Toch word ik soms dol van al die lijsttrekkers die elkaar op het scherm verdringen. Kan het me niet wat gemakkelijker gemaakt worden, doordat er een paar afvallen? Dan heb ik wat meer tijd en gelegenheid om een keuze te maken.

In Duitsland is er een kiesdrempel van vijf procent. Haal je dat percentage niet, dan kom je niet in het parlement. Dat zorgt voor een aardige schifting. Zou dat niet wat zijn?

De laatste gedachte durf ik haast niet op te schrijven. Laat ik het toch doen: ik weet dat je in een democratie moet luisteren naar de stem van de kiezer. Maar als een flink deel van het electoraat in een week tijd van gedachte verandert, wordt het wel erg moeilijk om daar rekening mee te houden. Ik heb het nog eens uitgerekend. Ongeveer twintig procent van de kiezers is verantwoordelijk voor alle spectaculaire ontwikkelingen in de peilingen. Wanneer wordt eens naar de overige tachtig procent geluisterd?

peter hilz/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 29-03-2003
Pagina: 033

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Oorlog als morele missie
door Michiel Zonneveld

Moeten we ons schamen voor de 'slappe' Nederlandse standpunten over de oorlog in Irak? Van ware heldenmoed getuigt de stellingname van het kabinet inderdaad niet: wel politieke steun, maar geen militaire. VVD-leider Zalm noemde het dan ook een 'slap' verhaal. Maar hij diende geen motie in waarin het beleid werd afgekeurd, en de VVD-ministers stapten niet uit het kabinet. Dat leek me ook niet sterk. Het standpunt van PvdA-leider Bos ziet er evenmin fraai uit: tegen het besluit om aan te vallen, maar wel alle steun voor de aanvallers. Leg dat maar eens uit aan je mededemonstranten. Zet daar de krachtdadigheid van de zogenaamde 'echte leiders' tegenover. Zowel Bush als Blair toonde zich overtuigd van een missie, en vooral de laatste gaf daar met grote welsprekendheid blijk van. Ook de toespraak van de Franse president Chirac liet geen ruimte voor onduidelijkheid. Kwam het er nu niet juist op aan vooral 'principieel' te zijn? Je kunt inderdaad niet 'een beetje' voor de oorlog zijn. De wankelmoedigen van deze wereld zullen het moeilijk krijgen als het regime van Hoessein straks definitief is verslagen. Hoe sneller de overwinning, hoe meer hun zal worden ingewreven dat ze al die jaren 'te slap' zijn geweest.

Toch blijf ik me ongemakkelijk voelen bij de kampen van principiële voor- en tegenstanders. Alsof alleen zij een beroep kunnen doen op een moreel gelijk. Ik lijd in deze kwestie namelijk zelf aan wankelmoedigheid. Hoe lastig ik een keuze vond, merkte ik vlak voor de grote vredesdemonstratie in Amsterdam. Sommige van mijn vrienden gingen er vanzelfsprekend van uit dat ik mee zou gaan. Maar was ik onder alle omstandigheden tegen een oorlog? Dat standpunt ging me te ver. Dus zei ik lafjes dat ik het goed vond dat er gedemonstreerd werd, maar dat ik helaas al een tijd geleden had afgesproken op familiebezoek te gaan.

Laten we zeggen: dat was zo ongeveer het standpunt van het kabinet op het moment dat de oorlog begon. Toen vorige week werd besloten om Irak aan te vallen, was ik vooral bezorgd over de gevolgen. Maar tegelijk hoopte ik dat Saddam vernietigend verslagen zou worden. Moet je de oorlog nu nog stoppen? Meeslepend zijn dit soort overwegingen niet, wel menselijk. Ik vraag me af of het niet juist ook van onoprechtheid getuigt door net te doen alsof je helemaal niet twijfelt. Op geen enkel moment voel ik me verwant met alle grootse visies en geopolitieke schema's die worden bedacht.

Eerlijk gezegd vind ik het wel geruststellend dat er ook politici zijn die gekwalificeerd moeten worden als een beetje hypocriet, twijfelend en niet helemaal helder in hun bedoelingen. Een politicus in deze categorie was ongetwijfeld George Bush sr. In Amerika werd hij gehoond vanwege zijn gebrek aan meeslepende visies. 'The vision thing' noemde hij het. Hij bleef in alles een diplomaat, die langs verschillende wegen een lang niet altijd duidelijk doel probeerde te bereiken. Bush jr. is anders. Een paar weken geleden was het Amerikaanse blad Newsweek gewijd aan de sterke religieuze overtuigingen van de huidige president. 'Bush and God. How faith changes his life. And shapes his agenda.' Sommige critici van Bush denken dat hij zich uit politiek opportunisme profileert als een zogenaamde born again Christian. Volgens Newsweek is er alle reden om aan te nemen dat hij alles meent wat hij zegt. Er staan mooie anekdoten in over de bijbelkring waarbij hij zich twintig jaar geleden aansloot – de bijbel is waarschijnlijk het enige boek dat deze president heeft bestudeerd. Maar juist in zijn oprechte overtuigingen schuilt volgens het weekblad het gevaar. Newsweek waarschuwt voor het gevaar dat de Verenigde Staten met de bijbelse retoriek veel bondgenoten van zich vervreemden. Als voorbeeld noemt het blad de oproep van Bush na 11 september tot een 'kruistocht' tegen het terrorisme. Daarmee joeg hij elke moslim met een beetje historisch bewustzijn in de gordijnen. Bush heeft daarvan geleerd. Maar geldt dat ook voor zijn omgeving? Daarin zitten veel vertegenwoordigers van religieus rechts die zich nog veel radicaler uiten over de islam.

Maar nog veel gevaarlijker is de overtuiging van Bush en de huidige regering dat zij beter dan wie ook weten wat de wil van God is. Als enig overgebleven supermacht zijn zij de gerechtvaardigde uitvoerders ervan. In de discussie over de oorlog tegen Irak werden andere opvattingen, onder andere van het Vaticaan, als irrelevant terzijde geschoven. Het Amerika van Bush dreigt daarmee verblind te worden door de waan dat dit land is voorbestemd de wereld de weg te wijzen naar voorspoed en democratie. Het gaat dus inderdaad niet alleen maar om olie in Irak. Enige kritische reflectie over de eigen rol is uitgesloten. Het is volgens deze analyse niet zo vreemd dat Bush' grootste bondgenoot de 'linkse' Tony Blair is. Ook een christen immers. En even vervuld van de morele missie die hij heeft te vervullen, niet alleen in Irak, maar in nog veel meer delen van de wereld.

j. scott applewhite/ap

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 15-03-2003
Pagina: 022

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Margaritagate
door Michiel Zonneveld

Is er iets mis met me? Het lukte me de afgelopen weken maar niet om de opwinding te delen over de rel rond prinses Margarita en haar man. Voordat het weekblad HP/De Tijd een serie interviews met hen publiceerde, wist ik niet eens dat ze bestonden.

Wat mij betreft is het nieuws uit een andere wereld. Net zoiets als het songfestival: ik weet dat het bestaat, maar het is meer dan twintig jaar geleden dat ik ernaar keek. Of misschien is het wel beter om Margaritagate met het televisieprogramma Idols te vergelijken. Het is inmiddels zo'n spektakel dat geen mens zich er helemaal aan kan onttrekken.

Laat ik me overigens niet chiquer voordoen dan ik ben. Als ik de twee verstoten leden van het Koninklijk Huis had mogen interviewen, was ik spoorslags naar Frankrijk vertrokken en had ik ter voorbereiding onderweg alle relevante Story's en Privé's gelezen. Ik ben ook stinkend jaloers op de journalisten die de primeur binnenhaalden. En ook ik ben inmiddels gevallen voor de verleiding die van de roddel uitgaat.

Toch blijf ik de zaak onbelangrijk vinden, de aandacht ervoor is verloren tijd. Er is toch een oorlog aanstaande? De wereldeconomie dreigt toch in te storten? Vallen de kippen niet dood van hun stokken?

De meeste politici kampten de afgelopen weken met een vergelijkbare worsteling: wat moeten we hiermee, er zijn belangrijker zaken. Balkenende en Bos gingen tot vorige week op het oog onverstoorbaar verder met het formeren van een kabinet. Ze hadden geen enkele reden om risico's te nemen. Alles wat met de monarchie te maken heeft, ligt nu eenmaal gevoelig. Het betrof hier bovendien een familieruzie. Daarbij: prinses Margarita en de Roy van Zuydewijn zijn niet eens lid van het Koninklijk Huis, doordat Margarita's moeder Irene afstand heeft moeten doen van haar aanspraken op de troon. Niet mee bemoeien dus. Pas vorige week bleek het voor politici uiteindelijk onmogelijk zich boven de rel te plaatsen.

Het doet allemaal een beetje denken aan de onmacht bij de opkomst van Pim Fortuyn. Heel lang werd geprobeerd hem te negeren. Hij hoorde in een ander universum. Dat van show, Van den Ende, RTL, roddel en spektakel. Pas toen hij mee ging doen aan de verkiezingen en afstevende op een overwinning, moesten ze meedoen aan het spel – waarbij Fortuyn de regels dicteerde. Dat moest wel misgaan: zijn politieke concurrentie beheerste die regels niet.

Voor de monarchie geldt iets dergelijks: die bestaat in twee werelden, waarbinnen verschillende wetten en regels gelden. Enerzijds is er het koningshuis van de roddelbladen, van de huwelijken, de onderlinge ruzies, het persoonlijk lief en leed. Het Nederlandse koningshuis volgt hierin de voorbeelden van Monaco en Groot-Brittannië. Aan de andere kant is er het koningshuis als staatsrechtelijke factor. Daarbij gaat het om de rol van de monarchie in het landsbestuur en als symbool van nationale eenheid.

Het koningshuis van de roddelbladen wordt alleen maar sterker. Als staatsrechtelijke factor wordt het huis van Oranje stukje bij beetje minder relevant. Het is dus niet zo vreemd dat Jan Peter Balkenende onhandig en onzeker opereert: voor zover zijn bemoeienis strekt (het staatsrecht) is de relevantie er niet, en hij beheerst de regels niet van de wereld waarin het koningshuis nog wel van belang is.

Ook journalisten hebben daar last van. De media verwijten Balkenende parmantig dat hij de regie kwijt is, maar zelf weten ze zich ook geen raad met de roddelmonarchie. Bijna alle zich serieus noemende kranten, weekbladen en televisieprogramma's hebben moeten capituleren en rapporteren over het persoonlijk wel en wee van de Oranjes. Soms een beetje besmuikt, maar toch. In de meeste gevallen wordt net zoveel geput uit zogenaamde 'anonieme bronnen' als de journalistieke nazaten van Henk van der Meijden. De pers moet wel, want het koningshuis en serieuze journalistiek gaan slecht samen. Bij interviews met de Oranjes moeten vragen vooraf voorgelegd worden. Vervolgens mag de pers geen letter publiceren zonder toestemming van Beatrix en de Rijksvoorlichtingsdienst. Wie zich aan dergelijke regels onderwerpt, kan niet erg geloofwaardig kritiek uitoefenen op politici die vergelijkbare spagaten moeten maken.

Balkenende heeft natuurlijk fouten gemaakt. Maar hij moet opereren in twee werelden die niet altijd met elkaar te verenigen zijn. De ene wereld, die van Idols en Big Brother, eist een snelle en emotionele reactie. De officiële wereld vereist juist omzichtigheid, met oog voor procedures. Ergens in het schemergebied daartussen is het fout gedaan. Dom natuurlijk. Maar in dit soort gevallen is het premierschap, om nog eenmaal met wijlen Fortuyn te spreken, a hell of a job. De enige troost is dat de 'affaire' over enkele maanden wel weer voorbij zal zijn en de monarchie als vanzelf gered zal blijken. Het wordt gewoon wennen aan relletjes zoals deze.

robert vos/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 15-02-2003
Pagina: 021

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Wakker worden als Ed Nijpels
door Michiel Zonneveld

De laatste dagen loop ik rond met een licht gevoel van schaamte. Het is met mij al zo ver gekomen dat ik me zelfs in mijn slaap met politici identificeer. Het was een lange droom waarin ik Wouter Bos was. Een deel van de nacht voerde ik gesprekken met Jan Peter Balkenende. Daarna ging ik – in mijn droom – slapen en ontwaakte ik als Ed Nijpels. Voor de jongere lezer: dat is de VVD-leider die iets meer dan twintig jaar geleden net zo'n grandioze verkiezingsoverwinning behaalde als Wouter Bos nu. Het was een heel onaangenaam gevoel waarmee ik wakker werd.

Wat moest ik van die droom denken? Tijd om eens een ander vak te kiezen? Wellicht, maar ik wil ook wel vaststellen dat die droom bij nader inzien niet zo dwaas is. De vergelijking tussen Nijpels en Wouter Bos is ook door anderen al gemaakt. Allebei jong op het toppunt van hun roem. Tieneridolen. Van Nijpels werd destijds minstens evenveel verwacht als nu van Wouter Bos. Maar ja, met tieneridolen loopt het lang niet altijd goed af. Soms wel, zullen de vele fans van Wouter Bos zeggen. Ze zullen aanvoeren dat hun held veel wijzer is. Ed Nijpels zat vol bravoure en had er een handje van om oudere partijgenoten te schofferen. Hij was het toch die zijn partij een overwinning had bezorgd? Die houding moest hij bezuren. In 1986, toen de VVD een groot deel van de winst weer moest inleveren, leidde Frits Bolkestein een coup tegen hem. Bos is veel voorzichtiger en heeft te goede manieren om oudere partijgenoten bewust op de tenen te trappen.

Dat neemt niet weg dat Bos in veel opzichten in dezelfde positie zit als Nijpels. En ik zou niet weten hoe hij moet voorkomen dat hij de komende tijd in moeilijkheden komt. Misschien is de positie van Wouter Bos in één opzicht nog wat moeilijker. Want hoe kan hij de hooggespannen verwachtingen waarmaken? Afgelopen zondag werd bekend dat de werkloosheid in geen twintig jaar zo snel is opgelopen. Door de crisis ontkomt ook de PvdA niet aan een immens pakket bezuinigingen. De beloofde 'vernieuwing' zal daarom in grote mate een kwestie van de stijl van besturen moeten worden, hoor ik van de opgewonden Bos-supporters.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Voorlopig lijkt het net of Bos en Balkenende het toneelspel 'Formeren in de jaren vijftig' opvoeren. Zelfs de leden van hun eigen Tweede-Kamerfractie komen er nauwelijks aan te pas. Voorlopig moeten al die zogenaamde jonge 'vernieuwers' (Dijsselbloem, Samsom, Depla et cetera) apathisch toekijken terwijl en très petit comité wordt vastgelegd hoe het land wordt geregeerd. Ze mailen en sms'en veel met hun leider, naar het schijnt. Maar helaas komt er lang niet altijd een bericht terug. Ik kon niet anders, zal Bos zeggen. 'Als ik wil dat de onderhandelingen een succes worden, dan kan ik ze toch niet op straat voeren.' Helemaal ongelijk heeft hij dan niet. Teleurstellend is het wel.

Mocht de formatie slagen, dan zal het voor Wouter Bos lastig zijn om in eigen partij 'de boel een beetje bij elkaar te houden'. Dat is nu eenmaal een vervelende bijkomstigheid van een grote fractie, vol met leden van wie bij de kandidaatstelling nooit was gedacht dat ze in de Tweede Kamer zouden komen. Een lid van de PvdA-fractie zei al tegen me bang te zijn voor 'LPF-toestanden' in de fractie. Wat moet Wouter Bos doen? Nijpels koos ervoor om alles zelf in de hand te houden. Dat leidde tot irritatie en gekuip om bij hem in het gevlij te komen. Bos wil er juist niet bovenop zitten. Maar leidt dat niet tot grote ruzie tussen ouderen en jongeren, zelfbenoemde bossianen en hun tegenstanders, links en rechts?

De PvdA-leider staat meteen al voor een lastige opgave als hij straks ministers en staatssecretarissen moet voordragen. In de campagne heeft hij beloofd dat hij tamelijk radicaal afscheid zou nemen van de mensen die het de afgelopen jaren voor het zeggen hebben gehad in zijn partij. Maar waar vindt hij zoveel mensen voor een plaats in het kabinet? Het vervelende voor Bos is dat zijn contacten in de bestuurlijke wereld relatief beperkt zijn. Hij zit pas sinds 1998 in de politiek, daarvoor reisde hij jarenlang voor Shell de wereld rond. Moet hij varen op de adviezen van de mensen die al jarenlang in de macht zitten? Is het dan niet beter om onverwacht toch maar enkelen uit Paars te laten terugkeren? Welke risico's kan hij nemen bij het kiezen van zijn bewindslieden? Allemaal vragen die door zijn hoofd moeten spelen.

