Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

 

(selectie 2010)

21-06-2010

Volkskrant. opinie

Tijd rijp voor extraparlementair kabinet

Een kabinet zonder dwingend regeerakkoord en met ministers die er  op persoonlijke titel zitting in nemen. Zo komen we pas uit de  politieke impasse. 

Als er een ding opvalt aan deze formatie is dat de politici aan de ene kant erkennen dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie, maar anderzijds lijken vast te klampen aan de oude Haagse gewoonten.

De inzet is, als altijd, een regering die geketend is aan enkele partijen die samen  een parlementaire meerderheid vormen.

Een stevig regeerakkoord moet ertoe leiden  dat de coalitie  niet voortijdig uit elkaar spat. De berekeningen van het CPB moeten bepalen binnen welke financiële marges de regering dient te opereren.

Liefst nog deze zomer moeten die per decreet worden vastgelegd.

Maar waarom zouden we onder de huidige unieke politieke omstandigheden niet eens van de huidige gewoonten afwijken en een extraparlementair kabinet beproeven? 

Een kabinet dus zonder dwingend regeerakkoord waaraan de bewindslieden en de aangesloten fracties zich hebben gebonden.

Een kabinet waarin de ministers weliswaar uit verschillende politieke partijen komen, maar toch op persoonlijke titel worden aangezocht. 
 

Den Uyl

In de afgelopen decennia hebben we een keer eerder zo’n regering gehad: het kabinet-Den Uyl. Dat was toen het gevolg van de politieke situatie in 1973, die in nogal wat opzichten leek op die van nu.

Ook toen was het politieke landschap versplinterd en hadden de potentiële regeringspartijen (toen de linkse)  normaal formeren onmogelijk gemaakt door standpunten als ‘ononderhandelbaar’ te bestempelen.

En ook toen waren sommige partijen (de christendemocratische!) niet te vermurwen deel te nemen aan het kabinet. Uiteindelijk wist de informateur in te breken door prominenten uit die partijen te bewegen toch in dat kabinet zitting te nemen.


Net als in de jaren zeventig zou de vorming van  een extraparlementair kabinet een manier zijn om uit de huidige politieke impasse te komen. Het begin van de onderhandelingen wekt immers weinig vertrouwen in de goede afloop. 

Op zijn best leiden die tot een regering waarin de leden zich tot elkaar veroordeeld worden. De kans is  groot dat die zal steunen op een minimale meerderheid (als voor een rechtse coalitie of Paars plus wordt gekozen).

Bovendien zijn er weinig opties denkbaar die ook kunnen steunen op een meerderheid in de Eerste Kamer (eigenlijk alleen een CDA-VVD-PvdA-kabinet).


Illussoir
Nu zou je kunnen hopen dat dit volgend jaar na de provinciale verkiezingen verandert (de leden van de staten kiezen de Eerste Kamer), maar het lijkt me eerlijk gezegd nogal illusoir om te denken dat de electorale verhoudingen dan hetzelfde zijn als ze vorige week waren.

De snelle veranderingen in de politieke voorkeuren van de afgelopen tien jaar geven daar in elk geval  geen aanleiding toe.

De uitslag biedt een kans af te wijken van normale gang van zaken

De vorming van een extraparlementair kabinet zou veel meer kunnen zijn dan een tactische manoeuvre om de politieke complicaties bij de vorming van een ‘normaal’ kabinet te omzeilen.

Het zou ook inhoudelijk de voorkeur moeten hebben. In die zin biedt de uitslag van de verkiezingen vooral een kans.

Op de eerste plaats zou het goed zijn voor de positie van de Tweede Kamer. Al decennia klinkt het uit de bankjes weemoedig dat er meer ruimte zou moeten zijn voor dualisme.

Dat de Tweede Kamer dus een sterkere zelfstandige positie moet hebben ten opzichte van de regering. Ondanks alle goede voornemens komt het er nauwelijks van. Het regeerakkoord en de financiële dictaten waarop die zijn gebaseerd beperken de speelruimte. 

Ook  de kwesties die niet in het regeerakkoord zijn geregeld worden buiten het parlement om geregeld (de Torentjesoverleggen tussen de fractievoorzitters en de top van het kabinet).  Dat alles heeft de positie van de volksvertegenwoordiging uitgehold.

Kans

Op de tweede plaats biedt het ook een uitgelezen kans voor het kabinet zelf. Vanzelfsprekend zouden bij de vorming van zo’n kabinet de informateurs (Ben Verwaayen en Wim Kok?)  een sterke positie moeten hebben, ten koste van de fractievoorzitters.

Op die manier kan een einde komen aan de matige rekrutering van het kabinet waarbij altijd  overwegingen zoals loyaliteit, beloning voor bewezen diensten, bloedgroepen, of verdeling over sekse, vaak belangrijker zijn dan kwaliteit.

