Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt
Lessen voor Bos en Van Basten MICHIEL ZONNEVELD
Kunnen Marco van Basten en Wouter Bos iets van elkaar leren? Tot afgelopen zomer waren ze de onbetwiste helden van het land. Van Basten zou volgens menig sportdeskundige het Nederlands elftal minstens naar de halve finale van het WK loodsen. Bos kon het premierschap eenvoudigweg niet ontgaan. De PvdA stond zelfs even op zestig zetels in de peilingen.
Maar er was veel meer dat de twee met elkaar verbond. Om te beginnen hadden ze allebei het aureool van succes. Van Basten was ooit een van de beste voetballers van Nederland. Bos had succes bij Shell, werd na een korte periode in de Tweede Kamer al staatssecretaris, en als nieuwe partijleider glorieus winnaar van de verkiezingen. Zelfs hun voorgangers leken op elkaar. Dick Advocaat was, sikkeneurig als hij kon zijn, toch wel de Ad Melkert van het voetbal.
Voor pers en publiek waren hun opvolgers daarom aanvankelijk een verademing. Allebei toonden ze zich ontspannen, en de verongelijkte toon leek weg.
Volgens Wouter Bos deelden ze bovendien een visie op de manier waarop ze leiding gaven. In zijn boek Dit land kan zoveel beter en in een groot interview met De Telegraaf legde hij uit dat het allemaal om teamgeest draaide. Hij prees de bondscoach omdat hij niet langer het belang van vedettes als Patrick Kluivert voorop stelde. Het nieuwe Oranje van Dirk Kuyt en Khalid Boulahrouz werd daarmee de metafoor voor een ander, en beter, Nederland.
Een half jaar later dringt de vergelijking zich weer op. Wouter Bos is niet de grote winnaar, maar de grote verliezer gebleken. Van Basten was verantwoordelijk voor het debacle op het WK en de zwaarbevochten 2-1 overwinning op de selectie van de dwergstaat Andorra is bijna net zo schlemielig als verliezen van Balkenende. De vraag die daarom aan de orde lijkt, is of de twee deze keer van elkaars falen kunnen leren.
De eerste les is dat leiders in staat moeten zijn tegenspraak te organiseren. Wat dat betreft zit er iets heel verraderlijks in de term 'bindend leiderschap' die Bos in zijn boek introduceerde. Vanwege het zo geroemde teambelang sneuvelde inmiddels een hele rij vedetten, onder anderen Ruud van Nistelrooy en Mark van Bommel. Helaas nam Van Basten daarmee meteen ook afscheid van de spelers die hem met enig gezag zouden kunnen tegenspreken. Daarmee komt een keerzijde van het zogeheten bindend leiderschap aan het licht: dat met het hameren op teamgeest er nog maar één iemand de baas is. Er is dus niemand die Van Basten kan behoeden voor grote fouten.
Onder Bos gebeurde in de PvdA ongeveer hetzelfde. In ras tempo is afscheid genomen van alles wat maar riekte naar oud-links. De moderne PvdA-politicus is te vergelijken met leden van de huidige Oranjeselectie als Kew Jaliens, Nicky Hofs en Danny Landzaat: bescheiden, redelijk talentvol, maar geen types die snel met de vuist op tafel slaan als het mis dreigt te gaan.
De tweede les is dat leiderschap uiteindelijk een kwestie van kiezen is. Van Basten heeft sinds zijn aantreden zo ongeveer de helft van alle Nederlandse voetballers met een proflicentie al eens geselecteerd, spelers definitief afgeschreven, en definitief afgeschreven spelers opgeroepen. Elke opstelling is weer een complete verrassing. Het doet allemaal denken aan de manier waarop de PvdA onder Bos zwalkend en zoekend bleef.
De laatste les is dat leiderschap uiteindelijk draait om doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid. Er is bijna geen trainer of politicus te bedenken die de top bereikte zonder bittere, maar leerzame tegenslagen te hebben moeten verwerken. Daarom moet niet worden uitgesloten dat Nederland het komende EK alsnog wint.
Het is zelfs niet uit te sluiten dat Bos dan premier is. Een kabinet-Balkenende zit immers gemiddeld minder dan twee jaar.
Copyright: Het Parool |