Toch is dat nog maar kinderspel vergeleken met wat hem de komende jaren te wachten staat. Want op wie kan Bos rekenen als hij ervoor kiest de strijd aan te gaan met het kabinet en het CDA? Niet op de fracties van de VVD en de LPF. Zoals ook Ed Nijpels tussen 1982 en 1986 niet kon rekenen op de PvdA. Nijpels hoopte indertijd dat de kiezer het wel zou waarderen dat hij steeds strijdend ten onder ging. Zo was het niet: de kiezers vonden dat hij niets voor elkaar kreeg.

De volgende keer wil ik dromen dat ik wakker word als Jan Peter Balkenende.

cor out/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 10-05-2003
Pagina: 033

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De opheffingsuitverkoop van D66
Door Michiel Zonneveld

Hoe komt het toch dat de grootste idealisten eindigen als de grootste cynici? Niet eens zo lang geleden had je tijdens een gesprek met een D66'er het gevoel dat je met een heilige van doen had. D66 was niet als alle andere partijen, werd je dan voorgehouden. De partij zat niet vast aan oude negentiende-eeuwse structuren en ideologieën. Een partijorganisatie was hun een gruwel. Grauwe carrièrepolitici moesten hun heil maar bij een andere partij zoeken. Begin jaren zeventig voelden de Democraten (zo noemde de partij zich, ter onderscheiding van de andere partijen die dat blijkbaar niet waren) zich een beweging en geen partij. De club zou worden opgeheven als de democratische idealen waren verwezenlijkt.

Al eerder bleek dat er een diepe kloof bestond tussen pretenties en praktijk. De beweging werd al snel een partij met functionarissen. De laatste jaren gingen de discussies in D66 steeds vaker over de vraag hoe de partij kon overleven, en steeds minder over de vernieuwing van de democratie. In deze formatie is een nieuwe, treurige fase in het bestaan van de partij ingetreden. Het is gek genoeg het gevoel van euforie bij een deel van de partij dat me de tranen in de ogen brengt. De democraten zijn namelijk alleen maar zo blij omdat ze, zoals ze het zelf uitdrukken, 'weer in beeld' zijn. De nieuwe D66-leider, spiegeltje spiegeltje aan de wand Boris Dittrich, zie je onder de lampen van de camera's groeien. Tijdens een partijbijeenkomst in het land riep een partijlid verheugd uit dat meedoen aan de formatie beter is dan welke reclamecampagne dan ook. De ene na de andere D66-grootheid geeft ruiterlijk toe dat hij opzag tegen de oppositie. Want hoe kon de partij zich nou onderscheiden in een oppositie met PvdA, GroenLinks en SP? Zou dat dan niet tot de conclusie moeten leiden dat D66 niet zo veel meer te betekenen heeft?

Naast de behoefte in beeld te zijn, voert Dittrich aan dat de partij nu de kans heeft om heel veel van haar programma binnen te halen. Zou het? Ik heb het programma er nog eens bij gehaald. Het eerste dat opvalt is dat D66 minder geld dan welke partij ook wil uitgeven om het financieringstekort te reduceren. Ongeveer 2,5 miljard wordt daarvoor uitgetrokken. Zonder aarzeling heeft de partij het nu over het zesvoudige van dat bedrag. Verder wilde D66 een enorm bedrag besteden aan het onderwijs vanwege het belang van de kenniseconomie, 2,7 miljard euro. Ook wilde de partij een keur aan milieubelastingen invoeren. Inmiddels is bekend dat er iets meer naar onderwijs gaat dan PvdA en CDA al hadden afgesproken (700 miljoen) en de VVD heeft bedongen dat er geen belastingverhogingen komen. Veel geld om in natuur en milieu te investeren, zoals D66 volgens het programma wil, zal er ook niet overschieten.

Je kunt natuurlijk zeggen dat ook de andere partijen de kiezer een rad voor ogen hebben gedraaid. Geen partij heeft in de campagne over bezuinigingen gesproken in de orde van 15 miljard euro. De economische vooruitzichten zijn wel iets verslechterd, maar het is duidelijk dat de grotere partijen hebben gedacht dat ze beter tot na de verkiezingen konden wachten met de echt vervelende mededelingen. Maar van D66 kan gezegd worden dat de partij zich schuldig maakt aan volksverlakkerij in de overtreffende trap.

Hoe zit het dan met de door D66 eeuwig gewenste staatkundige vernieuwing? Met enige verbazing las ik wat er in D66-kring over het referendum is gezegd. Er zou geen steun voor zijn. Hoezo niet? Bij de onderhandelingen tussen PvdA en CDA was hier al een akkoord over gesloten. Het zou bovendien niet belangrijk zijn, want de wet die onder Paars was ingediend was toch maar een zwak aftreksel van wat D66 echt wilde.

Hoe hebben we het nu? D66 stapte in 1999 nog uit het kabinet toen dit slappe aftreksel in de Eerste Kamer tijdens de Nacht van Wiegel sneuvelde. D66 is verder al verguld met een 'onderzoek' naar de gekozen premier. Bijna even schraal is de verandering van het kiesstelsel waarover nu afspraken zijn gemaakt. D66 wil al zijn hele bestaan een districtenstelsel zoals in Engeland. Een dergelijk stelsel leidt tot meerderheden en maakt het soort onderhandelingen waaraan D66 nu meedoet overbodig. De kern van de afspraak die vorige week is gemaakt is echter dat we het huidige proportionele stelsel houden. Daarmee blijft ook de versnippering gehandhaafd.

Moeten we dan blij zijn met de rechtstreeks gekozen burgemeester? Niet zo lang die alleen bevoegd is zich met veiligheid en openbare orde bezig te houden, lijkt me. In het gunstigste geval gaan die verkiezingen nergens over. In het slechtste geval worden het sheriffverkiezingen, met tegen elkaar opbiedende dorps-Giuliani's.

Maar D66 is wel weer in beeld. En wellicht krijgt de partij niet een, maar twee ministers. Er wordt al creatief nagedacht over een nieuw ministerie. Van bestuurlijke vernieuwing? Laten we vooral vergeten dat D66 in zijn programma voorstelt het aantal ministers drastisch in te dammen. D66 heeft immers knalkoopjes in de aanbieding. CDA en VVD hebben groot gelijk dat ze er snel bij willen zijn. Want het zou weleens de opheffingsuitverkoop kunnen zijn.

robin utrecht/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-03-2003
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Moslimdemocraten
door Michiel Zonneveld

Nu de Nederlandse afdeling van de Arabisch Europese Liga (AEL) is opgericht, is vooral de reactie van het CDA interessant. Zouden de christen-democraten het nog durven? Het jonge CDA-kamerlid Camiel Eurlings was december vorig jaar nog vol bravoure. Hij was voor een verbod omdat de AEL een 'vijand van de integratie' was en bovendien een 'militante opruiende organisatie die zich afzet tegen een maatschappij waarin we proberen samen te leven'. Ik denk dat het geen al te gewaagde voorspelling is dat we Eurlings niet meer over een verbod zullen horen.

Daar zijn een aantal redenen voor. De kamerverkiezingen zijn geweest, de campagne is voorbij en de jacht op de bange autochtone kiezer is gesloten. Daarnaast is de juridische basis voor een dergelijk verbod op zijn zachtst gezegd wankel. CDA-minister van Justitie Donner ziet er dan ook niets in. Bovendien: een harde aanpak werkt niet. De aanleiding voor de uitspraken van Eurlings waren de rellen die uitbraken nadat een jonge Marokkaanse onderwijzer door zijn psychisch verwarde, Vlaamse buurman was vermoord. Abou Jahjah werd gearresteerd omdat hij Marokkaanse jongeren in Antwerpen zou hebben opgestookt. Door zijn arrestatie heeft de AEL-leider een heldenstatus. Overigens niet alleen onder allochtone jongeren in Vlaanderen en België. Er is geen Nederlandse krant of actualiteitenrubriek waar hij niet het woord heeft mogen doen.

Het wordt fascinerend om te zien hoe het CDA nu met de AEL zal omgaan. De kern van het probleem zou weleens kunnen zijn dat de beide partijen juist veel op elkaar lijken. Er blijven natuurlijk wel een paar in het oog lopende verschillen. Christen-democraten zullen zich nooit keren tegen de 'zionistische entiteit van de staat Israël'. Evenmin ligt het in de verwachting dat het CDA, zoals de AEL in Antwerpen doet, milities de straat op stuurt om de politie te controleren. Maar verder? Een veelgehoord bezwaar is dat godsdienst en religie gescheiden moeten zijn. Dat is nu net een argument dat het Christen Democratisch Appel niet kan gebruiken. Abou Jahjah maakte afgelopen zondag in het tv-programma Buitenhof zelf al de vergelijking. Zij waren moslimdemocraten. Het CDA christen-democraten. Wat is het principiële verschil? vroeg hij uitdagend.

Christen-democraten die de moeite nemen het AEL-programma te lezen, zullen veel standpunten herkennen. De nieuwe partij is voor een verbod op de prostitutie. Laten het CDA en de kleine christelijke partijen in de Tweede Kamer zich nu net ook tegen de opheffing van het bordeelverbod keren. De moslimpartij wil een streng verbod op alle drugs, ook softdrugs. Ook dat is een standpunt waarvoor het CDA op dit moment een tamelijk eenzame strijd voert. Abou Jahjah flirt verder opzichtig met wat het CDA een 'modern gezinsbeleid' noemt. Met zijn opvattingen over de multiculturele samenleving staat hij in de praktijk ook dicht bij het traditionele christen-democratische gedachtegoed. Dat voorziet erin dat de verschillende levensbeschouwelijke groepen zich mogen ontwikkelen in een zuil. Het christen-democratische dilemma openbaart zich het scherpst in de discussie over het openbaar onderwijs. Daar kun je niet tegen zijn zonder het hele principe van het bijzonder onderwijs, volgens welke de staat de christelijke scholen bekostigt, ter discussie te stellen.

Ik denk dat de AEL niet het echte probleem van het CDA is. De nieuwe partij confronteert het CDA met een keuze die veel fundamenteler is. Aan de ene kant is het moeilijk om geen gehoor te geven aan de angst voor de islam die onder de kiezers, dus ook onder de CDA-aanhang, is gegroeid. Aan de andere kant delen veel islamieten de opvattingen van de partij. Het gaat het CDA nu electoraal voor de wind omdat veel kiezers de partij van Balkenende in deze verwarrende tijden even als vluchtstrook gebruiken. Maar een paar jaar geleden al begon men in het CDA al te beseffen dat het voor de wat langere termijn verstandig is de moslims in Nederland niet links te laten liggen. Waarom ook niet? Het CDA verwoordt in een aantal opzichten zelfs sterker de opvattingen die bij veel gelovige Turken en Marokkanen leven dan de AEL. De nieuwe partij laat zich bijvoorbeeld niet of nauwelijks uit over ethische kwesties als abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Heel wat islamieten in Nederland zullen zich ook volledig herkennen in de pleidooien voor hogere straffen. Veel Marokkaanse ouders hebben bijvoorbeeld geen enkel begrip voor de in hun ogen softe aanpak van politie en justitie. De AEL gaat veel omzichtiger met dit onderwerp om, meer in lijn met de Nederlandse traditie.

De meeste Turken en Marokkanen stemmen nu nog op de linkse partijen. Hun positie is in een aantal opzichten te vergelijken met die van de katholieken in de negentiende eeuw. Ook hun eerste zorg was de strijd voor gelijke rechten in het in naam protestantse Nederland. Aanvankelijk waren veel katholieken daarom de bondgenoten van de progressief-liberalen. Maar toen die strijd voor gelijke rechten eenmaal was gestreden, vormden de katholieken een blok met de gereformeerden en hervormden.

evelyne jacq/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-02-2003
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

In de val van het populisme
door Michiel Zonneveld

Een week voor de verkiezingen kwam ik net iets te laat binnen bij een bijeenkomst van de Pim Fortuyn Foundation. Het bestuur van de stichting had in de prof.dr. Oud-zaal van het Rotterdamse stadhuis een aantal jonge kandidaat-kamerleden uitgenodigd en ik moet u bekennen: ik kende ze niet allemaal. Samen met een andere laatkomer kon ik daarom het spelletje spelen: wie van hen is van de LPF?

Het was een uitgelezen gelegenheid voor dit spel, want het was de bedoeling dat de forumleden zouden reageren op stellingen die gedestilleerd waren uit het 'gedachtegoed van Pim'. Op het moment dat we binnenkwamen, was 'de zaal' aan het woord. Helemaal links vooraan stak een man een geagiteerd betoog af. 'Als iemand bij mij inbreekt dan kunnen ze de dader opvegen,' sprak hij strijdbaar. 'En dan wil ik niet dat ik daarvoor door de politie word gearresteerd.' Een groot deel van het publiek applaudisseerde. Sommigen knikten bloeddorstig. Hij ging verder met zijn tirade. Zo vond hij het maar een schande dat er voor de rechter zoiets bestond als 'onrechtmatig bewijs', op grond waarvan verdachten kunnen worden vrijgesproken.

Het forum van kamerleden mocht reageren. Een flink kalende jongeman begon met: 'Ik ben blij met dit verfrissende geluid uit de samenleving.' Mijn buurman dacht al dat hij gewonnen had. 'Ja, dat is een LPF'er.' Maar nee, hoor. Het was CDA'er Theo Rietkerk, de enige van hele stel die ook voor de verkiezingen al in de Tweede Kamer zat. Gaande zijn betoog was zowaar nog een heel klein beetje nuancering te horen.

Maar wie was het dan wel? Als snel vielen de kandidaten van PvdA en SP af, die tamelijk dapper het publiek weerstonden. We kregen pas duidelijkheid, dachten we, toen een mevrouw Ineke Dezentjé Hamming-Bleumink aan het woord kwam. Als snel bleek haar mans achternaam heur meest chique karaktertrek.

God, wat deed ze haar best het publiek naar de mond te praten. Het was toch een schande, beweerde ze, dat er sloten geld ging naar het onderzoek naar de oorzaken van criminaliteit. 'Naar dingen als de maat van de schoenen van criminelen,' smaalde ze. Nee, we waren veel te lief voor de criminelen. 'Dat moet de LPF'er zijn,' knikten de buurman en ik eensgezind. Mis. Ze bleek nummer 31 op de VVD-lijst te hebben gestaan. Wie had kunnen bedenken dat die man in het midden, die zei dat er ook nog zoiets was als een rechtsstaat, de echte LPF'er was?

Nu wil ik best toegeven dat er VVD'ers zijn die veel genuanceerder denken en spreken dan mevrouw Dezentjé Hamming-Bleumink. Toch denk ik dat haar optreden exemplarisch is voor het grootste deel van de VVD. Het is onthutsend om te zien hoe snel de partij na de verkiezingen van 15 mei de bakens heeft verzet, om de kiezers 'rechts van het midden' terug te winnen. Al voor de verkiezingen was er achter de rug van de te links geachte Hans Dijkstal druk overleg over een snelle vervanging van de top. Mensen als oud-leider Bolkestein en minister van Financiën Hans Hoogervorst gokten op Zalm. In razend tempo is de VVD ontpaarst. Regeren met de PvdA geldt nu als volstrekt ondenkbaar. Gerrit Zalm, die Pim Fortuyn vorig jaar nog in een interview in het televisieprogramma Buitenhof als een 'gevaarlijke man' bestempelde, riep een groot aantal van diens standpunten uit tot 'VVD-speerpunt'.

De liberalen zijn er niet voor beloond. De VVD won slechts enkele zetels terug na het rampzalige verlies bij de vorige verkiezingen. Met als gevolg dat mevrouw Dezentjé Hamming-Bleumink geen kamerlid is geworden.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, denkt de VVD nu. Als Balkenende echt met Bos gaat regeren, denkt de partij zonder al te veel inspanningen kiezers te winnen. Wellicht worden de liberalen dan eindelijk de grootste partij, wordt alweer gemijmerd.

Zou het? Als de VVD werkelijk de ambitie heeft de belangrijkste partij van het land te worden, is iets meer introspectie verstandig. De VVD dacht november vorig jaar ook al 'slapend rijk' te kunnen worden. Het ging lekker in de peilingen, het CDA was in verwarring en de PvdA had met Melkert een niet al te populaire lijsttrekker. Nu denken de liberalen dat ze het niet hebben gehaald doordat ze 'te links' waren geworden.

Maar misschien ligt het er meer aan dat de VVD te lui en te zelfgenoegzaam is. Sinds Bolkestein uit de politiek vertrok, is er geen onderwerp geweest waarop de VVD in het politieke debat iets nieuws te berde heeft gebracht. De partij heeft alleen nog maar gereageerd. Ze zou zich moeten afvragen of dat voldoende is.

De liberalen moeten ook eens wat verder denken over de vraag of ze echt op deze manier 'rechtse' kiezers willen paaien. De partij wilde bij de laatste verkiezingen vooral concurreren met de LPF. Maar hoe ver kan de VVD daarin gaan? Een deel van de aanhang en een groot deel van het kader voelt zich niet rechts, maar liberaal. De partij dreigt dus verscheurd te raken tussen liberalisme en populisme.