Bovendien kan een sterk informateursduo meer aandacht besteden aan het vormen van een team. Nu komt het voor dat de minister van justitie pas bij het laatste gesprek hoort wie de minister van binnenlandse zaken wordt .

Daarnaast  kunnen de formateurs ook stappen maken in de richting van een kernkabinet. De meeste partijen willen ministeries samenvoegen, het kabinet verkleinen en de besluitvorming stroomlijnen.

Maar tot nu toe strandde dit in het overleg van de fractievoorzitters. Minder ministers betekent immers dat er minder posten te verdelen zijn.


Speelruimte
Op de derde plaats heeft een extraparlementair kabinet ook inhoudelijk meer speelruimte. Daar is deze keer alle reden toe. Want als de huidige economische situatie zich door iets kenmerkt, dan is het onvoorspelbaarheid.

Bekijk voor de grap eens de prognoses van de afgelopen jaren.  Het is onder die omstandigheden onzinnig om het CPB de financiële ruimte te laten bepalen voor de komende vier jaar.

Dat maakte het bij de afgelopen verkiezingen al zo penibel uitspraken te doen over koopkracht, huizenprijzen of werkgelegenheid.


Tot slot is een extraparlementair kabinet de beste  vertaling van de uitslag van de kiezer.  Vooraf hebben PvdA VVD en CDA net gedaan of het vooral een strijd was om wie de regering mocht vormen en dus de premier mocht leveren. De grote meerderheid van de kiezers heeft dit spel niet meegespeeld. 
  Tijd dus voor een heel ander spel.

 

Michiel Zonneveld is publicist

Biografie

Naamloos natrappen
door Michiel Zonneveld

160 anonieme bronnen lopen leeg

'Job Cohen wil onze premier worden,' zo begint Job Cohen. Burgemeester van Nederland, 'Maar wie is hij? En hoe gaat hij te werk?' De twee auteurs van het boek lijken als weinig anderen in staat te zijn op die vragen een antwoord te geven. Marcel Wiegman is chef-verslaggeving van Het Parool en schreef daarin van 2001 tot 2007 scherpe stukken over de Amsterdamse politiek. Zijn collega Hugo Logtenberg onderscheidde zich bij NOVA en het weekblad Intermediair als een van de meest gedegen politieke researchjournalisten. Bovendien was hij voor die tijd werkzaam voor de landelijke VVD-fractie, en publiceerde hij ooit een opiniestuk dat hij samen had geschreven met toenmalig VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, een van de grote critici van Cohen. Een hagiografie is het zeker niet geworden. De auteurs staan uitgebreid stil bij de momenten waarop Cohen moeite had zijn faam als bruggenbouwer waar te maken. Afgelopen weken trok het boek vooral de aandacht met de onthullingen over de slechte relatie die Cohen had met 'zijn' korpschef Bernard Welten. Maar uit het boek blijkt ook dat Cohen het erg moeilijk had in het college met de dominante wethouders Rob Oudkerk (PvdA) en Geert Dales (VVD). Pas nadat zij vertrokken waren, begon zijn ster als burgemeester te stralen.

Het beeld van de altijd zo aimabele Job Cohen wordt eveneens flink gerelativeerd. In de omgang was de burgemeester in de eerste plaats zakelijk, soms op het kille af. En toen PvdA-wethouders als Rob Oudkerk en Hennah Buyne het moeilijk kregen, liet Cohen hen volgens de auteurs keihard vallen. Regelmatig klinkt de klacht van de slachtoffers dat ze zich niet gesteund voelden.

Verder wordt in het boek wel duidelijk wat de kracht en de zwakte van de methode-Cohen is. De burgemeester van Amsterdam was niet iemand die snel geneigd was initiatief te nemen. Hij was een bestuurder die eerst keek hoe de hazen liepen en dan pas actie ondernam, en vaak meer geïnteresseerd was in het proces dan in de inhoud.

Lastig blijft dat dit boek gebaseerd is op honderdzestig anonieme interviews. In het boek staat immers dat de Amsterdamse politiek 'een slangenkuil' is; om dan mensen de gelegenheid te geven anoniem leeg te lopen, is vragen om moeilijkheden. Het gaat bijvoorbeeld mis als de auteurs beschrijven wat er gebeurde nadat een agent op het Mercatorplein een Marokkaan doodschoot die hem met een mes had bedreigd. Cohen zou na het incident wel de familie van de Marokkaan hebben gecondoleerd, maar verzuimd hebben de agent te bezoeken. Het boek: 'Tot de dag van vandaag leidt de herinnering daaraan bij de Amsterdamse politie tot grote woede.' Maar voormalig commissaris Van Riessen zei in een reactie dat de burgemeester de agent wel degelijk had bezocht. Hij was er zelf bij geweest.