Het was Zalm de afgelopen campagne aan te zien. Hij mocht dan voortdurend roepen dat Nederland vol was en de straffen hoger moesten, maar je zag aan hem dat hij het niet meende.

martijn beekman/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 08-02-2003
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

In de val van het populisme
door Michiel Zonneveld

Een week voor de verkiezingen kwam ik net iets te laat binnen bij een bijeenkomst van de Pim Fortuyn Foundation. Het bestuur van de stichting had in de prof.dr. Oud-zaal van het Rotterdamse stadhuis een aantal jonge kandidaat-kamerleden uitgenodigd en ik moet u bekennen: ik kende ze niet allemaal. Samen met een andere laatkomer kon ik daarom het spelletje spelen: wie van hen is van de LPF?

Het was een uitgelezen gelegenheid voor dit spel, want het was de bedoeling dat de forumleden zouden reageren op stellingen die gedestilleerd waren uit het 'gedachtegoed van Pim'. Op het moment dat we binnenkwamen, was 'de zaal' aan het woord. Helemaal links vooraan stak een man een geagiteerd betoog af. 'Als iemand bij mij inbreekt dan kunnen ze de dader opvegen,' sprak hij strijdbaar. 'En dan wil ik niet dat ik daarvoor door de politie word gearresteerd.' Een groot deel van het publiek applaudisseerde. Sommigen knikten bloeddorstig. Hij ging verder met zijn tirade. Zo vond hij het maar een schande dat er voor de rechter zoiets bestond als 'onrechtmatig bewijs', op grond waarvan verdachten kunnen worden vrijgesproken.

Het forum van kamerleden mocht reageren. Een flink kalende jongeman begon met: 'Ik ben blij met dit verfrissende geluid uit de samenleving.' Mijn buurman dacht al dat hij gewonnen had. 'Ja, dat is een LPF'er.' Maar nee, hoor. Het was CDA'er Theo Rietkerk, de enige van hele stel die ook voor de verkiezingen al in de Tweede Kamer zat. Gaande zijn betoog was zowaar nog een heel klein beetje nuancering te horen.

Maar wie was het dan wel? Als snel vielen de kandidaten van PvdA en SP af, die tamelijk dapper het publiek weerstonden. We kregen pas duidelijkheid, dachten we, toen een mevrouw Ineke Dezentjé Hamming-Bleumink aan het woord kwam. Als snel bleek haar mans achternaam heur meest chique karaktertrek.

God, wat deed ze haar best het publiek naar de mond te praten. Het was toch een schande, beweerde ze, dat er sloten geld ging naar het onderzoek naar de oorzaken van criminaliteit. 'Naar dingen als de maat van de schoenen van criminelen,' smaalde ze. Nee, we waren veel te lief voor de criminelen. 'Dat moet de LPF'er zijn,' knikten de buurman en ik eensgezind. Mis. Ze bleek nummer 31 op de VVD-lijst te hebben gestaan. Wie had kunnen bedenken dat die man in het midden, die zei dat er ook nog zoiets was als een rechtsstaat, de echte LPF'er was?

Nu wil ik best toegeven dat er VVD'ers zijn die veel genuanceerder denken en spreken dan mevrouw Dezentjé Hamming-Bleumink. Toch denk ik dat haar optreden exemplarisch is voor het grootste deel van de VVD. Het is onthutsend om te zien hoe snel de partij na de verkiezingen van 15 mei de bakens heeft verzet, om de kiezers 'rechts van het midden' terug te winnen. Al voor de verkiezingen was er achter de rug van de te links geachte Hans Dijkstal druk overleg over een snelle vervanging van de top. Mensen als oud-leider Bolkestein en minister van Financiën Hans Hoogervorst gokten op Zalm. In razend tempo is de VVD ontpaarst. Regeren met de PvdA geldt nu als volstrekt ondenkbaar. Gerrit Zalm, die Pim Fortuyn vorig jaar nog in een interview in het televisieprogramma Buitenhof als een 'gevaarlijke man' bestempelde, riep een groot aantal van diens standpunten uit tot 'VVD-speerpunt'.

De liberalen zijn er niet voor beloond. De VVD won slechts enkele zetels terug na het rampzalige verlies bij de vorige verkiezingen. Met als gevolg dat mevrouw Dezentjé Hamming-Bleumink geen kamerlid is geworden.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, denkt de VVD nu. Als Balkenende echt met Bos gaat regeren, denkt de partij zonder al te veel inspanningen kiezers te winnen. Wellicht worden de liberalen dan eindelijk de grootste partij, wordt alweer gemijmerd.

Zou het? Als de VVD werkelijk de ambitie heeft de belangrijkste partij van het land te worden, is iets meer introspectie verstandig. De VVD dacht november vorig jaar ook al 'slapend rijk' te kunnen worden. Het ging lekker in de peilingen, het CDA was in verwarring en de PvdA had met Melkert een niet al te populaire lijsttrekker. Nu denken de liberalen dat ze het niet hebben gehaald doordat ze 'te links' waren geworden.

Maar misschien ligt het er meer aan dat de VVD te lui en te zelfgenoegzaam is. Sinds Bolkestein uit de politiek vertrok, is er geen onderwerp geweest waarop de VVD in het politieke debat iets nieuws te berde heeft gebracht. De partij heeft alleen nog maar gereageerd. Ze zou zich moeten afvragen of dat voldoende is.

De liberalen moeten ook eens wat verder denken over de vraag of ze echt op deze manier 'rechtse' kiezers willen paaien. De partij wilde bij de laatste verkiezingen vooral concurreren met de LPF. Maar hoe ver kan de VVD daarin gaan? Een deel van de aanhang en een groot deel van het kader voelt zich niet rechts, maar liberaal. De partij dreigt dus verscheurd te raken tussen liberalisme en populisme.

Het was Zalm de afgelopen campagne aan te zien. Hij mocht dan voortdurend roepen dat Nederland vol was en de straffen hoger moesten, maar je zag aan hem dat hij het niet meende.

martijn beekman/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 17-05-2003
Pagina: 022-L

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De populistische dreiging
Door Michiel Zonneveld

Anderhalf jaar geleden zou ik juichend over het boek Niet spreken met de bestuurder van Gerard van Westerloo hebben geschreven. Daar is eigenlijk nog steeds alle reden toe. Prachtige zinnen schreef Van Westerloo de afgelopen zestien jaar, en ze zijn allemaal in het boek terug te vinden. Meedogenloos beschrijft hij het gedrag van politici, of ze nu in de Arnhemse gemeenteraad zitten of in de Tweede-Kamerfractie van de PvdA. De reportages kunnen stuk voor stuk als profetieën gelezen worden. Van de ondergang van Ad Melkert tot de revolte van het fortuynisme.

Als het nu najaar 2001 was geweest, had ik ook van harte ingestemd met de toespraak die Van Westerloo enkele weken geleden bij de presentatie van zijn boek hield. Het was één lange aanklacht tegen politici die niet minder dan een 'aanslag' op de vertegenwoordigende democratie hebben gepleegd. Vlijmscherp stelde hij bij die gelegenheid de verwevenheid van de ambtenarij en de volksvertegenwoordiging aan de kaak. 'In de Nederlandse politiek,' zo zei Van Westerloo de Groningse hoogleraar Ankersmit na, 'is de democratie als zodanig niet meer te herkennen.' Tot slot citeerde hij de schrijver Nescio: 'Straf de verantwoordelijke autoriteiten. Als het kan een beetje hardhandig.'

Ik moet verder bekennen dat ik in het boek veel van mijn eigen kritiek van de afgelopen jaren herken. Hoewel ik die helaas nooit zo mooi heb weten te verwoorden. Ook ik heb geschreven dat politieke partijen zijn verworden tot 'banenmachines'. Hoe vaak heb ik de regeringspartijen niet verweten dat echte politieke debatten uitsluitend nog in de achterkamers van het Binnenhof plaatsvonden. Dat ze hun controlerende taken onvoldoende serieus hebben genomen.

Toch voel ik me ongemakkelijk bij de aanklachten van Van Westerloo. Dat ligt niet aan het boek, maar aan het afgelopen jaar. De opkomst van Pim Fortuyn is voor zeer velen aanleiding geweest om de politiek en de democratie in de meest krachtige woorden te veroordelen. De kritiek komt niet alleen van het volk, journalisten en kritische buitenstaanders. Het lijkt wel of ook vrijwel alle politici zich hebben overgegeven aan ongebreidelde zelfhaat.

Vorige week zag ik Diederik Samsom in het televisieprogramma Rondom 10 (NCRV). Drie maanden zit hij voor de PvdA in de Tweede Kamer, maar hij had het al helemaal gehad, zo leek het. Hij bleef maar klagen over de bureaucratische besluitvorming en de grote pakken papier die hij elke dag moest doorwerken. Ik moet zeggen dat ik kamerleden die zodra ze in beeld zijn spontaan de woorden 'Haagse kaasstolp' in de mond nemen, stomvervelend begin te vinden. Net als VVD-leider Gerrit Zalm, die zich vorige week beklaagde over al dat vergaderen op ministeries. Alsof het niet zijn partij is die de afgelopen vijfentwintig jaar het vaakst van allemaal in de regering zat.

Is de Nederlandse democratie het verdedigen niet waard? Het lijkt er soms op. Het dédain waarmee politici over hun eigen vak praten is een van de reacties op de opkomst van het fortuynisme. Ze zijn zangers geworden die met hun publiek meezingen. Ik geloof dat ze daarmee op den duur alleen nog maar meer minachting zullen oogsten. Burgers zullen er bovendien nog sneller van overtuigd raken dat het er niet toe doet of en waarop ze stemmen.

Ronduit schokkend is het dat de huidige minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes, ik ken hem nog uit de tijd dat hij paarser dan paars was, zich weinig aantrekt van de grondbeginselen van de rechtsstaat. Het belangrijkste punt dat hij negeert, is dat een minister nooit mag zeggen dat hij een overvaller of geweldpleger een 'doodschop' zou verkopen. Dat is namelijk tegen de wet die hij zelf moet handhaven.

Het tweede punt is dat een minister zich in een westerse democratie niet bemoeit met uitspraken van de rechter. Zeker niet in een gevoelige zaak als de zaak-Volkert van der G. Een strikte scheiding tussen politiek en rechterlijke macht is wat een democratische staat onderscheidt van een totalitaire. Ik kan me wel voorstellen dat politici het afgelopen jaar van de kook zijn geraakt. De opwinding voor de dood van Fortuyn en de dreigende sfeer erna, het was in Nederland nogal ongebruikelijk. Maar juist dan komt het eropaan moed te tonen en niet mee te gaan in de waan van de dag.

Maar wat is dan moed?

Traditioneel waren heldhaftige politici juist degenen die het opnamen tegen alles wat te maken had met de bestaande orde. Tot kort geleden had links daar het monopolie op. 'De staat verdrukt, de wet is logen,' zo luidt een strofe in de Internationale. En de kraakbeweging bediende zich van de leuze: hun rechtsorde is de onze niet. Links was in veel opzichten een tegenbeweging. Het is daarom ook niet zo vreemd dat juist linkse mensen zich zo ongemakkelijk voelden bij de opkomst van het fortuynisme.

Het lijkt me geen uitweg de linkse kritiek nog een octaaf hoger te laten klinken. Wat gebeurt er dan als straks een populist opstaat die weer 'de politiek' de schuld geeft van alle onheil? Met welk argument kun je dan nog de democratische instituties en normen overeind houden? We hadden toch zelf al vastgesteld dat de democratie de nek is omgedraaid? De linkse helden van de toekomst zijn dan ook degenen die het bestaande durven te verdedigen.

peter hilz

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 26-04-2003
Pagina: 024

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

De macht van de technocraten
Door Michiel Zonneveld

Als ik eens een taboe mag doorbreken: wel beschouwd is de aanslag op Pim Fortuyn een enorm succes gebleken. Nog geen jaar geleden had iedereen het over de 'erfenis van Fortuyn' en de 'nieuwe politiek'. Met een paar schoten op een parkeerplaats werd het allemaal uitgewist. Niemand durft het toe te geven, maar ik weet zeker dat veel mensen opgelucht waren na die zesde mei. De rechtsstaat, de Nederlandse traditie van tolerantie, de democratie zelve leken gered.

Even was er angst voor een nieuwe revolutie. Maar er ontstond alleen wat chaos op het Binnenhof. Al een halfjaar later volgde een verkiezing waarbij de gehate PvdA een indrukwekkende comeback maakte. En wat volgde had helemaal niets meer te maken met 'nieuwe politiek'. De laatste maanden leek het erop dat het Haags Kindertheater besloten had de formaties van de afgelopen jaren na te spelen. De thema's die vorig jaar nog het allerbelangrijkst schenen, immigratie, asielbeleid, de criminaliteit en de wachtlijsten in de zorg, verdwenen uit het zicht. In de politiek gaat het nu weer als vanouds over bezuinigingen. Het is niet voor niets dat Gerrit Zalm uit zijn as is herrezen.

Helaas is er geen reden tot tevredenheid. De opvolger van Fortuyn kan bij wijze van spreken al morgen opstaan. Iemand die wellicht echt gevaarlijk is. Het was vorig jaar onthutsend om te zien hoe weerloos de zogenaamde vertegenwoordigers van de 'gevestigde' politiek waren. De vanzelfsprekendheid van hun macht bleek een illusie. De partijen werden weggespeeld door een tegenstander die alle regels van het politieke spel overtrad. En de leiders van nu zijn zeker niet beter dan hun voorgangers. Tot kort geleden kon er van alles worden aangemerkt op het gebrek aan visie, verbeelding en presentatie van politici, maar er werd heel behoorlijk bestuurd. De generatie-Balkenende kan zelfs dat niet.

Het moet dan ook mogelijk zijn om opnieuw een anti-politiek sentiment te creëren. Voor de opvolger van Pim Fortuyn ligt de munitie opgestapeld. De ergernis over die inertie van de politiek, terwijl de werkloosheid dramatisch stijgt, groeit met de dag. De angst voor de criminaliteit blijft aanwezig. In de politiek is men zich nauwelijks bewust van de spanningen die de uitbreiding van de Europese Unie met zich meebrengt. Ik kan me verder goed voorstellen dat veel kiezers zich bestolen voelen; de geheide winnaar van vorig jaar werd vermoord. De grote winnaar van dit jaar via een ragfijn formatiespel opzij gezet. Het lijkt erop dat de VVD van Zalm, tot twee keer toe door de kiezer vernederd, in feite het heft in handen krijgt.

Het kan natuurlijk ook anders lopen. Wellicht is de burger de politieke opwinding definitief beu. Maar is dat dan een reden tot tevredenheid? De opzienbare opmars van Fortuyn was het gevolg van problemen die al veel langer bestonden. Arie van der Zwan merkt in zijn recent verschenen boek De uitdaging van het populisme terecht op dat het paarse kabinet onder andere zo weerloos bleek omdat het verzuimde een eigen visie te ontwikkelen.

Dat had niet alleen te maken met de bijzondere samenstelling van de coalitie (met VVD en PvdA). Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau had de politiek last van technocratisering. Een netwerk van topambtenaren, politici en goed ingevoerde lobbyisten nam alle besluiten. De partijen werden daardoor steeds meer inwisselbaar, en het beleid resistent voor de uitslag van verkiezingen. Politici vonden het niet langer hun taak hun kiezers te overtuigen; boze kiezers hadden het gewoon niet begrepen. Eerst zochten velen van hen hun toevlucht bij een lokale protestpartij. Daarna bij Pim Fortuyn.

In deze formatie werd duidelijk dat de technocraten nog steeds de macht hebben. Ging het in de verkiezingscampagnes over Fortuyn-thema's als het onderwijs, de zorg, de criminaliteit, integratie en de immigratie, met de werkloosheid als nieuw onderwerp; daarna sprak Den Haag louter nog over bezuinigingen.

Dat partijen rekening houden met slechtere economische omstandigheden, begrijp ik. Maar de bedragen die ze wilden bezuinigen stonden in geen enkele verhouding tot waarover ze het in de campagne hadden. Het CDA zei de kiezer dat het 7,5 miljard minder wilde gaan uitgeven. Maar na 22 januari eiste het van de PvdA dat die akkoord ging met een bezuiniging van bijna 15 miljard. De PvdA deed mee met dit staaltje verkiezingsbedrog. De sociaal-democraten waren 'bijna' akkoord, terwijl ze voor de verkiezingen nog miljarden minder dan de christen-democraten wilden 'ombuigen'.

Geen kiezer, zelfs niet de partijleden van CDA en PvdA, had iets in te brengen bij deze gigantische ommezwaai. Het waren ook niet de politici die met het idee kwamen dat er zo veel gesneden moest worden, maar een college van topambtenaren. Ondanks de bezwaren van vrijwel alle Nederlandse economen toonden de politici zich willige uitvoerders. De ambtenaren van het Centraal Planbureau (CPB) mochten vervolgens doorrekenen of de door de onderhandelaars afgesproken bezuinigingen wel hard genoeg waren. Toen dat niet het geval bleek, kwam het CDA met een nieuw voorstel – geschreven door ambtenaren op het ministerie van Economische Zaken.

Wat is nu de grootste bedreiging voor de democratie gebleken? De populisten? Ik denk de technocraten. En er is geen Volkert van der G. die daar wat aan kan veranderen.

evert bruinekool/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 05-04-2003
Pagina: 040

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Navelstarend Nederland
Door Michiel Zonneveld

Nee, de lange tijd die voor deze formatie genomen wordt is niet het meest verontrustende. Evenmin de meningsverschillen tussen de PvdA en het CDA. Wat wel zorgen baart is dat de onderhandelingen nog helemaal niets van betekenis hebben opgeleverd. Natuurlijk is er wel 'voortgang' geboekt. De twee partijen zijn het er na moeizaam onderhandelen over eens dat ze geen gezamenlijk standpunt hebben over de oorlog in Irak. Verder zoeken ze, met enig succes, naar bezuinigingsposten voor de komende jaren. En is er heel veel 'geïnvesteerd' in de onderlinge sfeer.

Fijn hoor, jongens, maar staat de wereld niet een beetje in brand? Wat doet bijvoorbeeld CDA-kamerlid Camiel Eurlings op het moment dat honderdduizenden mensen in Irak vluchten, er een hongers- en watersnood dreigt, de oorlog van beide kanten smerig wordt en voor het Westen een fiasco dreigt? Hij houdt nauwlettend in de gaten wat Wouter Bos precies over het conflict zegt. Een van de onderhandelaars hoeft maar iets verkeerds te berde te brengen, of het moet in een urenlang durend overleg met de informateurs allemaal worden uitgepraat.

Is het een gebrek aan visie en leiderschap? Je zou zo langzamerhand wensen dat er bij de onderhandelaars het juiste gevoel van urgentie ontstaat. Niemand zal ontkennen dat Nederland in de oorlog die de Verenigde Staten en Engeland tegen Irak voeren slechts een kleine bijrol speelt. Maar het huidige conflict moet wel de aanleiding zijn voor Nederland om na te denken over zijn visie op de internationale verhoudingen. Het gezag van de Verenigde Naties ligt in duigen. Van een gezamenlijke Europese politiek is niets gebleken. In de kwestie-Irak zwalkt Nederland rond in het grensgebied tussen het 'Atlantische' en het 'continentale' Westen. Premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken reageren ondertussen als opgetogen schooljongetjes als Bush of Powell de moeite neemt ze voor de aanval op Irak op te bellen. Zij klampen zich vast aan een concept waarin solidariteit met de Verenigde Staten voorop staat. De vraag die dan eerst beantwoord moet worden is of de huidige politiek van de regering-Bush wel in het belang van Amerika en de rest van het Westen is.

Het is voor Nederland zowel op de korte als op de lange termijn van groter belang dat het dreigt te worden meegezogen in het conflict. De vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië (het grootste moslimland ter wereld) bereiden zich nu al voor op een eventuele snelle evacuatie. De kans dat de islamitische wereld veel oog heeft voor de nuances in het Nederlandse standpunt lijkt me gering. Nederland geldt als een van de trouwste bondgenoten van zowel de Verenigde Staten als Israël.

De deelname van ons leger aan de vredesmissie in Afghanistan is er een stuk riskanter op geworden. Wat gebeurt er als het daar misgaat en het Isaf niet als een vredes- maar als een bezettingsmacht wordt gezien? Eenzelfde soort vraag doet zich voor als er straks wellicht VN-militairen naar Irak worden gezonden om daar toe te zien op de opbouw van het land.

Van een heel andere orde, maar niet minder dringend voor de Nederlandse regering, is de ontwikkeling van de internationale conjunctuur. Ook daar heeft een toekomstig kabinet maar weinig invloed op. Maar dat betekent niet dat er net gedaan kan worden alsof er hooguit sprake is van een tijdelijk dipje in de groei. De rijke landen kijken onmachtig toe hoe de economie wegglijdt. Steeds meer economen waarschuwen voor het instorten van de financiële markten. Het is daarom van het grootste belang dat erover wordt nagedacht hoe het vertrouwen hersteld kan worden.

Hoe klein Nederland ook is: het kan voorstellen doen tot meer coördinatie tussen de grote economieën van de wereld. De Nederlandse politiek lijkt zich vooralsnog vooral vast te klampen aan achterhaalde doelstellingen. De onderhandelaars kennen elkaars verkiezingsprogramma's inmiddels precies. Ook de adviezen van hun topambtenaren zullen ze nu wel paraat hebben. Alleen het zicht op de rest van de wereld is een beetje zoek.

Er moet nu bezuinigd worden om te voldoen aan het stabiliteitspact dat met de andere Eurolanden is gesloten. De afspraken zijn kennelijk zo belangrijk dat de onderhandelaars het risico nemen dat de economische groei door de lagere overheidsuitgaven nog minder wordt. En dat terwijl met de dag duidelijker wordt dat de belangrijkste landen (Duitsland en Frankrijk) zich weinig aan de afspraken gelegen laten liggen. Onverstoorbaar houdt men zich bezig met het afwerken van de agenda van gisteren.

Op een moment dat de werkloosheid explosief stijgt is het op de korte termijn zaak de groei van aanbod op de arbeidsmarkt te beperken. Maar het komende kabinet wil juist alles op alles zetten om de ouderen zo lang mogelijk te laten werken en gedeeltelijk arbeidsongeschikten tot een kansloze zoektocht naar een baan te dwingen. Net als in de jaren vijftig, zestig, tachtig en negentig wordt alle heil gezocht in een oproep tot 'loonmatiging' om de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven te herstellen. Terwijl het gebrek aan innovatie een blinde vlek blijft.

Zou het geen tijd worden om het echte gesprek over het toekomstige regeringsbeleid te beginnen?

anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 22-03-2003
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Formeren in oorlogstijd
Door Michiel Zonneveld

Plotseling wordt het toch nog spannend bij de formatie van het nieuwe kabinet. Met de uitspraak van George Bush dat het Uur van de Waarheid is aangebroken, wordt niet alleen Saddam Hoessein, maar ook de onderhandelaars van CDA en PvdA het mes op de keel gezet. Tot nu toe is in alle gesprekken om de kern van de zaak heengedraaid: wat moet Nederland doen als de Verenigde Staten en Engeland eenzijdig besluiten tot een aanval. Moet Nederland zich daar dan van distantiëren? Dat betekent wel een tournure in het buitenlands beleid en het standpunt van het CDA. Moet Nederland de alliantie van Amerika en Engeland in dat geval toch maar steunen? Dat zou voor de PvdA, nog voordat de partij tot het kabinet is toegetreden, een haast onherstelbaar gezichtsverlies betekenen. De sociaal-democraten vinden dat een aanval alleen geoorloofd zou kunnen zijn met een mandaat van de VN. Een standpunt overigens dat een grote meerderheid van de bevolking deelt. Je hoeft geen helderziende te zijn om een beeld te krijgen van het spektakel dat volgt als de partij nu toch door de knieën gaat. Een woedende achterban. Cameraploegen die de PvdA-kamerleden gaan volgen die enkele weken geleden in Amsterdam nog tegen de oorlog demonstreerden (onder anderen Adelmund, Arib, Bussemaker en Van Heteren).

Pas deze week zal daarom duidelijk worden wat Balkenende en Bos echt waard zijn. Als ze de formatie tot een succes willen maken, zullen ze uiterst secuur moeten manoeuvreren. Een heldhaftig standpunt zit er niet in. Het komt eropaan handig te zijn. Het is in dit opzicht veelzeggend dat CDA-minister Jaap de Hoop Scheffer afgelopen maandag in een interview in de Volkskrant in het midden liet of hij de aanval zou steunen. Tot nu toe toonde hij zich immers in het debat een superatlanticus. Balkenende handelde een paar weken geleden net zo pragmatisch toen hij weigerde een verklaring te ondertekenen waarin werd opgeroepen tot een snelle actie tegen Irak. Als het CDA de formatie met de PvdA tot een goed einde wil brengen, kan de partij zich niet al te loyaal opstellen ten opzichte van de Verenigde Staten. Het wordt vervolgens een heidens karwei de hartelijke relatie met de Atlantische bondgenoot te behoeden voor averij. Een voordeel voor Balkenende is dat Nederland niet actief hoeft deel te nemen aan een oorlog omdat de krijgsmacht het voorlopig druk heeft met haar taken in Afghanistan. Dat geeft ruimte om de handen relatief schoon te houden.

Bijna evenveel evenwichtskunst heeft Wouter Bos nodig. Hij zal, als een geslaagde formatie hem dat waard is, moeten waken voor een verdere radicalisering in zijn partij. Enige tijd geleden betoogde het PvdA-kamerlid Albayrak dat Nederland Amerika ook niet zou moeten toestaan militair materieel via ons land te vervoeren. Het 'nee' van de PvdA tegen het leveren van Patriot-raketten aan Turkije ligt bovendien nog vers in het geheugen. Het waren heel consequente standpunten. Want als je principieel tegen een oorlog bent, moet je de aanvallers op geen enkele manier steunen. Maar het CDA zal nooit akkoord gaan met een dergelijke opstelling.

De belangrijkste opdracht is voorlopig om tijdwinst te boeken zonder dat de formatie spaak loopt. Het is namelijk heel goed mogelijk dat het probleem zich voor een groot deel vanzelf oplost. De meeste militaire deskundigen voorspellen een snelle militaire overwinning. Bij de vorige Golfoorlog waren de troepen van Saddam al nauwelijks partij voor de geallieerden. Sindsdien is de militaire kracht van Irak met meer dan de helft afgenomen. Dus als het kabinet-Balkenende II aantreedt, zou de Iraakse dictator allang verdreven kunnen zijn.

Het vervolg op de aanval is moeilijk te voorspellen. Hopelijk blijft de voorspelde chaos in de Arabische wereld uit. Maar in elk geval is de internationale situatie na een oorlog totaal anders. De voor- en tegenstanders van een militaire actie staan op dat moment voor heel andere keuzen. Voor het nieuwe kabinet gaat het er dan bijvoorbeeld om of het wil bijdragen aan de wederopbouw van Irak. De kans is groot dat die wel onder de vlag van de Verenigde Naties plaatsvindt. Verder zal daarna al snel gepraat worden over een nieuw Midden-Oosten-beleid. Zelfs voor de meest geharnaste tegenstanders van de oorlog zal dan gelden: waarom zou ik niet gaan meeregeren vanwege een oorlog die al voorbij is?

Het CDA en de PvdA zullen zich bovendien al snel realiseren dat de tijd begint te dringen. Want met de in razend tempo oplopende werkloosheid wordt het toch wel tijd dat er een nieuw kabinet komt. Dat zou nog weleens zwaarder kunnen wegen dan die geschiedenis met die oorlog. Dat klinkt wellicht cynisch. Maar welke politicus is dat af en toe niet? Aan het begin van de verkiezingscampagne was Jan Marijnissen te gast in het televisieprogramma Duivels van de Amsterdamse zender AT5. Gespreksleider Felix Rottenberg vroeg hem wat hij zou doen als hij aan de formatietafel zat. Zou hij, als geharnast tegenstander van een oorlog, er misschien toch mee instemmen als het hele sociale beleid van de SP werd overgenomen? Tot mijn verbazing zei hij ja. Hij legde uit waarom. Ook de SP wist dat je in de politiek bereid moet zijn zaken te doen.

ilya van marle/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 22-02-2003
Pagina: 019

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Revenge of the Nerds
door Michiel Zonneveld

Wie iets van de huidige formatie wil begrijpen doet er wellicht goed aan eens naar het meesterwerkje The Revenge of the Nerds te kijken. Deze film gaat over een groepje studieuze jongeheren die geestelijk en fysiek mishandeld worden door football-spelers, cheerleaders en bareigenaren. Op een gegeven moment zijn de nerds het getreiter zat en nemen wraak op hun knappe, sportieve en populaire schoolgenoten. De film was in 1984 zo'n enorm succes dat er nog een deel twee, drie en vier zijn gemaakt.

Ik weet zeker dat veel politici zich in deze nerds herkennen. Zelfs Wouter Bos, kort geleden door de pers uitgeroepen tot de Kennedy van de Nederlandse politiek. Er was een tijd dat ook hij een dikke bril droeg, puisten had en rondliep met een kapsel dat de hand van een incompetente huiskapster verraadde.

Er zijn er in de Kamer meer die vroeger zulke problemen hadden. Veel politici waren op school klassenvertegenwoordiger of lid van het leerlingenparlement. Elke scholier weet dat vooral sukkels uit waren op zulke baantjes. Alleen zij die niet populair waren, of goed in sport, hadden tijd voor vergaderingen over het lesrooster. Blijkbaar was dat een goede training voor een loopbaan in de politiek.

Vooral het selecte groepje dat nu de dienst in het CDA uitmaakt, doet aan de helden in de Hollywood-productie denken. Ik zal nu even niet ingaan op de vraag of de leden van de huidige CDA-top het op school zwaar hebben gehad. Maar hun gedrag van het moment wijst daar wel op: ze nemen wraak.

De CDA-top heeft zich lang miskend gevoeld. In de jaren dat Paars regeerde, werden alle alternatieven van de christen-democraten weggehoond. Door de parlementaire pers zijn ze al die tijd ook nauwelijks serieus genomen. Partijgenoten uit de perioden-Van Agt en -Lubbers lieten herhaaldelijk blijken weinig te zien in hun opvolgers.

Maar zie: afgelopen zomer deed deze generatie in de partij wat voor onmogelijk werd gehouden. Ze maakte het CDA weer de grootste partij van het land. Je zou zeggen dat het minderwaardigheidscomplex daarmee tot het verleden zou moeten behoren, maar Balkenende c.s. blijven tot op de dag van vandaag rancuneus.

Een mooi voorbeeld is CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen, die geen bewindslieden van Paars meer in de regering wil hebben. Alsof het de NSB was. Van eenzelfde orde is de ergernis over oudere CDA'ers als Dries van Agt en Hans van den Broek als die kritiek hebben op het huidige Irak-beleid van de partij. De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, Herman Wijffels, staat ook op de zwarte lijst. Jarenlang was hij de gedroomde CDA-premier. Nu hoor je vooral: waar was hij in de jaren dat we het moeilijk hadden? Dat hij zich ontpopte tot criticaster van het kabinet-Balkenende I (onder andere vanwege het milieubeleid) maakte de zaak er niet beter op.

Balkenende raakt vanuit zijn commandotoren het zicht op de werkelijkheid kwijt. Oneindig is de lijst van mensen en partijen waarmee de omgang moeizaam is geworden. Balkenende liet zich in de oppositie nog weleens adviseren door CDA-economen als Bovenberg en Eijffinger. Maar geen van hen heeft nog het gevoel dat er naar ze wordt geluisterd.

Balkenendes plan om in totaal 14,5 miljard euro te bezuinigen, is gespeend van elk gevoel voor realiteit. Om te beginnen is het dé manier om de economie nog verder in het slop te helpen. Bovendien heeft hij nauwelijks idee hoe hij zo'n gigantisch bedrag bij elkaar kan schrapen. In de campagne beloofde het CDA 7,5 miljard euro minder uit te geven, en zelfs toen al waren lang niet alle bezuinigingen even geloofwaardig. De partij boekte bijvoorbeeld een bedrag van 1,3 miljard euro in voor 'minder bureaucratie'. VVD-leider Zalm rekende Balkenende voor dat hij dan de helft van alle rijksambtenaren zou moeten ontslaan.

Nerds worden gehaat omdat ze (nog) niet goed weten hoe het er in de echte wereld aan toegaat. Van dat laatste heeft het CDA ook een beetje last. Hoe onhandig de partij opereert, bleek wel uit de smadelijke nederlaag van Gerda Verburgh in de strijd om het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Hoe kan het de christen-democraten zijn ontgaan dat er buiten de eigen partij nauwelijks steun voor haar was?

Eenzelfde soort autisme zien we in het debat over de oorlog in Irak. Ik kan me de ergernis over de steeds veranderende opvattingen van de PvdA over de levering van Patriots aan Turkije voorstellen. Maar de kern van de zaak is of Nederland uiteindelijk bereid zou zijn aan een oorlog tegen Irak deel te nemen. Dat is een uiterst gevoelige zaak, die subtiel handelen vereist. Daar is geen sprake van.

Het kabinet lijkt de Verenigde Staten te willen steunen, ook als die geen mandaat van de Veiligheidsraad krijgen. Een groot deel van de politiek en de meerderheid van de bevolking is daartegen. Een heilloze polarisatie dreigt, dus alles zou gericht moeten zijn op een maximum aan overeenstemming. Tijdens de Kosovo-crisis overlegde Wim Kok herhaaldelijk vertrouwelijk met de fractievoorzitters van de grote politieke partijen, ook met die van CDA en GroenLinks. Maar Balkenende vindt dat niet nodig.