Het gebruik van anonieme bronnen loopt bovendien soms over in persoonlijke interpretaties van de werkelijkheid. In een passage beschrijven de auteurs hoe toenmalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg in 1994 Cohen een hoge plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer aanbood. Rottenberg zou 'gecharmeerd zijn van zijn kwaliteiten'. En, zo voegen de auteurs eraan toe, 'ook is er, al blijft dat onbesproken, de herkenning van een gedeelde joodse afkomst.' Een curieuze vaststelling. Hadden joodse kandidaten een streepje voor bij Rottenberg? Dat kunnen ze toch niet bedoelen? En vooral wil ik dan weten hoe de auteurs toch ter ore is gekomen wat onbesproken bleef.

 

 

Info
Hugo Logtenberg & Marcel Wiegman
Job Cohen. Burgemeester van Nederland
Nieuw Amsterdam 288 p., € 17,95
Credits

Copyright © 2010 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

 

 

 

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 27-02-2010
Pagina: 056_1

Rubriek: BOEKEN

Auteur: ZONNEVELD, M. (MICHIEL)

Soort artikel: Recensie

Non-fictie / Lijsttrekkerboeken

Gut, weer een politicus
door Michiel Zonneveld

Het boek als campagnewapen heeft zijn langste tijd gehad. Dat blijkt wel uit ‘De ontsluierde stad’ van PvdA’er Lodewijk Asscher.

Er beviel me iets niet aan het boek. Het lukte me niet meteen te vatten wat het precies was met De ontsluierde stad. Het was met het boek van PvdA-wethouder Lodewijk Asscher als het gevoel dat je met een zonet aangeschafte auto kan hebben. Die ziet er van buiten goed uit. Technisch gezien werkt-ie prima. Niks mis met de stoelen. Geen goede reden dus om hem terug naar de garage te brengen. En toch heb je bij het rijden steeds het gevoel dat er iets niet helemaal klopt.

Aan de titel kon het niet liggen in elk geval. Goed, je bespeurt er wat Bolkesteiniaans en Fortuyniaans erfgoed in. Aan de andere kant vond ik het wel poëtisch klinken.Hij dekt bovendien de lading. De auteur wil ontsluieren wat er in de stad gebeurt en laten zien wat hij in de stad doet. Bovendien speelt de integratie in zijn werk een belangrijke rol.

Het had natuurlijk met de persoon van de auteur te maken kunnen hebben. Maar de lijstaanvoerder van de Amsterdamse PvdA lijkt me een sympathieke politicus. Iemand die op mij altijd aardig en fatsoenlijk overkomt en de indruk wekt dat hij zich altijd oprecht stort op de kwesties waar hij mee te maken heeft. Het is het soort kandidaat waar je zo maar op zou kunnen stemmen en dan maakt het niet eens zo veel uit voor welke partij hij op de lijst staat.

Asscher is verder een politicus die bij mij in elk geval enige nieuwsgierigheid opwekt. Hij geldt als een van de grote talenten. Nu al onomstreden als wethouder. Een man die er blijk van geeft iets te willen. Hij zegt geen carrière in de landelijke politiek te ambiëren. Maar hij is pas vijfendertig en het is onwaarschijnlijk dat hij niet ooit de sprong uit Amsterdam gaat maken. Zoveel rijzende sterren heeft zijn partij nu ook weer niet.

Bijna-chantage

Het boek is niet eens erg beroerd geschreven. Dat is altijd iets waarvoor je bevreesd bent na lezing van de boeken die lijsttrekkers in het recente verleden hebben geschreven. Soms zijn ze niet meer dan een verzameling slecht geschreven opstellen en onbeholpen toespraken, voorzien van een inleiding en een kaftje. Vaak word je getroffen door een allerberoerdst proza. Een dieptepunt is het boek Aan de kiezer (2006) van Jan Peter Balkenende, waarin hij zogenaamd allerlei bekende en minder bekende Nederlanders een brief schrijft ('Geachte Heer Taheri, Hartelijk dank voor de heerlijke vis die ik van u kreeg tijdens mijn laatste bezoek aan uw vishandel...').

Ik zal ook niet durven beweren dat De ontsluierde stad mooi is geschreven. Het staat vol met van die staccatozinnen van een tot drie woorden, zoals in een powerpointpresentatie. Maar de stijl is redelijk functioneel. Je kunt als lezer vallen over de nadrukkelijke ik-vorm. Het veel van: ik doe dat voor 'mijn Amsterdamse kinderen'. Daar kun je weer tegenover stellen dat je door de vorm wel wordt meegenomen.

Inhoudelijk behoort het zelfs tot de betere in zijn soort. Wie denkt dat gemeentepolitiek per definitie saai is, zou dit boek moeten lezen. De auteur laat zien dat er fascinerende gevechten worden uitgevochten. Asscher beschrijft hoe hij probeert foute ondernemers en criminele pooiers van de wallen te jagen. Hij is redelijk eerlijk over de dilemma's, zoals dat je soms voor veel geld onroerend goed moet overnemen van onderwereldfiguren. Ronduit spannend is het om nog eens terug te lezen hoe hij als jonge wethouder onder druk werd gezet toen het stadsbestuur de privatisering van de luchthaven wilde terugdraaien. De charmante bijna-chantage van minister van Financiën Zalm, die suggereerde dat als Amsterdam niet meewerkte dit financiële repercussies kon hebben. De intimiderende taal van topmannen uit het bedrijfsleven.