Soms vrees ik dat The Revenge of the Nerds deel vijf slecht afloopt.

peter hilz/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 25-01-2003
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Even rust
door Michiel Zonneveld

De stembussen waren nog niet gesloten of de wens was alweer uitgesproken. Een snelle formatie! Waarom ook niet, zou je in eerste instantie denken. Alles in de politiek gaat tegenwoordig snel. De opkomst van het CDA ging afgelopen voorjaar zelfs compleet aan de opiniepeilers voorbij. Daarvoor schoot Pim Fortuyn als een komeet omhoog. Haast nog spectaculairder herstelde de PvdA zich de laatste weken onder Wouter Bos. En is het u ook opgevallen dat de lijsttrekkers van de verschillende partijen sneller dan ooit praten? Ik zag kort geleden enkele fragmenten uit het laatste verkiezingsdebat van 1994, met Wim Kok, Elco Brinkman en Frits Bolkestein. Mij bekroop het gevoel dat ik naar een voetbalwedstrijd uit de jaren vijftig keek, met Kok als een trage linksbinnen. Nu kunnen politici in minder dan een nanoseconde vragen beantwoorden.

Snelheid was volgens menigeen ook geboden in de dagen na de moord op Fortuyn. De verkiezingen moesten vooral niet worden uitgesteld. Na de verkiezingen werd met grote snelheid een kabinet geformeerd. Een paar haastige gesprekjes en de klus was geklaard. Toen was er een 'crisis in de politiek' die dwong tot spoed. Nu zijn het de slechte economische cijfers. Als de werkloosheid oploopt, is er geen tijd om te dralen, zo luidt het devies van de meeste Haagse politici.

Maar het lijkt me na afloop van deze spannende campagne en na alles wat er gebeurd is, zaak nu eens geen spoed te maken. Het is tijd om terug te kijken. Is de politiek wel op de goede weg? Hoe komt het dat de kiezer blijkbaar zo snel verveeld raakt?

De formatie van het nieuwe kabinet zou een mooi moment voor zo'n bezinning kunnen zijn. Bijvoorbeeld op de vraag of het staatkundig bestel nog wel van deze tijd is. Ik kan me goed voorstellen dat veel mensen zich afvragen of we niet naar een gekozen minister-president toe moeten. De PvdA voerde een malle vertoning op met de kandidatuur van Job Cohen. Maar de VVD kon er ook wat van. De partij verklaarde zich mordicus tegen het PvdA-plan voor een gekozen minister-president. Maar dan is het nogal ongeloofwaardig om bij het begin van de campagne borden omhoog te houden met 'Zalm for president'.

Wat kritische reflectie over het verloop van de campagne en de manier waarop de lijsttrekkers in de media verschenen, zou ook wel goed zijn. Ik behoor niet tot degenen die vinden dat het tegenwoordig alleen maar treurig gesteld is met onze 'mediacratie'. De debatten waren levendig en wisten veel kiezers te boeien. En zo fantastisch en inhoudelijk sterk waren de campagnes in het verleden nou ook weer niet.

Maar het begrip infotainment heeft nu wel een heel grote vlucht genomen, en soms was er sprake van journalisten die alleen maar het antwoord 'ja en nee' op de ingewikkeldste vragen wilden. Verder waren de debatten nu niet wat je noemt diepgaand. Want eigenlijk zijn we over veel dingen maar verdomd weinig te weten gekomen. Rechts viel links aan op de hoogte van de ziektekostenpremie, en links rechts. Maar daarmee weten we nog niet hoe de problemen in de gezondheidszorg moeten worden opgelost. Tijd om daar eens wat verder over te praten, was er zelden. Tijd voor het volgende onderwerp!

Toch is noch het staatsbestel, noch de rol van de pers de uiteindelijk reden dat het Binnenhof even in retraite moet. De politici van dit moment hebben geen missie. En daardoor brokkelt hun gezag af.

Een van de redenen dat de paarse partijen zo weerloos waren in de vorige campagne was dat het hele land kon zien dat de coalitie was uitgeregeerd. Tot eind 2000 voerde Paars in feite het beleid uit dat al onder Lubbers I was ingezet. Het draaide om liberalisering, lastenverlichting, het terugdringen van de staatsschuld en het herstel van de werkgelegenheid.

De economische groei maakte dat soort problemen minder urgent. PvdA, VVD en ook het CDA werden overvallen door geheel nieuwe klachten van het electoraat: de treinen die niet meer reden, wachtlijsten in zorg en onderwijs, criminaliteit en de omgang van minderheden. De meeste politici konden er alleen maar met soundbites op reageren. Dat hebben ze inmiddels beter onder de knie dan een jaar geleden. Maar toch zie je in hun ogen de onzekerheid. Wat moeten we nou met dat soort vraagstukken? Ze hebben geen idee.

Soms lijkt het erop dat politici hopen op het doorzetten van de recessie. Dan kunnen de debatten weer als vanouds gaan over zaken als loonmatiging, bezuinigen, doorrekeningen van het CPB en de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Ik geloof niet in een dergelijke weg terug. Ik denk dat het in de politiek van de toekomst veel minder zal gaan over de markt en de verdeling van de welvaart. Het zal gaan over hoe we een fatsoenlijke samenleving kunnen scheppen. Niet voor niets sloeg het thema normen en waarden de laatste tijd zo aan, ook al bleef het vorige kabinet dan steken in een voorstel voor een pr-campagne en de zoveelste adviesaanvraag.

Het zou goed zijn als de partijen die nu een kabinet gaan vormen rustig de tijd nemen om te bedenken wat ze met dat onderwerp willen. Vervolgens kan het geen kwaad om deze keer eens vooral geen haast te maken met het zoeken van ministers en staatssecretarissen. Zodat we bewindslieden krijgen die het goede voorbeeld geven.

juan vrijdag/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 03-05-2003
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Niks tegen een minderheidskabinet
Door Michiel Zonneveld

Jan Peter Balkenende is nu bijna een jaar bezig met zijn pogingen een stabiel meerderheidskabinet tot stand te brengen. Eerst was er het circus met de LPF. Toen de klucht met de PvdA. Nu lijkt de voorkeur uit te gaan naar een treurspel. Want het gechicaneer met SGP, ChristenUnie en D66 heeft iets verdrietigs. Zijn dit nu de partijen waarmee uiteindelijk toch alles Anders en Beter (de titel van het boekje van de premier dat vorig jaar verscheen) gaat worden? Over de kwaliteiten van de CDA-leider, en vooral het gebrek eraan, is inmiddels alles wel gezegd en geschreven. Maar de vraag dringt zich steeds meer op waarom we zo nodig een regeringscoalitie moeten hebben die steunt op een meerderheid in de Tweede Kamer. Alle argumenten die je daarvoor hoort zijn kul gebleken.

De belangrijkste reden is dat zo'n kabinet stabieler zou zijn. Dat begint onderhand nogal belachelijk te klinken. Met veel meer kracht zou verdedigd kunnen worden dat een overmacht van de regeringspartijen juist tot instabiliteit leidt. Het tweede paarse kabinet beschikte over veel meer steun dan het eerste. Toch viel het twee keer. Balkenende I had een nog grotere machtspositie in de Kamer. Laten we over de lotgevallen daarvan verder maar zwijgen. Dat D66 bij een aantal VVD'ers deze keer de voorkeur verdient omdat deze partij voor rust zou zorgen, is op zijn zachtst gezegd curieus. Juist de liberalen wilden D66 in 1998 uit de regering wippen omdat de partij een 'instabiele factor' zou zijn. Zou dat anders liggen nu de Democraten getraumatiseerd zijn door een fikse rij nederlagen en bovendien intern verscheurd over de vraag of ze mee moeten doen? En wat te denken van een knip- en plakcoalitie met ChristenUnie en SGP, omwille van een piepkleine meerderheid in de Tweede Kamer?

Als tweede argument voor een meerderheidskabinet wordt vaak het noodzakelijke 'draagvlak' bij de bevolking genoemd. De praktijk laat zien dat dat niet altijd goed uitpakt. Het laatste kabinet-Lubbers (CDA en PvdA) kon rekenen op de steun van twee derde van het parlement. Zelden waren de maatschappelijke protesten – tegen de bezuinigingen en de ingrepen in de WAO – zo luid. Met als gevolg dat beide regeringspartijen in 1994 een dramatische nederlaag leden. Dit proces herhaalde zich vorig jaar, aan het einde van het laatste paarse kabinet.

Veel politici koesteren nu het misverstand dat een succesvol kabinet in de eerste plaats afhankelijk is van de loyaliteit van de Tweede Kamer. Het tegendeel is waar. Het leidt ertoe dat politici blind worden voor de maatschappelijke realiteit. De royale steun die het kabinet telkens in de Tweede Kamer krijgt geeft het een bedrieglijk gevoel van veiligheid. Als de verkiezingen van de afgelopen tien jaar íéts duidelijk hebben gemaakt, dan is het wel dat de steun voor een politieke partij in een paar maanden tijd kan verdwijnen. En daarmee dus de parlementaire steun voor haar beleid.

Tot slot wordt dikwijls aangevoerd dat een dergelijk kabinet in staat is om eindelijk eens 'door te pakken' (het vocabulaire van JP). Maar het woord 'eindelijk' geeft meteen te denken. Want waarom zijn die problemen dan niet opgelost tijdens al die voorgaande meerderheidskabinetten?

Tot nu toe wordt een minderheidskabinet als een laatste noodoplossing gezien. Dat kan alleen maar verklaard worden door een enorme starheid in denken. In de Scandinavische landen wordt helemaal niet moeilijk gedaan over dit soort kabinetten. Je kunt niet zeggen dat daar slechter wordt bestuurd. Ik zie onder de huidige omstandigheden zelfs louter voordelen. Om te beginnen is een toekomstige regering vaker gedwongen om de leden van de Tweede Kamer ook echt te overtuigen van de zin van elk voorstel. Ze kan immers niet meer automatisch op een meerderheid rekenen. De kamerleden weten zich niet meer gebonden aan een omvangrijk regeerakkoord. Dat heeft het positieve gevolg dat in één keer de positie en de status van het parlement worden versterkt. Hoe lang wordt er al niet geklaagd dat het parlement zich als een lam gedraagt? Alle goede voornemens om het anders te gaan doen, werden tot nu toe een dag na de installatie van een nieuw kabinet vergeten. Het is dan afgelopen met de hardnekkige gewoonte om voorafgaand aan belangrijke debatten in een geheime spelonk van de Tweede Kamer zaken te doen. Ministers zullen eerder weggestuurd worden als ze in de ogen van het parlement falen.

Of zo'n kabinet veel tot stand brengt moet natuurlijk worden afgewacht. Veel slechter kan het niet meer worden. De kans dat het beter gaat is zeker niet uitgesloten. Een minderheidskabinet zal zich er eerder dan een 'gewone regering' van bewust zijn dat het elke dag moet vechten voor zijn legitimiteit. Het zal soms zelfs de publieke opinie moeten gebruiken om het parlement achter zich te krijgen. Dat zal de gemiddelde Haagse technocraat allemaal omslachtig in de oren klinken. Maar dat is het niet. Ingrijpende maatregelen kunnen alleen maar met succes worden doorgevoerd als genoeg mensen ervan zijn doordrongen dat ze noodzakelijk zijn. Die steun wordt voor een deel bepaald door de maatschappelijke omstandigheden. Lubbers kon begin jaren tachtig veel doen omdat de gevolgen van de economische malaise voor iedereen zichtbaar waren. Maar het is minstens zo belangrijk dat er een kabinet zit dat mensen ervan weet te overtuigen dat de offers die het van ze vraagt, zin hebben.

jaco klamer/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 12-04-2003
Pagina: 017

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Hoogste tijd voor een leider
Door Michiel Zonneveld

'Ik kan me niet voorstellen dat dit kabinet er niet komt, maar ik kan me eigenlijk bijna ook niet voorstellen dat het kabinet er wel komt.' De huidige impasse in de formatie wordt met dit citaat van oud-premier Piet de Jong (1967-1971) treffend gekenschetst. De Jong had het over de formatie van1982, maar de politieke situatie toen heeft op het eerste gezicht veel weg van die van nu. Twintig jaar geleden konden de twee partijen het maar niet eens worden over de hoogte van de bezuinigingen en bovenal was er een diep geworteld wederzijds wantrouwen. Optimisten zullen zeggen dat het kabinet van CDA en PvdA (toen aangevuld met D66) er destijds toch kwam. Pessimisten zullen tegenwerpen dat de coalitie al na een jaar uit elkaar spatte, zonder ook maar iets gepresteerd te hebben.

De komende dagen zal er volop gespeculeerd worden over hoe het nu verder moet. Maar of er nu wordt gelijmd of niet: laten we eens stilstaan bij het meer structurele karakter van de crisis in de Haagse politiek. Want het lijkt me niet zinvol om de problemen bij de formatie slechts op te vatten als een meningsverschil over een of twee miljard euro meer of minder bezuinigen. Zelfs de vraag in hoeverre de karakters van Balkenende en Bos botsen, is van minder belang. De verschillen tussen de christen-democraten en de sociaal-democraten zijn nu veel kleiner dan in 1982. Toen stonden Van Agt en de zijnen op hun achterste benen omdat er PvdA'ers waren die zeiden dat ze best een paar jaar konden leven met een financieringstekort van acht procent. Nu gaat het meningsverschil over de vraag of er in 2007 bij een tegenvallende economie een tekortje mag zijn van 0,2 procent of maximaal 0,4 procent. Verder verbleken de gevoelens van rancune van de huidige voormannen bij de antipathie tussen Van Agt en Den Uyl.

Ik denk dat er drie redenen zijn waarom deze formatie mislukt. Met niet slagen gaat het wat mij betreft om meer dan de vraag of er straks een kabinet komt. Belangrijker is of er dan een ploeg zit die iets van betekenis weet te presteren. In de eerste plaats is het duidelijk dat de twee partijen er op geen enkele manier in geslaagd zijn om een visie te ontwikkelen van waaruit ze willen handelen en waarmee ze straks de kiezers moeten zien te overtuigen. Bij de onderhandelingen lijken de partijen er vooral op gespitst dat de andere partij niet 'te veel' krijgt. CDA en PvdA zitten eigenlijk met hetzelfde probleem als het kabinet-Paars II. De Leidse hoogleraar Jouke de Vries wees er een paar jaar geleden in zijn boek Paars en de managementstaat al op dat alle kabinetten in zekere zin een voortzetting waren van het kabinet-Lubbers I. Dat kabinet brak met het keynesiaanse beleid van na de Tweede Wereldoorlog, waarin de invloed van de overheid op het economisch leven steeds groter werd. Met ingang van 1982 kwam in elke regeringsverklaring dezelfde riedel voor: deregulering, privatisering, terugdringing van het financieringstekort, herstel van de werkgelegenheid en de beperking van de collectieve sector. Onder Paars II werd duidelijk dat die onderwerpen hun werfkracht begonnen te verliezen. De paarse politici werden in de roes van hun succes verrast door klachten van heel andere aard: een slecht functionerende collectieve sector, angst voor immigratie, onvrede over integratie, en een cultureel onbehagen. De trieste afgang van Paars, het intermezzo van Balkenende I en de heilloze onderhandelingen van nu zijn allemaal symptomen van een politiek die het gevoel van richting kwijt is.

De tweede reden is ons huidige 'evenredige' politieke bestel, waarbij je altijd afhankelijk bent van coalities. Dat systeem functioneerde uitstekend zolang ons land bestond uit minderheden waarvan de sociologische grenzen redelijk scherp waren gedefinieerd. Katholieken, gereformeerden en socialisten konden lang met elkaar regeren zonder het risico dat hun aanhang massaal wegliep. Die situatie is de laatste tien jaar radicaal veranderd. Vooral CDA en PvdA richten zich nu op de kiezers die politiek 'in het midden' zitten. Daardoor zijn ze inhoudelijk naar elkaar gekropen, maar werden ze ook elkaars grootste concurrent. Dat verklaart waarom de kleinste verschillen opeens worden opgeblazen tot principiële tegenstellingen. Het volk moet geloven dat het verschil tussen sociaal en asociaal, financieel of economisch verantwoord, exact een miljard euro bedraagt. Het dreigt de opmaat te worden tot een buitengewoon kinderachtige coalitie.

In de huidige situatie komt het – derde reden – aan op leiderschap. Iemand moet in staat zijn om met kennis, doortastendheid en overtuiging de impasse te doorbreken. Helaas heeft zich nog niemand voor die rol aangediend. Balkenende straalt onzekerheid uit. Beide partijen hebben zich de afgelopen jaren fors 'vernieuwd'. Ze zijn allemaal jong, fris en nieuw. Ideaal om het songfestival te winnen. Maar om mee te onderhandelen? In de beslissende fase wordt expertise en ervaring node gemist. Balkenende doet denken aan Van Agt. Die beschikte over te weinig economische kennis en managementcapaciteiten om de gigantische problemen (werkloosheid, financieringstekort, dreigende recessie) op te lossen. Balkenende maskeert zijn onkunde door zich vast te bijten op het terugdringen van het financieringstekort. Hij sluit zich af voor kritiek van bijna elke gezaghebbende econoom, ook die van partijgenoten. Denk aan de les van Van Agt. Diens eerste kabinet kreeg niets voor elkaar, het tweede viel snel. Pas met Lubbers kwam er een eind aan de inertie.

peter hilz/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 11-01-2003
Pagina: 023

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Kok, en dan nog erger
door Michiel Zonneveld

Drie uur duurde het radio-interview met Wim Kok dat de VPRO vorige week uitzond. Zijn hele loopbaan en jeugd werden doorgenomen. Een enkele krant deed een poging er nieuws uit te destilleren. NRC Handelsblad probeerde het met een bericht dat volgens de oud-premier de politieke onrust nog niet ten einde was. Dat leek me weinig schokkend.

Nee, het echte nieuws was dat in al die uren nauwelijks duidelijk werd wat Wim Kok al die tijd bewoog. Hij stond bekend als een Europees staatsman. Maar wat wilde hij bereiken? Wat dreef hem als premier persoonlijk? Na afloop bleef ik zitten met het zelfde onbehaaglijke gevoel dat ik had aan het einde van zijn regeerperiode. De leider van de PvdA heeft een voorbeeldige carrière achter de rug, en het is onder zijn leiding in Nederland goed gegaan. Maar toch schort er iets aan. Want het is niet alleen een periode van voorspoed geweest, maar ook van stagnatie.

Wim Kok was een man die het liefst afwachtte. Hij leidde het land als een pokerspeler, die er wel voor oppaste zich in de kaarten te laten kijken. Politiek bedrijven was voor hem 'gewoon je werk doen'. Bij dat werk was het voor hem zaak nooit te vroeg te bewegen. In al die jaren als premier kwam hij nooit met een idee waarover vervolgens heftig werd gediscussieerd. Dat liet hij aan iemand als Bolkestein over. Als premier (en ook in zijn jongere jaren als vakbondsvoorzitter) wachtte hij tijdens vergaderingen tot hem de machtsverhoudingen tussen zijn collega's duidelijk waren. Pas helemaal aan het eind hakte hij dan de knoop door. Hij was meer een procesbegeleider dan een leider.

Ik was dan ook blij dat Wim Kok besloot te vertrekken: het was tijd voor een ander soort premier. Na Paars II snakte het hele land naar een eerste minister met visie, die duidelijk maakte waar hij met het land heen wilde. Die niet afwachtte, maar zelf het initiatief nam. Bijvoorbeeld om nu eindelijk eens de problemen met de WAO aan te pakken. Of om duidelijk te maken waar hij en het kabinet stonden in het debat over integratie.

Fortuyns opkomst bewees dat er in de samenleving behoefte aan een ander soort leiderschap bestond. In zijn slipstream werd Jan Peter Balkenende premier, maar dat blijkt in vergelijking met Kok geen verbetering.

Vorige week schreef ik al dat ik me nogal erger aan de premier. Balkenende heeft nog weinig laten zien, en ik zou niet weten wat hem beweegt. De hier en daar aangevoerde excuses snijden weinig hout. Hij heet jong te zijn. Maar hij is toch al een eindje in de veertig, en zijn jeugd en status als nieuwkomer zouden hem net zo goed elan kunnen geven. Inderdaad was de politieke verwarring groot na de moord op Fortuyn. Maar daardoor had Balkenende juist steun kunnen krijgen om een andere richting in te slaan.

Natuurlijk was het kabinet geen eenheid, en zaten er nogal wat zwakke bewindslieden bij. Maar dat lijkt me ook al geen excuus. Was Balkenende niet zelf de formateur? Het is ook onzin om de val van het kabinet als een natuurramp te zien. Als Balkenende gedurfd had, dan had hij het kabinet natuurlijk kunnen redden. Of hij had zelf de conclusie moeten trekken dat het genoeg was geweest. Uiteindelijk toonde zich een bang manne-tje dat gniffelend toezag hoe Gerrit Zalm de schuld kreeg van de val van het kabinet.

Verder heb je in dit land als premier helaas automatisch krediet. Ik weet zeker dat als ooit een ezel in het Torentje belandt, een deel van de pers veel waarheid in het gebalk zal beluisteren en de lezer zal melden dat dit nieuwe politiek is en dat heel de wereld er versteld van staat.

De kans dat Balkenende niettemin herkozen wordt, is natuurlijk zeer groot. De campagne is te kort om zijn riante koppositie in de peilingen teniet te doen. Hij wordt door zijn rivalen in de verkiezingsstrijd ook gespaard, omdat ze straks met hem willen regeren (Zalm doet daarom net of Jan Marijnissen zijn grootste tegenstander is).

Bij veel kiezers heeft hij nu gezag. Maar elders begint het te tanen. Op de opening van de VVD-campagne in Rotterdam merkte ik dat de meeste aanwezigen ronduit de pest aan hem beginnen te krijgen. Ze ergeren zich eraan dat hij in elke belangrijke kwestie weigert te zeggen wat zijn standpunt is. Rechtstreekse debatten met zijn grote electorale rivalen Zalm en Bos gaat hij uit de weg. Officieel vanwege tijdgebrek, maar de andere partijen zien het als duikgedrag.

Zelfs in zijn eigen partij neemt de twijfel toe. Oud-premier Dries van Agt gaf afgelopen weekeinde openlijk uiting aan zijn ergernis over de inhoudloze manier waarop het debat over 'normen en waarden' door zijn opvolger wordt gevoerd. 'Eindeloos gebazel,' was zijn kwalificatie. Aantjes, een ander oudgediende uit het CDA, zegt in een tijdschrift over geloof en samenleving 'zijn hart vast te houden' als hij Balkenende bezig ziet. Volgens hem gaat het de premier meer om het behoud van de macht dan zijn idealen. Hoogleraar economie Lans Bovenberg, leermeester en adviseur van de premier, laat niets heel van zijn financieel-economische beleid. Een andere bondgenoot, CNV-voorzitter Terpstra, is teleurgesteld over het sociale beleid en Balkenendes keuze om met de VVD verder te willen.

Het blijft doodjammer. Het is namelijk echt tijd voor een ander soort premier. In plaats daarvan regeren voorlopig de angst en de middelmaat. Een gemiste kans. Maar ik vrees dat we ons lot zullen moeten aanvaarden.

roel rozenburg

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 24-05-2003
Pagina: 022

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Ondertussen bij de PvdA
Door Michiel Zonneveld

Nu het kabinet-Balkenende II dan toch echt aanstaande is, heeft menige sociaal-democraat het gevoel dat hij 'buitenspel' staat. Het wachten is op het moment dat de kritiek op Wouter Bos losbarst. Dat heeft overigens minder met de persoon van de leider te maken dan met een traditie in de partij. Bos' voorganger Joop den Uyl werd door de achterban achtereenvolgens gezien als een 'tussenpaus', 'te rechts', 'te drammerig' en 'te oud'. En Wim Kok werd in al die jaren wel bewonderd als premier, maar niet als partijleider. Het is niet moeilijk te raden wat men zich (opnieuw) over Bos zal afvragen. Hij is dan wel de winnaar van de verkiezingen, maar heeft hij ook het gezag om de sociaal-democratische beweging te leiden? En: heeft hij wel genoeg 'inhoud'? Oud-minister Bram Peper liet zich al voorzichtig kritisch uit. Volgens hem heeft de nieuwe PvdA-leider onvoldoende gedaan om de verkiezingswinst te verzilveren.

Nu was het optreden van de PvdA de afgelopen maanden niet vlekkeloos. Voor de buitenstaander was bijvoorbeeld slecht te volgen welk standpunt de PvdA nu wel of niet innam over de kwestie-Irak. Het jonge kamerlid Heemskerk vroeg zich in Het Parool van de vorige week verder terecht af of het wel zo verstandig was van zijn partij om met het CDA te blijven zoeken naar genoeg bezuinigingen om in het jaar 2007 op een begrotingstekort van nul uit te komen. Dat wekte alleen maar misverstanden. De sociaal-democraten waren er immers van overtuigd dat dit niet mogelijk was zonder dat de werkloosheid nog verder zou oplopen.

Een zekere mate van zelfkritiek kan natuurlijk nooit kwaad. Maar op dit moment is het gevaar groot dat de PvdA haar tijd gaat verdoen met een nieuw rondje navelstaren. Zodra de sociaal-democraten de verkiezingen verliezen of in de oppositie terechtkomen beginnen de vaste rituelen. Naast het ter discussie stellen van de partijleider (of voorzitter) zijn dat: het schrijven van lijvige rapporten ('Schuivende panelen', 'De kaasstolp aan diggelen') die veel dilemma's schetsen zonder dat ze een antwoord geven. En het bij herhaling uitroepen van de toverkreet 'vernieuwen'.

Waarom zou de PvdA dit niet eens, voor de echte verandering, achterwege laten? Het paradoxale is dat al deze worstelingen het symbool zijn van wat de 'vernieuwers' willen bestrijden. Het symbool van een partij die in zichzelf is gekeerd. De PvdA'ers fixeren zich allereerst op de eigen fouten. Met een nieuwe leider, betere procedures, een ander bestuur, een korter programma, of een andere partijstructuur moet het allemaal beter gaan. Het lijkt me veel verstandiger om deze keer het debat te voeren over de veranderingen in de samenleving. De onzekerheid zal de komende jaren waarschijnlijk alleen maar groter worden. Uitzicht op herstel van de economie is er niet. Globalisering is niet meer synoniem met onbegrensde groei. De euforie over de toenemende waarde van huizen en aandelen is omgeslagen in pessimisme. Alle jonge mensen met leuke hippe banen in de 'nieuwe economie' komen achter een nadeel van de veelgeprezen flexibilisering: je staat zo op straat. De sociale zekerheid is allang niet meer het vangnet dat ze was in vorige perioden van economische teruggang.

Als antwoord op de huidige problemen biedt de nieuwe coalitie hetzelfde als de kabinetten van Lubbers en Kok: nog meer flexibilisering, liberalisering, marktwerking en beperking van de toegang tot de sociale zekerheid. Het lijkt me onvermijdelijk dat er behoefte groeit aan een politieke partij die de staat niet bij voorbaat onmachtig verklaart en weer waardering toont voor het begrip gemeenschap. Pas als de PvdA alternatieven bedenkt die op wezenlijke punten van het bestaande beleid afwijken, is ze een politieke factor van betekenis.

Dat zou niet alleen een zegen zijn voor de PvdA. De ongerijmde en onbevredigende afloop van de formatie maakt duidelijk dat er reden is voor zorg over de democratie. Het was al merkwaardig dat de bezuinigingsbedragen waarover de partij met het CDA onderhandelde een veelvoud waren van die waarover in de verkiezingscampagne werd gerept. Werkelijk curieus is het eindresultaat. Eerst zagen we hoe de twee partijen drie maanden lang ruzie maakten over de hoogte van het financieringstekort. Ik herinner me nog hoe Jan Peter Balkenende met een van pijn vertrokken gezicht zei dat hij bereid was om in 2007 een tekort toe te staan van 0,2 procent. Wat gebeurde er toen hij even later was verlost van die socialistische 'potverteerders' en een akkoord sloot met VVD en D66? De drie partijen komen overeen dat een tekort van 0,5 procent aanvaardbaar is en dat er minder bezuinigd hoeft te worden. Zo weet ik ook nog hoe furieus Balkenende en Zalm reageerden als Wouter Bos alleen maar de eerste lettergreep van het woord hypotheekrenteaftrek durfde uit te spreken. Het resultaat is inmiddels bekend. Het woord kiezersbedrog drukt niet eens meer uit wat er aan de hand is. We zijn op het punt gekomen dat de inhoud van het politieke debat weinig meer te maken heeft met het beleid. Daarmee heeft de Nederlandse politiek zich van haar meest perverse kant laten zien. Het is een toneelstukje geworden, waarbij de spelers bereid zijn tot elke rol – áls ze maar achter de regeringstafel mogen zitten. Anders sta je 'buitenspel'. Wat een merkwaardige beeldspraak eigenlijk. Spreekt daar niet een diepe minachting uit voor de oppositie, het parlement en daarmee de parlementaire democratie? De PvdA heeft de kans om serieus tegenspel te bieden. Dat levert meer op dan een troosteloze samenwerking met het CDA van Balkenende.

roel rozenburg

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 19-04-2003
Pagina: 034

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Een derde paarse coalitie?
Door Michiel Zonneveld

Bent u een uitgever en op zoek naar een mooie titel? Wat dacht u van de puinhopen ná Paars? Het is wel verstandig om de publicatie nog even uit te stellen, want het drama is nog niet ten einde. Een belangrijke reden voor het mislopen van de formatie zou volgens het CDA een gebrek aan 'chemie' zijn met de sociaal-democraten. Dat maakt nieuwsgierig naar de scheikundige reacties die te verwachten zijn als de VVD weer gaat meeregeren. Het interview met Gerrit Zalm op pagina 24 van dit nummer doet het ergste vrezen. De premier was als financieel woordvoerder van zijn partij al een opportunist, zegt de voormalige minister van Financiën. Nog steeds kan hij zich er kwaad over maken dat Balkenende wel zeurde over te hoge uitgaven, maar met links meestemde als er om extra geld werd gevraagd. Als manager is de premier tekortgeschoten. Je kunt volgens de VVD-leider merken dat hij nooit leiding heeft gegeven aan een bedrijf of aan een ministerie. In het vorige kabinet heeft hij geblunderd door niet tijdig in te grijpen toen de ruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek volkomen uit de hand liep. Humorloos zou hij ook zijn, en voorzien van lange tenen. Toen Zalm vorige week klaagde over het politieke amateurisme van de mensen die probeerden de formatie tot een goed einde te brengen, had hij ook Balkenende op het oog.

De periode tot de val van het kabinet-Balkenende I werd al gekenmerkt door een reeks wederzijdse korzeligheden. Zalm was boos vanwege de zinsnede in de regeringsverklaring dat Nederland op 'te grote voet' had geleefd. Daarmee werd immers gesuggereerd dat de vorige minister van Financiën (Zalm) niet goed op de schatkist had gelet. Balkenende was weer gepikeerd omdat de VVD-leider alle brave voornemens in het regeerakkoord ironisch 'tegeltjeswijsheden' noemde. Ronduit vijandig was de sfeer in de discussie over de uitbreiding van de Europese Unie. Zalm vond dat de premier de Nederlandse belangen verkwanselde. CDA-fractievoorzitter Verhagen verweet de coalitiepartner 'bekrompen provincialisme'.

Na de val van het kabinet werden de VVD-leider twee streken geleverd die hem de lol in het samenwerken met de CDA-premier nog verder ontnamen. Toen de LPF Zalm de schuld gaf van de val van het kabinet, was het wel zo fatsoenlijk geweest als de christen-democraten hadden gezegd dat ook zij verder regeren met de LPF niet langer verantwoord vonden. Maar de premier keek glimlachend toe hoe Zalm als 'onbetrouwbaar' te kijk werd gezet. Het was voor het CDA mooi meegenomen als teleurgestelde LPF'ers vanwege het zogenaamde 'verraad' van Zalm hun heil nu liever bij hen zochten. In de campagne herhaalde Balkenende vervolgens bij elke gelegenheid dat een stem op zijn partij de beste garantie was voor een regering-CDA-VVD. Balkenende nam met zijn strategie afscheid van de kiezers die wel wat zagen in een regering met de PvdA. Tegelijkertijd ging hij met de VVD de strijd aan om de kiezers ter rechterzijde van het politieke spectrum. Met als gevolg dat het herstel van de VVD, na de dramatische nederlaag van vorig jaar, beperkt bleef en dat de twee partijen bij lange na geen meerderheid haalden.

In de VVD zijn ook maar weinig fans van Balkenende te vinden. De een noemt hem laf. De ander een politiek onbenul. Van financiën en economie zou hij weinig verstand hebben. Zalm zelf was beslist niet onder de indruk van de prestaties van Balkenende toen hij vorig jaar met hem onderhandelde. Reden tot klagen had hij toen nog niet: de VVD kreeg immers alles cadeau. Maar inmiddels zijn de liberalen zich er terdege van bewust dat zij, als ze opnieuw in een zwalkend kabinet met een zwakke premier stappen, daar bij de volgende verkiezingen wellicht een prijs voor moeten betalen. Vooral omdat de burgers de komende jaren toch al weinig leuke dingen te wachten staan. Want hoewel over de hoogte van het bedrag nog enigszins valt te twisten, zijn alle grote partijen het er wel over eens dat er harde bezuinigingsmaatregelen nodig zijn.