Niet minder spannend is de strijd die hij moet voeren met de besturen van slecht presterende scholen. De onwil die er regelmatig is om ook maar iets van de eigen autonomie in te leveren. Leerzaam is het te lezen hoe moeilijk het is om beweging te krijgen in de jeugdzorg. Hoe gemeentelijke en zelfstandige organisaties elkaar in de weg kunnen zitten bij het oplossen van problemen. En dat bij de inburgeringcursussen een vanuit Den Haag opgelegde privatisering ertoe leidde dat vele miljoenen in een groot zwart gat verdwenen.

Tot slot zou ik kunnen wijzen op een allerakeligste uitglijder. In het hoofdstuk over Schiphol blijkt een passage van een NRC-columnist letterlijk te zijn overgeschreven. Dat is inderdaad op zijn minst slordig te noemen. Maar dat is de kern van de zaak toch niet. Net zomin als je een Toyota afschrijft omdat het design van de bumper gejat is van Renault.

Wat dan wel?

Ed van Thijn

Op zoek naar het antwoord op die vraag moet je eerst vaststellen wat een politiek boek goed of in elk geval van betekenis maakt. In dat opzicht zou je twee genres kunnen onderscheiden. In het eerste genre doet een politicus verslag van wat hem is overkomen. Het allermooiste is wanneer dit op de huid geschreven is. Wanneer je als lezer de gelegenheid krijgt mee te denken en mee te voelen. Je ziet dan hoe van dag tot dag de politiek gemaakt wordt. De absolute klassieker is wat dat betreft nog altijd Dagboek van een onderhandelaar, het boek waarin Ed Van Thijn, destijds fractievoorzitter van de PvdA, de in 1977 mislukte formatie van een tweede kabinet-Den Uyl beschrijft.

Het andere genre is meer essayistisch van aard. Met boeken waarin een politicus probeert onderwerpen te exploreren en op de agenda te zetten. Er zijn veel politici die hebben geprobeerd om zo'n boek te schrijven. Het meest sprekende voorbeeld is Frits Bolkestein. De voormalige VVD-leider schreef over veel verschillende onderwerpen. De meeste invloed had hij daarbij met de manier waarop hij het integratievraagstuk aan de orde stelde. Dat deed hij onder andere in boeken als Moslim in de polder en Islam en democratie.

Je zou het haast vergeten, maar tot in de jaren negentig was het een links thema. Sprak je over integratie, dan ging het over antidiscriminatie, tolerantie, plannen om allochtonen aan het werk te helpen en het bestrijden van ongelijkheid. Sinds Bolkestein het onderwerp wist te kapen, gaat het integratiedebat om criminaliteit, het gevaar van de islam en het doodknuffelen van allochtonen.

Maar een goed boek schrijf je nu eenmaal niet zo maar eventjes. Een belangrijke voorwaarde is dat een politicus er de tijd voor neemt, zichzelf dus vrijmaakt. Een andere is dat de auteur in een grote mate van vrijheid kan schrijven. Bij een reconstructie mag er niet te veel worden toegedekt. Bij het schrijven van boeken en essays moet je gedachten en ideeën kunnen uitproberen, het woord zegt het al. Dat vereist een autonome positie en geest.

Het probleem van het lijsttrekkerboek is dat aan die voorwaarden haast niet voldaan kan worden. Vrijwel alle boeken geven er blijk van in grote haast te zijn geschreven. Druk zijn politici toch al en de ruimte zich van de dagelijkse politieke beslommeringen los te maken, is er in de aanloop naar de verkiezingen al helemaal niet. Ze hebben daarom vrijwel altijd hulp nodig van tekstschrijvers. Daar is niet zo heel veel op tegen (zolang hij of zij daar eerlijk over is), maar een vereiste blijft wel dat het boek tijd en aandacht van de officiële auteur krijgt.

Van de gewenste autonomie blijft in campagnetijd evenmin weinig over. Een lijsttrekker zal dan niet snel iets zeggen dat de kiezer wegjaagt. Hij of zij wil misschien best toegeven dat ze twijfelen en fouten maken, zolang het niet tot de indruk kan leiden dat er iets ontbreekt aan het oordeelsvermogen van de politicus. Kritiek op de eigen partij mag, maar uiteindelijk is het wel de bedoeling dat we hem of haar vertrouwen en dus onze stem toevertrouwen. Zelfs hoogstpersoonlijke anekdoten worden slechts opgedist als ze passen in het grote politieke belang. Of de strekking wordt zo aangepast dat ze er in passen en in elk geval geen electorale schade berokkenen.

Dezelfde soort beperking geldt voor de onderwerpen die in de boeken worden aangesneden. In de periode dat het boek verschijnt, komen partijen met hun verkiezingsprogramma's en het is niet de bedoeling dat de verschillen te veel in het oog lopen. In dit verband spreek ik uit eigen ervaring, want ik werkte met Femke Halsema aan het boek Linkse lente. De basis voor het boek waren lange interviews. Vanaf het moment dat het partijproces van programma's schrijven begon, merkte ik dat ze in haar antwoorden bewust en onbewust minder vrij werd.

Media-event

De boeken zijn, kortom, in de eerste plaats bedoeld als campagne-instrumenten. Niet eens zozeer omdat politici denken dat ze de lezer ermee overtuigen, maar omdat ze het kunnen gebruiken als een media-event, een gelegenheid om in de campagne aandacht te krijgen of vast te houden. Ze vormen de basis voor interviews met journalisten die de boeken in de meeste gevallen niet of maar half hebben gelezen.

In de beperking van het genre van het lijsttrekkerboek zit ook meteen het kernprobleem van het boek van Asscher. Je kan niet eens zeggen dat hij alleen maar een glad verhaal schreef. 'Natuurlijk schaam ik me ook wel eens voor mijn partij,' schrijft Asscher zelfs. 'Voor de mensen, voor het beleid, voor de schandalen.' En af en toe geeft hij ook toe naïef te zijn geweest, of fouten te hebben gemaakt, bijvoorbeeld bij het zoeken van een opvolger van wethouder Ahmed Aboutaleb, toen die staatssecretaris werd (wat leidde tot een kort en ongelukkig wethouderschap van Hennah Buyne). Maar elke keer blijft hij binnen een veilige zone. Natuurlijk doet hij dat. Volgende week zijn er verkiezingen!

Het gevolg is een boek dat voor de lezer nog niet af is. Asscher schrijft in zijn inleiding te willen vertellen over zijn werk voor de stad Amsterdam. Bovendien voelt de wethouder de behoefte verantwoording af te leggen voor de keuzen die hij maakt en gemaakt heeft. Hij zegt te hopen dat het uiteindelijk zal leiden tot een gesprek aan de keukentafel. Vervolgens lees je in het boek geen letter terug over de kwestie waar veel Amsterdammers het aan de keukentafel over hebben: de gigantische problemen met de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Wat is dat nou voor verantwoording?

Je ziet in het boek wel aanzetten tot een visie. Asscher keert zich tegen een cultuur van vrijblijvendheid. Hij is bepaald geen voorstander van de terugtredende overheid. Hij heeft twijfels over marktwerking. Maar het verhaal is nooit af en uiteindelijk voel je je als een kind dat een snoepje voorgehouden wordt en het niet krijgt. Tekenend is een passage waarin hij 'Den Haag' oproept 'nu eens echt ambitieuze onderwijsambities te formuleren'. Over welke dat dan moeten zijn, lees je niets.

De conclusie lijkt me dat het lijsttrekkerboek als genre zichzelf onderhand heeft overleefd. In alle gevallen geldt tenminste dat het genre werken heeft opgeleverd die niet zo goed zijn als had gekund. Echte boeken willen we weer, waaraan door de politicus lang en hard is gewerkt. Nooit meer hele of halve vluggertjes in verkiezingstijd. Ik zou er aan toe willen voegen dat het zelfs als campagnewapen aan kracht verliest. Het adagium van een goede campagne is dat je om te verrassen steeds iets nieuws moet verzinnen. Ooit was het een geweldige vondst om een lijsttrekker met de bus door het land te laten trekken, maar als iedereen het doet, wordt het tijd om snel uit te stappen. In 2006 reageerden al veel mensen met een vermoeid: 'Gut, alweer een politicus met een boek.' De toekomst is misschien aan een documentaire of een speelfilm. Rita Verdonk doet in elk geval mee aan een musical.

 

Chaos door rookverbod? Onzin!

rookverbod 16-03-2009

Amsterdam zou door het rookverbod in de horeca gebukt gaan onder chaos, opstootjes en erop los smirtende cafébezoekers op straat.




onzin

'Het rookverbod in Amsterdam heeft in het centrum tot een enorme stijging van de overlast geleid.'

Meeschrijven met de goede zaak, wat is daar eigenlijk tegen? De tijd waarin sommige journalisten schouder aan schouder stonden met de kraakbeweging, anti-kernenergiebeweging en de vredesbeweging is voorbij. Maar als reporter heb je natuurlijk wel een hart. Dus het is goed dat een krant als Het Parool zich het lot van de Amsterdamse horeca aantrekt, gebukt als die gaat onder crisis, rookverbod en strenge regels die nog worden gehandhaafd ook.