Op dit moment lijken alle keuzemogelijkheden voor de VVD even onaantrekkelijk. Zalm vreest dat hij geen 'nee' kan zeggen tegen regeringssamenwerking met het CDA. Hij is vooral bang voor het weglopen van rechtse kiezers die, zo zegt hij, hem nu al bestoken met e-mails. Moet hij daarom meewerken aan een minderheidskabinet met het CDA? Of moet het een coalitie worden met meerdere partijen? In beide gevallen is er een kabinet nodig met grote overtuigingskracht en bindend vermogen. Want er moeten grote offers gevraagd worden en een regering zal afhankelijk zijn van wankele meerderheden. Kan een kabinet-Balkenende dat? Er is sinds zijn aantreden weinig inspirerends uit de mond van de premier gekomen. Zijn optreden heeft geleid tot een zinloze politieke polarisatie. En de rij mensen met wie in de samenwerking de chemie ontbreekt, begint wel erg lang te worden. Bos, Zalm, Bomhoff, de voorzitters van CNV en FNV, vrijwel alle CDA-economen, oudgedienden in de partij als Aantjes, Van den Broek, Van Agt, de doorgaans hondstrouwe oud-fractievoorzitter Bert de Vries en zelfs informateur Donner – zij allen konden Balkenende uiteindelijk niet meer volgen. Een andere premier zou helpen. Maar de kans dat het CDA Balkenende laat vallen, is klein. De kans dat de VVD het aandurft zijn positie ter discussie te stellen, is zo mogelijk nog geringer. Dat schijnt in te druisen tegen de Haagse fatsoensnormen.

Je vraagt je onderhand wel af of een derde paarse coalitie zo'n slecht idee is. PvdA, VVD en D66 hebben tenslotte weer een meerderheid. Ik ken de bezwaren heus wel: de VVD-leider is tegen, de verschillen zijn groot. Maar was dat niet ook zo in 1994?

roel rozenburg

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 31-05-2003
Pagina: 027

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Déjà vu
Door Michiel Zonneveld

Ook een beetje scheldmoe? De verwijten waren vorige week niet misselijk in de Tweede Kamer. 'Meedogenloos,' luidde het oordeel van Wouter Bos en de PvdA over het nieuwe regeerakkoord. 'Een onaanvaardbaar asociaal beleid,' zei SP-leider Jan Marijnissen. 'Hardvochtig,' voegde Femke Halsema van GroenLinks daaraan toe. Een 'precisiebom' op de sociale verhoudingen, vond de, zo leek het, plotseling tot links bekeerde LPF-voorman Mat Herben. De ChristenUnie sloot zich aan bij de kritiek van de christelijke vakbeweging. In de uren voor het debat hadden ook de vakbonden hun scherpste geschut in stelling gebracht. 'Moreel verwerpelijk,' klonk het uit de mond van CNV-voorzitter Doekle Terpstra. Lodewijk de Waal van de FNV overtroefde alle andere critici door het kabinet 'achterbaks, perfide en leugenachtig' te noemen. Het aantal keren dat inmiddels is vastgesteld dat het weer de zwakste schouders zijn die de zwaarste lasten moeten dragen, is niet meer te tellen.

Een enkele krant merkte verheugd op dat de politieke tegenstellingen weer helemaal terug zijn in Nederland. Zo kun je het ook zien. Maar bij mij werd de verveling groter bij elke golf van kritiek vanuit de Tweede Kamer en de vakbeweging. Keek ik nu per abuis naar de reacties op het regeerakkoord van het kabinet-Van Agt (1977)? Of was dit een herhaling uit 1982 toen het kabinet-Lubbers aantrad? Er werd namelijk zelden iets gezegd dat de afgelopen vijfentwintig jaar al niet eindeloos is herhaald. Je kunt het beleid van dit kabinet fantasieloos noemen. Helaas geldt datzelfde voor de oppositie.

Met een deel van de kritiek ben ik het eens. Het is inderdaad pijnlijk dat er geen geld is voor Melkert-banen en dat de uitkeringen worden verlaagd, terwijl er wel een miljard euro wordt uitgetrokken voor een gedeeltelijke afschaffing van de ozb (waarvan mensen met dure huizen het meest profiteren). Ook ik denk dat het niet verstandig is om zo fors te bezuinigen als het kabinet nu doet, terwijl het economisch toch al slecht gaat. Wat de verwijten van nu, en vooral de toon waarop ze worden geuit, zo grotesk maakt, is dat de verschillen van opvatting nu ook weer niet zo verschrikkelijk groot zijn. Had het land er de komende jaren heel anders uitgezien als de PvdA had meegeregeerd? Ook die partij was al akkoord met een flink pakket bezuinigingen. De kans dat de sociale zekerheid gespaard was gebleven, lijkt me nihil. Het is in dit verband de moeite waard nog eens in herinnering te roepen wat Lodewijk de Waal twee maanden geleden allemaal te zeggen had tijdens de, later stukgelopen, onderhandelingen tussen CDA en PvdA. Het kabinet met VVD en LPF had hij al eens een 'horrorkabinet' genoemd. De Waal: 'Maar dit kabinet (van CDA en PvdA – MZ) wordt erger.' Hij voorspelde dan ook 'een grote sociale clash' vanwege de bezuinigingen waarover toen gesproken werd. Zijn CNV-collega Doekle Terpstra sprak smalend van de 'drie grote B's: Balkenende, Bos en Boekhouden'.

Zeker, de nieuwe ingrepen in de WAO zijn pijnlijk en wellicht werken ze niet. Maar wijken ze nu echt zo radicaal af van de plannen die onder het paarse kabinet zijn gemaakt, of door de SociaalEconomische Raad? Volgens die plannen krijgen gedeeltelijk gehandicapten geen recht meer op een WAO-uitkering, evenmin als werknemers met zware psychische problemen, ME, of rsi. De SP was de enige politieke partij die deze plannen onaanvaardbaar vond.

Het gaat uiteindelijk om nuanceverschillen. Om iets meer of iets minder bezuinigen. Wat ontbreekt is het grote alternatief dat alle verontwaardiging over het huidige beleid rechtvaardigt. In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren progressieve partijen bijvoorbeeld nog voor het verkorten van de arbeidstijd. Sommige pleitten zelfs voor een vijfentwintigurige werkweek. De vut werd ingesteld, waardoor werknemers vervroegd met pensioen konden gaan. Dat was goed om het aantal werklozen te verminderen. Was het leven bovendien niet meer dan werken alleen? Het probleem voor economen is dat je vrije tijd niet in euro's en dus niet in officiële groeicijfers kunt uitdrukken. Minder werken is dus slecht voor de economie, omdat zo tijd verloren gaat waarin geproduceerd kan worden. Voor de gemiddelde werknemer zijn vrije dagen, een korte werkdag en een vervroegde pensionering ook een vorm van welvaart. Het is verwonderlijk dat zowel links als rechts er inmiddels van overtuigd is dat lang en veel werken het beste is voor de economie en de mens.

Op de korte termijn is dat de vraag, omdat de mensen die nu de arbeidsmarkt opgejaagd worden, weinig kans hebben op een baan. Het lijkt me verder weinig rationeel ouderen te dwingen te blijven werken (de vut wordt weer afgeschaft), terwijl de werkloosheid onder jongeren toeneemt. Op de lange termijn is het onzeker of de vraag naar arbeid werkelijk zal toenemen. Volgens veel economen staan we aan de vooravond van een nieuwe industriële revolutie die veel bestaande arbeid zal vervangen.

De toon van het debat is ook onwaarachtig, omdat niemand weet hoe de economie zich zal ontwikkelen. Is dit een tijdelijke inzinking? Mogelijk. Maar er is een groeiende groep pessimisten die zegt dat we nog niet eens het begin hebben meegemaakt van het onheil dat ons te wachten staat. Sommigen waarschuwen voor een langdurige periode van stagnatie, zoals in Japan. Weer anderen voor een acute financiële crisis omdat burgers en overheid in de Verenigde Staten zich kapot lenen. Het gebrek aan vertrouwen in 'graaiende' en 'sjoemelende' ondernemers en onzekerheid over de soliditeit van de banken zouden uiteindelijk ons economisch systeem ondermijnen. Het zou waarachtiger zijn als er iets meer van die onzekerheid doorklonk in het politieke debat. Wellicht leidt dat zelfs tot een zekere mildheid. In elk geval tot meer diepgang.

roel rozenburg

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 04-01-2003
Pagina: 018

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Wie ben je, Jan Peter?
door Michiel Zonneveld

De eerste keer dat ik besefte dat er iets grondig mis is met onze minister-president, was op 11 november van het afgelopen jaar. Daarvoor had ik al voorzichtige twijfels over de kwaliteiten van Jan Peter Balkenende. Had hij wel voldoende ervaring? Was de nieuwe premier krachtig genoeg om in een zo moeilijke tijd het kabinet te leiden? Hoe kwam het toch dat ik me, zodra hij op televisie verscheen, meteen begon te vervelen?

Ik probeerde mezelf wijs te maken dat het een kwestie van wennen was. Het duurde toch ook jaren voordat Ruud Lubbers en Wim Kok uitgroeiden tot premier van alle Nederlanders?

Het was vrijdagavond en het was laat op de avond, tijd voor het wekelijkse 'gesprek met de minister-president'. Het onderwerp was prins Bernhard. De prins was woedend dat twee Albert Heijn-medewerkers vervolgd dreigden te worden omdat ze een overvaller in elkaar hadden geslagen. In het dagblad De Telegraaf verklaarde de prins dat als de medewerkers van de rechter een boete zouden krijgen, hij die uit eigen zak zou betalen.

Interviewer Paul Witteman vroeg of de uitspraak van Bernhard beschouwd moest worden als een 'positieve bijdrage' aan het debat over normen en waarden.

Het was een uitgelezen kans voor Balkenende om te laten zien waar hij staat. Vanaf zijn aantreden zegt hij van zichzelf dat hij een man is van 'helderheid' die de moeilijke vragen niet uit de weg gaat. Of, zoals hij het vorige week nog in een interview met het weekblad Elsevier formuleerde: 'Ik ben anders dan Kok of Lubbers. Ik ben open in de communicatie.'

Ik vroeg me af hoe hij de prins op zijn nummer ging zetten. Het staatsrecht verbiedt immers dat een lid van het Koninklijk Huis op eigen houtje politieke uitspraken doet. En dat geldt zeker voor zaken die nog onder de rechter zijn. Bovendien bleek de prins niet erg goed op de hoogte. Na zijn uitspraken verschenen er berichten dat er was doorgegaan met slaan nadat de overvaller al was geboeid. Ook bleek dat een van de 'helden' al eerder was veroordeeld omdat hij erop los had geslagen.

Ik zal het verloop van het vraaggesprek met de premier letterlijk weergeven.

'De prins heeft geantwoord op basis van informatie die hij heeft gehad,' antwoordde Balkenende op de vraag van de Witteman. 'Hij wordt geconfronteerd, in een van de kranten, met de mededeling dat twee mensen die een dief wilden pakken, te maken krijgen met een mogelijke veroordeling. Daar is hij boos over geworden en heeft toen op basis van die kennis uitingen gedaan.'

Witteman: 'Was dat verstandig?'

Balkenende: 'Hij heeft uit het hart gereageerd.'

Witteman: 'Was dat verstandig?'

Balkenende: 'Ik kan begrijpen dat hij op basis van de informatie die hij toen had…'

Witteman: 'Maar was dat verstandig?'

Balkenende: 'Dat is de wijsheid achteraf.'

Witteman: 'Ja, daar vraag ik naar.'

Balkenende: 'Als je informatie tegenkomt waarvan je denkt dat die ook volledig is en die ook klopt, dan mag je uitingen doen.'

Witteman vroeg daarna, in verschillende bewoordingen, nog veertien keer of de uitspraak verstandig was. Telkens vertikte de premier het een antwoord te geven.

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het optreden slim of sluw vinden. De premier vervreemdde zich niet van al die kiezers die het liefst hadden gezien dat die overvaller ter plekke was doodgeschopt. Hij voorkwam een openlijke aanvaring met een populair lid van het Koninklijk Huis, maar steunde hem aan de andere kant ook niet. Maar de enige conclusie die ik kon trekken, was dat Balkenende een man is zonder sterke innerlijke overtuigingen. Een man die een beetje probeerde mee te deinen op de publieke opinie.

Bij zijn aantreden als CDA-leider had ik even de hoop dat hij anders zou zijn dan de meeste andere politici. Wat is er eigenlijk mis met Balkenende, vroeg ik me toen af. Hij werd te veel een ideoloog en een denker gevonden. Dat leek me een verademing nadat onder Paars de politiek wat al te technocratisch was geworden.

Ik liet me destijds verblinden door het beeld van de 'professor' die jarenlang als medewerker van het wetenschappelijk bureau het denkwerk voor zijn partij had verricht. Duizenden pagina's had hij volgeschreven. Maar je hebt ook mensen die steeds aan het woord blijven om maar niets van betekenis te hoeven zeggen. Zo iemand is Balkenende. Een man van omslachtige antwoorden op nooit gestelde vragen.

Ik begin me dan ook steeds meer af te vragen wie hij nu eigenlijk is en wat hij vindt. Typerend is de brief die hij aan de Tweede Kamer over waarden en normen schreef. Van dat onderwerp maakt Balkenende de afgelopen tijd nogal een nummer, dus de verwachtingen waren hooggespannen.

Het werden drie pagina's over de noodzaak van het opzetten van een 'belevingsmonitor', de 'ontwikkeling van een communicatieaanpak', het 'stimuleren van sectorale initiatieven' en de noodzaak van de zoveelste 'adviesaanvraag' aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Geen letter over wat hij vindt waar het in de samenleving aan schort.

Als Balkenende gevraagd wordt naar de motieven van zijn handelingen beroept hij zich bij voorkeur op omstandigheden. Alsof het hem alleen maar overkomt.

Waarom werd hij de leider van het CDA? Omdat zijn partij een beroep op hem deed en er geen alternatief zou zijn. Wilde hij premier worden? De winst van het CDA en het verloop van de campagne maakten een andere keus onmogelijk. Waarom ging hij regeren met VVD en LPF? Daar dwong de verkiezingsuitslag hem toe.

Wat bij de reconstructies van de ondergang van het kabinet het meest opvalt is dat onduidelijk is welke rol de premier speelde. Wilde hij van het kabinet af? Wilde hij het redden? Niemand kan het zeggen.

De premier wil in de komende campagne het aantal debatten en optredens beperkt houden. Dat verbaast me inmiddels niet meer.

olaf kraak/anp

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 07-06-2003
Pagina: 029

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Afscheid
Door Michiel Zonneveld

De vlucht van de politiek – was dat wel een goede titel voor deze column? Als persoonlijk statement slaat hij nergens op. Politiek is voor mij niet zomaar een onderwerp, het is een passie. Op de lagere school schreef ik al een, gelukkig verloren gegaan, gedicht tegen Hans Wiegel. Op tienjarige leeftijd was ik diep aangeslagen toen Nixon voor de tweede keer president werd. Vier jaar later werd ik lid van de PvdA. Op de middelbare school maakte ik deel uit van het leerlingenparlement. Ik studeerde natuurlijk politicologie. Op mijn eenentwintigste was ik voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA. Daarna volgde de journalistiek. Altijd als politiek redacteur. Ik schreef tot nu toe vier boeken over politiek. Daarvan vluchten is dus een beetje als doodgaan.

De titel van deze column komt ook in het licht van de meest recente parlementaire geschiedenis curieus over. In de twee jaar dat ik hem schreef stortte het laatste kabinet-Kok met donderend geraas in, raakte niemand uitgepraat over de revolutie die 'de nieuwe politiek' teweegbracht en explodeerde het kabinet-Balkenende I. De stille marsen na de dood van Fortuyn leken het bewijs dat het volk 'de politiek' weer terugeiste. Daarna ging het er nog lang ruig aan toe in Den Haag. Wie weet worden de schermutselingen voortgezet. Gerrit houdt immers niet van Jan Peter. Jan Peter wordt met de dag nerveuzer en is eigenlijk ook niet zo op Gerrit gesteld. En Thom? Ach, Thom. De politiek lijkt kortom weer helemaal terug. Veel mensen verwachten dat er weldra een opvolger van Pim Fortuyn opstaat en dat vervolgens de 'opstand tegen de politiek' pas echt begint. Ja, dat we zelfs het begin meemaken van een nieuwe klassestrijd.