Op dinsdag 10 maart zagen we in de Amsterdamse krant een mooi staaltje van wat de moderne actiejournalistiek vermag. Het Parool kopte in haar gedrukte editie: 'Rookverbod leidt tot ruzies en rotzooi op de stoep'. Het artikel levert volop munitie aan al die horecaondernemers die tegen minister Klink van Volksgezondheid strijden.

Volgens Het Parool heeft het rookverbod tot een 'enorme' stijging van de overlast geleid van cafébezoekers die buiten hun sigaretten roken. In het artikel wordt gerept van een 'chaos op straat', 'opstootjes met rokende cafébezoekers' en 'ruzies met portiers'.

Een deel van de oorzaak zou, volgens verder niet bij naam genoemde 'ambtenaren', het gevolg zijn van 'smirten': mensen die tijdens het roken flirten en daardoor extra lang op straat staan. Er is overigens wel een klein verschil tussen de gedrukte editie van Het Parool en de digitale. In de krant is het woord 'enorme' geschrapt, maar een 'chaos' blijft het in beide verhalen.


Bij het lezen van de feiten die de basis van het bericht vormen, bekroop ons meteen een gevoel van argwaan. De bron blijkt een rapport van het stadsdeel Centrum waarin staat dat er vorig jaar sinds de invoering van het rookverbod sprake was van 121 klachten over 'terraslawaai' en 'roken op straat'. Maar is dat nu zo veel? In het bericht staat dat er in het centrum 1650 horecagelegenheden zijn (waarvan volgens gegevens van het stadsdeel 900 een terrasvergunning hebben). Dat betekent dus dat in de periode van 1 juli (toen het rookverbod inging) tot 31 december 2008 gemiddeld sprake was van minder dan één klacht per tien horecagelegenheden.

De begeleidende foto die Het Parool op haar interneteditie plaatst, helpt niet de geloofwaardigheid van het verhaal te vergroten. Daarop zie je een vijftal doodkalme jongeren naast elkaar op een bankje voor een horecagelegenheid zitten. Typische voorbeelden van rokers die geen onruststokers zijn.

Begrippen als 'veel', en ‘enorm' blijven natuurlijk subjectief. Maar wij zouden geneigd zijn te denken dat het aantal klachten enorm laag is. Vooral als je bedenkt dat er in de binnenstad genoeg mensen zijn om te klagen en over te klagen. In het centrum van Amsterdam wonen rond de 80.000 mensen op minder dan 8 vierkante kilometer oppervlakte, en dan laten we de stromen toeristen nog even buiten beschouwing. En zijn Amsterdammers volgens de rest van Nederland niet overassertief?

Bovendien is het niet zeker of alle klachten het gevolg zijn van het rookverbod.
In het rapport (met als titel: Invoering rookverbod in de horeca) staat bijvoorbeeld niet dat het 'terraslawaai' alleen wordt veroorzaakt door de rokers. Wel staat er dat de meeste klachten in september werden geregistreerd, toen het mooi weer was, en dus ook veel niet-rokers zich op de terrassen ophielden. In de maanden daarna zakte het aantal klachten aanzienlijk.

De stelling dat er sprake is van een 'stijging' door het rookverbod kan verder alleen maar worden waargemaakt als we die vergelijken met de cijfers van de jaren daarvoor. Helaas was dit de eerste keer dat het stadsdeel dit onderzoek liet uitvoeren. Wat wel helemaal klopt is dat er sinds het rookverbod op en rond de terrassen veel sigarettenpeuken liggen.

Over de in het bericht genoemde opstootjes en ruzies met portiers is niets te vinden in het rapport. 
De vraag die ons nog bleef intrigeren was hoe dat nu zat met die ruzies over het smirten. De anonieme bron van Het Parool is snel gevonden: Ton Boon, woordvoerder van het stadsdeelcentrum. 'Ik heb juist gezegd dat het smirten een positief gevolg kan zijn van het rookverbod. Maar de journalist van Het Parool redeneerde net de andere kant op.'


Tekst Pieter van den Blink, Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld

onzin

Eerste aflevering in Intermediair

26-02-2009

Kanker slechts chronische ziekte: Onzin!

'De verwachting is dat kanker binnen enkele jaren een chronische ziekte zal zijn?'


Het leek te mooi om waar te zijn, en waar was het dan ook niet. Op 3 februari stond nog in de kranten dat kanker tegenwoordig de meest voorkomende doodsoorzaak was. Een dag later, op wereldkankerdag, berichtte het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) dat diezelfde kwaal over een aantal jaren slechts een chronische ziekte zal zijn. Enkele kranten namen het bericht over. ‘Dit betekent', zo voegde de verslaggever van het ANP er ten overvloede aan toe, ‘dat mensen er niet meer aan zullen doodgaan.' Het leek het alsof het eeuwige leven zich aandiende.