Maar juist de passie voor de politiek is de reden waarom ik ophoud over de dagelijkse verwikkelingen in Den Haag te schrijven. Om te beginnen ben ik al helemaal niet bang een revolutie te missen. Ik moet de laatste tijd vaak denken aan een televisie-interview met de Franse filosoof Regis Debray dat ik ongeveer vijftien jaar geleden zag. Hij was in de jaren zestig en zeventig een icoon van de linkse beweging. Hij sprak over de studentenrevolte van 1968 in Parijs. Die gebeurtenis gaf linkse activisten overal in Europa het gevoel dat een echte revolutie mogelijk was. Volgens Debray was dit een grote historische vergissing. Als '1968' nu juist iets bewezen had, dan was het dat in de twintigste eeuw een revolutie in Frankrijk níét meer reëel was. Want de arbeiders hadden niet de minste behoefte zich bij de rebellerende studenten aan te sluiten. Dat in die dagen ook de Renault-fabriek werd bezet was achteraf bezien slechts toeval. Het was veelzeggend dat de stakers de studenten die zich 'solidair' hadden verklaard niet tot het fabrieksterrein toelieten. Toen president de Gaulle na de opstand vervroegde verkiezingen uitschreef, won hij die met overmacht.

De ontnuchtering treedt in Nederland sneller op. 'Nieuwe politiek, waar ging het over,' liet premier Balkenende zich vorige week bij de presentatie van zijn tweede kabinet al ontvallen. De verzamelde journalisten lachten hem in zijn gezicht uit vanwege het vertoon van zo veel opzichtig opportunisme. Een jaar geleden vond hij zichzelf immers nog het symbool van 'die nieuwe politiek'. Maar dat neemt niet weg dat hij natuurlijk gelijk had. Als er het afgelopen jaar iets duidelijk is geworden, dan is het dat het niet mogelijk is om politiek op een manier te bedrijven die totaal anders is dan tot nu toe gebruikelijk. De omgangsvormen waren wel eventjes anders in de politiek, maar dat was beslist geen verbetering. Binnen de kortste keren bezetten de politieke nazaten van Fortuyn elk achterkamertje in Den Haag. Dat was de enige manier om zaken te doen, zeiden ze. Net als alle politici voor hen. Bij de laatste verkiezingen ging het overgrote deel van de zetels weer als vanouds naar CDA, PvdA en VVD.

Achteraf moet worden vastgesteld dat de politiek zichzelf alleen maar verder heeft gemarginaliseerd. Ik weet heus wel dat sommige ontwikkelingen onvermijdelijk zijn. Zelfs een kabinet met de SP heeft te maken met de wereldeconomie en kan dus niet doen wat het wil. Ik kan verder klagen over de onachtzaamheid waarmee steeds meer macht aan Brussel wordt toegestaan, maar weet ook dat een voortgaande integratie onvermijdelijk is. Waar ik me echt over blijf opwinden is het feit dat politici het verdommen de mogelijkheden die ze wel hebben voldoende te benutten. Tegenover de grote woorden over een andere politiek staan piepkleine daden. Er treedt nu een kabinet aan met een regeerakkoord waarvan de inhoud grotendeels door ambtenaren is gedicteerd. Veel ruimte voor de Tweede Kamer is er niet, want de drie regeringspartijen hebben plechtig besloten de komende jaren een front te vormen. Vooraf besluiten ze in een kamertje op het Binnenhof wat de uitkomsten van de debatten moeten zijn. Politici zijn bovendien nauwelijks nog aanspreekbaar als voorzieningen als het openbaar vervoer, de volkshuisvesting of de energievoorziening falen. Die zijn door de kabinetten-Lubbers, -Kok en -Balkenende immers allemaal verzelfstandigd of geprivatiseerd.

Wat moet ik nu nog in Den Haag? Er komt een moment dat je bijvoorbeeld CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen ziet lopen en je je afvraagt: waarover zou ik met hem willen praten? Over 'het sociale gezicht' van het CDA? Als ik hem vertel dat Rerum Novarum een pizza is zou hij me zo geloven. Dat gevoel heeft natuurlijk te maken met een teveel aan dienstjaren. Maar toch vooral met een politiek die zich gemarginaliseerd heeft. Iedereen gedraagt zich ernaar. Balkenende stuntelde in het debat over het regeerakkoord omdat hij het 'te druk' had gehad om het in detail te bestuderen. Zelden zie ik een vraaggesprek met een politicus in een van al die gezellige programma's waarbij ik de indruk heb dat de interviewer zich heeft voorbereid.

Als de politiek op de vlucht is ga ik zoeken. Voorlopig maar even buiten Den Haag.

roel rozenburg

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 01-03-2003
Pagina: 025

Rubriek: DE VLUCHT VAN DE POLITIEK

Auteur: ZONNEVELD, M.

Inflatie van grote woorden
door Michiel Zonneveld

Armoedebeleid oncontroleerbaar! Miljoenenfraude bij de Hogere Beroepsopleidingen genegeerd! Extra geld voor de politie spoorloos! Grotestedenbeleid een chaos! Ik weet niet eens zeker of ik hiermee een compleet overzicht geef van het alarmerende nieuws dat de afgelopen twee weken uit de rapporten van de Algemene Rekenkamer werd gehaald. Ooit had het instituut een reputatie van degelijkheid en saaiheid. Wie aan de Rekenkamer dacht, zag een stel oudere heren voor zich, gebogen over jaarrekeningen van de ministeries en overheidsdiensten. Tegenwoordig denk je al snel aan superrechercheurs die het land verlossen van op grote schaal falende en sjoemelende ambtenaren en politici. In werkelijkheid is er, denk ik, niet zoveel veranderd bij de Rekenkamer. Hooguit is er een wat actievere afdeling publiciteit, maar over het effect daarvan heb ik mijn twijfels.

Het grote verschil met vroeger is dat het instituut in een ander politiek klimaat functioneert. De gevoeligheid voor affaires en schandalen is nu veel groter dan een jaar of tien geleden. Dat lijkt alleen maar goed nieuws. Niemand is erop tegen dat belastinggeld goed wordt besteed. Iedereen is tegen fraude, diefstal en gesjoemel bij de overheid. Er zijn in het verre en recente verleden legio voorbeelden van verontrustende zaken die zijn toegedekt. Maar er is ook een keerzijde van de verhoogde aandacht voor misstanden bij de overheid. Termen als 'fraude', 'gesjoemel' en 'wanbeleid' worden wel erg snel gebruikt. Blijkbaar is het alleen nog maar mogelijk om met grote woorden in de politiek en in de media te worden gehoord. Het is ook een weinig dankbare taak om dan een ander geluid te laten horen. Voor je het weet krijg je het verwijt dat je al die grote schandalen wilt vergoelijken.

Toch is er enige nuancering nodig om te voorkomen dat er straks nog grotere ongelukken gebeuren. Een voorbeeld is het rapport over het armoedebeleid van de paarse kabinetten. Zijn alle miljarden die daaraan zijn uitgegeven weggegooid geld? Wie de krantenkoppen leest, zou het bijna gaan geloven. De Rekenkamer is in werkelijkheid veel voorzichtiger. Volgens het rapport over dit beleid is er sprake van een 'oerwoud aan regelingen' waardoor moeilijk is vast te stellen hoeveel er is uitgegeven. Verder staat er dat 'belangrijke uitgangspunten, begrippen en doelstellingen' die de regering zou moeten hebben 'nauwelijks zijn uitgewerkt'. Over echte verkwisting is weinig te vinden. Denk aan het voorbeeld van de bijstandsmoeder die een wasmachine krijgt. Het kan zijn dat er nooit een duidelijk besluit is genomen waaruit blijkt dat ze er recht op heeft. Wellicht zijn later de bonnen zoekgeraakt. Dat is voor de boekhouders van de Rekenkamer genoeg reden om te schrijven dat de uitgave 'onrechtmatig' was. Maar die wasmachine draait nu wel en het gezin is blij. De hardste conclusie die in het rapport getrokken wordt, is dat met de 4,5 miljard euro die in 2000 werd uitgegeven 'misschien' meer gedaan had kunnen worden.

Ook het rapport over het grotestedenbeleid bevat vooral kritiek op de oncontroleerbaarheid. Dat is iets heel anders dan falend beleid. Het gevaar van een debat vol grote woorden is dat ook bij het trekken van de conclusies elke nuance uit het oog verloren wordt. Mensen zouden kunnen denken: als het beleid toch alleen maar uit chaos en fiasco's bestaat, kan het in deze moeilijke tijden net zo goed worden wegbezuinigd.

Een nog groter gevaar is dat er onderhand een inflatie van begrippen ontstaat. Het gevolg daarvan is dat er veel te mild wordt gereageerd als er iets gebeurt dat predikaten als 'schandaal' of 'geldsmijterij' écht verdient. Een pijnlijk voorbeeld was de reactie op de hbo-fraude en het nieuws dat de Betuwelijn een financieel fiasco wordt. In beide gevallen hebben zich dingen voorgedaan die nooit hadden mogen gebeuren. Toch is de omvang van deze twee kwesties onvergelijkbaar. In het eerste geval is de schade die de samenleving wordt berokkend betrekkelijk gering en is er voor het rijk geen cent verloren gegaan. Vooraf heeft het rijk namelijk vastgesteld hoeveel de hogescholen aan subsidie krijgen. Bovendien bestaan er allerlei ingewikkelde regels voor de verdeling van het geld over de scholen. Een van de problemen is dat die regels door de scholen en het ministerie verschillend worden geïnterpreteerd. Dat is niet goed, maar nog geen fraude. Veel ernstiger is natuurlijk dat enkele scholen de boel ook echt hebben bedonderd door spookstudenten op te voeren. Die hebben dus vooral hun collega-instellingen een loer gedraaid.

In het geval van de Betuwelijn gaat het om wat weleens een van de grootste financiële debacles in de geschiedenis kan worden. Deze week berekende het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat er de eerste decennia na de oplevering jaarlijks vijftien tot vijfentwintig miljoen euro bij moet. De afgelopen tien jaar is de aanleg van de goederenspoorlijn drie keer zo duur geworden als gepland (het wordt naar schatting 4,5 miljard). Deze cijfers zijn door het ministerie, immers politiek verantwoordelijk voor het project, waarschijnlijk nog roze gekleurd. Drie jaar geleden schreef de Algemene Rekenkamer een rapport over de hele besluitvorming rond dit project dat pas echt schokkend genoemd kan worden. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat bleek de Tweede Kamer onkundig gehouden te hebben van twee onderzoeken die duidelijk maken dat een snelle verbinding tussen de haven van Rotterdam en Duitsland een illusie is. De Duitse spoorwegen konden al dat goederenvervoer namelijk helemaal niet aan. Ook blijkt er bij de prognoses van de groei van het goederenvervoer sprake van allerlei dubbeltellingen. De alternatieven (een combinatie van scheepvaart en vrachtvervoer over de weg) bleken onvoldoende te zijn bestudeerd. Kortom: er deugde weinig van de onderbouwing.

Deze week besloot een weer eens woedende Tweede Kamer tot een parlementair onderzoek naar de hbo-fraude. En naar de Betuwelijn? Dat vond een ruime meerderheid niet nodig.

maarten hartman/hh

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 05-07-2003
Pagina: 023

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Stoppen op je hoogtepunt
Door Michiel Zonneveld

De dag nadat ik dacht mijn laatste 'De Vlucht van de Politiek' geschreven te hebben, hoorde ik dat ik de Anne Vondelingprijs had gewonnen. Samen met Lidy Nicolasen van de Volkskrant mocht ik vorige week de prijs voor de politieke journalistiek in ontvangst nemen. Het was de bedoeling dat we ook samen een toespraak zouden houden, maar al snel hadden onze besprekingen het karakter van een fractievergadering van de LPF. Ik werd overigens wel geïnspireerd door Nicolasen. Op een moment zei ze namelijk: 'Jij wilt moraliseren.' Misschien was het wel als verwijt bedoeld. Maar, vroeg ik me af, wat is er eigenlijk mis met moraliseren? Iedereen had dit jaar de mond vol over normen en waarden. Daarom kwam ik van de berg met de tien geboden van de politieke journalistiek. Bij dezen een selectie.

1. Wees geen valse profeet, waan je geen waarzegger.

De smadelijkste anekdote uit mijn journalistieke carrière speelde zich af in het voorjaar van 2001. In dat jaar publiceerde ik samen met Parool-journalist Bas Soetenhorst een boek onder de titel Afrekenen met Peper. Na de officiële presentatie hadden we de illusie dat er wel animo zou zijn voor een signeersessie in de Amsterdamse boekhandel Athenaeum.

We bedachten het volgende plan: we zouden Pim Fortuyn vragen het boek aan te prijzen. Die haatte Peper, terwijl wij in ons boek juist nogal de vloer aanveegden met de manier waarop de affaire rond de oud-burgemeester van Rotterdam door journalistiek, politiek en de accountants van KPMG was aangepakt. Omgekeerd zou ik Fortuyns, ook bij uitgeverij Van Gennep verschenen, boek Het droomkabinet aanprijzen.

Voor alles was gezorgd. Gratis drank. Een advertentie. Uitnodigingen de deur uit. Fortuyn werd met hond door zijn chauffeur voorgereden. Mijn fiets stond op slot. Het bleef leeg in de boekhandel. Ik geloof dat alleen mijn moeder kwam opdagen. Dit speelde zich af iets meer dan een halfjaar voordat Fortuyn lijsttrekker werd van Leefbaar Nederland.

Vaak wordt gezegd: de journalistiek, vooral de parlementaire, had de opkomst van het fenomeen moeten voorzien. Maar als ik dat na die ervaring in Amsterdam had gedaan, was ik met recht voor gek verklaard. Journalisten hebben geen glazen bol. Ooit voorspelde ik dat Paars slechts een tussenkabinetje zou zijn. Acht jaar later schreef ik dat ik me vergist had en dat er wel een derde paars kabinet in zat. Maar, erkende ik toen wel, u weet wat mijn voorspellingen waard zijn. Met voorspellingen maak je jezelf doorgaans alleen maar belachelijk. Je kunt hooguit schrijven wat waarschijnlijk is dat er zal gaan gebeuren.

2. Een journalist moet blijven twijfelen, vooral aan zijn eigen gelijk.

Je hoort niet alleen het vermeende gelijk van anderen, maar ook dat van jezelf ter discussie te stellen. Na de opkomst van Fortuyn was er in de media een invasie van gelijkhebbers. Ik som wat geluiden op, van mezelf en anderen: 'Heb ik niet gewaarschuwd voor de gevaren van Paars, dat een einde maakte aan de politieke verschillen?' En: 'Heb ik niet gewezen op de verwaarlozing van de publieke sector?' 'Is de politieke cultuur niet door en door verrot? De achterkamertjes, de sorrycultuur, de partijbenoemingen?' 'Hebben we PvdA, VVD en D66 niet voorgehouden dat ze hun hoofd in de strop staken door afscheid te nemen van Paars en hun beleid dus onvoldoende te verdedigen?' Enzovoort.

Ik vraag me inmiddels sterk af of er wel een dwingende verklaring voor Fortuyn was. Was het niet een beetje 1953, het jaar van de watersnood? Met springtij. Een storm beukte op dijken die de jaren daarvoor verwaarloosd waren. En zijn al die deelgelijkjes van ons bij nadere beschouwing wel echt zo overtuigend? Waren er niet erg veel mensen die kort geleden nog blij waren dat de paarse partijen zo pragmatisch met hun politieke verschillen omgingen? Waar hebben we het bovendien over als de terugkeer van de duidelijkheid in de politiek wordt geprezen? Mij is in elk geval nog steeds onduidelijk waarom CDA en PvdA het in de formatie niet eens konden worden.

3. Wantrouw jezelf gelijk je naaste.

Laat je dus op de eerste plaats nooit voorstaan op neutraliteit en objectiviteit. Een parlementair journalist mag geen lid zijn van een politieke partij, is een veelgehoorde stelling. Hij moet objectief en neutraal zijn. Maar zou ik dan wel een huis mogen bezitten? Dan ben ik belanghebbende in de discussie over de hypotheekrenteaftrek. Lid van een vakbond? Zijn we verder niet allemaal bang voor weglopende lezers, of om belangrijke 'bronnen' kwijt te raken? De beste journalist leeft volgens de neutraliteitsdenkers als een monnik. Maar zouden monniken goede journalisten zijn? Je kunt maar beter eerlijk zijn over je oordelen en voorkeuren. Dan kunnen anderen beter beoordelen of je je werk op een faire wijze doet.

4. Gij zult het vrije woord niet doden. Waak voor uitsluiting in het politieke debat.

Voor velen is dat de boodschap van Fortuyn. Te gemakkelijk zijn mensen in het verleden na klachten over hun gekleurde buren voor racist versleten. Maar meteen toen dat automatisme overboord ging, kwam er een ander voor in de plaats. Als je de laatste anderhalf jaar naar je hoofd geslingerd kreeg dat je Politiek Correct was, kon je net zo goed naar huis gaan. In verkiezingsdebatten stonden bestaande partijen op achterstand omdat ze werden weggezet als de 'gevestigde politiek'. Of 'de regenten'. Of het establishment. Het overkwam zelfs Jan Marijnissen.

5. Stop op je hoogtepunt.

Wat is er eigenlijk mis met moraliseren?
sygma/abc

Copyright © 2003 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)