Pieter van den Blink
Pieter Hilhorst
Michiel Zonneveld

Vanaf nu gaan we elke week een voorbeeld behandelen van nonsens in de media, of in elk geval van discutabele claims. En we hopen dat u ons gaat helpen zoeken naar berichten en uitspraken die te mooi, of te onwaarschijnlijk, zijn om waar te zijn. In dit geval hoefden we overigens niet meer te doen dan het persbericht op te vragen van KWF Kankerbestrijding op basis waarvan het bericht is geschreven. Daarin staat geen letter over het verdwijnen van de kanker. Jammer,dat moet ook het ANP hebben gevonden die de fout in het bericht nimmer rectificeerde

Een even opwindend bericht was dat over de vermeende CO2-uitstoot van de zoekmachine Google. Twee zoekinstructies zouden voor net zo veel uistoot zorgen als het koken van een pannetje water. Het NRC Handelsblad van 12 januari en een aantal nieuwssites wisten wel raad met dit nieuws. De site van De Telegraaf legde een koppeling met het klimaatprobleem. ‘Nooit meer schaatsen door Google!' Op de weblog van vierdejaarsstudenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg  is al korte metten met het bericht gemaakt. Het bericht bleek het gevolg van twee journalisten van The Sunday Times die er naar aanleiding van een Harvard-onderzoek flink op los hadden geïnterpreteerd.

Goede jagers gaan op zoek naar de plaatsen waar en de tijdstippen waarop ze het wild kunnen aantreffen. Als onzinjagers gaan wij hetzelfde doen.

Zo letten wij vooral op berichten waarin mensen feiten presenteren waar ze belang bij hebben. Als we lezen dat de vliegtaks banen op Schiphol kost, zijn we dus op ons hoede. Is het waar? Of is het nieuws in de wereld gebracht als onderdeel van een lobby van de luchtvaartsector? Met een zelfde argwaan zouden we Ivo Opstelten hebben benaderd toen hij bij zijn afscheid als burgemeester van Rotterdam beweerde dat de havenstad sinds zijn aantreden veiliger is geworden. Is dat echt zo? (De criminaliteit nam af: dat is echter niet hetzelfde als veiliger.) En in hoeverre kan hij de claimen dat zijn aanwezigheid daar iets mee te maken heeft? (Ook in andere steden daalde in die periode de criminaliteit.)

Een ander moment van argwaan is wanneer de journalist zijn verhaal baseert op één enkele bron, zoals bij het bericht over Google. Of als berichten naadloos aansluiten bij een heersende trend. Die worden vaak net iets te achteloos in de krant gekwakt. Een mooi voorbeeld was een onder andere door de Volkskrant overgenomen ANP-bericht van 24 november vorig jaar waarin stond dat een meerderheid van ex-rokers het sinds het rookverbod ongezelliger vond in het café. Het paste in een nieuwsstroom over toenemend verzet tegen het beleid van minister Klink. Maar verwonderlijk vonden we het wel, want alle ex-rokers in onze vriendenkring zijn fanatieke antirokers. Het bleek uiteindelijk om een onderzoek te gaan dat nauwelijks representatief was en waarin niet de ex-rokers, maar de niet-rokers waren ondervraagd. Slechts 35 procent van die groep vond het ongezelliger in het café. 45 Procent juist gezelliger.

Nogmaals: we hebben uw hulp nodig. Zonder de opmerkzaamheid en kennis van de lezer zijn we niets. Wordt wakker als u weer eens een bericht leest over de (on)deugdelijkheid van crèches, sinaasappels die kankerverwekkend zijn, of bestuurders die op dubieuze gronden succes claimen. Meld het ons en dan onderzoeken wij de bron. De aanval op de onzin is geopend!

De loopbaan van Alexander Rinnooy Kan

'Ik ben een zondagskind'

  Alexander Rinnooy Kan Intermediair, 02-03-2009  

Alexander Rinnooy Kan (59) is voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Hij werd in 2008 uitgeroepen tot de ‘invloedrijkste Nederlander'.





Wie: Dr. A.H.G. Rinnooy Kan
Geboren: Den Haag, 5 oktober 1949
Opleiding: Wiskunde en kandidaats econometrie (1972), promotie doctor in de wiskunde (1976)
Loopbaan: rector magnificus Erasmus Universiteit Rotterdam, voorzitter VNO-NCW, raad van bestuur ING, voorzitter Sociaal-Economische Raad



Wat heeft u 10.000 uur gedaan in uw leven?

'Dingen uitleggen. Het begon al toen ik acht jaar was. Ik hielp mijn broertje met zijn schoolwerk. Op mijn veertiende heb ik nog een schriftelijke cursus Engels voor hem geschreven. Eigenlijk ben ik mijn hele leven blijven uitleggen. Op de universiteit ben ik ook vrij snel een student-assistentschap gaan doen. Ook nu weer bestaat een groot deel van mijn werk uit uitleggen.'

Wat is de rode draad in uw loopbaan?

'Dat is moeilijk te zeggen omdat ik zoveel verschillende dingen heb gedaan. Ik was hoogleraar, rector magnificus, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, lid van de Raad van Bestuur van de ING en nu ben ik SER-voorzitter.

Ik zou ook niet veel mensen weten met een loopbaan zoals die van mij waarin heen en weer gependeld is tussen de publieke en private sector. Misschien is de rode draad een blijvende nieuwsgierigheid, waardoor ik steeds weer andere dingen oppak.'



Geen succes zonder mazzel. Wanneer heeft u mazzel gehad?

'Dat is het moment dat ik startte met mijn promotieonderzoek. Ik wilde verder in de zuivere wiskunde. Ik was al aangenomen. Maar de universiteit moest bezuinigen en dus werd er een algemene vacaturestop afgekondigd. Als ik een paar weken eerder was afgestudeerd, was ik aangesteld. Ik kon wel aan de slag in de bedrijfseconometrie. Dat was een vak in opkomst. Ik had het geluk dat ik tijdens mijn promotieonderzoek op een idee uit Amerika stuitte dat relatief nieuw was en waarover ik samen met mijn collega in korte tijd veel publiceerde. Ik werd zo relatief gemakkelijk hoogleraar.

Mijn loopbaan zou beslist anders zijn gelopen als ik in de zuivere wiskunde was gepromoveerd. Ik weet niet of ik daarin had uitgeblonken. Waarschijnlijk zou ik na mijn promotie op een middelbare school wiskundeles zijn gaan geven.

Ik denk dat ik ook geluk had toen ze me vroegen om voorzitter van het VNO te worden. Ik weet nog steeds niet precies waarom ze in mij als wetenschapper een goede werkgeversvoorzitter zagen. Het was wat je noemt een kredietbenoeming. Waarschijnlijk omdat ik namens de universiteit redelijk succesvol was geweest in het gevecht tegen onderwijsbezuinigingen.

Het was ook een goed moment om afscheid te nemen van de wetenschap. Er zijn weinig wiskundigen die na hun veertigste nog met revolutionair vernieuwende ideeën komen.'



Welke baan bent u misgelopen?

'Ik ben uiteindelijk geen bestuursvoorzitter van de ING geworden. Nee, dat beschouw ik niet als een mislukking. Het was een functie waarvoor ik niet geschikt was. Mijn voorgeschiedenis in de financiële sector was te kort. Daar had ik dus niet 10.000 uur in geoefend.'

In welke mate bent u een product van uw jeugd?

'Mijn vader was plaatsvervangend thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën. Dat is een hoge publieke functie. Maar ik lijk wat betreft persoonlijkheid het meest op mijn moeder. Zij was een Britse, en opgeleid als actrice. Zij was iemand die harmonie kon creëren. Heel anders dan mijn vader.

Ik ben ook iemand die altijd harmonie wil bevorderen. Het is een tweede natuur geworden. Daar pluk ik nu bij de SER de vruchten van. Maar toen ik voor ING in Azië zaken moest doen, had ik er ook baat bij.'



Welke ervaring heeft grote invloed gehad op uw levenshouding?

'In de eerste vier klassen van de middelbare school was ik een buitenbeentje. Een introvert, pienter jongetje dat de beste van de klas was, maar ook werd gepest. Ik ben toen drie maanden naar Engeland gestuurd door mijn ouders. Toen ik terugkwam wist ik een positie in de klas te veroveren en heb er vrienden voor het leven gemaakt. Sommige klasgenoten zie ik nog steeds.'



Waarvoor moeten ze u niet vragen?

'De neiging om harmonie te zoeken kan een handicap zijn. In elke grote organisatie zijn mensen nodig die rücksichtslos knopen moeten doorhakken. Ik heb nooit in posities gezeten waar ik enorme gevechten heb moeten voeren. De keren dat ze me vroegen minister te worden, is dat een overweging geweest die meehielp nee te zeggen.'



Is er wel eens iets echt mislukt?

'Mijn grote mislukking is dat ik met zwemmen nooit mijn diploma C heb gehaald. Bij het halen van je C moet je schijfjes opduiken. Maar ik durfde mijn ogen niet open te houden bij het zwemmen.

Nadat het de eerste keer niet was gelukt, heb ik lang geoefend. Dan stopte ik thuis mijn hoofd in de wasbak en probeerde uit alle macht mijn ogen open te houden. De laatste keer dat ik probeerde mijn diploma te halen, dacht ik er klaar voor te zijn. Ik sperde mijn ogen wel open, maar op de een of andere manier kon ik net niet bij de schijfjes. Maar verder ben ik een echt zondagskind.'

En door die angst voor water bent u zo'n fervent aanhanger van de polder geworden?

‘Dat is de ergste psychologie van de koude grond!'


tekst Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld

 

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden